Definitie vitale functies in levensbedreigende situaties: zijn de functies waarvan uitval of
stoornissen direct leiden tot een levensbedreigende situatie; het gaat dan om het bewustzijn, de
bloedcirculatie en de ademhaling
Definitie klinische situatie: de lichamelijke functies die door het centraal zenuwstelsel worden
gereguleerd en die van essentieel belang zijn voor het functioneren van het lichaam (hierbij behoren
ook de pols en de bloeddruk)
Parameter: is een veranderlijke grootheid die een proces beïnvloedt; belangrijkste zijn
de pols: is de arteriële klopping, veroorzaakt door de hartcontracties, zoals deze door
palpatie van een slagader te voelen is. Polsmeting geeft aanwijzingen over de werking van het hart;
door de snelheid, het ritme en het volume te meten krijg je een algemene indruk van de werking v/h
hart
ademhaling: observatie van de ademhaling levert belangrijke aanwijzingen op over het
vermogen van het lichaam tot gaswisseling
lichaamstemperatuur: is het resultaat van een evenwicht tussen warmteproductie en
warmteverlies en wordt in de hypothalamus in de hersenen gereguleerd. Temperatuurveranderingen
vormen een aanwijzing voor de gezondheidstoestand van het lichaam; de lichaamstemperatuur kan
door pyrogenen, door aandoeningen van het zenuwstelsel of door verwonding worden beïnvloed.
de bloeddruk: druk in de arteriële systeem. Regelmatige meting van de RR geeft informatie
over de toestand van het hart, de slagaders en arteriolen, de vaatweerstand en het
hartminuutvolume.
Factoren die invloed hebben op de vitale parameters
- Leeftijd: Lichaamstemperatuur: Bij pasgeborenen tussen 36 en 38 graden, bij bejaarden
tussen 36 en 37 graden.
Ademhaling: pasgeborenen hebben een ademhalingssnelheid van 30 a 80 keer p
minuut, met gemiddelde snelheid van 32, bij het ouder worden neemt de snelheid af; volwassenen
ademen gemiddeld 16 keer p minuut
Polsfrequentie: neemt af bij het ouder worden; pasgeborenen hebben 140 slagen
per minuut en bij volwassenen is dit gemiddeld 80 slagen.
Bloeddruk: neemt juist toe bij het ouder worden; pasgeboren hebben gemiddeld
65/42, volwassenen bij 120/80 tot 100/60
- Geslacht Lichaamstemperatuur: vrouwen hebben meer schommelingen tussen
lichaamstemperatuur, waarschijnlijk vanwege hormonale veranderingen (menstruatiecyclus)
- Etniciteit Bloeddruk: voornamelijk doordat bepaalde groepen vatbaarder zijn voor
veranderingen van de bloedcirculatie. Negroïde mensen zijn vatbaarder voor hoge bloeddruk,
doordat ze gevoeliger zijn voor zout en vaker een verhoogd cholesterolgehalte hebben.
- Geneesmiddelen: hebben directe en indirecte invloed op de temperatuur, hartslag, ademhaling en
bloeddruk. Bijvoorbeeld: pijnstillers kunnen de frequentie en diepte van de ademhaling en de
bloeddruk verlagen
,- Pijn Pols:
- acute pijn: verhoogd
- chronische pijn: verlaagd
Temperatuur:
- acute pijn: verhoogd
Ademhalingsfrequentie:
- acute pijn: verhoogd
- chronische pijn: verlaagd
Bloeddruk:
- acute pijn: verhoogd
- chronische pijn: verlaagd
- Circadiaanse ritmiek (dag- en nachtritme):
Bloeddruk:
- ’s ochtends: het laagst
- laatmiddag/’s avonds: het hoogst
Lichaamstemperatuur:
- ’s morgens (4 tot 6): het laagst
- ’s avonds (8 tot 12): het hoogst
Lichaamstemperatuur
regelwerking
De hypothalamus is de thermostaat in het lichaam; hij krijgt signalen of het lichaam te koud of te
warm is;
Als het lichaam te warm wordt begin je te zweten, vaten worden wijder, waardoor warmte vanuit
de kern van het lichaam naar het lichaamsoppervlak wordt geleid.
Hypothermie; Als het lichaam te koud wordt begin je te rillen, kippenvel, transpireren neemt af,
stofwisseling in de cellen neemt toe; vaten worden vernauwd
Hyperthermie; Als het lichaam te warm wordt begin je te zweten, vaat verwijding
Het vermogen van de hypothalamus om de lichaamstemperatuur te reguleren, raakt ernstig
belemmerd als de lichaamstemperatuur lager wordt dan 34,4 graden;
Als die lager wordt dan 29,4 werkt de hypothalamus helemaal niet meer;
Bij ziekte kan de normwaarde van het warmteregulatiecentrum tijdelijk zijn verhoogd. Hierdoor
ontstaat een hogere lichaamstemperatuur dan normaal (hoger dan 38 graden koorts).
Door ontstekingen, hersenbeschadigingen, pyrogenen van bacteriën of virussen of weefselresten
(Dat wil zeggen gangreen of hartinfarct)
, lichaamstemperatuur meten
- rectaal Voordeel; wordt als reflectie van de kerntemperatuur beschouwd en is daardoor een
goede maat voor de temperatuur.
Nadeel; duurt lang en is niet hygiënisch
- Oraal Nadeel; geeft uitslagen 0,3 tot 0,6 graden lager dan de rectale. Kost veel tijd en het
resultaat wordt beïnvloed door factoren als inname van koude of warme dranken, kauwen, roken,
mondademhaling en plaatselijke infectie; Onder de tong
- Axillair Voordeel: weinig belastend
Nadeel: uitslag vertoont variabiliteit, vooral doordat de uitslag gevoelig is voor de
lokale huiddoorbloeding, zweetsecretie en de omgevingstemperatuur; Onder de oksel
- Tympanische temperatuurmeting (trommelvlies)
Voordeel: geeft variabiliteit, klinisch acceptabel
Nadeel: oor moet in de juist positie gebracht worden alvorens te kunnen meten.
Resultaat kan worden beïnvloed door afsluiting van de gehoorgang door een gehoorapparaat,
koptelefoon en dergelijke;
- Slaaptemperatuurmeting: nieuwste methode; wordt de temperatuur gemeten bij de slaapslagader
Pols
Het bloed wordt vanuit de linkerkamer het hele lichaam rond gepompt; dit gaat met zoveel kracht
dat het een golf veroorzaakt die door de slagaders aan de perifere delen wordt gegeven.
De polsgolf wordt beïnvloed door de elasticiteit van de grotere vaten, het bloedvolume, de viscositeit
van het bloed en de weerstand van de vaten;
Regulering van de bloedcirculatie
Wordt door het autonome zenuwstelsel gereguleerd (je kan het niet zelf beïnvloeden). Daarnaast
vindt in veel organen autoregulatie plaats (zelfstandige plaatselijke regulering van de doorbloeding).
Dankzij die dubbele regulatie kan het stelsel de doorbloeding aanpassen aan de zuurstofbehoefte
van het lichaam.
Het autonome zenuwstelsel reguleert de bloedsomloop via het vasomotorisch centrum in het
verlengde merg;
- sympathisch zenuwstelsel: veroorzaakt vaatvernauwing, toename van de hartslag, frequentie en
sterkere samentrekking van de hartspier, waardoor de bloeddruk stijgt.