01-09-2024
Functies van het onderwijs
Kwalificatie
Het leren van kennis en vaardigheden. Het onderwijs leren we inhouden
voorbereid zijn op beroepen of een vervolgopleiding.
Ook generieke vaardigheden zoals communicatie of manieren.
Hoort bij het functionalisme van Durkheim. Het aanleren van kennis stond
centraal om posities te kunnen verdelen volgens de meritocratie. Morele
waarde was ook heel belangrijk voor Durkheim. Hij zag scholen als kleine
samenlevingen om in te oefenen voor het betreden van de echte
samenleving.
Selectie en allocatie
Het onderwijs bepaalt welke positie mensen innemen in de samenleving.
Dat is de selectie functie, gaat vaak op basis van kwalificaties.
De allocatie functie is dat de plekken in de maatschappij eigenlijk
zouden moeten gaan op basis van je kennis en prestaties. Allocatie is dus
het geven van plekken in de maatschappij.
Als je hier kritisch naar kijkt moet je dus uit elke sociaal economische
positie elke positie in de maatschappij kunnen krijgen als we volgens een
meritocratisch systeem werken.
Komt vooral terug bij Marx en Weber in de conflicttheorie. Conflicttheorie
gaat over onwenselijke instandhouding van ongelijkheid door het
onderwijs in de maatschappij.
Socialisatie
Opvoedkundige kant van het onderwijs. Vormen van functionele burgers.
Maar ook vormen tot persoon met eigen identiteit. (wie ben ik in relatie
tot een ander? iedereen met eigen achtergrond).
Het overdragen van normen en waarden van generatie op generatie.
Belangrijke functie voor intergratie en sociale cohesie in de maatschappij.
Voorbeelden:
, Maatschappijleer les (bewust)
Uitleggen van de klassen regels (bewust)
Les anti-pesten (bewust)
Verborgen curriculum (onbewuste vorm van socialisatie).
Bijvoorbeeld nette kleren tijdens een presentatie, nooit genoemd
maar toch doet iedereen het.
Knelpunt, De normen en waarden die een school neerzet sluiten niet
altijd aan bij de opvoeding thuis bij kinderen. Normen en waarden van de
school kunnen verschillen dan die van thuis.
Subjectivicatie (Gert Biesta)
Omgaan met volwassen vrijheid in en met de wereld.
In en met de wereld
We zijn niet alleen in een bubbel. Je bent in een wereld met andere
mensen en met de natuur (klimaat crisis bijvoorbeeld). De wereld
begrenst ons ook. Ook de andere mensen in de wereld begrenzen jou
(andere mensen geven bijvoorbeeld grenzen aan in relaties, niet alleen
focussen op werk), rekening houden met anderen.
Welke grenzen zijn echt en welke niet? Welke grenzen zijn wel echt en
welke zijn machtsmisbruik?
Volwassen vrijheid is vrijheid die niet grenzeloos is.
Subject is iemand die volwassenvrijheid heeft. Je neemt initiatief tot
handelen, maar we zijn wel onderworpen aan hoe anderen reageren op je,
rekening houden met anderen. Anderen mensen ook behandelen als
subject. Altijd blijven twijfelen aan jezelf.
Object is iemand die niks te zeggen heeft en de volwassenvrijheid niet
neemt. alleen maar anderen volgen.
Samenvattend: Het is het zoeken naar een middenweg tussen
‘werelddestructie’ het overschrijden van grenzen en
‘zelfdestructie’ het niet nemen van je eigen vrijheid.
Het gaat over het nemen van je eigen vrijheid binnen de grenzen
die gesteld zijn door de wereld of door andere mensen.
Middenweg tussen je eigen vrijheid en het accepteren van de vrijheid van
anderen.
,Subjectivicatie in het onderwijs.
In het onderwijs dus stimuleren om vrijheid te hebben, kritisch te
zijn.
Wat ga je doen met je identiteit?
Interruptie: Er is ruimte voor kritiek, om vrijheid te nemen tijdens het
onderwijs. Het reageren op je leraar.
Suspensie: Tijd geven aan de leerlingen om zichzelf in relatie tot de
wereld te kunnen ontmoeten. Tijd geven voor leerlingen om kritisch te
denken en zelf na te denken.
Steun/onderhoud: Er is steun en zorg nodig, zodat leerlingen in de
spanning van ‘het midden’ (tussen wereld en zelfdestructie) te kunnen
blijven.
Voorbeeld:
Tijdens het benoemen van de klassenregels als leerling aangeven dat je
het er niet mee eens bent (interruptie) en als docent daar ruimte aan
geven en het gesprek over klassenregels open gooien (suspensie) en
blijven houden en bijvoorbeeld gedurende het jaar er nog aandacht aan
geven. (steun).
Educatie is als er ruimte is voor subjectivicatie in het onderwijs.
Als leerlingen dus behandeld worden als subject
Bij training is de leerling subject en wordt de leerling getraind
naar een bepaald beeld maar is er geen ruimte voor kritiek.
Het is ook vrijwel onmogelijk om alle functies van het onderwijs te
scheiden, bijna in elke les worden alle functies van het onderwijs
behandeld en geleerd.
Hedendaags thema, De meetcultuur in het onderwijs.
Nadruk ligt op het meten van prestaties door middel van toetsen en
cijfers.
Meet cultuur is complex in relatie tot de functies van het onderwijs.
Te hoge nadruk op toetsen leidt tot verwaarlozing van de socialisatie en
subjectivicatie functie van het onderwijs.
Toetsing
Functie van toetsing:
Summatief: aan het einde van het leerproces wanneer de
toetsresultaten meetellen.
, Formatief: toetsen tijdens het leerproces, bijsturen waar nodig.
Kwaliteit van toesten:
Validiteit: Meet de toets ook echt wat het zou moeten meten?
Betrouwbaarheid: Leerling haalt steeds dezelfde uitslag als een
toets herhaald wordt.
Postmodernisme
‘critical education theorie’. Verschillen mogen bestaan. Lokale
vraagstukken zijn relevant. Eindeloze groei niet mogelijk, er is ook een
grens op de wetenschap. Kijken naar het individu en lokaal in plaats van
naar de maatschappij.
Postmodernisme bouwt verder op modernisme, maar stelt dat het niet
mogelijk is om een systeem op te stellen dat gelijk is voor iedereen, en
gaat ervan uit dat de realiteit is dat we leven in een wereld waar
ongelijkheid en verschillen domineren.
Postmoderne thema’s
Nadruk op lokale behoefte en verklaringen
Theorie en praktijk moeten een gelijke rol hebben. Moeten
verbonden worden.
Scholen kunnen plaatsen zijn waar democratische veranderingen
plaats kunnen vinden, met aandacht voor emancipatie
Belang voor alle stemmen, iedereen moet gehoord worden.
Meerdere perspectieven op alle onderwerpen.
Kennis is nooit objectief, Kennis is een sociaal construct dat
verband houdt met machtsstructuren en dominantie.
Door een dialoog over klasse, etniciteit, religie en status dichter
bij elkaar kan komen en begrip kan krijgen over en voor elkaar.
Functionele theorie en Emile Durkheim (1858-1917)
Maatschappij is belangrijker dan het individu.
Nadruk op de verbinding tussen mensen.
Moraliteit wordt gevormd door discipline, toewijding aan een groep
en onafhankelijkheid in handelen.
Meritocratie, Onze prestaties maken dat we een bepaalde posities
krijgen in de maatschappij en dus niet op basis van je achtergrond.
Onderwijs draagt daarbij aan mee aan de kapitalistische samenleving