Hoorcollege week 1 – strafprocesrecht
Strafrecht = publiekrecht
Relatie tussen burgers en overheid
Ten behoeve van de samenleving
Verschillen met civiel recht (horizontale relatie)
Strafrecht = sanctierecht
Gericht op het opleggen van straffen/maatregelen
Strafdoelen:
Straffen/vergelden – leed van slachtoffers vergelden
*oordeel uitspreken over maatschappelijk onacceptabel gedrag
Generale preventie – anderen laten voorkomen een strafbaar feit te plegen
Speciale preventie – voorkomen dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit begaat
*opsluiting & leren van de fouten
Reparatie – herstel van de schade van het slachtoffer
*Verenigingstheorie: meerdere strafdoelen met elkaar combineren
Ingrijpende effecten voor veroordeelden (maar ook slachtoffers)
Strafrecht staat voor rechtsbescherming en instrumentaliteit:
Bescherming van fundamentele rechten van zowel verdachte en veroordeelde als
(potentiële) slachtoffers (tegen strafvorderlijke overheid)
Wanneer mag overheid strafrecht inzetten?
- Meer bevoegdheden aan uitvoerende macht bieden
- Veel inbreuk maken op vrijheidsrechten
*Evenwicht hiertussen is noodzakelijk
Strafrecht als rechtsgebied
Materieel strafrecht: Algemeen deel en bijzonder deel
*Misdrijven en overtredingen
Strafprocesrecht: verwezenlijking van materieel strafrecht
- Hoe en door wie wordt onderzocht of er een strafbaar feit is begaan?
- Welke toepassingsvoorwaarden mogen worden toegepast?
- Welke strafrechtelijke sancties worden opgelegd?
Strafrechtelijk sanctierecht (algemeen deel WvSr)
*tenuitvoerlegging staat in WvSv
WAT IS STRAFRECHT?
,Aard en functies van strafprocesrecht:
Uitgangspunt: juiste toepassing van het materiële strafrecht op daders mogelijk maken
- Mogelijk maken van speciale en generale preventie
- Voorkomen van eigenrichting (zelf heft in handen nemen)
- Maatschappelijke onrust onderdrukken (de overheid heeft het onder controle)
- Genoegdoening slachtoffer (zich laten horen / herstel schade)
*Procedurele rechtvaardigheid: het strafrecht wordt toegepast. Via rechtvaardige procedure een
strafbaar feit aan de rechter voorleggen.
Eigen functie strafprocesrecht
Het strafprocesrecht stelt behoorlijkheidseisen aan de wijze van opsporing, vervolging en berechting
en schept juridische waarborgen voor de verdachte.
Garandeert een zekere rechtsbescherming tegen de overheid (secundaire controle)
Structuur van het strafprocesrecht
Vooronderzoek >dagvaarding >eindonderzoek
Vooronderzoek: getemperd (gematigd) inquisitoir
Artikel 132 Sv
Verzamelen van bewijsmateriaal en voorbereiden vervolgingsbeslissing
*Dulden dat overheid strafvorderlijke bevoegdheden jegens jou uitoefent. Het is aan
voorwaarden verbonden (willekeur)
Andere vormen: verkennend onderzoek/strafrechtelijk financieel onderzoek
In het vooronderzoek heb je als verdachte bepaalde rechten
Eindonderzoek: eerste aanleg (rechtbank heeft beslist over jouw zaak)
Hoger beroep bij Gerechtshof: hogere rechter gaat naar de strafzaak kijken
In cassatie bij de Hoge Raad: rechtsvraag: was er een bevoegdheid om dit te doen?
Gebrekkige motivering van Gerechtshof
Kan terug naar het hof
Eindonderzoek: gematigd accusatoir
Artikel 268-366a Sv
*Je hebt partijen tegenover het individu. Individu wordt bijgestaan door zijn raadsman
Verschillende soorten rechters
Schakel tussen voor- en eindonderzoek is de dagvaarding
In de dagvaarding staat de tenlastelegging (waar het OM jou van
verdenkt)
Relatief belang van het eindonderzoek:
- Veel zaken komen niet op zitting, want worden (voorwaardelijk) geseponeerd of
buitenrechtelijk afgedaan (ZSM, strafbeschikking)
- Op terechtzitting wordt vooral strafdossier besproken
Deelnemers aan het strafprocesrecht
Opsporingsonderzoek:
, - Opsporingsambtenaren
- Verdachte (inclusief raadsman)
- Hulp Ovj
Ovj (OM) (leiding van opsporingsonderzoek)
- Rechter-commissaris (zelf onderzoekshandelingen verrichten
- Raadkamer Rechtbank (in bewaring houden)
Ovj stelt dagvaarding op
Eerste aanleg:
- Rechtbank
- Slachtoffer om strafbare feit te bespreken
- Getuigen op de zitting
- Deskundigen
Bronnen van strafprocesrecht
Wetboek van Strafvordering (I en II)
Bijzondere wetten
Internationale rechtsinstrumenten
Lagere wetgeving en beleidsregels (valt niet onder legaliteit)
Ongeschreven recht (beginselen van goede procesorde)
Het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel
- Artikel 1 Sv
- ‘Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien’
- Meer dan beperkte inbreuken op rechten en vrijheden vereisen een specifieke wettelijke
grondslag (HR Bloedproef)
- Uitgangspunt van strikte rechterlijke interpretatie
Artikel 1 bindt het strafvorderlijk optreden van overheidsfunctionarissen aan de wet
1. Vereiste van een wettelijke grondslag
- Expliciete bevoegdheid
- ‘Inlezen’ in wettelijke bevoegdheid
- Niet steeds het WvSv
- Betekenis van bijzondere wetten
- Delegatie is toegestaan
- Betekenis van beleidsregels
- Betekenis van algemene taakstelling politie
2. Toetsing van het concrete optreden
- Toetsing aan geschreven recht
- En aan ongeschreven recht: beginselen van goede procesorde
Proportionaliteit
Subsidiariteit
Vertrouwensbeginsel
gelijkheidsbeginsel
Hoorcollege week 2 – vooronderzoek en dwangmiddelen
Fasen en vormen van opsporing: