Het menselijk lichaam heeft continu energie nodig voor vitale functies zoals
ademhaling, hartslag, lichaamstemperatuur, spieractiviteit en herstelprocessen.
Deze energie wordt geleverd door de afbraak van macronutriënten: koolhydraten,
vetten en eiwitten. De omzetting van deze voedingsstoffen in energie verloopt via
verschillende metabole routes die nauw met elkaar verbonden zijn.
Belangrijk bij meerkeuzevragen is dat je begrijpt:
● waar een proces plaatsvindt (cytoplasma of mitochondriën),
● wat het begin- en eindproduct is,
● welke stoffen wel of niet in elkaar kunnen worden omgezet,
● en onder welke omstandigheden (aeroob/anaeroob, voedingstoestand).
2. Koolhydraatstofwisseling
2.1 Glycolyse
De glycolyse is de eerste stap in de afbraak van glucose en vindt plaats in het
cytoplasma van de cel. Dit proces kan zowel met als zonder zuurstof plaatsvinden.
● Beginproduct: glucose
● Eindproducten: 2 pyruvaat, 2 ATP (netto), 2 NADH
De glycolyse levert relatief weinig energie, maar is essentieel omdat:
● het snel ATP kan leveren,
● het onafhankelijk is van zuurstof,
● en een centrale rol speelt in de verdere energiestofwisseling.
Bij zuurstofgebrek wordt pyruvaat omgezet in lactaat. Dit is een omkeerbaar proces.
Bij voldoende zuurstof wordt pyruvaat naar de mitochondriën vervoerd.
Belangrijk voor MC-vragen:
● Glycolyse kan altijd doorgaan, ook zonder zuurstof.
● De hersenen zijn grotendeels afhankelijk van glucose.
2.2 Carboxylering (pyruvaat → acetyl-CoA)
,Deze stap vormt de overgang tussen glycolyse en citroenzuurcyclus en vindt plaats
in de mitochondriën.
● Beginproduct: pyruvaat
● Eindproduct: acetyl-CoA + CO₂ + NADH
Dit proces is onomkeerbaar. Dat betekent dat acetyl-CoA niet kan worden omgezet
in glucose.
👉 Dit is een klassiek strikpunt bij meerkeuzevragen.
2.3 Citroenzuurcyclus (Krebs-cyclus)
De citroenzuurcyclus is het centrale knooppunt van de energiestofwisseling. Hier
komen de afbraakproducten van koolhydraten, vetten en eiwitten samen.
● Beginproduct: acetyl-CoA
● Eindproducten (per acetyl-CoA):
○ 3 NADH
○ 1 FADH₂
○ 1 GTP (ATP)
○ 2 CO₂
De cyclus zelf levert weinig ATP, maar vooral elektronendragers voor de
elektronentransportketen.
2.4 Elektronentransportketen
De elektronentransportketen vindt plaats in het binnenmembraan van de
mitochondriën.
● Input: NADH en FADH₂
● Eindproducten: ATP en water
● Zuurstof is de laatste elektronenacceptor
Zonder zuurstof stopt deze keten volledig.
3. Glucoseopbouw en -opslag
3.1 Glycogenese
, De omzetting van glucose naar glycogeen.
● Plaats: lever en spieren
● Functie: opslag van glucose
3.2 Glycogenolyse
Afbraak van glycogeen tot glucose.
● Lever: glucose afgifte aan bloed
● Spieren: glucose voor eigen energiegebruik
3.3 Gluconeogenese
De vorming van glucose uit niet-koolhydraatbronnen.
● Bronnen: aminozuren, lactaat, glycerol
● Plaats: lever
Let op: vetzuren kunnen geen glucose vormen.
4. Vetstofwisseling
Vetten worden opgeslagen als triglyceriden in vetweefsel. Bij energietekort worden
ze afgebroken tot vetzuren en glycerol.
● Vetzuren → acetyl-CoA → citroenzuurcyclus
● Glycerol → gluconeogenese
Ketonen
Bij langdurig koolhydraattekort ontstaan ketonlichamen.
● Alternatieve brandstof voor hersenen
● Ontstaan in de lever
5. Eiwitstofwisseling
5.1 Chemische opbouw aminozuren
Aminozuren bestaan uit: