1. Olfactorisch proces: hoe geurprikkels door het zenuwstelsel bewegen
● Receptoren (reukcellen): in neusslijmvlies → zetten geur om in elektrisch signaal.
● Neuron: zenuwcel met dendrieten (ontvangen), soma (verwerken), axon (geleiden).
● Dendrieten: ontvangen geurprikkel van reukcellen en geven door aan cellichaam.
● Axon: geleidt signaal naar volgende neuron (via reukzenuw).
● Sensorisch neuron: vervoert prikkel naar CNS.
● Hersenen (olfactorische cortex): interpreteert en herkent geur.
2. Verwachtingstheorie van Vroom
● Mensen spannen zich in op basis van verwachting, instrumentaalheid en valentie.
● Verwachting: geloof in eigen prestatievermogen.
● Instrumentaliteit: mate waarin prestatie leidt tot gewenste uitkomst.
● Valentie: waarde van de uitkomst voor de persoon.
● Volgorde: inspanning → prestatie → opbrengst → waarde.
3. Lange termijn geheugen
● Semantisch: feitelijke kennis → herhaling, meervoudige codering, samenhang met
bestaande kennis.
● Episodisch: persoonlijke ervaringen → reflectie, visualisatie, koppeling aan
praktische tips.
● Toepassing voor cliënten: allergie-informatie oefenen en koppelen aan ervaringen of
visuele hulpmiddelen.
4. Operante conditionering
● Gedrag beïnvloed door gevolgen (Skinner).
● Positieve bekrachtiging: iets prettigs toevoegen → gedrag neemt toe (bijv.
compliment).
● Negatieve bekrachtiging: iets onaangenaams weghalen → gedrag neemt toe (bijv.
maagzuur verdwijnt).
, 5. Opvoedingsstijlen
1. Autoritair: streng, weinig inspraak → kind eet ongezond uit dwang.
2. Permissief: weinig regels → kind leert geen zelfregulatie, eet mogelijk ongezond.
3. Democratisch/autoritatief: duidelijke grenzen + overleg → stimuleert gezonde
keuzes via inzicht.
6. Casus: sociale psychologie & leertheorie
● Sophie (17): beïnvloed door vriendinnen (sociale normen) en beloning van ouders.
● Sociale psychologie: sociale vergelijking, conformiteit.
● Leertheorieën: operante conditionering (positieve bekrachtiging) en sociaal leren
(observatie).
● Interventies: autonomie versterken, rolmodellen inzetten, sociale steun organiseren.
7. Eetstoornissen
Stoorni Definitie Leeftijdsfase
s
AN Extreme angst voor gewicht, lijnen Adolescentie
BED Herhaalde eetbuien zonder compensatie (Late) adolescentie –
volwassenheid
ARFID Zeer selectief/restrictief eten, geen focus op Kindertijd – adolescentie
gewicht
Pica Eten van niet-eetbare dingen Kindertijd/verstandelijke
beperking
8. Behandeldoelen bij BED
1. Motivatie voor behandeling.
2. Normaliseren eetpatroon.
3. Gewichtsherstel/stabilisatie.
4. Introduceren moeilijke/“verboden” voedingsmiddelen.
5. Stoppen/verminderen eetbuien.