Casus 1
Variant 1. Je gaat een maagkatheter verwijderen en de bloeddruk meten;
Bloeddruk meten:
Contra-indicaties:
- Dementie of verwardheid
- Boezemfibrilleren
- Zeer hoge tensie
- Lymfoedeem aan beide armen
- Niet aan de kant van een mamma-amputatie (i.v.m. met mogelijke lymfeverwijdering)
Handeling: Meten van de bloeddruk N.v.t Goed Kan Fout Niet
beter gedaan
1. Verzamelt de benodigdheden: □ □ □ □ □
1.1. Een manometer met een manchet van de juiste omvang □ □ □ □ □
1.2. Een stethoscoop □ □ □ □ □
1.3. Onsteriele gaasjes □ □ □ □ □
1.4. Alcohol 70 % □ □ □ □ □
2. Hanteert adequaat de werkwijze: □ □ □ □ □
2.1. Verzamelt de benodigdheden en controleert deze op □ □ □ □ □
werking. □ □ □ □ □
2.2. Reinigt de stethoscoop voor gebruik. □ □ □ □ □
2.3. Zorgt ervoor dat de manchet de juiste maat heeft voor de □ □ □ □ □
patiënt. □ □ □ □ □
2.4. Zorgt voor een rustige omgeving. □ □ □ □ □
2.5. Wast/desinfecteert de handen. □ □ □ □ □
2.6. Controleert de identiteit van de patiënt. □ □ □ □ □
2.7. Legt de procedure aan de patiënt uit. □ □ □ □ □
2.8. Helpt de patiënt in een ontspannen, achteroverliggende of □ □ □ □ □
zittende houding.
2.9. Bereidt de patiënt voor op het meten van de bloeddruk: □ □ □ □ □
a. Vraagt of de patiënt gedurende de laatste 15 minuten heeft
gerookt of actief is geweest. Zo ja, laat de patiënt enkele □ □ □ □ □
minuten rusten.
b. Vertelt de patiënt dat hij tijdens de meting niet mag bewegen □ □ □ □ □
of spreken.
2.10. Ontbloot de bovenarm van de patiënt en legt de arm licht
gebogen met de handpalm naar boven neer, waarbij de arm op
het niveau van het hart wordt ondersteund. □ □ □ □ □
2.11. Wikkelt de volledig lege manchet stevig rond de
bovenarm, met het midden van de manchet boven de
armslagader en de onderste rand ongeveer 2 cm boven de
elleboogplooi. □ □ □ □ □
2.12. Lokaliseert en palpeert de polsslagader met de □ □ □ □ □
vingertoppen.
2.13. Doet de oordopjes van de stethoscoop in de oren. □ □ □ □ □
2.14. Zorgt ervoor dat de stethoscoop vanaf de oren vrij omlaag □ □ □ □ □
hangt. □ □ □ □ □
2.15. Blaast de manchet op en palpeert de polsslagader: □ □ □ □ □
, a. Blaast de manchet snel en in één keer op. □ □ □ □ □
b. Blaast de manchet op tot 30 mmHg boven het niveau waarop □ □ □ □ □
het kloppen in de polsslagader niet meer voelbaar is.
2.16. Plaatst de kelk of het membraan van de stethoscoop □ □ □ □ □
lichtjes ter hoogte van de elleboogholte op de armslagader.
2.17. Laat de manchet geleidelijk met constante snelheid □ □ □ □ □
leeglopen (2-4 mmHg/seconde) totdat de eerste Korotkovtonen
hoorbaar zijn. □ □ □ □ □
2.18. Leest de systolische druk op de manometer af. □ □ □ □ □
2.19. Laat de manchet verder leeglopen totdat de
Korotkovtonen niet meer hoorbaar zijn. □ □ □ □ □
2.20. Leest de diastolische druk op de manometer af. □ □ □ □ □
2.21. Laat de manchet versneld leeglopen door het drukventiel □ □ □ □ □
volledig te openen.
a. Wacht tenminste 1 tot 2 minuten alvorens de bloeddruk □ □ □ □ □
eventueel opnieuw te meten. □ □ □ □ □
2.22. Verwijdert de manchet. □ □ □ □ □
2.23. Reinigt de manchet, de kelk/het membraan en de □ □ □ □ □
oordopjes van de stethoscoop met alcohol 70%.
2.24. Desinfecteert de handen. □ □ □ □ □
2.25. Noteert de bloeddrukwaarden volgens voorschrift. □ □ □ □ □
Hartfrequentie meten:
30 sec de pols palperen.
!! Benoem ook: zwak/ sterk, regelmatig/onregelmatig.
, Maagkatheter verwijderen:
Handeling: Verwijderen van een neus-maagsonde N.v.t Goed Kan Fout Niet
beter gedaan
1. Verzamelt de benodigdheden. □ □ □ □ □
1.1. Handdoek of celstofmat, papieren handdoek □ □ □ □ □
1.2. Houder met steriele normale spoelvloeistofoplossing □ □ □ □ □
1.3. 50 ml injectiespuit met kathetertop □ □ □ □ □
1.4. Doekjes/tissues □ □ □ □ □
1.5. Onsteriele handschoenen □ □ □ □ □
1.6. Sondeplug □ □ □ □ □
1.7. Afvalzak □ □ □ □ □
2. Bereidt zich adequaat voor. □ □ □ □ □
2.1. Controleert de voorschriften van de arts voor de □ □ □ □ □
verwijdering van de neus-maagsonde, regel van 5.
2.2. Bereidt de patiënt voor op het verwijderen van de □ □ □ □ □
sonde door uit te leggen dat dit onprettig kan zijn
in de neus en dat het hoesten, niezen of kokhalzen kan
veroorzaken. Wat glooiend laten zitten, half liggend.
2.3. Wast/desinfecteert zijn/haar handen en trekt onsteriele □ □ □ □ □
handschoenen aan.
3. Hanteert adequaat de werkwijze. □ □ □ □ □
3.1. Geeft de patiënt de tissue(s) en legt de handdoek over de □ □ □ □ □
borst van de patiënt.
3.2. Maakt de speld waarmee de sonde aan de kleding van de □ □ □ □ □
patiënt is bevestigd los, evenals de tape waarmee de sonde
aan de neus van de patiënt is bevestigd.
3.3. Spoelt de neussonde naar maag of darm door met □ □ □ □ □
20 ml normale spoelvloeistof. – hoeft tijdens PA niet, alleen
benoemen. □ □ □ □ □
3.4. Doet de plug in de sonde of sluit de sonde af door
deze dubbel te vouwen in je hand (met handschoen). □ □ □ □ □
3.5. Klemt de sonde dicht vlak bij de neus van de patiënt,
laat de patiënt diep inademen en de adem
inhouden, terwijl hij/zij de sonde verwijdert. □ □ □ □ □
3.6. Vouwt de sonde in een papieren handdoek, zodat de
patiënt hem niet meer ziet. □ □ □ □ □
3.7. Biedt een tissue aan om de mond en neus te reinigen. □ □ □ □ □
3.8. Gooit de wegwerpmaterialen in de afvalzak en brengt
de herbruikbare materialen terug naar de juiste plaats. □ □ □ □ □
3.9. Trekt de handschoenen uit, gooit deze weg en wast/
desinfecteert de handen.