GESCHIEDENIS
TV 8 BURGERS EN STOOMMACHINES 1800-1900 MODERNE TIJD.
DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE DIE DE BASIS LEGDE VOOR EEN INDUSTRIËLE
SAMENLEVING.
Vanaf 1750 waren er grote veranderingen in Engeland.
In de textielnijverheid werden er een aantal uitvindingen
gedaan. Diverse uitvindingen in de textielnijverheid
leidde tot gemechaniseerde productie. Daardoor was er
behoefte aan een stabiele energiebron en aan arbeiders.
In de landbouw werden er vernieuwingen doorgevoerd. Er
vond een agrarische revolutie plaatst, waardoor er meer
voedsel was en de bevolking kon groeien.
James Watt verbeterde de stoommachine die in de mijnen
gebruikt werd.
De agrarische revolutie had een positief effect op de
textielnijverheid. Er was namelijk door de agrarische revolutie
een grotere vraag naar kleding en er waren minder
landarbeiders nodig, waardoor er meer mensen in de
textielnijverheid konden gaan werken. De stoommachine die
James Watt uit heeft gevonden verbeterde de mijnbouw, maar
ook de textielnijverheid. De stoommachine kon namelijk de
waterkracht vervangen. Hier begon de industriële revolutie.
De eerste Industriële Revolutie vond plaats in 1775 tot 1850.
De belangrijkste energiebron was steenkool, daar dreven
de stoommachines op.
Het belangrijkste materiaal was ijzer, daarmee werd
bijvoorbeeld de machines gemaakt. Behoorlijk stevig,
maar nog niet stevig genoeg.
De tweede Industriële Revolutie vond plaats in 1850 tot 1900.
Er kwamen nieuwe vormen van energie, namelijk
elektriciteit en olie.
Er werd gebruik gemaakt van een sterker materiaal dan
ijzer, namelijk staal.
De Industriële Revolutie had grote economische gevolgen.
De traditionele huisnijverheid werd verplaatst door
fabrieksarbeid. In plaats van een kleine werkplaats in een
huis met weinig arbeiders kwamen er grote fabriekshallen
met honderden arbeiders.
, De productie nam enorm toe.
De prijzen van producten daalde, door de toenemende
productie.
De landbouw-stedelijke samenleving werd een Industriële
samenleving.
Het voornaamste middel van bestaan was de industrie.
De meeste mensen werkten dus in de industrie. Er kwam
ook een nieuwe sector, de dienstensector. Er waren ook
nog steeds boeren, handelaren en ambachtslieden. De
ambachtslieden die in de nijverheid werkten werden het
grootste slachtoffer van de Industriële Revolutie, de
nijverheid nam namelijk enorm af.
Er was een snelle bevolkingsgroei en urbanisatie.
De vervoersmogelijkheden namen toe. Er werd niet alleen
maar per paard en wagen gereisd, maar ook per trein en
later per auto. Ook veranderde het vervoer per water, er
werden stoomschepen gebruikt. Dit zorgde voor een
transport revolutie.
Er kwamen grotere inkomensverschillen.
DISCUSSIES OVER DE SOCIALE KWESTIE.
De Industriële Revolutie had grote gevolgen voor arbeiders. Er
werd met behulp van machines geproduceerd in steeds grotere
fabriekshallen. Dit had grote gevolgen.
Handwerklieden raakten hun baan kwijt. Deze mensen
richtten de eerste vakbonden op (organisaties die
opkwamen voor de belangen van de handwerklieden).
De verhoudingen op de werkvloer werden harder.
Het werken aan de machines kon gevaarlijk en slecht
voor de gezondheid zijn.
Door de Industriële Revolutie vond er urbanisatie plaats. Dit had
ook grote gevolgen voor de arbeidersklasse.
De woonomstandigheden van arbeiders veranderde. De
steden groeiden erg snel, waardoor er snel huizen
gebouwd moesten worden. Hierdoor werden de huizen
niet goed gebouwd en waren ze van slechte kwaliteit en
vaak erg klein.
In de arbeiderswijken die er ontstonden was er slechte
hygiëne. Dit zorgde voor gezondheidsproblemen.
TV 8 BURGERS EN STOOMMACHINES 1800-1900 MODERNE TIJD.
DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE DIE DE BASIS LEGDE VOOR EEN INDUSTRIËLE
SAMENLEVING.
Vanaf 1750 waren er grote veranderingen in Engeland.
In de textielnijverheid werden er een aantal uitvindingen
gedaan. Diverse uitvindingen in de textielnijverheid
leidde tot gemechaniseerde productie. Daardoor was er
behoefte aan een stabiele energiebron en aan arbeiders.
In de landbouw werden er vernieuwingen doorgevoerd. Er
vond een agrarische revolutie plaatst, waardoor er meer
voedsel was en de bevolking kon groeien.
James Watt verbeterde de stoommachine die in de mijnen
gebruikt werd.
De agrarische revolutie had een positief effect op de
textielnijverheid. Er was namelijk door de agrarische revolutie
een grotere vraag naar kleding en er waren minder
landarbeiders nodig, waardoor er meer mensen in de
textielnijverheid konden gaan werken. De stoommachine die
James Watt uit heeft gevonden verbeterde de mijnbouw, maar
ook de textielnijverheid. De stoommachine kon namelijk de
waterkracht vervangen. Hier begon de industriële revolutie.
De eerste Industriële Revolutie vond plaats in 1775 tot 1850.
De belangrijkste energiebron was steenkool, daar dreven
de stoommachines op.
Het belangrijkste materiaal was ijzer, daarmee werd
bijvoorbeeld de machines gemaakt. Behoorlijk stevig,
maar nog niet stevig genoeg.
De tweede Industriële Revolutie vond plaats in 1850 tot 1900.
Er kwamen nieuwe vormen van energie, namelijk
elektriciteit en olie.
Er werd gebruik gemaakt van een sterker materiaal dan
ijzer, namelijk staal.
De Industriële Revolutie had grote economische gevolgen.
De traditionele huisnijverheid werd verplaatst door
fabrieksarbeid. In plaats van een kleine werkplaats in een
huis met weinig arbeiders kwamen er grote fabriekshallen
met honderden arbeiders.
, De productie nam enorm toe.
De prijzen van producten daalde, door de toenemende
productie.
De landbouw-stedelijke samenleving werd een Industriële
samenleving.
Het voornaamste middel van bestaan was de industrie.
De meeste mensen werkten dus in de industrie. Er kwam
ook een nieuwe sector, de dienstensector. Er waren ook
nog steeds boeren, handelaren en ambachtslieden. De
ambachtslieden die in de nijverheid werkten werden het
grootste slachtoffer van de Industriële Revolutie, de
nijverheid nam namelijk enorm af.
Er was een snelle bevolkingsgroei en urbanisatie.
De vervoersmogelijkheden namen toe. Er werd niet alleen
maar per paard en wagen gereisd, maar ook per trein en
later per auto. Ook veranderde het vervoer per water, er
werden stoomschepen gebruikt. Dit zorgde voor een
transport revolutie.
Er kwamen grotere inkomensverschillen.
DISCUSSIES OVER DE SOCIALE KWESTIE.
De Industriële Revolutie had grote gevolgen voor arbeiders. Er
werd met behulp van machines geproduceerd in steeds grotere
fabriekshallen. Dit had grote gevolgen.
Handwerklieden raakten hun baan kwijt. Deze mensen
richtten de eerste vakbonden op (organisaties die
opkwamen voor de belangen van de handwerklieden).
De verhoudingen op de werkvloer werden harder.
Het werken aan de machines kon gevaarlijk en slecht
voor de gezondheid zijn.
Door de Industriële Revolutie vond er urbanisatie plaats. Dit had
ook grote gevolgen voor de arbeidersklasse.
De woonomstandigheden van arbeiders veranderde. De
steden groeiden erg snel, waardoor er snel huizen
gebouwd moesten worden. Hierdoor werden de huizen
niet goed gebouwd en waren ze van slechte kwaliteit en
vaak erg klein.
In de arbeiderswijken die er ontstonden was er slechte
hygiëne. Dit zorgde voor gezondheidsproblemen.