Evy Kruisifikx - 534013
PROBLEEM 3
Leerdoelen
1. Hoe verloopt de cognitieve ontwikkeling van een kind?
2. Hoe verloopt de morele ontwikkeling van een kind?
3. Hoe verloopt de hechting van een kind?
Bronnen
- Cacioppo hoofdstuk 11
- Meyers hoofdstuk 3
- Nolen-Hoeksema hoofdstuk 3
- Artikel
Hoe verloopt de cognitieve ontwikkeling van een kind?
Cognitie: alle mentale activiteiten die verband houden met denken, weten,
herinneren en communiceren.
Jean Piaget
Discontinuïteitsbenadering: cognitieve vaardigheden ontwikkelen zich in
regelmatige stadia. Cognitie wordt volwassener naarmate het kind steeds
meer concepten gebruikt en schema’s organiseert om na te denken.
Verfijning van schema’s:
Assimilatie: er zijn geen wijzigingen nodig in het bestaande schema om de
nieuwe instantie toe te voegen (kind ziet een havik -> heeft vleugels,
heeft veren en kan vliegen dus het is een vogel)
Accommodatie: schema wordt aangepast aan de nieuwe informatie (kind
ziet een kiwi -> vliegt niet maar is wel een vogel)
Stadium Geschatte Hoogtepunten
leeftijd
Sensorimotorische fase Geboorte tot 2 Hier en nu in plaats van verleden en
jaar toekomst
Verkenning door middel van bewegen en
voelen
Object permanentie
Preoperationele fase 2-6 jaar Taalverwerving
Egocentrisme
Onlogische redenering
Concreet operationele 6-12 jaar Logische redenering
fase Beheersing van conserveringsproblemen
Leren door te doen
Formeel operationele 12 jaar en ouder Abstract redeneren
fase Idealisme
Verbeterde probleemoplossing
Sensomotorische fase
- Begint bij de geboorte en duurt tot het kind 2 jaar is
, Evy Kruisifikx - 534013
- Verkennen van relatie tussen acties en de gevolgen van de acties.
- Focus van de baby op het hier en nu in plaats van het verleden en
toekomst
- Verkennen nieuwe objecten door fysiek met ze in interactie te
treden (voornamelijk door het in hun mond te stoppen)
- Objectpermanentie: het vermogen om mentale representaties te
vormen van objecten die niet langer aanwezig zijn
o Kinderen jonger dan 6 maanden lijken geen duidelijke
herinneringen of mentale representaties voor objecten te
kunnen vormen als ze uit het ‘heden’ zijn verwijderd. Ze
denken dat het niet meer bestaat. Na ongeveer 8 maanden
beginnen baby’s te tonen dat ze dingen onthouden die ze niet
kunnen zien.
o Als Piaget zijn horloge bedekte terwijl een kind toekeek, zocht
een kind tot 8 maanden er niet naar. Rond ongeveer 8
maanden worden baby’s persistenter en zochten ze naar het
bedekte horloge.
o Objectpermanentie valt samen met het bereiken van
voldoende groei in de prefrontale cortex
- Taalvaardigheden ontwikkelen zich snel (18 maanden: woordenschat
van 10-50 woorden, 2 jaar: woorden combineren in korte maar
zinvolle zinnen)
Preoperationele fase
- Van ongeveer 2 tot 6 jaar
- Nog niet beheersen van conserveringsproblemen (veranderen van
de vorm of uiterlijk verandert de hoeveelheid niet)
o De abruptheid waarmee kinderen conserveringstaken
beheersen, bracht Piaget ertoe te suggereren dat de
cognitieve ontwikkeling in fasen verloopt
- Egocentrisme: beperkt vermogen om andere standpunten dan die
van henzelf in te nemen (een foto laten zien -> de foto naar zichzelf
richten, verstoppen -> handen voor ogen)
- Overtuiging dat schijn echt is (oudere kinderen begrijpen dat
mensen in films verkleed zijn en zich gedragen als superhelden,
maar jongere kinderen geloven dat superhelden echt zijn en ook
echt kunnen vliegen)
- Fantasiespel en symbolisch denken komen op jongere leeftijd voor
dan Piaget veronderstelde (een onderzoeker liet kinderen een model
van een kamer zien en verborg een knuffelhond achter de
miniatuurbank. De 2,5 jarige herinnerden zich waar ze het
miniatuurspeelgoed konden vinden, maar die kennis ging niet over
in de echte wereld. Ze konden het model niet gebruiken om de
echte knuffelhond achter een bank in een echte kamer te
lokaliseren. 3 jarigen lukte dit wel en gingen meestal rechtstreeks
naar het knuffeldier in de echte kamer. Ze lieten zien dat ze het
model konden zien als een symbool voor de kamer).
Concreet operationele fase
PROBLEEM 3
Leerdoelen
1. Hoe verloopt de cognitieve ontwikkeling van een kind?
2. Hoe verloopt de morele ontwikkeling van een kind?
3. Hoe verloopt de hechting van een kind?
Bronnen
- Cacioppo hoofdstuk 11
- Meyers hoofdstuk 3
- Nolen-Hoeksema hoofdstuk 3
- Artikel
Hoe verloopt de cognitieve ontwikkeling van een kind?
Cognitie: alle mentale activiteiten die verband houden met denken, weten,
herinneren en communiceren.
Jean Piaget
Discontinuïteitsbenadering: cognitieve vaardigheden ontwikkelen zich in
regelmatige stadia. Cognitie wordt volwassener naarmate het kind steeds
meer concepten gebruikt en schema’s organiseert om na te denken.
Verfijning van schema’s:
Assimilatie: er zijn geen wijzigingen nodig in het bestaande schema om de
nieuwe instantie toe te voegen (kind ziet een havik -> heeft vleugels,
heeft veren en kan vliegen dus het is een vogel)
Accommodatie: schema wordt aangepast aan de nieuwe informatie (kind
ziet een kiwi -> vliegt niet maar is wel een vogel)
Stadium Geschatte Hoogtepunten
leeftijd
Sensorimotorische fase Geboorte tot 2 Hier en nu in plaats van verleden en
jaar toekomst
Verkenning door middel van bewegen en
voelen
Object permanentie
Preoperationele fase 2-6 jaar Taalverwerving
Egocentrisme
Onlogische redenering
Concreet operationele 6-12 jaar Logische redenering
fase Beheersing van conserveringsproblemen
Leren door te doen
Formeel operationele 12 jaar en ouder Abstract redeneren
fase Idealisme
Verbeterde probleemoplossing
Sensomotorische fase
- Begint bij de geboorte en duurt tot het kind 2 jaar is
, Evy Kruisifikx - 534013
- Verkennen van relatie tussen acties en de gevolgen van de acties.
- Focus van de baby op het hier en nu in plaats van het verleden en
toekomst
- Verkennen nieuwe objecten door fysiek met ze in interactie te
treden (voornamelijk door het in hun mond te stoppen)
- Objectpermanentie: het vermogen om mentale representaties te
vormen van objecten die niet langer aanwezig zijn
o Kinderen jonger dan 6 maanden lijken geen duidelijke
herinneringen of mentale representaties voor objecten te
kunnen vormen als ze uit het ‘heden’ zijn verwijderd. Ze
denken dat het niet meer bestaat. Na ongeveer 8 maanden
beginnen baby’s te tonen dat ze dingen onthouden die ze niet
kunnen zien.
o Als Piaget zijn horloge bedekte terwijl een kind toekeek, zocht
een kind tot 8 maanden er niet naar. Rond ongeveer 8
maanden worden baby’s persistenter en zochten ze naar het
bedekte horloge.
o Objectpermanentie valt samen met het bereiken van
voldoende groei in de prefrontale cortex
- Taalvaardigheden ontwikkelen zich snel (18 maanden: woordenschat
van 10-50 woorden, 2 jaar: woorden combineren in korte maar
zinvolle zinnen)
Preoperationele fase
- Van ongeveer 2 tot 6 jaar
- Nog niet beheersen van conserveringsproblemen (veranderen van
de vorm of uiterlijk verandert de hoeveelheid niet)
o De abruptheid waarmee kinderen conserveringstaken
beheersen, bracht Piaget ertoe te suggereren dat de
cognitieve ontwikkeling in fasen verloopt
- Egocentrisme: beperkt vermogen om andere standpunten dan die
van henzelf in te nemen (een foto laten zien -> de foto naar zichzelf
richten, verstoppen -> handen voor ogen)
- Overtuiging dat schijn echt is (oudere kinderen begrijpen dat
mensen in films verkleed zijn en zich gedragen als superhelden,
maar jongere kinderen geloven dat superhelden echt zijn en ook
echt kunnen vliegen)
- Fantasiespel en symbolisch denken komen op jongere leeftijd voor
dan Piaget veronderstelde (een onderzoeker liet kinderen een model
van een kamer zien en verborg een knuffelhond achter de
miniatuurbank. De 2,5 jarige herinnerden zich waar ze het
miniatuurspeelgoed konden vinden, maar die kennis ging niet over
in de echte wereld. Ze konden het model niet gebruiken om de
echte knuffelhond achter een bank in een echte kamer te
lokaliseren. 3 jarigen lukte dit wel en gingen meestal rechtstreeks
naar het knuffeldier in de echte kamer. Ze lieten zien dat ze het
model konden zien als een symbool voor de kamer).
Concreet operationele fase