VWO 5/6
Hoofdstuk 8: De Tijd van Burgers en Stoommachines
De Industriële Revolutie
Groot-Brittannië was in de 18e eeuw zeer welvarend, onder andere door de handel en
opbrengsten uit zijn koloniën. In tegenstelling tot andere welvarende Europese landen,
stimuleerde de Britse regering handel, ondernemerschap en technologische innovatie.
Hierdoor werden er veel nieuwe technologische uitvindingen gedaan in Groot-Brittannië,
zoals de stoommachine, die het begin vormden van de Industriële Revolutie.
Op het platteland werd de landbouw gemechaniseerd. Door nieuwe
landbouwtechnieken stegen de voedselproductie en de bevolking sterk. Tegelijkertijd
daalden de voedselprijzen. Door deze ontwikkelingen daalde de werkgelegenheid op
het platteland. Boeren trokken naar de stad op zoek naar een betere baan (urbanisatie).
In de stad investeerden rijke burgers in fabrieken waar producten goedkoop, snel en
grootschalig geproduceerd konden worden. Hierdoor werd ook de huisnijverheid op het
platteland weggeconcurreerd. Grote groepen arme mensen kwamen in de fabrieken
werken.
Daarnaast werd in 1832 de Reform Bill ingevoerd:
Dichtbevolkte stadsdistricten kregen meer zetels in de politiek, waardoor
ondernemers meer politieke invloed kregen.
Het mannenkiesrecht werd uitgebreid; mannen uit de middenklasse die grond of
een huis bezaten kregen kiesrecht.
Zo ontstond een industriële samenleving waarin de economische macht in handen lag
van de fabriekseigenaren en ondernemers.
Modern Imperialisme
De Industriële Revolutie verspreidde zich vanuit Groot-Brittannië naar de rest van
Europa. Ondernemers streefden naar zoveel mogelijk winst. Een kenmerk van dit
industrieel kapitalisme was de groeiende behoefte aan grondstoffen en afzetmarkten.
Het economische belang van koloniën nam daarom toe, waardoor er een moderne
vorm van imperialisme ontstond:
Koloniën werden uitgebuit ten gunste van de economie van het moederland
zodat het moederland een stabiele aanvoer van grondstoffen had voor de
industrie.
Er werd geïnvesteerd in nieuwe transportmogelijkheden, zoals spoorwegen en
havens, en in infrastructuur om de handel te versnellen. Deze infrastructuur was
vooral gericht op de verbinding tussen plantages of mijnen en de kust.
, Koloniën fungeerden als afzetmarkt voor industriële producten uit Europa. De
lokale industrie en huisnijverheid van de inheemse bevolking werd bewust
tegengewerkt of verboden.
Afrika was rijk aan grondstoffen als olie, rubber en goud en werd daarom n hoog tempo
gekoloniseerd. In 1885 verdeelden de Europese grootmachten het continent onder
elkaar. Er werd hierbij geen rekening gehouden met de bestaande culturen en politieke
structuren van de inheemse samenlevingen.
Naast een economisch motief, speelden nationale trots, racisme en geloof ook een
grote rol bij het modern imperialisme. Er ontstonden ideeën over superieure en
ondergeschikte rassen, beïnvloed door het sociaal-darwinisme (survival of the fittest).
Dit ging hand in hand met het groeiende nationalisme; Europese landen waren trots op
hun eigen volk en zagen zichzelf als sterker en beschaafder dan de koloniale bevolking.
Een groot koloniaal werd gezien als een teken van nationale macht. Daarnaast voelden
de Europeanen zich verantwoordelijk om de koloniale volken ‘op te voeden’ of ‘te
beschaven’ met westerse idealen en het christendom (White Man’s Burden).
Nederlands imperialisme
Nederland richtte zich niet op Afrika, maar op Nederlands-Indië. Om deze kolonie
effectief te besturen, werden inheemse vorsten in hun functie gelaten, zolang zij
samenwerkten met de Nederlanders.
Ook hanteerde de Nederlandse regering het cultuurstelsel:
De Nederlandse overheid bepaalde welke producten verbouwd moesten worden.
Indische boeren moesten 20% van hun grond gebruiken om deze gewassen te
verbouwen.
Indische boeren moesten deze producten tegen een vastgestelde lage prijs
(plantloon) verkopen aan de Nederlandse overheid.
Het cultuurstelsel leidde tot verbeteringen; zo werd de infrastructuur verbeterd, maar het
systeem was vooral bedoeld om zoveel mogelijk winst uit de kolonie te halen. Sommige
Nederlanders zoals de schrijver Multatuli hadden kritiek op dit systeem van uitbuiting.
In 1870 kwam er een einde aan het cultuurstelstel door een nieuwe wet waarin stond
vastgelegd dat particuliere ondernemers een bedrijf konden beginnen in Nederlands-
Indië. De kolonie veranderde in deze periode in een leverancier van industriële
grondstoffen voor Nederland nadat er een olieveld werd ontdekt.
De Sociale Kwestie (in Groot-Brittannië)