Paragraaf 1: IJs, water, waterdamp
Vast ,vloeibaar en gasvormig
● Je kunt water in drie soorten fasen vinden in de natuur. Namelijk:
1. Als vaste stof, dan is het water, ijs, sneeuw, hagel of rijp. Rijp is wanneer
ijskristallen op bijvoorbeeld takken ontstaan.
2. Als vloeistof, dan is het water als vloeibaar water, regen, mist of dauw. Mist
zijn hele kleine waterdruppels in lucht en dauw zijn druppels die op
bijvoorbeeld gras ontstaan.
3. Als gas, dan is het water in de lucht als waterdamp aanwezig. Bij waterdamp
moet je opletten: je kunt waterdamp namelijk niet zien. Op dit moment zit er
waterdamp in de lucht om je heen zonder dat je dit kunt zien.
● Wanneer het koud is en je ziet ademwolkjes, dan is dit niet waterdamp, maar
zijn dit hele kleine druppeltjes water in lucht die we nevel noemen.
De fasen en het deeltjesmodel
● Wanneer we stoffen heel erg uitvergroten, zien we dat deze bestaan uit kleine
deeltjes die we voor kunnen stellen als kleine balletjes.
● Deze balletjes zijn moleculen en dit wordt ook wel het deeltjesmodel
genoemd.
Vaste stof:
● De moleculen hebben een vaste plek en bewegen niet. Ze trillen wel, maar
blijven op hun plek. Hierdoor heeft een vaste stof een vaste vorm en vast
volume.
● Vloeistof:
, ● De moleculen bewegen en hebben geen vaste plek meer. Ze trillen meer dan
bij een vaste stof. Een vloeistof heeft geen vaste vorm meer, maar wel een
vast volume. Gas:
● De moleculen bewegen en trillen erg snel en er zit veel ruimte tussen. Een
gas heeft geen vaste vorm meer en ook geen vast volume.
Kristallen
● Van stoffen kunnen ook kristallen ontstaan.
● Dit is een vaste fase van die stof.
● Bij sneeuw krijg je een zeshoekige kristalstructuur. Deze kun je met de
microscoop zien.
Vast ,vloeibaar en gasvormig
● Je kunt water in drie soorten fasen vinden in de natuur. Namelijk:
1. Als vaste stof, dan is het water, ijs, sneeuw, hagel of rijp. Rijp is wanneer
ijskristallen op bijvoorbeeld takken ontstaan.
2. Als vloeistof, dan is het water als vloeibaar water, regen, mist of dauw. Mist
zijn hele kleine waterdruppels in lucht en dauw zijn druppels die op
bijvoorbeeld gras ontstaan.
3. Als gas, dan is het water in de lucht als waterdamp aanwezig. Bij waterdamp
moet je opletten: je kunt waterdamp namelijk niet zien. Op dit moment zit er
waterdamp in de lucht om je heen zonder dat je dit kunt zien.
● Wanneer het koud is en je ziet ademwolkjes, dan is dit niet waterdamp, maar
zijn dit hele kleine druppeltjes water in lucht die we nevel noemen.
De fasen en het deeltjesmodel
● Wanneer we stoffen heel erg uitvergroten, zien we dat deze bestaan uit kleine
deeltjes die we voor kunnen stellen als kleine balletjes.
● Deze balletjes zijn moleculen en dit wordt ook wel het deeltjesmodel
genoemd.
Vaste stof:
● De moleculen hebben een vaste plek en bewegen niet. Ze trillen wel, maar
blijven op hun plek. Hierdoor heeft een vaste stof een vaste vorm en vast
volume.
● Vloeistof:
, ● De moleculen bewegen en hebben geen vaste plek meer. Ze trillen meer dan
bij een vaste stof. Een vloeistof heeft geen vaste vorm meer, maar wel een
vast volume. Gas:
● De moleculen bewegen en trillen erg snel en er zit veel ruimte tussen. Een
gas heeft geen vaste vorm meer en ook geen vast volume.
Kristallen
● Van stoffen kunnen ook kristallen ontstaan.
● Dit is een vaste fase van die stof.
● Bij sneeuw krijg je een zeshoekige kristalstructuur. Deze kun je met de
microscoop zien.