Arrest Onderwerp Rechtsregel Casus Artt. Le
Verduistering Schending cautieplicht HR oordeelde dat hetgeen de agent De verdachte had een crossmotor
crossmotor en informatieplicht deed, in strijd was met art. 29 (2) en meegenomen tijdens een proefrit en bracht
27c (2) SV. deze niet terug. Zijn foto werd gedeeld
Desondanks leidde deze nadat de eigenaar aangifte had gedaan. Een
schendingen niet tot van de agenten herkende de verdachte en
bewijsuitsluiting, omdat de kwam hem toevallig tegen op straat en
verklaring van de verdachte niet knoopte een praatje aan met de verdachte
voor het bewijs was gebruikt (er De verdachte werd verhoord op straat
waren foto’s waarop verdachte zonder dat hij was aangehouden.
zichtbaar was met desbetreffende Tijdens dit verhoor werd hem niet
motor tijdens de ‘koop’). medegedeeld dat hij niet antwoorden
Rechtsregel; verplicht was (cautieplicht) en hij werd niet
Bij het verhoren van een niet- geïnformeerd over zijn recht op
aangehouden verdachte is het rechtsbijstand voorafgaand aan het verhoor.
verplicht om:
Art. 29 (2) jo.
1. De verdachte te informeren De advocaat van de verdachte ging in 2
27c (2) SV.
dat hij niet tot antwoorden cassatie omdat er niet was voldaan aan
verplicht is (cautieplicht, art. twee fundamentele waarborgen en stelde
29 (2) SV) dat deze schendingen tot bewijsuitsluiting
2. De verdachte te informeren moesten leiden.
over zijn recht op
rechtsbijstand voorafgaand
aan het eerste verhoor (art.
27c (2) SV.
Het niet naleven van deze
verplichtingen kan leiden tot
schending van de rechten van de
verdachte, maar hoeft niet
automatisch tot bewijsuitsluiting te
leiden (is afhankelijk van de
omstandigheden).
Project Toelaatbaarheid van De Hoge Raad oordeelde dat een In het kader van het project "Moerlander" Art. 160 WVW 2
Moerlander bewijs verkregen via verkeerscontrole op basis van hield de politie een bestelbus met Bulgaars
verkeerscontrole artikel 160 WVW niet mag worden kenteken staande voor een
(WVW). gebruikt als de werkelijke bedoeling verkeerscontrole. Tijdens deze controle werd
is om strafbare feiten op te sporen de verdachte gevraagd naar zijn identiteit,
zonder dat er sprake is van een waarna bleek dat hij gesignaleerd stond
, concrete verdenking. voor openstaande boetes. Bij nader
Indien een verkeerscontrole onderzoek werden in de bestelbus gestolen
wordt ingezet met het doel goederen aangetroffen. De verdediging
van opsporing, zonder dat stelde dat de controle een verkapte
aan de voorwaarden voor opsporingshandeling was zonder wettelijke
opsporing is voldaan, is grondslag, waardoor het verkregen bewijs
sprake van misbruik van onrechtmatig zou zijn.
bevoegdheid en is het
verkregen bewijs
onrechtmatig.
In dit specifieke geval concludeerde
de Hoge Raad echter dat er geen Als bij een verkeerscontrole een
sprake was van misbruik van selectiecriterium wordt gebruikt op de
bevoegdheid, omdat de controle afkomst van een kenteken, kan indirect een
plaatsvond in het kader van een onderscheid worden gemaakt naar de
verkeerscontrole en niet louter inzittenden van dat voertuig. Dit mag niet.
gericht was op opsporing.
Het verkregen bewijs werd
daarom als rechtmatig Let op!! De controlebevoegdheid van
beschouwd. art. 160 WVW is niet strikt afhankelijk
Deze uitspraak benadrukt het of het voertuig nog in beweging is of
belang van het juiste gebruik van dat de bestuurder nog in het voertuig
controlebevoegdheden en de aanwezig is.
grenzen tussen verkeershandhaving De bevoegdheid strekt zich volgens de
en strafrechtelijke opsporing. Hoge Raad ook uit tot situaties waarin
het voertuig kort daarvoor is bestuurd
en inmiddels geparkeerd is.
Hasselbaink t. Motivering verlenging Het EHRM oordeelde dat Nederland De heer Hasselbaink werd op 31 Maart 2016 Art. 5 (3) en 3
Nederland voorlopige hechtenis art. 5 (3) + (4) EVRM had gearresteerd en in voorlopige hechtenis (4) EVRM
geschonden: geplaatst. Na het horen van getuigen vroeg
Art. 5 (3) EVRM: de hij op 13 Juli om opheffing van zijn VH,
verlenging van de VH was omdat de nieuwe verklaringen de
onvoldoende gemotiveerd. verdenking zouden hebben verzwakt. De
De Nederlandse rechters rechtbank behandelde dit verzoek pas 22
hadden geen specifieke en dagen, de RB wees het verzoek af zonder in
actuele omstandigheden te gaan op de nieuwe verklaringen (geen
genoemd die de voortduring motivering). Het hoger beroep tegen
van de detentie beslissing werd pas 26 dagen later
, rechtvaardigen. behandeld, en op 1 september, ook
De behandeling van het afgewezen zonder inhoudelijke motivering.
verzoek tot opheffing van de Uiteindelijk werd Hasselbaink vrijgesproken.
VH en het daaropvolgende
hoger beroep duurden Is de VH van Hasselbaink in
respectievelijk 22 en 26 overeenstemming met de waarborgen van
dagen, wat niet voldoet aan art. 5 (3) + (4) EVRM, met name wat betreft
het vereisten van een de motivering van de voortduring van de
‘spoedige’ rechterlijke detentie en de snelheid van rechterlijke
beslissing = art. 5 (4) EVRM. toetsing van verzoeken tot
Het arrest benadrukt het belang van invrijheidstelling?
een zorgvuldige en tijdige
motivering bij beslissingen over VH,
waarbij rechters specifieke en
actuele omstandigheden moeten Toevoeging vanuit college: van belang is
overwegen en benoemen. dat het verzoek wordt gemotiveerd je
mag geen gebruik maken van
standaardmotivering (het aanvinken op
basisformulier volstaat niet).
Verhoor en Consultatierecht De HR stelt vast dat: In deze zaak ging het om een verdachte die Art. 6 EVRM 3
consultatierec voorafgaand aan Het recht op consultatie van een geen toegang had gekregen tot een
ht verhoor advocaat voor het eerste advocaat voorafgaand aan het
politieverhoor een belangrijk politieverhoor, terwijl hij daar wel om had
onderdeel is van het recht op een gevraagd. Desondanks had de politie hem
eerlijk proces, zoals bevestigd in toch verhoord, en zijn verklaring werd later
salduz- arrest. in de bewijsvoering gebruikt.
Als een verdachte De verdediging stelde dat dit in strijd was
uitdrukkelijk om een met het recht op een eerlijk proces, met
advocaat verzoekt name gewaarborgd in art. 6 EVRM, en dat
voorafgaand aan het het gebruik van de afgelegde verklaring
verhoor, en die niet krijgt, daarom uitgesloten moest worden van het
dan is sprake van een bewijs.
schending van het
consultatierecht. Mag een door de verdachte afgelegde
De verklaring van de verdachte mag verklaring, verkregen tijdens een
dan in beginsel niet voor het bewijs politieverhoor zonder voorafgaande
worden gebruikt, tenzij op grond consultatie van een advocaat, worden
van alle omstandigheden van het gebruikt voor het bewijs, indien hij
geval duidelijk is dat: uitdrukkelijk om een advocaat heeft
Verduistering Schending cautieplicht HR oordeelde dat hetgeen de agent De verdachte had een crossmotor
crossmotor en informatieplicht deed, in strijd was met art. 29 (2) en meegenomen tijdens een proefrit en bracht
27c (2) SV. deze niet terug. Zijn foto werd gedeeld
Desondanks leidde deze nadat de eigenaar aangifte had gedaan. Een
schendingen niet tot van de agenten herkende de verdachte en
bewijsuitsluiting, omdat de kwam hem toevallig tegen op straat en
verklaring van de verdachte niet knoopte een praatje aan met de verdachte
voor het bewijs was gebruikt (er De verdachte werd verhoord op straat
waren foto’s waarop verdachte zonder dat hij was aangehouden.
zichtbaar was met desbetreffende Tijdens dit verhoor werd hem niet
motor tijdens de ‘koop’). medegedeeld dat hij niet antwoorden
Rechtsregel; verplicht was (cautieplicht) en hij werd niet
Bij het verhoren van een niet- geïnformeerd over zijn recht op
aangehouden verdachte is het rechtsbijstand voorafgaand aan het verhoor.
verplicht om:
Art. 29 (2) jo.
1. De verdachte te informeren De advocaat van de verdachte ging in 2
27c (2) SV.
dat hij niet tot antwoorden cassatie omdat er niet was voldaan aan
verplicht is (cautieplicht, art. twee fundamentele waarborgen en stelde
29 (2) SV) dat deze schendingen tot bewijsuitsluiting
2. De verdachte te informeren moesten leiden.
over zijn recht op
rechtsbijstand voorafgaand
aan het eerste verhoor (art.
27c (2) SV.
Het niet naleven van deze
verplichtingen kan leiden tot
schending van de rechten van de
verdachte, maar hoeft niet
automatisch tot bewijsuitsluiting te
leiden (is afhankelijk van de
omstandigheden).
Project Toelaatbaarheid van De Hoge Raad oordeelde dat een In het kader van het project "Moerlander" Art. 160 WVW 2
Moerlander bewijs verkregen via verkeerscontrole op basis van hield de politie een bestelbus met Bulgaars
verkeerscontrole artikel 160 WVW niet mag worden kenteken staande voor een
(WVW). gebruikt als de werkelijke bedoeling verkeerscontrole. Tijdens deze controle werd
is om strafbare feiten op te sporen de verdachte gevraagd naar zijn identiteit,
zonder dat er sprake is van een waarna bleek dat hij gesignaleerd stond
, concrete verdenking. voor openstaande boetes. Bij nader
Indien een verkeerscontrole onderzoek werden in de bestelbus gestolen
wordt ingezet met het doel goederen aangetroffen. De verdediging
van opsporing, zonder dat stelde dat de controle een verkapte
aan de voorwaarden voor opsporingshandeling was zonder wettelijke
opsporing is voldaan, is grondslag, waardoor het verkregen bewijs
sprake van misbruik van onrechtmatig zou zijn.
bevoegdheid en is het
verkregen bewijs
onrechtmatig.
In dit specifieke geval concludeerde
de Hoge Raad echter dat er geen Als bij een verkeerscontrole een
sprake was van misbruik van selectiecriterium wordt gebruikt op de
bevoegdheid, omdat de controle afkomst van een kenteken, kan indirect een
plaatsvond in het kader van een onderscheid worden gemaakt naar de
verkeerscontrole en niet louter inzittenden van dat voertuig. Dit mag niet.
gericht was op opsporing.
Het verkregen bewijs werd
daarom als rechtmatig Let op!! De controlebevoegdheid van
beschouwd. art. 160 WVW is niet strikt afhankelijk
Deze uitspraak benadrukt het of het voertuig nog in beweging is of
belang van het juiste gebruik van dat de bestuurder nog in het voertuig
controlebevoegdheden en de aanwezig is.
grenzen tussen verkeershandhaving De bevoegdheid strekt zich volgens de
en strafrechtelijke opsporing. Hoge Raad ook uit tot situaties waarin
het voertuig kort daarvoor is bestuurd
en inmiddels geparkeerd is.
Hasselbaink t. Motivering verlenging Het EHRM oordeelde dat Nederland De heer Hasselbaink werd op 31 Maart 2016 Art. 5 (3) en 3
Nederland voorlopige hechtenis art. 5 (3) + (4) EVRM had gearresteerd en in voorlopige hechtenis (4) EVRM
geschonden: geplaatst. Na het horen van getuigen vroeg
Art. 5 (3) EVRM: de hij op 13 Juli om opheffing van zijn VH,
verlenging van de VH was omdat de nieuwe verklaringen de
onvoldoende gemotiveerd. verdenking zouden hebben verzwakt. De
De Nederlandse rechters rechtbank behandelde dit verzoek pas 22
hadden geen specifieke en dagen, de RB wees het verzoek af zonder in
actuele omstandigheden te gaan op de nieuwe verklaringen (geen
genoemd die de voortduring motivering). Het hoger beroep tegen
van de detentie beslissing werd pas 26 dagen later
, rechtvaardigen. behandeld, en op 1 september, ook
De behandeling van het afgewezen zonder inhoudelijke motivering.
verzoek tot opheffing van de Uiteindelijk werd Hasselbaink vrijgesproken.
VH en het daaropvolgende
hoger beroep duurden Is de VH van Hasselbaink in
respectievelijk 22 en 26 overeenstemming met de waarborgen van
dagen, wat niet voldoet aan art. 5 (3) + (4) EVRM, met name wat betreft
het vereisten van een de motivering van de voortduring van de
‘spoedige’ rechterlijke detentie en de snelheid van rechterlijke
beslissing = art. 5 (4) EVRM. toetsing van verzoeken tot
Het arrest benadrukt het belang van invrijheidstelling?
een zorgvuldige en tijdige
motivering bij beslissingen over VH,
waarbij rechters specifieke en
actuele omstandigheden moeten Toevoeging vanuit college: van belang is
overwegen en benoemen. dat het verzoek wordt gemotiveerd je
mag geen gebruik maken van
standaardmotivering (het aanvinken op
basisformulier volstaat niet).
Verhoor en Consultatierecht De HR stelt vast dat: In deze zaak ging het om een verdachte die Art. 6 EVRM 3
consultatierec voorafgaand aan Het recht op consultatie van een geen toegang had gekregen tot een
ht verhoor advocaat voor het eerste advocaat voorafgaand aan het
politieverhoor een belangrijk politieverhoor, terwijl hij daar wel om had
onderdeel is van het recht op een gevraagd. Desondanks had de politie hem
eerlijk proces, zoals bevestigd in toch verhoord, en zijn verklaring werd later
salduz- arrest. in de bewijsvoering gebruikt.
Als een verdachte De verdediging stelde dat dit in strijd was
uitdrukkelijk om een met het recht op een eerlijk proces, met
advocaat verzoekt name gewaarborgd in art. 6 EVRM, en dat
voorafgaand aan het het gebruik van de afgelegde verklaring
verhoor, en die niet krijgt, daarom uitgesloten moest worden van het
dan is sprake van een bewijs.
schending van het
consultatierecht. Mag een door de verdachte afgelegde
De verklaring van de verdachte mag verklaring, verkregen tijdens een
dan in beginsel niet voor het bewijs politieverhoor zonder voorafgaande
worden gebruikt, tenzij op grond consultatie van een advocaat, worden
van alle omstandigheden van het gebruikt voor het bewijs, indien hij
geval duidelijk is dat: uitdrukkelijk om een advocaat heeft