Samenvatting face-to-face communicatie
Hoofdstukken Garcia, an introduction to interaction:
Hoofdstuk 1:
Er zit structuur in gesprekken, en het gaat om meer dan alleen verbale communicatie. CA gaat
over hoe interacties werken + hoe ze succesvol zijn + hoe problemen ontstaan en weer opgelost
kunnen worden.
Ordinary conversation = dagelijkse interactie. Het analyseren hiervan is de basis van interactie in
organisaties en institutionele instellingen.
Hoofdstuk 2:
Wanneer routines doorbroken worden reageren mensen sterk, dit laat zien hoe belangrijk
gedeelde verwachtingen zijn.
Etnomethodology = methoden die mensen in groepen gebruiken om iets voor elkaar te krijgen.
Bestuderen van procedures en methoden die men gebruikt om sociale structuren en sociale orde
te creëren. —> vaak gebruiken we deze methoden onbewust.
Indexicaliteit = betekenissen zijn afhankelijk van de context. De betekenis van uitingen komt niet
alleen voort uit de woorden, maar ook uit hun gebruik in een bepaalde context.
—> “Indexicality of human interaction”
pragmatiek = onderzoekt hoe mensen taal gebruiken in concrete situaties, en hoe betekenis
ontstaat door context, intenties en gedeelde achtergrondkennis.
Breaching experiments = door de norm te breken wek je reactie op. Dit kan je doen door het
schenden van de 4 maximes van Grice / Sacks (?) (= kwantiteit, kwaliteit, relevantie & wijze).
Conversationele implicatuur = Een indirecte betekenis die de hoorder a eidt omdat we ervan
uitgaan dat de spreker zich aan het coöperatieprincipe houdt, ook als de uiting letterlijk iets
anders lijkt te zeggen. —> we doen altijd ons best om betekenis te vormen.
Documentary method of interpretation = we behandelen wat iemand doet of zegt als een
aanwijzing voor een dieperliggende bedoeling of patroon en gebruiken dat om hun gedrag te
interpreteren. —> gedrag begrijpen door te bedenken wat erachter schuilt.
Hoofdstuk 3:
Bij CA gaat het gedrag zelf. Het is belangrijk om te begrijpen hoe interactie werkt. Hiervoor is
natuurlijke data het best bruikbaar.
Vaak worden verzamelingen van dezelfde soort interacties geanalyseerd, maar soms wordt een
single case analysis gedaan. —> vb: bij mislukte/ problematische interacties om te zien wat fout
ging.
Go man = identiteit is een performance. De image die we van onszelf laten zien noemen we
‘face’
—> positive face = behoefte om te worden gewaardeerd & gerespecteerd
—> negative face = behoefte aan privacy & autonomie
Face threatening act = taalhandelingen die bedreigend zijn voor face. Bijv: corrigeren, afwijzen…
ff fl
, 4 manieren om met FTA om te gaan:
- Bald on record = direct zonder verzachting (= hoogste bedreiging)
- On record = met beleefdheid strategieën de schade beperken
- o record = FTA heel indirect overbrengen
- Niet uitvoeren = je doet de FTA niet om iemands face te beschermen.
Hoofdstuk 4:
Een transcript is essentieel om gesproken interacties te onderzoeken, omdat in gesprekken niet
alleen war mensen zeggen telt, maar vooral hoe ze het zeggen. Voor CA zijn gedetailleerde
transcripties het best. Beter wat teveel detail dan te weinig.
Hoofdstuk 5:
De turn-taking system is een systematisch model om beurten te verdelen. Turn taking kan met
maar ook zonder woorden plaatsvinden. Door embodied action kun je ook zien wanneer
iemands beurt voorbij is.
Turn constructional component = waar/ wanneer kun je een nieuwe beurt beginnen?
- syntactisch = is de uiting grammaticaal compleet?
- prosodisch = is de intonatie-contour compleet?
- pragmatisch = is de handeling compleet?
—> er is sprake van een mogelijk voltooiingspunt (MVP) wanneer aan minstens een van de drie
voorwaarden is voldaan.
MVP is het schakelpunt tussen beurt A en beurt B. Hieromheen zit nog wat transitieruimte. De
transitie is dus niet altijd precies op het MVP
Een beurt / Turn constructual unit (TCU) kan uit één woord, zinsdeel of complete zin bestaan.
Turn allocation component = hoe wordt bepaald wie de volgende beurt krijgt?
1. Current speaker selects next: geeft beurt weg door bijv een vraag te stellen.
2. Next speaker selects self: wanneer niemand geselecteerd wordt jezelf selecteren.
3. Current speaker continues: niemand neemt de beurt, dus je gaat door.
—> dit is de correcte volgorde.
Local management = beurtwisseling en beurtlengte ligt niet van te voren vast. Gesprekken
kunnen dus nog beïnvloedt worden gedurende de actie, door bijvoorbeeld ervoor te kiezen de
beurt te behouden of te nemen. —> organisch proces.
Hoofdstuk 6:
Adjacency pairs = aangrenzende paren die bestaan uit twee uitspraken van verschillende
personen direct na elkaar en in een vaste volgorde.
De rst pair part suggereert een bepaalde inhoud van de second pair part.
Conditional relevance = het eerste deel maakt het tweede deel relevant. Het eerste deel creëert
een verwachting dat een passende tweede deel zal volgen. Wanneer dit niet zo is valt dit op.
Preferentie organisatie: wat is het gewenste tweede paardeel?
—> voorkeur is vaak het antwoord dat sociaal makkelijk is en het minste interactie kost.
—> voorkeur is cultuurafhankelijk.
wanneer een dispre ered response gegeven wordt heb je te maken met face-threat.
—> uitstel, aarzeling, verantwoording.
—> vaak indirect antwoord om niet bedreigend over te komen.
fffi
ff
Hoofdstukken Garcia, an introduction to interaction:
Hoofdstuk 1:
Er zit structuur in gesprekken, en het gaat om meer dan alleen verbale communicatie. CA gaat
over hoe interacties werken + hoe ze succesvol zijn + hoe problemen ontstaan en weer opgelost
kunnen worden.
Ordinary conversation = dagelijkse interactie. Het analyseren hiervan is de basis van interactie in
organisaties en institutionele instellingen.
Hoofdstuk 2:
Wanneer routines doorbroken worden reageren mensen sterk, dit laat zien hoe belangrijk
gedeelde verwachtingen zijn.
Etnomethodology = methoden die mensen in groepen gebruiken om iets voor elkaar te krijgen.
Bestuderen van procedures en methoden die men gebruikt om sociale structuren en sociale orde
te creëren. —> vaak gebruiken we deze methoden onbewust.
Indexicaliteit = betekenissen zijn afhankelijk van de context. De betekenis van uitingen komt niet
alleen voort uit de woorden, maar ook uit hun gebruik in een bepaalde context.
—> “Indexicality of human interaction”
pragmatiek = onderzoekt hoe mensen taal gebruiken in concrete situaties, en hoe betekenis
ontstaat door context, intenties en gedeelde achtergrondkennis.
Breaching experiments = door de norm te breken wek je reactie op. Dit kan je doen door het
schenden van de 4 maximes van Grice / Sacks (?) (= kwantiteit, kwaliteit, relevantie & wijze).
Conversationele implicatuur = Een indirecte betekenis die de hoorder a eidt omdat we ervan
uitgaan dat de spreker zich aan het coöperatieprincipe houdt, ook als de uiting letterlijk iets
anders lijkt te zeggen. —> we doen altijd ons best om betekenis te vormen.
Documentary method of interpretation = we behandelen wat iemand doet of zegt als een
aanwijzing voor een dieperliggende bedoeling of patroon en gebruiken dat om hun gedrag te
interpreteren. —> gedrag begrijpen door te bedenken wat erachter schuilt.
Hoofdstuk 3:
Bij CA gaat het gedrag zelf. Het is belangrijk om te begrijpen hoe interactie werkt. Hiervoor is
natuurlijke data het best bruikbaar.
Vaak worden verzamelingen van dezelfde soort interacties geanalyseerd, maar soms wordt een
single case analysis gedaan. —> vb: bij mislukte/ problematische interacties om te zien wat fout
ging.
Go man = identiteit is een performance. De image die we van onszelf laten zien noemen we
‘face’
—> positive face = behoefte om te worden gewaardeerd & gerespecteerd
—> negative face = behoefte aan privacy & autonomie
Face threatening act = taalhandelingen die bedreigend zijn voor face. Bijv: corrigeren, afwijzen…
ff fl
, 4 manieren om met FTA om te gaan:
- Bald on record = direct zonder verzachting (= hoogste bedreiging)
- On record = met beleefdheid strategieën de schade beperken
- o record = FTA heel indirect overbrengen
- Niet uitvoeren = je doet de FTA niet om iemands face te beschermen.
Hoofdstuk 4:
Een transcript is essentieel om gesproken interacties te onderzoeken, omdat in gesprekken niet
alleen war mensen zeggen telt, maar vooral hoe ze het zeggen. Voor CA zijn gedetailleerde
transcripties het best. Beter wat teveel detail dan te weinig.
Hoofdstuk 5:
De turn-taking system is een systematisch model om beurten te verdelen. Turn taking kan met
maar ook zonder woorden plaatsvinden. Door embodied action kun je ook zien wanneer
iemands beurt voorbij is.
Turn constructional component = waar/ wanneer kun je een nieuwe beurt beginnen?
- syntactisch = is de uiting grammaticaal compleet?
- prosodisch = is de intonatie-contour compleet?
- pragmatisch = is de handeling compleet?
—> er is sprake van een mogelijk voltooiingspunt (MVP) wanneer aan minstens een van de drie
voorwaarden is voldaan.
MVP is het schakelpunt tussen beurt A en beurt B. Hieromheen zit nog wat transitieruimte. De
transitie is dus niet altijd precies op het MVP
Een beurt / Turn constructual unit (TCU) kan uit één woord, zinsdeel of complete zin bestaan.
Turn allocation component = hoe wordt bepaald wie de volgende beurt krijgt?
1. Current speaker selects next: geeft beurt weg door bijv een vraag te stellen.
2. Next speaker selects self: wanneer niemand geselecteerd wordt jezelf selecteren.
3. Current speaker continues: niemand neemt de beurt, dus je gaat door.
—> dit is de correcte volgorde.
Local management = beurtwisseling en beurtlengte ligt niet van te voren vast. Gesprekken
kunnen dus nog beïnvloedt worden gedurende de actie, door bijvoorbeeld ervoor te kiezen de
beurt te behouden of te nemen. —> organisch proces.
Hoofdstuk 6:
Adjacency pairs = aangrenzende paren die bestaan uit twee uitspraken van verschillende
personen direct na elkaar en in een vaste volgorde.
De rst pair part suggereert een bepaalde inhoud van de second pair part.
Conditional relevance = het eerste deel maakt het tweede deel relevant. Het eerste deel creëert
een verwachting dat een passende tweede deel zal volgen. Wanneer dit niet zo is valt dit op.
Preferentie organisatie: wat is het gewenste tweede paardeel?
—> voorkeur is vaak het antwoord dat sociaal makkelijk is en het minste interactie kost.
—> voorkeur is cultuurafhankelijk.
wanneer een dispre ered response gegeven wordt heb je te maken met face-threat.
—> uitstel, aarzeling, verantwoording.
—> vaak indirect antwoord om niet bedreigend over te komen.
fffi
ff