Anatomie samenvatting
Amstel academie
Marite Terpstra
BPV leerjaar 1
10 september 2025
Anatomie BPV 1
,Cytologie 3
Histologie 8
Embryologie 12
Respiratie 15
Immuunsysteem 18
Neurologie 21
Circulatie 25
Huid en thermobalans 31
Motorisch systeem 34
Vochtbalans 43
Digestivus 45
Anatomie BPV 2
, Cytologie
Na het volgen van de lessen cytologie ben je in staat om:
•in een schematische tekening de volgende structuren aan te geven: celkern met kernmembraan,
cytoplasma met celmembraan en de onderstaande organellen;
•de bouw van het celmembraan te beschrijven;
•de volgende celorganellen in het cytoplasma te benoemen en hun functie toe te lichten: celkern,
mitochondriën, (ruw) endoplasmatisch reticulum, ribosomen, Golgi-apparaat en lysosomen;
•te beschrijven hoe cellen sto en opnemen en afscheiden;
•uit te leggen uit welke fasen de celcyclus bestaat;
•mitose en meiose uit te leggen en de verschillen te benoemen;
•uit te leggen hoe door di erentiatie van cellen de verschillende weefsels zich ontwikkelen.
1. Cytologie
Wat is een cel? De basiseenheden van het lichaam en beva en allen dezelfde genen!
1.1. Structuren van de cel
1) Nucleolus/ kernlichaampje
2) Celkern
3) Ribosoom (blauwe puntjes op ruw endoplasma sch re cilum)
4) Vesikel
5) Ruw endoplasma sch re culum
6) Golgicomplex
7) Cytoskelet
8) Glad endoplasma sch re culum
9) Mitochondrion
10) Vacuole
11) Cytoplasma
12) Lysosoom
13) Centrosoom
14) Celmembraan
1.2. Celmembraan wat doet het?
⇒ Omkapseld alle func onele componenten in de cel en het cytoplasma.
⇒ Beschermt en isoleert het celmilieu tegen externe
elementen. Scheid cel van zijn omgeving
⇒ Onoplosbaar in water
1.3. Celmembraan: de bouw
⇒ Samengesteld uit een dubbele fosfolipiden laag,
vetach ge moleculen die bestaan uit een hydro el
hoofd (wil in water) en hydrofobe staart (wil niet in
water)
⇒ Semipermeabel: half doorlaatbaar voor kleine
moleculen, o.a. water, zuurstof en CO2
⇒ Geladen sto en kunnen niet zomaar passief door
membraan heen, alleen door speciaal kanaaltje.
Anatomie BPV 3
, 1.4. Cytoplasma
⇒ Binnenste gedeelte van de cel (celgel) met organellen
1.5. Organel
⇒ Orgaan van de cel die diverse celprocessen mogelijk maken
1.6. Func es celorganellen in cytoplasma
⇒ Celkern: bevat het DNA met gene sche code voor eiwi en, zoals enzymen, hormonen en HB.
⇒ Mitochondriën: leveren energie in ATP door sto en uit voeding en zuurstof om te ze en in
kooldioxide en water (verbranding), ontstaan uit bacteriën, bezit eigen mDNA, dubbele
lipidelaag en loca e van de citroenzuurcyclus (omze ng van ve en, suikers en zuurstof in
ATP (energie).
⇒ (ruw) endoplasma sch re culum: netwerk van membranen gelegen in het cytoplasma van
een cel, speelt een rol bij de aanmaak van eiwi en en zorgt voor het transport van eiwi en in
de cel naar het Golgi-complex
⇒ Ribosomen: een complex van eiwi en en RNA ketens in de cel die aminozuren koppelen tot
eiwi en. In levercellen zijn deze organellen bijv. nodig voor aanmaak van bloedeiwi en.
⇒ Lysosomen: zijn soort belletjes vol agressieve enzymen, die bijv. micro-organismen kunnen
a reken, zijn daarom belangrijk in afweercellen
⇒ Golgi-complex/apparaat: In het Golgicomplex worden de producten a oms g van het
endoplasma sch re culum (ER) verwerkt en opgeslagen, om dan later naar andere
bestemmingen verscheept te worden. In klier cellen vaak uitgebreid complex om bijv.
hormonen te bewerken en bewaren.
⇒ Peroxisomen: verwijderen schadelijke producten zoals ureum en vrije radicalen. Ze gebruiken
hiervoor waterstofperoxide (H2O2).
1.7. Hoe nemen cellen sto en op en scheiden deze uit?
Dat kan op verschillende manieren:
1. Di usie: treed op tussen cellen en hun omgeving. De sto en verspreiden zich door de ruimte
van hoge naar lage concentra e tot ze evenwicht hebben gevonden. Alleen kleine moleculen
zonder lading die makkelijk celmembraan passeren. Passief proces
2. Osmose: ne o verplaatsing van water over semi-permeabel membraan. Water kan door
celmembraan di underen. Di usie van water via de semipermeabele celmembraan noem
je osmose. Laat dus alleen watermoleculen door, bijv. geen suikermoleculen
3. Ac ef transport: het gemedieerde ('ac ef bevorderde') transport van biochemische en
andere atomaire/moleculaire substan es door celmembranen heen. In tegenstelling tot
passief transport is er voor dit proces chemische energie nodig in de vorm van ATP (energie).
⇒ Door endo- en exocytose: bij endocytose worden sto en opgenomen door het maken van
een blaasje uit het celmembraan en exocytose is het afgeven van sto en via een blaasje dat
samensmelt met het celmembraan.
1.8. Fasen celcyclus
Er zijn verschillende fasen jdens het leven van een cel
• Interfase (voorbereiding)
• G1 (toename eiwit en cytoplasma)
• S (replica e DNA)
• G2 (eiwi en voor celdeling)
• G0 (rust)
• Celdeling (mitose)
1.9. Mitose en Meiose
Mitose is een celdeling, waarbij groei en herstel van weefselverlies
plaatsvindt. Bij die celdeling komen er uit 1 cel 2 dochtercellen voort, gelijk aan de
Anatomie BPV 4
Amstel academie
Marite Terpstra
BPV leerjaar 1
10 september 2025
Anatomie BPV 1
,Cytologie 3
Histologie 8
Embryologie 12
Respiratie 15
Immuunsysteem 18
Neurologie 21
Circulatie 25
Huid en thermobalans 31
Motorisch systeem 34
Vochtbalans 43
Digestivus 45
Anatomie BPV 2
, Cytologie
Na het volgen van de lessen cytologie ben je in staat om:
•in een schematische tekening de volgende structuren aan te geven: celkern met kernmembraan,
cytoplasma met celmembraan en de onderstaande organellen;
•de bouw van het celmembraan te beschrijven;
•de volgende celorganellen in het cytoplasma te benoemen en hun functie toe te lichten: celkern,
mitochondriën, (ruw) endoplasmatisch reticulum, ribosomen, Golgi-apparaat en lysosomen;
•te beschrijven hoe cellen sto en opnemen en afscheiden;
•uit te leggen uit welke fasen de celcyclus bestaat;
•mitose en meiose uit te leggen en de verschillen te benoemen;
•uit te leggen hoe door di erentiatie van cellen de verschillende weefsels zich ontwikkelen.
1. Cytologie
Wat is een cel? De basiseenheden van het lichaam en beva en allen dezelfde genen!
1.1. Structuren van de cel
1) Nucleolus/ kernlichaampje
2) Celkern
3) Ribosoom (blauwe puntjes op ruw endoplasma sch re cilum)
4) Vesikel
5) Ruw endoplasma sch re culum
6) Golgicomplex
7) Cytoskelet
8) Glad endoplasma sch re culum
9) Mitochondrion
10) Vacuole
11) Cytoplasma
12) Lysosoom
13) Centrosoom
14) Celmembraan
1.2. Celmembraan wat doet het?
⇒ Omkapseld alle func onele componenten in de cel en het cytoplasma.
⇒ Beschermt en isoleert het celmilieu tegen externe
elementen. Scheid cel van zijn omgeving
⇒ Onoplosbaar in water
1.3. Celmembraan: de bouw
⇒ Samengesteld uit een dubbele fosfolipiden laag,
vetach ge moleculen die bestaan uit een hydro el
hoofd (wil in water) en hydrofobe staart (wil niet in
water)
⇒ Semipermeabel: half doorlaatbaar voor kleine
moleculen, o.a. water, zuurstof en CO2
⇒ Geladen sto en kunnen niet zomaar passief door
membraan heen, alleen door speciaal kanaaltje.
Anatomie BPV 3
, 1.4. Cytoplasma
⇒ Binnenste gedeelte van de cel (celgel) met organellen
1.5. Organel
⇒ Orgaan van de cel die diverse celprocessen mogelijk maken
1.6. Func es celorganellen in cytoplasma
⇒ Celkern: bevat het DNA met gene sche code voor eiwi en, zoals enzymen, hormonen en HB.
⇒ Mitochondriën: leveren energie in ATP door sto en uit voeding en zuurstof om te ze en in
kooldioxide en water (verbranding), ontstaan uit bacteriën, bezit eigen mDNA, dubbele
lipidelaag en loca e van de citroenzuurcyclus (omze ng van ve en, suikers en zuurstof in
ATP (energie).
⇒ (ruw) endoplasma sch re culum: netwerk van membranen gelegen in het cytoplasma van
een cel, speelt een rol bij de aanmaak van eiwi en en zorgt voor het transport van eiwi en in
de cel naar het Golgi-complex
⇒ Ribosomen: een complex van eiwi en en RNA ketens in de cel die aminozuren koppelen tot
eiwi en. In levercellen zijn deze organellen bijv. nodig voor aanmaak van bloedeiwi en.
⇒ Lysosomen: zijn soort belletjes vol agressieve enzymen, die bijv. micro-organismen kunnen
a reken, zijn daarom belangrijk in afweercellen
⇒ Golgi-complex/apparaat: In het Golgicomplex worden de producten a oms g van het
endoplasma sch re culum (ER) verwerkt en opgeslagen, om dan later naar andere
bestemmingen verscheept te worden. In klier cellen vaak uitgebreid complex om bijv.
hormonen te bewerken en bewaren.
⇒ Peroxisomen: verwijderen schadelijke producten zoals ureum en vrije radicalen. Ze gebruiken
hiervoor waterstofperoxide (H2O2).
1.7. Hoe nemen cellen sto en op en scheiden deze uit?
Dat kan op verschillende manieren:
1. Di usie: treed op tussen cellen en hun omgeving. De sto en verspreiden zich door de ruimte
van hoge naar lage concentra e tot ze evenwicht hebben gevonden. Alleen kleine moleculen
zonder lading die makkelijk celmembraan passeren. Passief proces
2. Osmose: ne o verplaatsing van water over semi-permeabel membraan. Water kan door
celmembraan di underen. Di usie van water via de semipermeabele celmembraan noem
je osmose. Laat dus alleen watermoleculen door, bijv. geen suikermoleculen
3. Ac ef transport: het gemedieerde ('ac ef bevorderde') transport van biochemische en
andere atomaire/moleculaire substan es door celmembranen heen. In tegenstelling tot
passief transport is er voor dit proces chemische energie nodig in de vorm van ATP (energie).
⇒ Door endo- en exocytose: bij endocytose worden sto en opgenomen door het maken van
een blaasje uit het celmembraan en exocytose is het afgeven van sto en via een blaasje dat
samensmelt met het celmembraan.
1.8. Fasen celcyclus
Er zijn verschillende fasen jdens het leven van een cel
• Interfase (voorbereiding)
• G1 (toename eiwit en cytoplasma)
• S (replica e DNA)
• G2 (eiwi en voor celdeling)
• G0 (rust)
• Celdeling (mitose)
1.9. Mitose en Meiose
Mitose is een celdeling, waarbij groei en herstel van weefselverlies
plaatsvindt. Bij die celdeling komen er uit 1 cel 2 dochtercellen voort, gelijk aan de
Anatomie BPV 4