persoonlijkheidsleer
Week 1 – Introductieweek:
psychoanalystische benaderingen
Wat is persoonlijkheid?
Volgens Larsen & Buss (schrijvers van het boek) is persoonlijkheid de
set psychologische trekken (traits) en mechanismen binnen het
individu die zijn geordend en redelijk stabiel over tijd zijn.
Persoonlijkheid heeft invloed op interactie en aanpassingen aan de
intrapsychische, fysieke en sociale omgevingen.
Psychologische trekken zijn kenmerken waarin individuen onderling van
elkaar verschillen en/of overeenkomen.
Belangrijke concepten binnen definitie van
persoonlijkheid
Hieronder wordt de definitie van persoonlijkheid in stukken gehad en
uitgewerkt.
Psychologische trekken ...
Binnen het onderzoek naar persoonlijkheid worden vier centrale vragen
gesteld over psychologische trekken:
1. Hoeveel trekken zijn er?
Het is bijna onmogelijk om het exacte aantal trekken vast te
stellen. Het perspectief op trekken verandert bovendien door de tijd
heen. Een eigenschap die vroeger als avontuurlijk werd gezien,
kan nu als roekeloos worden beschouwd – en andersom.
2. Hoe zijn trekken georganiseerd?
Hierbij wordt gekeken naar de structuur van persoonlijkheid: welke
verbanden bestaan er tussen verschillende trekken, zoals tussen
extraversie en impulsiviteit?
3. Wat is de oorsprong van trekken?
Waar komen trekken vandaan? Dit raakt aan het klassieke nature-
nurture debat. Zijn trekken aangeboren of worden ze
aangeleerd door de omgeving waarin iemand opgroeit?
, 4. Wat zijn de verbanden, correlaties en consequenties van
trekken?
Deze vraag richt zich op hoe trekken en psychologische
mechanismen samenhangen met de interacties die een individu
heeft met andere mensen en met zijn of haar omgeving.
Kennis van persoonlijkheidstrekken helpt bij het:
Beschrijven van persoonlijkheidsdimensies
Verklaren van gedrag
Voorspellen van toekomstig gedrag
Mechanisme binnen personen ...
Mechanismen verwijzen naar de psychologische processen die horen
bij een bepaalde persoonlijkheidstrek. Ze bepalen hoe iemand
informatie verwerkt en op situaties reageert. Bijvoorbeeld: iemand die
praatgraag is, zal sneller de neiging hebben om contact te zoeken met
anderen dan iemand die minder spraakzaam is.
Deze mechanismen bestaan uit drie kernonderdelen:
1. Input – Wat iemand waarneemt of opmerkt in een bepaalde
situatie.
2. Decision rules (de zogenaamde black box) – De interne regels
of processen die bepalen hoe iemand die input interpreteert.
3. Output – Het gedrag of de reactie die daaruit voortkomt.
Geordend en stabiel over de tijd ...
Persoonlijkheid is over het algemeen geordend en stabiel binnen
individuen. Dit betekent dat we min of meer dezelfde persoon blijven,
zowel in verschillende contexten als door de tijd heen.
Persoonlijkheid is ook georganiseerd op een coherente manier. Zo
kan de ene behoefte tijdelijk belangrijker zijn dan de andere.
Bijvoorbeeld: als iemand honger heeft, krijgt de behoefte aan voedsel
voorrang boven de behoefte aan intimiteit. Zodra die eerste behoefte
vervuld is, kunnen andere behoeften de overhand nemen.
Daarnaast is persoonlijkheid stabiel over de tijd. Hoewel er kleine
schommelingen kunnen zijn, blijven onze persoonlijkheidstrekken over
het algemeen hetzelfde van dag tot dag, week tot week, en zelfs over
langere periodes.
Tot slot speelt persoonlijkheid een sleutelrol in hoe we onze omgeving
vormgeven en daarmee ook in hoe ons leven eruitziet.
,Interacties en aanpassingen aan intrapsychische, fysieke en
sociale omgevingen ...
Persoonlijkheid beïnvloedt hoe we omgaan met onze omgeving – zowel
op intrapsychisch, fysiek als sociaal niveau. Deze interacties en
aanpassingen komen tot uiting in verschillende vormen:
Perceptie – De manier waarop we onze omgeving interpreteren.
Twee mensen kunnen totaal verschillend reageren op dezelfde
situatie, afhankelijk van hun persoonlijkheid.
Selectie – De keuzes die we maken in welke situaties of mensen
we opzoeken. Onze persoonlijkheid speelt hierin een grote rol.
Evocaties – De reacties die we, vaak onbewust, bij anderen
oproepen. Denk aan iemand die van nature vriendelijk overkomt en
daardoor eerder sympathie oproept, of juist het
tegenovergestelde.
Manipulaties – De manieren waarop we anderen bewust
proberen te beïnvloeden, om bijvoorbeeld een bepaald doel te
bereiken.
Adaptieve functie van persoonlijkheid – Om doelen te
bereiken, moeten we ons kunnen aanpassen, bijsturen of
uitdagingen aangaan. Persoonlijkheid ondersteunt ons in dit
proces.
Fysieke omgevingsfactoren – Persoonlijkheid helpt ons om
bedreigingen te herkennen en kansen te benutten in zowel de
fysieke als de sociale omgeving.
Intrapsychische omgeving – Dit verwijst naar onze interne
wereld, bestaande uit herinneringen, verlangens,
overtuigingen en ervaringen. Deze innerlijke factoren
beïnvloeden hoe we situaties beleven en erop reageren.
3 niveaus van persoonlijkheid
Persoonlijkheid kan worden bestudeerd op drie verschillende niveaus,
die samen een compleet beeld geven van hoe mensen van elkaar
verschillen en overeenkomen:
1. Human nature – Dit niveau gaat over wat universeel is en geldt
voor alle mensen. Denk aan eigenschappen die typisch
menselijk zijn, zoals het vermogen tot taal, de behoefte aan
verbinding, of het streven naar veiligheid.
, 2. Individuele en groepsverschillen – Op dit niveau kijken we naar
kenmerken die sommige mensen wel hebben en anderen niet.
Denk aan persoonlijkheidstrekken (zoals extraversie of
neuroticisme), maar ook aan culturele verschillen, genderrollen
en andere vormen van groepsgebonden variatie.
3. Individuele uniciteit – Dit niveau draait om wat jou uniek maakt.
Het omvat die persoonlijke combinatie van eigenschappen,
voorkeuren, overtuigingen en gedragingen die alleen bij jou als
individu horen en jou onderscheiden van iedereen anders.
6 domeinen van onderzoek binnen persoonlijkheid
Binnen de persoonlijkheidspsychologie worden zes belangrijke domeinen
van onderzoek onderscheiden. Elk domein belicht een ander aspect van
hoe persoonlijkheid functioneert:
1. Dispositioneel domein – Richt zich op persoonlijkheidstrekken
en neigingen die mensen van elkaar onderscheiden. Dit domein
onderzoekt hoe stabiel deze trekken zijn over tijd en in welke mate
ze gedrag beïnvloeden.
2. Biologisch domein – Bestudeert de invloed van genetica,
psychofysiologie (zoals hersenactiviteit en hormonen) en
evolutionaire processen op persoonlijkheid.
3. Intrapsychisch domein – Gaat over innerlijke mentale
mechanismen en conflicten, vaak onbewust, zoals verlangens,
afweermechanismen en innerlijke strijd (denk aan
psychoanalytische theorieën).
4. Cognitief-ervaringsdomein – Richt zich op gedachten,
gevoelens, ervaringen en ook op intelligentie. Hoe mensen
informatie verwerken en hoe ze hun subjectieve wereld beleven,
staat hierin centraal.
5. Sociaal en cultureel domein – Onderzoekt de invloed van de
sociale omgeving, cultuur en gender(rollen) op persoonlijkheid.
Hoe beïnvloedt de context waarin iemand leeft diens gedrag en
ontwikkeling?
6. Aanpassingsdomein – Bestudeert hoe mensen zich aanpassen
aan de eisen van het leven. Thema’s als coping, stress,
gezondheid en adaptatie staan hier centraal.