Samenvatting week 11
Dermatologie voor huidtherapie: hoofdstuk 15 en hoofdstuk 3.6 & 3.7
Hoofdstuk 15
15.1 Tumoren
• Goedaardige tumoren komen vaak voor en kunnen onrust veroorzaken bij
patiënten.
• Het is belangrijk dat zorgverleners ze kunnen onderscheiden van maligne
afwijkingen.
• Tumoren kunnen ontstaan door:
o Profileratie van weefsel
o Retentie (cysten)
o Afzetting van materialen (xanthomen)
o Degeneratie en ontsteking (chondrodermatitis nodularis helicis).
• Belegen tumoren verschijnen meestal als papels, noduli, nodi of cysten, solitair
of multipel.
• Ze kunnen verworven of congenitaal zijn (naleving naevocellulares naevus
sebaceus).
• Sommige tumoren zijn zeldzaam, andere worden als bijna fysiologisch gezien
(vlekjes van fordcyce, angiomata senility, seborroische wratten.
• De diagnose is meestal relatief eenvoudig.
15.2
• Verrucae seborrhoicae ontstaan meestal vanaf ± 40 jaar en nemen toe met de
leeftijd.
• Voorkeurslokalisaties: bovenste deel van de romp, gezicht (vooral slapen) en
handruggen.
• Beginnen als lichte gele/geelbruine hyperpigmentatie.
• Ontwikkelen zich tot ronde of ovale, wratachtige papels en plaques (1 mm tot
meerdere cm), die op de huid lijken te liggen.
• Kleur varieert van licht- tot donkerbruin of zwart.
• Kenmerkend zijn:
o Witte pseudocystetjes (op milia lijkend)
o Donkere hoorpluggen in de follikels, goed zichtbaar met de dermatoscoop
• Oppervlak kan ook glad zijn; sommige laesies (vooral in de hals) zijn gesteeld.
• Aantal varieert van enkele tot honderden.
• Twee morfologische varianten:
o Stuccokeratosen
, o Dermatosis papulosa nigra (vooral bij Aziaten en mensen met een donkere
huid; multipele donkere papeltjes in het gezicht)
• Een plotselinge uitgebreide eruptie kan zelden wijzen op paraneoplasie bij een
viscerale maligniteit (teken van Leser-Trélat).
Oorzaak/ ontstaanswijze
• De oorzaak van verrucae seborrhoicae is onbekend.
• Zonblootstelling: bij veel zon nemen het aantal toe en ontstaan ze op jongere
leeftijd.
• Neiging tot multipele laesies kan autosomaal-dominant worden overgeërfd.
Diagnostiek
• Meestal klinisch goed herkenbaar.
• Vlakke laesies (gezicht, handruggen) kunnen lijken op:
o Lentigo solaris
o Lentigo maligna
o Gepigmenteerde actinische keratose
• Verheven, gladde laesies kunnen moeilijk te onderscheiden zijn van:
o Naevus naevocellularis
o Gepigmenteerd basaalcelcarcinoom
o Melanoom
Behandeling en prognose
• Behandeling met goed cosmetisch resultaat:
o Cryotherapie (vloeibare stikstof)
o Curettage met scherpe lepel
o Shave-excisie
• Bij dermatosis papulosa nigra: voorkeur voor elektrochirurgie, met risico op
postinflammatoire hypo- of hyperpigmentatie.
• Prognose:
o Blijven meestal levenslang bestaan
o Kunnen spontaan verdwijnen bij ontsteking
o Worden nooit kwaadaardig
15.3
• Een blauwe naevus is een vaak voorkomende naevus naevocellularis waarbij
melanocytaire naevuscellen in de dermis liggen, wat de blauwe kleur verklaart.
• Ontstaat meestal in de kinderleeftijd of tijdens de adolescentie.
• Klinisch beeld:
o Vast, glad, halfbolvormig
, o Blauw, blauwgrijs of blauwzwart
o Papels of noduli van 5-8 mm
o Vooral op hand- en voetbruggen (50%), gezicht en behaarde hoofd.
• Meestal solitair en weinig progressief.
• Gewone blauwe naevus worden nagenoeg nooit kwaadaardig.
• Zeldzaam kan maligniteit ontstaan in een cellulaire blauwe naevus:
o Veel minder frequent
o Diagnose alleen histopathologisch
o Multibulaire nodi of plaques van 1-3 cm
o Vooral op billen, stuit en behaarde hoofd
o In ongeveer 25% congenitaal aanwezig
Behandeling
• Niet veranderende laesies < 1 cm: geen behandeling nodig.
• Chirurgische verwijdering mogelijk op cosmetische indicatie.
• Laesie > 1 cm, lobulaire blauwe naevi of veranderende laesies ->
histopatalogisch onderzoek/
15.4
• Vlekjes van fordyce zijn multipele witgele papeltjes van 1-2 mm.
• Lokalisatie: lippen, wangslijmvlies, labia minors, penisschacht en preputium.
• Het betreft talgkliertjes die niet uitmonden in een haarfollikel.
• Ze komen zeer vaak voor (70-85% van volwassenen) en worden gezien als een
normale anatomische variatie.
• Ontstaan vaan in de puberteit.
• Zijn asymptomatisch en behoeven geen behandeling
15.5
• Seniele talgklierhyperplasie ontstaat door vergrote talgklieren rond de opening
van een talgklierfollikel.
• Klinisch beeld:
o Een of meerdere gelige papels
o Soms met teleaniëctasieën
o Gelokaliseerd op het centrale gezicht of het voorhoofd van oudere
mensen.
• In het centrum vaak een inzinking zichtbaar: het optimum van de talgklierfollikel.
• De huid vertoont vaak tekenen van dermatoheliosis (UV-schade).
• Kan klinisch lijken op een basaalcelcarcinoom.
• Behandeling:
o Oppervlakkige vernietiging met elektrocauter of cryotherapie.
, o Meestal cosmetisch bevredigend resultaat.
15.6
• Een naevus sebaceus is een epidermaal hamartoom met vooral talgklieren en in
mindere mate folliculair weefsel en zweetklierweefsel.
• Oorzaak is onbekend.
• Incidentie bij pasgeborenen: ± 1: 350.
• In ongeveer ⅓ van de gevallen ontstaat de afwijking pas in de eerste levensjaren.
Klinisch beeld
• Meestal solitair voorkomende, licht verheven plaquevormige tumor.
• Oppervlak: glad of fluweelachtig.
• Kleur: geligbruin, geligroze of oranje.
• Vorm: rond, ovaal of lineair (volgens de blaschkolijnen).
• Grootte: < 1 cm tot > 10 cm.
• Voorkeurslokalisaties: behaarde hoofd, rond de oren, slapen en centraal gezicht.
• Op het behaarde hoofd geen haren aanwezig.
• In de puberteit:
o Wordt dikker en meer verheven
o Ontstaan veel kleine gelige tot donkerbruine papeltjes
o Kan een nodulair of verruceus aspect krijgen
• Soms onderdeel van een syndroom.
Behandeling en prognose
• In een naevus sebaceus kunnen benigne tumoren ontstaan (± 20%, vooral
trichoblastomen).
• Maligne ontaarding is zeldzaam (< 1%, meestal op middelbare leeftijd).
• Meestal betreft het een basaalcelcarcinoom; zelden een plaveiselcelcarcinoom
of maligniteit uitgaande van talgklieren of apocriene zweetklieren.
• Vanwege cosmetische redenen en de kleine kans op maligne degeneratie wordt
vaak gekozen voor chirurgische verwijdering op jonge leeftijd.
15.7
• Syringomen zijn benigne tumoren die uitgaan van zweetklierbuizen.
• Het is een zeldzame afwijking, iets vaker bij vrouwen.
• Ontstaan meestal in de puberteit; op volwassen leeftijd kunnen nieuwe laesies
ontstaan.
Dermatologie voor huidtherapie: hoofdstuk 15 en hoofdstuk 3.6 & 3.7
Hoofdstuk 15
15.1 Tumoren
• Goedaardige tumoren komen vaak voor en kunnen onrust veroorzaken bij
patiënten.
• Het is belangrijk dat zorgverleners ze kunnen onderscheiden van maligne
afwijkingen.
• Tumoren kunnen ontstaan door:
o Profileratie van weefsel
o Retentie (cysten)
o Afzetting van materialen (xanthomen)
o Degeneratie en ontsteking (chondrodermatitis nodularis helicis).
• Belegen tumoren verschijnen meestal als papels, noduli, nodi of cysten, solitair
of multipel.
• Ze kunnen verworven of congenitaal zijn (naleving naevocellulares naevus
sebaceus).
• Sommige tumoren zijn zeldzaam, andere worden als bijna fysiologisch gezien
(vlekjes van fordcyce, angiomata senility, seborroische wratten.
• De diagnose is meestal relatief eenvoudig.
15.2
• Verrucae seborrhoicae ontstaan meestal vanaf ± 40 jaar en nemen toe met de
leeftijd.
• Voorkeurslokalisaties: bovenste deel van de romp, gezicht (vooral slapen) en
handruggen.
• Beginnen als lichte gele/geelbruine hyperpigmentatie.
• Ontwikkelen zich tot ronde of ovale, wratachtige papels en plaques (1 mm tot
meerdere cm), die op de huid lijken te liggen.
• Kleur varieert van licht- tot donkerbruin of zwart.
• Kenmerkend zijn:
o Witte pseudocystetjes (op milia lijkend)
o Donkere hoorpluggen in de follikels, goed zichtbaar met de dermatoscoop
• Oppervlak kan ook glad zijn; sommige laesies (vooral in de hals) zijn gesteeld.
• Aantal varieert van enkele tot honderden.
• Twee morfologische varianten:
o Stuccokeratosen
, o Dermatosis papulosa nigra (vooral bij Aziaten en mensen met een donkere
huid; multipele donkere papeltjes in het gezicht)
• Een plotselinge uitgebreide eruptie kan zelden wijzen op paraneoplasie bij een
viscerale maligniteit (teken van Leser-Trélat).
Oorzaak/ ontstaanswijze
• De oorzaak van verrucae seborrhoicae is onbekend.
• Zonblootstelling: bij veel zon nemen het aantal toe en ontstaan ze op jongere
leeftijd.
• Neiging tot multipele laesies kan autosomaal-dominant worden overgeërfd.
Diagnostiek
• Meestal klinisch goed herkenbaar.
• Vlakke laesies (gezicht, handruggen) kunnen lijken op:
o Lentigo solaris
o Lentigo maligna
o Gepigmenteerde actinische keratose
• Verheven, gladde laesies kunnen moeilijk te onderscheiden zijn van:
o Naevus naevocellularis
o Gepigmenteerd basaalcelcarcinoom
o Melanoom
Behandeling en prognose
• Behandeling met goed cosmetisch resultaat:
o Cryotherapie (vloeibare stikstof)
o Curettage met scherpe lepel
o Shave-excisie
• Bij dermatosis papulosa nigra: voorkeur voor elektrochirurgie, met risico op
postinflammatoire hypo- of hyperpigmentatie.
• Prognose:
o Blijven meestal levenslang bestaan
o Kunnen spontaan verdwijnen bij ontsteking
o Worden nooit kwaadaardig
15.3
• Een blauwe naevus is een vaak voorkomende naevus naevocellularis waarbij
melanocytaire naevuscellen in de dermis liggen, wat de blauwe kleur verklaart.
• Ontstaat meestal in de kinderleeftijd of tijdens de adolescentie.
• Klinisch beeld:
o Vast, glad, halfbolvormig
, o Blauw, blauwgrijs of blauwzwart
o Papels of noduli van 5-8 mm
o Vooral op hand- en voetbruggen (50%), gezicht en behaarde hoofd.
• Meestal solitair en weinig progressief.
• Gewone blauwe naevus worden nagenoeg nooit kwaadaardig.
• Zeldzaam kan maligniteit ontstaan in een cellulaire blauwe naevus:
o Veel minder frequent
o Diagnose alleen histopathologisch
o Multibulaire nodi of plaques van 1-3 cm
o Vooral op billen, stuit en behaarde hoofd
o In ongeveer 25% congenitaal aanwezig
Behandeling
• Niet veranderende laesies < 1 cm: geen behandeling nodig.
• Chirurgische verwijdering mogelijk op cosmetische indicatie.
• Laesie > 1 cm, lobulaire blauwe naevi of veranderende laesies ->
histopatalogisch onderzoek/
15.4
• Vlekjes van fordyce zijn multipele witgele papeltjes van 1-2 mm.
• Lokalisatie: lippen, wangslijmvlies, labia minors, penisschacht en preputium.
• Het betreft talgkliertjes die niet uitmonden in een haarfollikel.
• Ze komen zeer vaak voor (70-85% van volwassenen) en worden gezien als een
normale anatomische variatie.
• Ontstaan vaan in de puberteit.
• Zijn asymptomatisch en behoeven geen behandeling
15.5
• Seniele talgklierhyperplasie ontstaat door vergrote talgklieren rond de opening
van een talgklierfollikel.
• Klinisch beeld:
o Een of meerdere gelige papels
o Soms met teleaniëctasieën
o Gelokaliseerd op het centrale gezicht of het voorhoofd van oudere
mensen.
• In het centrum vaak een inzinking zichtbaar: het optimum van de talgklierfollikel.
• De huid vertoont vaak tekenen van dermatoheliosis (UV-schade).
• Kan klinisch lijken op een basaalcelcarcinoom.
• Behandeling:
o Oppervlakkige vernietiging met elektrocauter of cryotherapie.
, o Meestal cosmetisch bevredigend resultaat.
15.6
• Een naevus sebaceus is een epidermaal hamartoom met vooral talgklieren en in
mindere mate folliculair weefsel en zweetklierweefsel.
• Oorzaak is onbekend.
• Incidentie bij pasgeborenen: ± 1: 350.
• In ongeveer ⅓ van de gevallen ontstaat de afwijking pas in de eerste levensjaren.
Klinisch beeld
• Meestal solitair voorkomende, licht verheven plaquevormige tumor.
• Oppervlak: glad of fluweelachtig.
• Kleur: geligbruin, geligroze of oranje.
• Vorm: rond, ovaal of lineair (volgens de blaschkolijnen).
• Grootte: < 1 cm tot > 10 cm.
• Voorkeurslokalisaties: behaarde hoofd, rond de oren, slapen en centraal gezicht.
• Op het behaarde hoofd geen haren aanwezig.
• In de puberteit:
o Wordt dikker en meer verheven
o Ontstaan veel kleine gelige tot donkerbruine papeltjes
o Kan een nodulair of verruceus aspect krijgen
• Soms onderdeel van een syndroom.
Behandeling en prognose
• In een naevus sebaceus kunnen benigne tumoren ontstaan (± 20%, vooral
trichoblastomen).
• Maligne ontaarding is zeldzaam (< 1%, meestal op middelbare leeftijd).
• Meestal betreft het een basaalcelcarcinoom; zelden een plaveiselcelcarcinoom
of maligniteit uitgaande van talgklieren of apocriene zweetklieren.
• Vanwege cosmetische redenen en de kleine kans op maligne degeneratie wordt
vaak gekozen voor chirurgische verwijdering op jonge leeftijd.
15.7
• Syringomen zijn benigne tumoren die uitgaan van zweetklierbuizen.
• Het is een zeldzame afwijking, iets vaker bij vrouwen.
• Ontstaan meestal in de puberteit; op volwassen leeftijd kunnen nieuwe laesies
ontstaan.