01/10/2024
Doelen van opvoeden
Ouderlijke verantwoordelijkheid neemt af.
Ontwikkeling naar zelfstandigheid en autonomie
Leven onafhankelijk van ouders.
Zelfverantwoordelijke zelfbepaling.
Je bepaalt zelf je eigen keuzes en kiest je eigen pad. En je bent Hiermee ook zelf
verantwoordelijk voor je keuzes.
Modellen over opvoeden
Ecologisch model van Bronfenbrenner (1979)
Verschillende systemen op verschillende niveaus. (individu, Micro, Meso, Exo, Macro,
Chronosysteem).
Procesmodel van Belsky (1984)
Veel factoren hebben invloed op ouders. Deze factoren hebben dan weer invloed op de
manier waarop ouders hun kinderen opvoeden.
,Transactioneel model van Sameroff (1975)
Model gaat over de relatie tussen het kind en een van de opvoeders over de tijd. combinatie
van aanleg en omgeving hoe je je ontwikkelt. Kind bepaald ook heel veel over hoe de
opvoeding er uit ziet.
Gehechtheidstheorie, Bowlby
Nabijheid bij de ouder zorgt voor een grotere overlevingskans van de nakomelingen.
De theorie dat er een aageboren neiging van kinderen is om nabijheid en contact te zoeken
met ouders of verzorgers, vooral bij angst, ziekte of vermoeidheid.
Imprinting (lorentz, 1971)
Maximale gevoeligheid van bijvoorbeeld kuikens is tussen het 13de en 16de uur na
het verlaten ei.
Gedrag imprenten tijdens het maximale gevoeligheids window. blijft bij voor vrijwel de
rest van het leven.
Een beschermende verzorger is belangrijker dan een verzorger die voedsel biedt.
Constante interacties tussen opvoeder en kind vormt de gehechtheidsrelatie in de eerste
levensjaren van het kind. hierdoor leer het kind veel over de opvoeder en wat deze opvoeder
te bieden heeft.
Kwaliteit van vroege gehechtheidsrelaties is van levensbelang.
Vriendschappen en relaties
Empathie
Zelfvertrouwen
Doorzettingsvermogen
Leervermogen
Deze gebeurtenissen zijn allemaal makkelijker om te ondergaan als je in je vroege
levensjaren een goede en stabiele gehechtheidsrelatie had met een opvoeder.
, Toegankelijkheid van het hogere onderwijs
2 types:
Formele toegankelijkheid (toetsen, cijfers en kwalificaties)
Begaanbaarheid in de praktijk. (Sociale factoren, voel je je thuis en op je plek etc?)
Functies van het onderwijs
Kwalificatie
Leren lezen, schrijven, rekenen enzovoort. Kwalificeren met kennis en een bepaalde
houding. Competenties op doen en leren. bepaalde eisen van de opleiding.
Selectie en allocatie
Iep toets bijvoorbeeld, het advies bepaald eigenlijk vrijwel hoe je weg naar het
hogere onderwijs er uit gaat zien. Dit is de selectie functie.
De allocatie functie gaat er over dat het mogelijk zou moeten zijn op basis van je
eigen capaciteiten een loopbaan zonder beïnvloed te worden. Het zou dus mogelijk
moeten zijn bijvoorbeeld om aan de universiteit te studeren terwijl bijvoorbeeld de
rest van je familie dit niet gedaan heeft, dit zou niet mee moeten spelen in jouw
loopbaan.
Selecteren gaat vaak op basis van welke kwalificaties je hebt.
Socialisatie
Iedereen burgerschap onderwijs gehad, als vorm van vak burgerschap of
bijvoorbeeld geïntegreerd in het vak maatschappijleer. Opvoedingsfunctie, normen
en waarden meegeven.
Subjectivicatie
Gert Biesta (filosoof en pedagoog die deze functie van het onderwijs erkent.)
Subjectivicatie gaat over het vormen van je eigen identiteit en het ontwikkelen van je
eigen normen en waarde.
Types wetenschappelijk onderzoek
Empirisch
Kwalitatief, diepgaande interviews.