Organisatietheorie
College 7: 26-11-19
Vraag 1: Waarom maken organisaties bepaalde keuzes?
- We leven in een dynamische omgeving. Daar horen keuzes bij.
Vraag 2: In hoeverre hebben organisatie keuzevrijheid?
-
Vraag 3: In hoeverre zijn organisaties afhankelijk van hun omgeving?
- Organisaties zijn afhankelijk van de omgeving en daaraan gekoppeld het
voortbestaan.
Vraag 4: Hoe gaan organisaties om met onzekerheid in hun omgeving?
De omgeving is van invloed aan welke knop gedraaid moet worden. Maar ook kan de
omgeving beïnvloed worden. Dus zowel afhankelijk van de omgeving, als ook kan je de
omgeving als organisatie sturen.
In sessie #7 en #8 wil ik jullie laten nadenken over
• de invloed van de omgeving op de keuzes die organisaties (kunnen) maken
• Kijkend naar onze hoofd- en deelvragen
• dat de omgeving van invloed is of zelfs bepaalt welke
“organisatorische principes” kunnen worden doorgevoerd.
• In hoeverre organisaties hun omgeving kunnen beïnvloeden om succesvol te
kunnen zijn.
• Dit alles aan de hand van één centraal voorbeeld… product en
bedrijfschappen. -> waren semioverheidsinstelling, maar zijn afgeschaft.
Bedrijfslichamen:
• Achtergrond
• Nederlandse traditie van consensuspolitiek en corporatisme = samen
overleggen met maatschappelijke partners. Vanuit dat idee kwam er in de
jaren 30 product en bedrijfschappen opgericht.
• Taken
• Kwaliteitscontrole, collectieve marketing, stimuleren werkgelegenheid,
onderzoek …
• Innen heffingen en uitvoering overheidsbeleid
• Vrijwillig of aan de hand van bindende verorderingen
• Organisatie
• Bestuur van vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties
• 11 productschappen (en 6 bedrijfsschappen) in 2011
• 800 medewerkers en 257 miljoen euro uitgaven
• 400.000 ondernemening
, Waarom zijn deze opgeheven?
- Kritiek
• Gedwongen heffingen; aangesloten bedrijven moesten verplicht betalen.
• Gebrekkige of geen vertegenwoordiging; bedrijven waren wel lid, maar
voelde zich niet vertegenwoordigd in het bestuur. Het bestuur werd
samengesteld door vakbonden en mkb. Maar niet democratisch gekozen.
• Marktverstorend; productschap bepaalde waar iets aan moest doen. Je kon
niet zomaar alles importeren.
- Motie Wiebenga (1992)
• lobby en beloften tot vernieuwing; oproep om te onderzoeken wat de
meerwaarde is. De productschappen hebben zich toen samengepakt en
onderzoek gedaan. Met wat ze doen, en hoe ze het doen.
• Rapport Aan de Slag (1996)
- Motie Aptroot (2011)
• geen reactie en einde van de bedrijfs- en productschappen (2014)
• centrale overheid neemt taken over
Vraag 5: In hoeverre kunnen de volgende organisatietheorieën de ondergang van
bedrijfschappen verklaren?
• Structural contingency theory
• Vandaag
• Sessie #3; Sessie #9
• Hatch (2018, 82-85; 157-172)
• Transaction cost theory
• Vandaag
• Hatch (2018, 79-80)
- Resource dependency theory
• Vandaag
• Hatch (2018, 80-81; 85-87)
• Population ecology theory
• Vandaag
• Hatch (2018, 87-88)
• Neo-institutionalism
• Sessie #8
--
1) Structural contingency theory
Om het voorbestaan te handhaven hadden ze volgens deze theorie: ze hadden de
organisatiestructuur moeten aanpassen aan het type omgeving. Minzberg onderscheid 5
verschillende typen. Als de omgeving dan veranderd, pas je de structuur aan.
College 7: 26-11-19
Vraag 1: Waarom maken organisaties bepaalde keuzes?
- We leven in een dynamische omgeving. Daar horen keuzes bij.
Vraag 2: In hoeverre hebben organisatie keuzevrijheid?
-
Vraag 3: In hoeverre zijn organisaties afhankelijk van hun omgeving?
- Organisaties zijn afhankelijk van de omgeving en daaraan gekoppeld het
voortbestaan.
Vraag 4: Hoe gaan organisaties om met onzekerheid in hun omgeving?
De omgeving is van invloed aan welke knop gedraaid moet worden. Maar ook kan de
omgeving beïnvloed worden. Dus zowel afhankelijk van de omgeving, als ook kan je de
omgeving als organisatie sturen.
In sessie #7 en #8 wil ik jullie laten nadenken over
• de invloed van de omgeving op de keuzes die organisaties (kunnen) maken
• Kijkend naar onze hoofd- en deelvragen
• dat de omgeving van invloed is of zelfs bepaalt welke
“organisatorische principes” kunnen worden doorgevoerd.
• In hoeverre organisaties hun omgeving kunnen beïnvloeden om succesvol te
kunnen zijn.
• Dit alles aan de hand van één centraal voorbeeld… product en
bedrijfschappen. -> waren semioverheidsinstelling, maar zijn afgeschaft.
Bedrijfslichamen:
• Achtergrond
• Nederlandse traditie van consensuspolitiek en corporatisme = samen
overleggen met maatschappelijke partners. Vanuit dat idee kwam er in de
jaren 30 product en bedrijfschappen opgericht.
• Taken
• Kwaliteitscontrole, collectieve marketing, stimuleren werkgelegenheid,
onderzoek …
• Innen heffingen en uitvoering overheidsbeleid
• Vrijwillig of aan de hand van bindende verorderingen
• Organisatie
• Bestuur van vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties
• 11 productschappen (en 6 bedrijfsschappen) in 2011
• 800 medewerkers en 257 miljoen euro uitgaven
• 400.000 ondernemening
, Waarom zijn deze opgeheven?
- Kritiek
• Gedwongen heffingen; aangesloten bedrijven moesten verplicht betalen.
• Gebrekkige of geen vertegenwoordiging; bedrijven waren wel lid, maar
voelde zich niet vertegenwoordigd in het bestuur. Het bestuur werd
samengesteld door vakbonden en mkb. Maar niet democratisch gekozen.
• Marktverstorend; productschap bepaalde waar iets aan moest doen. Je kon
niet zomaar alles importeren.
- Motie Wiebenga (1992)
• lobby en beloften tot vernieuwing; oproep om te onderzoeken wat de
meerwaarde is. De productschappen hebben zich toen samengepakt en
onderzoek gedaan. Met wat ze doen, en hoe ze het doen.
• Rapport Aan de Slag (1996)
- Motie Aptroot (2011)
• geen reactie en einde van de bedrijfs- en productschappen (2014)
• centrale overheid neemt taken over
Vraag 5: In hoeverre kunnen de volgende organisatietheorieën de ondergang van
bedrijfschappen verklaren?
• Structural contingency theory
• Vandaag
• Sessie #3; Sessie #9
• Hatch (2018, 82-85; 157-172)
• Transaction cost theory
• Vandaag
• Hatch (2018, 79-80)
- Resource dependency theory
• Vandaag
• Hatch (2018, 80-81; 85-87)
• Population ecology theory
• Vandaag
• Hatch (2018, 87-88)
• Neo-institutionalism
• Sessie #8
--
1) Structural contingency theory
Om het voorbestaan te handhaven hadden ze volgens deze theorie: ze hadden de
organisatiestructuur moeten aanpassen aan het type omgeving. Minzberg onderscheid 5
verschillende typen. Als de omgeving dan veranderd, pas je de structuur aan.