Baggerman, K. (2020). Migratieachtergrond? Volgens de Leefbaarometer maak jij je wijk
dan slechter. Stadszaken, 16-6-2020. Online beschikbaar via:
Migratieachtergrond? Volgens de overheid maak jij je wijk slechter - Stadszaken.nl
Wat probeert dit artikel te onderzoeken of te bewijzen?
Dat overheidsmethodieken zoals de Leefbaarometer systematisch racisme
onderhouden.
Waarom is dat belangrijk?
De leefbaarometer vormt de basis voor beleidsvorming in Nederland, er ontstaan
dus racistische en discriminerende ‘beleiden’.
Hoofdvraag: Vormt de leefbaarometer een eerlijke basis voor beleidsvorming?
Belangrijke concepten:
Leefbaarheid – Leefbaarheid is de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en
wensen die er door de mens aan worden gesteld = subjectief
Leefbaarometer – Methode om de leefbaarheid te meten = eenzijdig
Onderzoeksmethode: Het model berekent scores voor wijken op basis van de 49
indicatoren (veiligheid, voorzieningen, fysieke omgeving, woningen, bevolking). In de
bevolkingsdimensie is opgenomen het aandeel bewoners met niet-westerse
migratieachtergrond; dit heeft volgens het model direct een negatieve invloed.
Conclusie:
Een goed leefbare wijk is overwegend wit en West-Europees, aldus de methodiek.
Want het aandeel mensen met een niet-westerse achtergrond heeft een direct negatieve
impact op de score.
In de leefbaarometer is de groep zonder migratieachtergrond de normgroep,
waartegen andere groepen worden afgemeten. Die benadering rijmt volgens Crul niet
met de heterogene bevolkingssamenstelling van Nederland.
Hochstenbach, Uitermark en Van Gent concludeerden dat de ogenschijnlijk
objectieve statistiek van instrumenten als de Leefbaarometer onacceptabele politieke
keuzes – het toewijzen van woningen op basis van persoonskenmerken – legitimeert.
De causaliteit tussen een niet-westerse bewonerssamenstelling en slechtere
leefbaarheid is dubbelzinnig; is de leefbaarheid slechter door die groepen of gaan die
groepen wonen op plekken met een slechter leefbaarheid?
Bevolkingssamenstelling is meer een proxy (indicator) voor andere factoren die
de leefbaarheid verslechteren. Daarbij is opleidingsniveau een veel sterkere factor dan
etniciteit.
Etniciteit moet wel gemeten blijven worden, maar gebruikt worden om problemen
(zoals discriminatie) op te lossen. Kritiek: het moet specifieker; ‘Westers’, ‘niet-Westers’
en ‘Oost-Europees’ creëren valse aannames (westers=beter)
,Bolt, G., Favier, T. & Lubberts, R. (2019). De leefbaarometer. Geografie. September 2019.
Online beschikbaar via:
De leefbaarometer
Wat probeert dit artikel te onderzoeken of te bewijzen?
Informeren over het ontstaan, het gebruik en de gebreken van de leefbaarometer.
Waarom is dat belangrijk?
Zodat mensen (studenten bijvoorbeeld) die de leefbaarometer als bron of dienst
gebruiken, weten wat de sterke punten van deze methode zijn, maar ook vooral
wat de zwakke punten van deze methode zijn.
Hoofdvraag: Hoe is de leefbaarometer ontstaan en wat zijn de sterktes en beperkingen
van deze methode voor het meten van leefbaarheid?
Belangrijke concepten:
Indicatoren – Data + bewonersoordelen om leefbaarheid in te schatten
Satisfiers – Kenmerken die positief bijdragen aan de bewonersoordelen
Dissatisfiers – Kenmerken die negatief bijdragen aan de bewonersoordelen
Schrijfmethode: Observerend, informerend
Conclusie:
Veiligheid, voorzieningen en fysieke omgeving (bouw, groen) dragen sterk bij; de
bevolkingsdimensie draagt relatief minder bij.
Het instrument is nuttig voor beleid (diagnose, selectie wijken) maar gebruikers
moeten zich bewust zijn dat het niet direct “leefbaarheid” meet maar een schatting op
basis van indicatoren.
De leefbaarometer doelt slechts 55% van het leefbaarheidsoordeel te verklaren.
Risico: verkeerde interpretaties, stigmatisering of beleidsmaatregelen die te
simpel zijn.
Deijl, S. (2012). De rechtvaardigheid van de Leefbaarometer. AGORA Magazine voor
sociaalruimtelijke vraagstukken, 2012 (1) pp 23-25. Online beschikbaar via:
https://doi.org/10.21825/agora.v28i1.2194
Wat probeert dit artikel te onderzoeken of te bewijzen?
Onderzoekt of de leefbaarometer een eerlijke en passende selectie maakt als het
gaat om aanwijzen van ‘probleemwijken’ en het verdelen van overheidsgelden.
Waarom is dat belangrijk?
Omdat de keuze voor de indicatoren, en welke indicatoren belangrijker zijn,
bepaald welke wijken/buurten extra steun krijgen. Dit heeft direct invloed op
ongelijkheid dus.
Hoofdvraag: Selecteert de Leefbaarometer daadwerkelijk de wijken met de grootste
problemen, of werken de indicatoren onbedoeld oneerlijk en selectief?
Belangrijke concepten:
, Objectieve data – Data o.b.v. cijfers en feiten.
Leesdoel: Opiniërend/beargumenterend
Conclusie:
De leefbaarometer bevat tegenstrijdige indicatoren. Bijvoorbeeld,
eigenwoningbezit telt positief mee, maar verkoop van sociale huur telt negatief mee.
Achtergrondkenmerken van bewoners worden neergezet als directe oorzaak, dit
kan lijden tot stigmatisering.
CASUS: Schiedam-Oost kampt met veel problemen (armoede, criminaliteit,
slechte woningkwaliteit en spanningen). Toch komt het niet in aanmerking voor hulp,
omdat het niet de kenmerken van ‘probleemwijken’ heeft (veel flats, sociale huur, niet-
westerse migranten).
De leefbarometer kan dus échte probleemwijken missen.
De auteur pleit voor meer nadruk op directe probleemindicatoren (zoals
armoede, misdaad, schulden) en meer lokale kennis bij selectie.
Blauw, S. (2021) Het Best Verkochte Boek Ooit (met deze titel). Voorwoord: De pandemie
van de cijfers. De Correspondent, ISBN 978908307899. Niet online beschikbaar.
Wat probeert dit artikel te onderzoeken of te bewijzen?
Tijdens de coronaperiode stonden cijfers ineens centraal in het dagelijks leven.
Blauw stelt dat cijfers een enorme invloed hebben, op bijvoorbeeld beleid, gedrag
en emoties, maar dat ze ook misleidend kunnen zijn als ze verkeerd gebruikt of
geïnterpreteerd worden.
Waarom is dat belangrijk?
Ze wil de lezer waarschuwen voor misbruik van cijfers, leert je er kritisch mee om
te gaan en stelt dat cijfers nooit objectief zijn.
Hoofdvraag: Hoe kan het dat cijfers zowel misleidend als onmisbaar zijn en waarom is
het zo belangrijk dat we ze beter leren begrijpen?
Belangrijke concepten:
Cijferpandemie – het fenomeen dat we in de coronapandemie ineens overspoeld
werden met cijfers.
Cijfermisleidig – Cijfers kunnen (on)bewust verkeerd worde gebruikt om bepaalde
standpunten te versterken.
Schijn van objectiviteit – Cijfers lijken neutraal, maar achter elk getal zitten waarden en
keuzes.
Psychologische kant van cijfers – Mensen geloven sneller cijfers die hun gevoel/mening
bevestigen. (‘cherrypicking’)
Onderzoeksmethode: Blauw haalt voorbeelden aan (zoals Trump tijdens de
coronacrisis) om te illustreren hoe cijfers selectief gebruikt kunnen worden en geeft de
lezer naar aanleiding daarvan tools mee om cijfermisleiding te herkennen.
Conclusie: