Samenvatting artikel Allison: Hoorcollege 2:
Kernelementen public management:
- Policy management: de identificatie van behoefte, analyse van opties, selectie van
programma’s, toewijzing van onderzoeken op juridische basis.
- Resource management: de vestiging van basis administratieve systemen, budgettering,
financieel management, produceren en levering, personeel management.
- Program management: De implementatie van beleid of dagelijkse operaties van
organisatie die het beleid uitdragen langs functionele lijnen.
Alternatieve elementen public management:
- Personeelsmanagement
- Personeelsplanning
- Collectief onderhandelen en arbeidsbeheer management
- Productiviteit- en prestatiemeting
- Organiseren/ reorganiseren
- Financieel management
- Evaluatieonderzoek
Management: het organiseren en de richting van een onderzoek, om een gewenst doel te
bereiken.
Overeenkomsten publiek en privaat management:
• POSDCORB: algemene managementfuncties: PIOFACH
- Planning Personeel
- Organisatie Inkoop
- Staffing Organisatie
- Directing Financiën
- Coordinating Automatisering
- Reporting Communicatie
- Budgetting Huisvesting
Verschillen publiek/ privaat management:
- Tijdsperspectief: Publiek: korte termijn. Privaat: lange termijn.
- Tijdsduur manager: Publiek: in dienst zijn als manager is kort. Privaat: langer.
- Meting van prestaties:
- Personele beperking: Publiek: politieke en normale ambtenaren. Privaat: een manager.
- Eigen vermogen en efficiëntie
- Publiek proces/ privaat proces: Open en transparantie
- De rol van de pers en media:
- Precisie en richting: Publiek: politieke druk en coalities. Privaat: eigen richting
- Legalisatie en fundamenteel impact: Publiek: meestal voor juridisch weg. Privaat:
wordt niet gedaan, wegens vele administratie.
- Bottom line: Publiek: clear bottom line. Privaat: winst, marktprestatie en overleven.
, Samenvatting artikel Hood: Hoorcollege 2 &3
New Public Management is opgekomen met vier bestuurlijke trends:
1. De overheidsgroei terug te dringen of te keren (bezuinigen)
2. De verschuiving van publiek naar privatisering
3. De ontwikkeling van automatisering.
4. Een meer internationale agenda
Oorsprong NPM:
1. Nieuwe institutionele economie: homo-economiscus door overheidsmanagers.
2. Sturing door zakelijke contractrelaties
NPM wordt gekenmerkt door 7 elementen:
1. Autonomie voor uitvoerende managers (Integraal management, scheiding beleid en
uitvoering)
2. Formulering van meetbare doelen
3. Afrekenen op KPI’s (Verantwoording op output ipv input)
4. Opbreken/ verzelfstandigen tot ‘productie-eenheden’ binnen de overheid.
5. Concurrentie aanmoedigen tussen organisatie
6. Bedrijfsmatige managementstijl (minder inhoud, pragmatischer en harder op
prestaties).
7. Druk op de kosten (als tegenkracht tegen de almaar groeiende bureaucratie)
Samenvatting artikel Klijn en Koppejan: Hoorcollege 4 & 5
- De beleidsnetwerkbenadering is gericht op zowel (1) het analyseren en uitleggen van
complexe processen van beleidsvorming als (2) het formuleren van voorschriften om
het beheer van deze processen te verbeteren.
5 kritiekpunten op de netwerkbenadering:
- Gebrek aan theoretische grondslagen en heldere concepten
- Gebrek aan verklarende kracht
- Verwaarlozing van de rol van macht
- Gebruik aan duidelijke evaluatiecriteria
- Normatieve bezwaren tegen netwerken en de rol van publieke actoren daarin
Theoretische basis van de netwerkbenadering:
Het eerste kritiekpunt is dat er weinig theorie aan basis ligt voor de netwerkbenadering.
Desondanks zien we bij Bottom-up, intergouvermentele relaties de eerste kenmerken van
netwerkbenadering terug. Ook in de interactieve beleidsaanpak biedt handvaten. De
netwerkbenadering bouwt hierop voort.
Verduidelijking van centrale concepten: beleidsnetwerken als context van interacties.
Bij de netwerkbenadering wordt ervan uitgegaan dat actoren onderling afhankelijk zijn.
Actoren kunnen hun doel niet bereiken, zonder de middelen van andere actoren. Binnen
netwerken treden reeksen interacties op rond vraagstukken. Deze worden ‘games’ genoemd.
Beleidsprocessen zijn dus een verzameling van games tussen actoren. In elke game heeft elke
actor zijn eigen perceptie van de aard van het probleem, de oplossingen en van de andere
actoren in het veld.
Kernelementen public management:
- Policy management: de identificatie van behoefte, analyse van opties, selectie van
programma’s, toewijzing van onderzoeken op juridische basis.
- Resource management: de vestiging van basis administratieve systemen, budgettering,
financieel management, produceren en levering, personeel management.
- Program management: De implementatie van beleid of dagelijkse operaties van
organisatie die het beleid uitdragen langs functionele lijnen.
Alternatieve elementen public management:
- Personeelsmanagement
- Personeelsplanning
- Collectief onderhandelen en arbeidsbeheer management
- Productiviteit- en prestatiemeting
- Organiseren/ reorganiseren
- Financieel management
- Evaluatieonderzoek
Management: het organiseren en de richting van een onderzoek, om een gewenst doel te
bereiken.
Overeenkomsten publiek en privaat management:
• POSDCORB: algemene managementfuncties: PIOFACH
- Planning Personeel
- Organisatie Inkoop
- Staffing Organisatie
- Directing Financiën
- Coordinating Automatisering
- Reporting Communicatie
- Budgetting Huisvesting
Verschillen publiek/ privaat management:
- Tijdsperspectief: Publiek: korte termijn. Privaat: lange termijn.
- Tijdsduur manager: Publiek: in dienst zijn als manager is kort. Privaat: langer.
- Meting van prestaties:
- Personele beperking: Publiek: politieke en normale ambtenaren. Privaat: een manager.
- Eigen vermogen en efficiëntie
- Publiek proces/ privaat proces: Open en transparantie
- De rol van de pers en media:
- Precisie en richting: Publiek: politieke druk en coalities. Privaat: eigen richting
- Legalisatie en fundamenteel impact: Publiek: meestal voor juridisch weg. Privaat:
wordt niet gedaan, wegens vele administratie.
- Bottom line: Publiek: clear bottom line. Privaat: winst, marktprestatie en overleven.
, Samenvatting artikel Hood: Hoorcollege 2 &3
New Public Management is opgekomen met vier bestuurlijke trends:
1. De overheidsgroei terug te dringen of te keren (bezuinigen)
2. De verschuiving van publiek naar privatisering
3. De ontwikkeling van automatisering.
4. Een meer internationale agenda
Oorsprong NPM:
1. Nieuwe institutionele economie: homo-economiscus door overheidsmanagers.
2. Sturing door zakelijke contractrelaties
NPM wordt gekenmerkt door 7 elementen:
1. Autonomie voor uitvoerende managers (Integraal management, scheiding beleid en
uitvoering)
2. Formulering van meetbare doelen
3. Afrekenen op KPI’s (Verantwoording op output ipv input)
4. Opbreken/ verzelfstandigen tot ‘productie-eenheden’ binnen de overheid.
5. Concurrentie aanmoedigen tussen organisatie
6. Bedrijfsmatige managementstijl (minder inhoud, pragmatischer en harder op
prestaties).
7. Druk op de kosten (als tegenkracht tegen de almaar groeiende bureaucratie)
Samenvatting artikel Klijn en Koppejan: Hoorcollege 4 & 5
- De beleidsnetwerkbenadering is gericht op zowel (1) het analyseren en uitleggen van
complexe processen van beleidsvorming als (2) het formuleren van voorschriften om
het beheer van deze processen te verbeteren.
5 kritiekpunten op de netwerkbenadering:
- Gebrek aan theoretische grondslagen en heldere concepten
- Gebrek aan verklarende kracht
- Verwaarlozing van de rol van macht
- Gebruik aan duidelijke evaluatiecriteria
- Normatieve bezwaren tegen netwerken en de rol van publieke actoren daarin
Theoretische basis van de netwerkbenadering:
Het eerste kritiekpunt is dat er weinig theorie aan basis ligt voor de netwerkbenadering.
Desondanks zien we bij Bottom-up, intergouvermentele relaties de eerste kenmerken van
netwerkbenadering terug. Ook in de interactieve beleidsaanpak biedt handvaten. De
netwerkbenadering bouwt hierop voort.
Verduidelijking van centrale concepten: beleidsnetwerken als context van interacties.
Bij de netwerkbenadering wordt ervan uitgegaan dat actoren onderling afhankelijk zijn.
Actoren kunnen hun doel niet bereiken, zonder de middelen van andere actoren. Binnen
netwerken treden reeksen interacties op rond vraagstukken. Deze worden ‘games’ genoemd.
Beleidsprocessen zijn dus een verzameling van games tussen actoren. In elke game heeft elke
actor zijn eigen perceptie van de aard van het probleem, de oplossingen en van de andere
actoren in het veld.