College I:
Kwalitatief onderzoek: het begrijpen van menselijke beslissingen en handelingen, in
hun natuurlijke context.
KO ligt de nadruk op exploreren: Het benaderen van de theorie met zo min mogelijk
veronderstellingen; gebruik maken van open vragen en
open blik.
Vergelijking:
Kwalitatief: Kwantitatief:
Patronen en betekenissen Correlatie tussen variabelen
Interpreteren van teksten Analytische reductie
Intensief Extensief
Weinig onderzoekseenheden Veel onderzoekseenheden
Strategische steekproef A-selectie steekproef
Nadruk op exploreren Nadruk op toetsen
Iteratief-parallel proces Liniear-serieel proces
Triangulatie van methoden Multivariatie analysetechnieken.
Onderzoekseenheden en steekproeftrekking:
- Klein aantal onderzoekseenheden, vanwege de noodzaak antwoorden af te leiden uit
diepte-analyse van je materiaal.
- Strategische steekproef:
o Theoretische selectie (Overeenkomst en verschil)
o Pragmatische selectie
o Selectie van een critical case
Triangulatie:
Methoden triangulatie: Het combineren van verschillende methoden van
dataverzameling.
Bronnentriangulatie: Via dezelfde methode van dataverzameling meerdere soorten
bronnen.
Onderzoekstriangulatie: Met meerdere onderzoekers dezelfde waarneming doen en
hetzelfde materiaal analyseren.
KO is geen liniear-serieel proces, maar iteratief-parallel proces.
Theoriegericht onderzoek: 1) Bestaande theorie toetsen (Deductief)
2) Theorie ontwikkelen / vormen / exploreren (Inductief)
Praktijkgericht onderzoek: veranderen/ verbeteren van de praktijk. Via 5 fasen:
1) Probleemanalyse
2) Diagnose
3) Ontwerp
4) Interventie
5) Evaluatie
, Vraagstelling KO:
- Wat
- Wanneer
- Hoe
- Waarom
Beschrijven, verklaren, voorspellen, voorschrijven en evalueren.
Komen tot een goede vraag- en doelstelling:
- Niet in een keer op papier.
- Wisselwerking; denken, formuleren en toetsen.
- Doorgaand proces en opnieuw bijstelling. Komt door:
o Dieper inzicht;
o Groeiend inzicht in problematiek
o Of wisselwerking klant/opdrachtgever en onderzoeker.
Van doelstelling tot een goede vraagstelling:
Criteria:
1) Helder
2) Haalbaar
3) Relevant
4) Afgebakend
- Vraag moet aansluiten bij de doelstelling, maar niet overstijgen;
- Gericht op kennisontwikkeling
- Open vraag
- Empirisch van aard
College II:
Het model van Meyers:
- Philosopische aannames: ideeën hoe de wereld eruitziet
- Onderzoeksmethoden: doel/vraagstelling
- Dataverzamelingstechnieken
- Benadering data-analyse: vertrekpunt, stapel data en verantwoording!
- Geschreven rapport
1,2 zijn het conceptueel model
3,4,5 zijn de uitwerkingsfasen. Het technisch ontwerp.
Inductief onderzoek: Vanuit de praktijk
Deductief onderzoek: Vanuit de theorie.
Kwalitatief onderzoek: het begrijpen van menselijke beslissingen en handelingen, in
hun natuurlijke context.
KO ligt de nadruk op exploreren: Het benaderen van de theorie met zo min mogelijk
veronderstellingen; gebruik maken van open vragen en
open blik.
Vergelijking:
Kwalitatief: Kwantitatief:
Patronen en betekenissen Correlatie tussen variabelen
Interpreteren van teksten Analytische reductie
Intensief Extensief
Weinig onderzoekseenheden Veel onderzoekseenheden
Strategische steekproef A-selectie steekproef
Nadruk op exploreren Nadruk op toetsen
Iteratief-parallel proces Liniear-serieel proces
Triangulatie van methoden Multivariatie analysetechnieken.
Onderzoekseenheden en steekproeftrekking:
- Klein aantal onderzoekseenheden, vanwege de noodzaak antwoorden af te leiden uit
diepte-analyse van je materiaal.
- Strategische steekproef:
o Theoretische selectie (Overeenkomst en verschil)
o Pragmatische selectie
o Selectie van een critical case
Triangulatie:
Methoden triangulatie: Het combineren van verschillende methoden van
dataverzameling.
Bronnentriangulatie: Via dezelfde methode van dataverzameling meerdere soorten
bronnen.
Onderzoekstriangulatie: Met meerdere onderzoekers dezelfde waarneming doen en
hetzelfde materiaal analyseren.
KO is geen liniear-serieel proces, maar iteratief-parallel proces.
Theoriegericht onderzoek: 1) Bestaande theorie toetsen (Deductief)
2) Theorie ontwikkelen / vormen / exploreren (Inductief)
Praktijkgericht onderzoek: veranderen/ verbeteren van de praktijk. Via 5 fasen:
1) Probleemanalyse
2) Diagnose
3) Ontwerp
4) Interventie
5) Evaluatie
, Vraagstelling KO:
- Wat
- Wanneer
- Hoe
- Waarom
Beschrijven, verklaren, voorspellen, voorschrijven en evalueren.
Komen tot een goede vraag- en doelstelling:
- Niet in een keer op papier.
- Wisselwerking; denken, formuleren en toetsen.
- Doorgaand proces en opnieuw bijstelling. Komt door:
o Dieper inzicht;
o Groeiend inzicht in problematiek
o Of wisselwerking klant/opdrachtgever en onderzoeker.
Van doelstelling tot een goede vraagstelling:
Criteria:
1) Helder
2) Haalbaar
3) Relevant
4) Afgebakend
- Vraag moet aansluiten bij de doelstelling, maar niet overstijgen;
- Gericht op kennisontwikkeling
- Open vraag
- Empirisch van aard
College II:
Het model van Meyers:
- Philosopische aannames: ideeën hoe de wereld eruitziet
- Onderzoeksmethoden: doel/vraagstelling
- Dataverzamelingstechnieken
- Benadering data-analyse: vertrekpunt, stapel data en verantwoording!
- Geschreven rapport
1,2 zijn het conceptueel model
3,4,5 zijn de uitwerkingsfasen. Het technisch ontwerp.
Inductief onderzoek: Vanuit de praktijk
Deductief onderzoek: Vanuit de theorie.