ontwikkelingspsychologie
09/04/2025
Week 1 – Introductie week
De basics van de ontwikkelingspsychologie
Wat is ontwikkeling?, Ontwikkeling is “de ordelijke, systematische
voortgang en verandering over de life-span op fysieke, biologische en/of
psychologische gebieden als gevolg van biologische rijping en/of leren”.
Dit gebeurt op allerlei verschillende psychologische gebieden, deze
gebiden zijn als volgt, lichamelijk, cognitief, metacognitief, sociaal en
emotioneel.
Ontwikkeling is een (dis)continu en cumulatief proces dat holistisch
en zeer plastisch is en sterk beïnvloed wordt persoons- en
omgevingsfactoren maar ook door de historische en culturele context
waarin het plaatsvindt.
Continu betekent dat de ontwikkeling verder bouwt op vorige
ontwikkelingen. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de vocabulaire. Je
bouwt verder op de vorige vocabulaire die je al hebt opgebouwt.
Discontinu betekent dat de ontwikkeling in sprongen verloopt. Dit is
bijvoorbeeld de overgang van kruipen naar lopen.
Waarom ontwikkelen mensen eigenlijk? Ontwikkeling van de mens gaat
door 2 processen. Door het proces van maturation en learning. Maturation
is het ontwikkelen als gevolg van onze genen en learning is het
ontwikkelen als gevolgd van ervaringen die we ervaren.
De menselijke ontwikkeling is een cumulatief en continu proces. Het is
een holistisch proces omdat elk gebied van de ontwikkeling elkaar
beinvloed. Zo beinvloed de cognitieve ontwikkeling bijvoorbeeld de taal
ontwikkeling enzovoort.
Wat ook bij de ontwikkeling hoort
Er zijn verschillende factoren die ook invloed hebben op de ontwikkeling
van mensen. Deze factoren zijn als volgt.
,Normatieve leeftijdsgerelateerde invloeden: biologische en
omgevingsinvloeden die horen bij een bepaalde leeftijdsgroep die in
prinicipe voor alle individuen van die groep gelden, zoals de puberteit, of
pensionering. Dingen die voor ons allemaal gelden zoals bijvoorbeeld het
gaan door de pubertijd.
Normatieve geschiedenisgerelateerde invloeden: invloeden die
horen bij een behaalde generatie of cohorten, zoals technologische
revoluties zoals de computer of AI, international conflicten, klimaatcrisis).
Niet-normatieve life events (gebeurtenissen op individueel
niveau): invloeden die grote impact kunnen hebben maar die relatief
uniek zijn voor een individu, zoals overlijden van een kind, de loterij
winnen).
Het model van bronfenbrenner is een model waarin goed te zien is hoe de
invloeden uit de omgeving invloed hebben op de ontwikkeling van het
kind.
Manieren om ontwikkeling te onderzoeken
Er zijn heel veel verschillended methodes om ontwikkeling te kunnen
onderzoeken. Dit gebeurt wel altijd volgens de wetenschappelijke
methode wat wil zeggen dat er gebruik gemaakt wordt van objectieve,
valide en betrouwbare data om theorieen op te stellen en andere
theorieen te verwerpen of accepteren. Voorbeelden van de methode die
gebruikt kunnen worden staan hier onder:
- zelf-rapportages (vragenlijsten, interviews, dagboek);
- klinische methoden (dezelfde startvraag maar response van het
kind bepaalt de volgende vraag)
- observationele methoden (lab- of > natuurlijke omgeving, in
gestructureerde of ongestructureerde vorm);
- case-studies (N=1). Gebruik je vaak bij stoornissen die niet vaak
voorkomen. Je kunt bijna geen groot onderzoek opzetten omdat er
maar weinig mensen zijn met de stoornis.
- etnografische methoden (leven met deelnemen aan). Hier ga je als
onderzoeker meedoen aan het leven van de omgeving bij iemand
met een stoornis.
- psychofysiologische methoden (hersenactiviteit, hart, e.d.)
Het onderzoeken met deze methode gaat altijd volgens de empirische
cyclus.
Bij het verzamelen van data blijft validiteit en betrouwbaarheid belangrijk.
Validiteit gaat over of je meet wat je wil meten en betrouwbaarheid gaat
over of je dezelfde resultaten zal krijgen onder dezelfde omstandigheden.
,Er zijn ook verschillende studie designs om verschillende dingen te
onderzoeken. Die zal ik hieronder uitleggen.
Doelen van het onderzoeken van ontwikkeling
Onderzoekers van ontwikkeling richten zich op drie hoofd doelen: het
beschrijven, begrijpen en optimaliseren van ontwikkeling. Het
beschrijven van ontwikkeling vereist het volgen van zowel algemene
patronen als individuele veranderingen, aangezien geen twee mensen
hetzelfde zijn.
Een normatieve ontwikkeling verwijst naar de gemeenschappelijke
ontwikkelingsstadia die iedereen meemaakt, zoals de puberteit. Een
normatieve geschiedenis-gerelateerde ontwikkeling is typisch voor
een bepaalde generatie, bijvoorbeeld het gebruik van TikTok in de huidige
generatie. Een niet-normatieve ontwikkeling is een individuele
gebeurtenis die de persoonlijke ontwikkeling beïnvloedt, zoals het winnen
van de loterij.
Verschillende studie designs om verbanden tussen factoren te
onderzoeken
Correlationele designs: Onderzoeksmethoden waarbij geen interventie
of manipulatie van een onafhankelijke variabele (IV) plaatsvindt. Er wordt
uitsluitend gekeken naar verbanden tussen variabelen, zonder een
oorzaak-gevolgrelatie te specificeren. De sterkte en richting van deze
verbanden worden weergegeven met een correlatiecoëfficiënt, die is
aangegeven door r tussen -1 en 1, positiviteit of negativiteit geeft de
richting van het verband aan.
Experimentele designs: Onderzoeksmethoden gericht op het
vaststellen van oorzaak-gevolgrelaties. Dit gebeurt door één of meerdere
onafhankelijke variabelen (IV) te manipuleren en controle uit te oefenen
op storende variabelen. Dit kan plaatsvinden in een laboratorium (met
hoge controle) of in een natuurlijke omgeving (met verhoogde ecologische
validiteit). Wanneer volledige controle ontbreekt, spreekt men van een
natuurlijk of quasi-experimenteel design.
Cross-culturele studies: Onderzoek waarin deelnemers uit verschillende
(sub)culturen worden vergeleken om universele patronen in ontwikkeling
te identificeren. Dit helpt bij het onderscheiden van aangeboren en
aangeleerde aspecten van ontwikkeling.
Studie designs voor het onderzoeken van de ontwikkeling
Onderzoekers gebruiken verschillende onderzoeksstrategieën om de
ontwikkeling van individuen over tijd te bestuderen. Deze strategieën
, kunnen onder andere cross-sectioneel, longitudinaal, sequentieel en
microgenetisch design omvatten.
Cross-sectioneel design vergelijkt verschillende leeftijdsgroepen
op één moment in de tijd. Dit design is snel en efficiënt omdat het
gegevens verzamelt van verschillende leeftijdsgroepen in één keer.
Het nadeel is echter dat het cohort-effecten kan introduceren,
waardoor het moeilijk is om veranderingen in individuele
ontwikkeling over de tijd te volgen.
Longitudinaal design houdt in dat dezelfde deelnemers over een
langere periode herhaaldelijk worden onderzocht. Dit biedt
inzichten in normatieve ontwikkelingspatronen en de
stabiliteit van individuele kenmerken. Het maakt het ook
mogelijk om te onderzoeken hoe vroege ervaringen samenhangen
met latere uitkomsten. Dit design is echter kostbaar en
tijdrovend en kan beïnvloed worden door oefeneffecten
(deelnemers worden test-vaardiger) en selectieve uitval,
waardoor de steekproef mogelijk niet representatief is.
Sequentieel design combineert de voordelen van zowel cross-
sectioneel als longitudinaal onderzoek door deelnemers van
verschillende leeftijden te selecteren en hen over tijd te volgen. Het
maakt het mogelijk om zowel longitudinale als cross-sectionele
vergelijkingen te maken, wat helpt om cohort-effecten te
identificeren en uit te sluiten. Dit design is efficiënter dan een puur
longitudinaal design, maar de analyse van de gecombineerde
data kan complex zijn.
Microgenetisch design richt zich op een intensieve bestudering
van deelnemers over een korte periode waarin een belangrijke
ontwikkelingsverandering plaatsvindt, zoals bijvoorbeeld
taalontwikkeling of de puberteit. Dit biedt gedetailleerde
inzichten in de processen en mechanismen achter
ontwikkelingsveranderingen. Het nadeel is echter dat dit design
tijdrovend en kostbaar is, en de kleine steekproeven kunnen de
generaliseerbaarheid van de bevindingen beperken.
Sequentieel design
Een sequentieel design combineert kenmerken van longitudinaal en
cross-sectioneel onderzoek om leeftijdsgerelateerde veranderingen te
bestuderen en cohorteffecten te controleren.
In dit model worden meerdere leeftijdsgroepen (cohorten) op
verschillende momenten getest. Er zijn drie soorten vergelijkingen: