Samenvatting Economie en Recht
(opleiding communicatie)
geschreven door:
MyrtheSanders
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Reader Economie en Recht
Externe omgeving; DESTEP –model (macro – omgeving)
Algemene economie gaat in op de economische en politiek – juridische factoren van de DESTEP.
1 Productie, welvaar en inkomen
Toegevoegde waarde; verschil tussen opbrengsten en inkopen
Productie inkomen bestedingen
Productie
Basisbehoeften; ook wel primaire levensbehoeften, kleding, voeding en woonruimte
Welvaart; behoeftebevrediging met goederen en diensten
BBP; Bruto, Binnenlands Product, precieze maatstaf voor productie in Nederland
Productie = toegevoegde waarde
Onder inkoopwaarde van goederen en diensten vallen niet productiefactoren als arbeid en kapitaal
Nationale productie; toegevoegde waarde van alle bedrijven (en van de overheid) in een land bij
elkaar.
Economische groei
BBP gerelateerd aan het aantal inwoners, BBP per hoofd van de bevolking
De verandering van het BBP is bepalend voor een economische situatie van een land.
Economische groei; groei van het BBP
Welvaart
Op basis van het BBP per hoofd van de bevolking is het mogelijk om welvaartsverschillen tussen
landen te meten. (Noorwegen, Denemarken etc. 45.000 en Ethiopië, Zimbabwe etc. 300)
Binnen een land grote welvaartsverschillen,
BRP; bruto regionaal product. Zo in Utrecht 42.759 en in Drenthe 27.100. Kan komen door:
- Verschil in productie tussen de stad en het platteland
- Geografische verdeling van diverse factoren.
o Westen: productieve sectoren als industrie en zakelijke dienstverlening
o Noorden en oosten: minder productieve sectoren zoals landbouw
Welzijn
Naast welvaart heb je welzijn, geluk hangt ook af van relaties, gezondheid etc.
HDI; Human Development Index, maatstaf om welzijn in een land te meten. Meetbare variabelen:
- Levensverwachting bij geboorte
- Deelname aan lager, middelbaar en hoger onderwijs
- Inkomen per hoofd van de bevolking
Je zou ook andere criteria kunnen kiezen(gezondheid, analfabetisme, inkomensverdeling, vrijheid,
emancipatie, milieu). Nederland zou hoog scoren bij emancipatie of vrijheid en lager bij milieu.
Productiefactoren
Productiefactoren; geleend kapitaal of ingehuurde arbeid
Tegenover de productiefactoren staat een vergoeding:
- Loon; voor arbeid
- Rente en winst; voor kapitaal
- Aandeelhouders hebben recht op winst, ook wel dividend.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Inkomen
Primair inkomen; inkomen dat verkregen is door het inzetten van productiefactoren
Secundair inkomen; inkomen waar geen tegenprestatie tegenover staat (subsidies, uitkering,
belasting, premies, ontwikkelingshulp, giften, EU – bijdragen)
Secundaire inkomensverdeling is dus altijd minder scheef dan de primaire!!
Tertiaire inkomensverdeling; herverdeling van de koopkracht (punt 2 van het rijtje hieronder)
Inkomens gelijker verdelen door overheid:
- Belasting heffen op loon, rente, winst en dit herverdeling via uitkeringen en subsidies.
- Btw en accijns heffen op sommige producten (alcohol en sigaretten) stijgt de prijs ervan
- Producten goedkoper maken; subsidie geven aan producent (bieb, opera)
Omdat rijke mensen meer gebruik maken van opera en armere mensen meer roken en drinken
worden inkomensverschillen door tertiaire inkomensverdeling juist vergroot!!
2 Bestedingen
Bestedingscategorieën:
- Consumptie
- Investeringen
- Overheidsbestedingen
- Import ( en export)
Consumptie
Consumptie; alles wat een consument koopt
Alle consumptieve bestedingen van gezinnen levert een consumptiepatroon op, daarin worden een
aantal categorieën onderscheiden:
- Voedings – en gnotmiddelen (zoals brood, groente, drank en tabak)
- Duurzame consumptiegoederen ( computers, meubelen, vervoermiddelen en witgoed)
- Overige goederen en diensten (verzekering, gezondheidszorg, energie, sport, horeca, media)
Voor bedrijven kunnen schommelingen grote gevolgen hebben voor hun omzet. Daarom is het van
belang om te analyseren welke factoren van invloed zijn op de consumptie.
Koopkracht; de verhouding tussen het inkomen en het prijspeil, dit geeft aan wat je met je inkomen
kunt kopen
Investeringen
Kapitaalgoederen; machines, materialen en gebouwen
Investeren; aanschaf van kapitaalgoederen. Onderscheid in vlottende en vaste kapitaalgoederen
Vlottende kapitaalgoederen; alle goederen die in een productieproces verbruikt worden zoals
grondstoffen, materialen en brandstoffen (volgens mij ook voorraden)
Vaste kapitaalgoederen; gaan meer dan één productieproces mee, gebouwen, machines en
gereedschappen.
Investeringsquote; het percentage investeringen ten op zicht van het BBP. Een gezonde
investeringsquote bedraagt rond de 20% van het BBP.
Soorten investeringen;
1. Vervangingsinvesteringen
2. Uitbreidingsinvesteringen
3. Geplande voorraadinvesteringen (in grondstoffen)
4. Gedwongen voorraadinvesteringen (in eindproducten)
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
(opleiding communicatie)
geschreven door:
MyrtheSanders
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Reader Economie en Recht
Externe omgeving; DESTEP –model (macro – omgeving)
Algemene economie gaat in op de economische en politiek – juridische factoren van de DESTEP.
1 Productie, welvaar en inkomen
Toegevoegde waarde; verschil tussen opbrengsten en inkopen
Productie inkomen bestedingen
Productie
Basisbehoeften; ook wel primaire levensbehoeften, kleding, voeding en woonruimte
Welvaart; behoeftebevrediging met goederen en diensten
BBP; Bruto, Binnenlands Product, precieze maatstaf voor productie in Nederland
Productie = toegevoegde waarde
Onder inkoopwaarde van goederen en diensten vallen niet productiefactoren als arbeid en kapitaal
Nationale productie; toegevoegde waarde van alle bedrijven (en van de overheid) in een land bij
elkaar.
Economische groei
BBP gerelateerd aan het aantal inwoners, BBP per hoofd van de bevolking
De verandering van het BBP is bepalend voor een economische situatie van een land.
Economische groei; groei van het BBP
Welvaart
Op basis van het BBP per hoofd van de bevolking is het mogelijk om welvaartsverschillen tussen
landen te meten. (Noorwegen, Denemarken etc. 45.000 en Ethiopië, Zimbabwe etc. 300)
Binnen een land grote welvaartsverschillen,
BRP; bruto regionaal product. Zo in Utrecht 42.759 en in Drenthe 27.100. Kan komen door:
- Verschil in productie tussen de stad en het platteland
- Geografische verdeling van diverse factoren.
o Westen: productieve sectoren als industrie en zakelijke dienstverlening
o Noorden en oosten: minder productieve sectoren zoals landbouw
Welzijn
Naast welvaart heb je welzijn, geluk hangt ook af van relaties, gezondheid etc.
HDI; Human Development Index, maatstaf om welzijn in een land te meten. Meetbare variabelen:
- Levensverwachting bij geboorte
- Deelname aan lager, middelbaar en hoger onderwijs
- Inkomen per hoofd van de bevolking
Je zou ook andere criteria kunnen kiezen(gezondheid, analfabetisme, inkomensverdeling, vrijheid,
emancipatie, milieu). Nederland zou hoog scoren bij emancipatie of vrijheid en lager bij milieu.
Productiefactoren
Productiefactoren; geleend kapitaal of ingehuurde arbeid
Tegenover de productiefactoren staat een vergoeding:
- Loon; voor arbeid
- Rente en winst; voor kapitaal
- Aandeelhouders hebben recht op winst, ook wel dividend.
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Inkomen
Primair inkomen; inkomen dat verkregen is door het inzetten van productiefactoren
Secundair inkomen; inkomen waar geen tegenprestatie tegenover staat (subsidies, uitkering,
belasting, premies, ontwikkelingshulp, giften, EU – bijdragen)
Secundaire inkomensverdeling is dus altijd minder scheef dan de primaire!!
Tertiaire inkomensverdeling; herverdeling van de koopkracht (punt 2 van het rijtje hieronder)
Inkomens gelijker verdelen door overheid:
- Belasting heffen op loon, rente, winst en dit herverdeling via uitkeringen en subsidies.
- Btw en accijns heffen op sommige producten (alcohol en sigaretten) stijgt de prijs ervan
- Producten goedkoper maken; subsidie geven aan producent (bieb, opera)
Omdat rijke mensen meer gebruik maken van opera en armere mensen meer roken en drinken
worden inkomensverschillen door tertiaire inkomensverdeling juist vergroot!!
2 Bestedingen
Bestedingscategorieën:
- Consumptie
- Investeringen
- Overheidsbestedingen
- Import ( en export)
Consumptie
Consumptie; alles wat een consument koopt
Alle consumptieve bestedingen van gezinnen levert een consumptiepatroon op, daarin worden een
aantal categorieën onderscheiden:
- Voedings – en gnotmiddelen (zoals brood, groente, drank en tabak)
- Duurzame consumptiegoederen ( computers, meubelen, vervoermiddelen en witgoed)
- Overige goederen en diensten (verzekering, gezondheidszorg, energie, sport, horeca, media)
Voor bedrijven kunnen schommelingen grote gevolgen hebben voor hun omzet. Daarom is het van
belang om te analyseren welke factoren van invloed zijn op de consumptie.
Koopkracht; de verhouding tussen het inkomen en het prijspeil, dit geeft aan wat je met je inkomen
kunt kopen
Investeringen
Kapitaalgoederen; machines, materialen en gebouwen
Investeren; aanschaf van kapitaalgoederen. Onderscheid in vlottende en vaste kapitaalgoederen
Vlottende kapitaalgoederen; alle goederen die in een productieproces verbruikt worden zoals
grondstoffen, materialen en brandstoffen (volgens mij ook voorraden)
Vaste kapitaalgoederen; gaan meer dan één productieproces mee, gebouwen, machines en
gereedschappen.
Investeringsquote; het percentage investeringen ten op zicht van het BBP. Een gezonde
investeringsquote bedraagt rond de 20% van het BBP.
Soorten investeringen;
1. Vervangingsinvesteringen
2. Uitbreidingsinvesteringen
3. Geplande voorraadinvesteringen (in grondstoffen)
4. Gedwongen voorraadinvesteringen (in eindproducten)
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.