Week 11
Leerdoel 1: De student kan het klinisch beeld, de oorzaak, de epidemiologie, de
risicofactoren, diagnostiek, differentiaal diagnostiek, preventie,
behandelingsmogelijkheden, passend advies en prognose bij verschillende benigne
huidafwijkingen onderscheide
1. Verrucae seborrhoicae
Lichte tot donkerbruine wratachtige papels of plaques, vaak
bovenlichaam, gezicht en handruggen, soms gesteeld.
Kenmerkend: witte pseudocysten en donkere hoornpluggen.
Oorzaak: onbekend, zonblootstelling, erfelijke aanleg
Epidemiologie: vanaf ±40 jaar, neemt toe met leeftijd
Diagnostiek/ DD: lentigo maligna, actinische keratose,
basaalcelcarcinoom, melanoom
Behandeling: cryotherapie, curettage, elektrochirurgie (bij
dermatosis papulosa nigra)
Prognose: blijven meestal levenslang, nooit kwaadaardig
2. Blauwe naevus
Blauw tot blauwzwart, vast, glad, 5–8 mm, vaak solitair op
hand/voetbruggen, gezicht, behaard hoofd.
Oorzaak: melanocytaire cellen diep in dermis
Epidemiologie: vaak kinder-/adolescentie
Behandeling: alleen cosmetisch of histopathologisch onderzoek
bij groter/veranderende laesies
Prognose: meestal goedaardig, maligniteit zeldzaam
3. Vlekjes van Fordyce
Witgele papeltjes 1–2 mm op lippen, wangslijmvlies, labia minor,
penis.
Oorzaak: normale talgkliertjes
Epidemiologie: 70–85% van volwassenen
Behandeling: niet nodig
1
,4. Seniele talgklierhyperplasie
Gelige papels met centrale inzinking, soms teleangiëctasieën,
voorkeurslocatie: centraal gezicht bij oudere patiënten.
Behandeling: oppervlakkige elektrocauter of cryotherapie
5. Naevus sebaceus
Epidermaal hamartoom, solitair, geligbruin/roze, glad of
fluweelachtig, puberteitsveranderingen → nodulair/verruceus.
Behandeling: chirurgische verwijdering om cosmetische reden of
kleine kans maligniteit
6. Syringomen
Huidkleurige/geel papels <3 mm, meestal onderoogleden,
symmetrisch.
Behandeling: trichloorazijnzuur, cryotherapie, CO₂-laser
7. Keratoacanthoom
Snelgroeiende huidkleurige/erythemateuze nodus met centrale
keratinekrater, zonbeschenen huid bij oudere mannen.
DD: plaveiselcelcarcinoom, cornu cutaneum, virale wrat
Behandeling: kleine → expectatief, grote → excisie/curettage;
alternatieven: cryotherapie, laser, orale retinoïden bij multipel
Prognose: spontane regressie 3–12 maanden
8. Tricho-epithelioom
Huidkleurige papels, vooral gezicht, autosomaal-dominant bij
multipel.
DD: basaalcelcarcinoom
Behandeling: excisie bij cosmetische/maligniteitsindicatie;
recidieven bij laser/electrochirurgie
9. Dermatofibroom
Papels/noduli met dimple sign (inwaaiend bij tangentiële druk),
vaak benen, ontstaan na trauma.
Behandeling: optioneel, cosmetisch soms minder gunstig
2
, 10. Fibromen/ Skin tags
Huidkleurig, week, gesteeld of draadvormig, vaak oksels, hals,
oogleden, uitgebreid bij overgewicht.
Behandeling: knippen of elektrocauter
11. Xanthomen
Lipidenophoping, gele/rode papels
Typen: eruptief, tuberosa, tendinea, plana, xanthelasmata
palpebrarum
Oorzaak: hyperlipoproteinemie, diabetes, leverafwijkingen
Behandeling: onderliggende stoornis, chemisch etsen, laser,
chirurgie; recidief vaak
12. Cutaan leiomyoom
Roodbruine/paarse papels, pijnlijk bij aanraking, solitair of
multipel, segmentaal, adolescenten/jongvolwassenen.
Behandeling: chirurgisch
13. Lipomen
Subcutaan, goed beweegbare nodi, meestal >40 jaar,
voorkeurslocaties: romp, hals, bovenarmen, bovenbenen.
Behandeling: excisie of liposuctie
14. Miliën
Kleine subepidermale keratinecysten 1–3 mm, rond ogen/wangen.
Secundair: na trauma/huidbeschadiging.
Behandeling: prikken/incisie, recidief mogelijk
15. Epidermale cyste
Retentiecyste 0,5–2,5 cm, follikelopening zichtbaar, vaak behaard
hoofd, borst, gezicht.
Behandeling: chirurgische extirpatie in toto
3
Leerdoel 1: De student kan het klinisch beeld, de oorzaak, de epidemiologie, de
risicofactoren, diagnostiek, differentiaal diagnostiek, preventie,
behandelingsmogelijkheden, passend advies en prognose bij verschillende benigne
huidafwijkingen onderscheide
1. Verrucae seborrhoicae
Lichte tot donkerbruine wratachtige papels of plaques, vaak
bovenlichaam, gezicht en handruggen, soms gesteeld.
Kenmerkend: witte pseudocysten en donkere hoornpluggen.
Oorzaak: onbekend, zonblootstelling, erfelijke aanleg
Epidemiologie: vanaf ±40 jaar, neemt toe met leeftijd
Diagnostiek/ DD: lentigo maligna, actinische keratose,
basaalcelcarcinoom, melanoom
Behandeling: cryotherapie, curettage, elektrochirurgie (bij
dermatosis papulosa nigra)
Prognose: blijven meestal levenslang, nooit kwaadaardig
2. Blauwe naevus
Blauw tot blauwzwart, vast, glad, 5–8 mm, vaak solitair op
hand/voetbruggen, gezicht, behaard hoofd.
Oorzaak: melanocytaire cellen diep in dermis
Epidemiologie: vaak kinder-/adolescentie
Behandeling: alleen cosmetisch of histopathologisch onderzoek
bij groter/veranderende laesies
Prognose: meestal goedaardig, maligniteit zeldzaam
3. Vlekjes van Fordyce
Witgele papeltjes 1–2 mm op lippen, wangslijmvlies, labia minor,
penis.
Oorzaak: normale talgkliertjes
Epidemiologie: 70–85% van volwassenen
Behandeling: niet nodig
1
,4. Seniele talgklierhyperplasie
Gelige papels met centrale inzinking, soms teleangiëctasieën,
voorkeurslocatie: centraal gezicht bij oudere patiënten.
Behandeling: oppervlakkige elektrocauter of cryotherapie
5. Naevus sebaceus
Epidermaal hamartoom, solitair, geligbruin/roze, glad of
fluweelachtig, puberteitsveranderingen → nodulair/verruceus.
Behandeling: chirurgische verwijdering om cosmetische reden of
kleine kans maligniteit
6. Syringomen
Huidkleurige/geel papels <3 mm, meestal onderoogleden,
symmetrisch.
Behandeling: trichloorazijnzuur, cryotherapie, CO₂-laser
7. Keratoacanthoom
Snelgroeiende huidkleurige/erythemateuze nodus met centrale
keratinekrater, zonbeschenen huid bij oudere mannen.
DD: plaveiselcelcarcinoom, cornu cutaneum, virale wrat
Behandeling: kleine → expectatief, grote → excisie/curettage;
alternatieven: cryotherapie, laser, orale retinoïden bij multipel
Prognose: spontane regressie 3–12 maanden
8. Tricho-epithelioom
Huidkleurige papels, vooral gezicht, autosomaal-dominant bij
multipel.
DD: basaalcelcarcinoom
Behandeling: excisie bij cosmetische/maligniteitsindicatie;
recidieven bij laser/electrochirurgie
9. Dermatofibroom
Papels/noduli met dimple sign (inwaaiend bij tangentiële druk),
vaak benen, ontstaan na trauma.
Behandeling: optioneel, cosmetisch soms minder gunstig
2
, 10. Fibromen/ Skin tags
Huidkleurig, week, gesteeld of draadvormig, vaak oksels, hals,
oogleden, uitgebreid bij overgewicht.
Behandeling: knippen of elektrocauter
11. Xanthomen
Lipidenophoping, gele/rode papels
Typen: eruptief, tuberosa, tendinea, plana, xanthelasmata
palpebrarum
Oorzaak: hyperlipoproteinemie, diabetes, leverafwijkingen
Behandeling: onderliggende stoornis, chemisch etsen, laser,
chirurgie; recidief vaak
12. Cutaan leiomyoom
Roodbruine/paarse papels, pijnlijk bij aanraking, solitair of
multipel, segmentaal, adolescenten/jongvolwassenen.
Behandeling: chirurgisch
13. Lipomen
Subcutaan, goed beweegbare nodi, meestal >40 jaar,
voorkeurslocaties: romp, hals, bovenarmen, bovenbenen.
Behandeling: excisie of liposuctie
14. Miliën
Kleine subepidermale keratinecysten 1–3 mm, rond ogen/wangen.
Secundair: na trauma/huidbeschadiging.
Behandeling: prikken/incisie, recidief mogelijk
15. Epidermale cyste
Retentiecyste 0,5–2,5 cm, follikelopening zichtbaar, vaak behaard
hoofd, borst, gezicht.
Behandeling: chirurgische extirpatie in toto
3