Literatuur Nieuwe Media en Communicatie
Nena van der Voort - 7977107
Week 1:
• Personal connections in the digital age - Nancy K. Baym
Hoofdstuk 1: New forms of personal connection
—> Er wordt onderzocht hoe digitale media onze persoonlijke relaties veranderen. Hierbij gaat
het niet alleen om wat we zeggen, maar vooral om hoe we het zeggen en wanneer en tegen
wie we communiceren. Digitale media is niet simpelweg goed of slecht, er zijn zowel voordelen
als nadelen van de ontwikkeling van nieuwe digitale media.
Tegenwoordig: veel nieuwe manieren van communiceren online. Hierdoor zijn persoonlijke
relaties uitgebreider, sneller, constanter en complexer.
—> de komst van deze nieuwe mogelijkheden creëert spanningen. Sommige mensen zijn heel
pessimistisch en bang voor de ontwikkeling van nieuwe digitale media, en sommige zijn juist
optimistisch en hoopvol.
Door nieuwe media hoeft communicatie niet meer gelijktijdig te zijn, kun je het op elke locatie
hebben, kun je ‘zelf’ bestaan zonder je fysieke lichaam en kan iets wat privé voelde toch door
vele mensen gezien worden.
Sommige mensen ervaren hun ware “self” beter online dan o ine. Omdat: ze meer durven te
zeggen, minder onzeker zijn of expressiever durven te zijn op digitale media.
Zeven kernconcepten die helpen om media te analyseren.
1. Interactiviteit = hoeveel sociale interactie ondersteunt een medium. Dit bepaald hoe vloeiend
relaties kunnen verlopen.
2. Temporele structuur = is communicatie synchroon of asynchroon?
Synchroon —> tegelijkertijd, direct op elkaar reageren. (Bijv. audio- of videobellen)
Asynchroon —> met tijdsverschil, je hebt tijd om na te denken, strategischer. (Bijv. Email)
3. Sociale cues = de hoeveelheid signalen die een medium biedt. Rijke media: een volledig
scala, magere media: minder signalen. Een tekort aan signalen kan leiden tot anonimiteit.
4. Opslag = blijft de communicatie bestaan, kan deze opgeslagen worden om later weer terug
te kijken?
5. Repliceerbaarheid = de mogelijkheid om kopieën van berichten te maken bijvoorbeeld in de
vorm van screenshots of downloads.
6. Bereik = hoeveel mensen kan een medium bereiken. Digitale media zorgt ervoor dat
berichten zich snel verspreiden en viraal kunnen gaan.
7. Mobiliteit = de mate van draagbaarheid. Bepaald of je bijvoorbeeld een bericht op iedere
gewenste locatie kan versturen of dat je apparaat vast zit aan een bepaalde locatie.
Het internet begon niet als persoonlijk communicatiemiddel, maar is in verloop van tijd zo
ontwikkeld dat het dit wel werd.
ffl
, Niet iedereen gebruikt het internet. + er zitten ook verschillen in de manier van hoe je het
internet gebruikt. Verschillend internetgebruik kan ook verschillende grati caties opleveren.
Hoofdstuk 2: Making new media make sense
—> Dit hoofdstuk gaat om hoe mensen betekenis geven aan nieuwe
communicatietechnologieën. Het benadrukt ook dat nieuwe media nooit neutraal binnen zullen
komen. Ze zorgen altijd voor verwachtingen en wekken sterke meningen op.
Er zijn vier belangrijke perspectieven op hoe technologie en de maatschappij elkaar
beïnvloeden.
1. Technologisch determinisme = machines/ de technologie verandert ons. Het wordt gezien
als een externe kracht die de samenleving binnendringt en veranderd. De mens zou hier zo wat
geen invloed op hebben.
—> eigenschappen van technologie worden overgedragen op de gebruikers.
Zelfs in de oudheid waarschuwde Socrates al dat nieuwe uitvindingen zouden leiden tot
vergetelheid en het mensen de grip op de realiteit en wijsheid zou laten verliezen. Nu herhaalt
zich dit door de theorieën over dat het internet ons dom maakt.
Het technologisch determinisme wordt gezien als een ontkrachtend perspectief dat mensen als
machteloos positioneert tegenover verandering.
—> authenticiteit op het internet is moeilijk te herkennen, de kwaliteit van interactie kan op het
internet als oppervlakkig worden ervaren, op het internet kan sprake zijn van anonimiteit en
bedrog & de vrees dat nieuwe media mensen sociaal isoleren en bestaande relaties
verslechteren.
2. Sociale constructie van technologie (SCOT) = mensen hebben de macht. Technologieën
komen voort uit sociale processen die geleid worden door mensen.
Gebruikersperspectief: gebruikers passen nieuwe technologieën aan voor hun eigen
doeleinden, vaak met onverwachte resultaten.
Moral panic: mensen worden overdreven bang voor iets dat ze zien als een gevaar voor de
samenleving (normen, waarden of veiligheid).
—> in de media/ nieuwe technologie: mensen horen over één geval van online pesten en
denken gelijk dat iedereen in gevaar is.
—> Door de grootte van de angst worden soms zelfs nieuwe regels gemaakt, strengere controle
ingesteld en paniekreacties opgewekt.
3. Social shaping of technology = een middenweg tussen de twee eerdere perspectieven. Er is
sprake van een mix van technologische mogelijkheden en onverwachte manieren waarop
mensen die benutten.
—> technologie en de samenleving beïnvloeden elkaar.
Dus: technologie heeft bepaalde eigenschappen die bepalen wat je ermee kunt doen. Deze
eigenschappen sturen ons gedrag een beetje. Maar: mensen zijn creatief en passen de
technologie toe op manieren die ontwerpers niet hadden voorzien. Daardoor verandert de
technologie ook weer door de mens. —> voortdurende wisselwerking.
4. Domesticatie van technologie = het proces waarin nieuwe technologie zich langzaam
integreert in de samenleving en uiteindelijk vanzelfsprekend wordt in het dagelijks leven.
—> eerdere onderzoeken laten zien dat normalisering van nieuwe media technologieën veel
voorkomend is.
fi
Nena van der Voort - 7977107
Week 1:
• Personal connections in the digital age - Nancy K. Baym
Hoofdstuk 1: New forms of personal connection
—> Er wordt onderzocht hoe digitale media onze persoonlijke relaties veranderen. Hierbij gaat
het niet alleen om wat we zeggen, maar vooral om hoe we het zeggen en wanneer en tegen
wie we communiceren. Digitale media is niet simpelweg goed of slecht, er zijn zowel voordelen
als nadelen van de ontwikkeling van nieuwe digitale media.
Tegenwoordig: veel nieuwe manieren van communiceren online. Hierdoor zijn persoonlijke
relaties uitgebreider, sneller, constanter en complexer.
—> de komst van deze nieuwe mogelijkheden creëert spanningen. Sommige mensen zijn heel
pessimistisch en bang voor de ontwikkeling van nieuwe digitale media, en sommige zijn juist
optimistisch en hoopvol.
Door nieuwe media hoeft communicatie niet meer gelijktijdig te zijn, kun je het op elke locatie
hebben, kun je ‘zelf’ bestaan zonder je fysieke lichaam en kan iets wat privé voelde toch door
vele mensen gezien worden.
Sommige mensen ervaren hun ware “self” beter online dan o ine. Omdat: ze meer durven te
zeggen, minder onzeker zijn of expressiever durven te zijn op digitale media.
Zeven kernconcepten die helpen om media te analyseren.
1. Interactiviteit = hoeveel sociale interactie ondersteunt een medium. Dit bepaald hoe vloeiend
relaties kunnen verlopen.
2. Temporele structuur = is communicatie synchroon of asynchroon?
Synchroon —> tegelijkertijd, direct op elkaar reageren. (Bijv. audio- of videobellen)
Asynchroon —> met tijdsverschil, je hebt tijd om na te denken, strategischer. (Bijv. Email)
3. Sociale cues = de hoeveelheid signalen die een medium biedt. Rijke media: een volledig
scala, magere media: minder signalen. Een tekort aan signalen kan leiden tot anonimiteit.
4. Opslag = blijft de communicatie bestaan, kan deze opgeslagen worden om later weer terug
te kijken?
5. Repliceerbaarheid = de mogelijkheid om kopieën van berichten te maken bijvoorbeeld in de
vorm van screenshots of downloads.
6. Bereik = hoeveel mensen kan een medium bereiken. Digitale media zorgt ervoor dat
berichten zich snel verspreiden en viraal kunnen gaan.
7. Mobiliteit = de mate van draagbaarheid. Bepaald of je bijvoorbeeld een bericht op iedere
gewenste locatie kan versturen of dat je apparaat vast zit aan een bepaalde locatie.
Het internet begon niet als persoonlijk communicatiemiddel, maar is in verloop van tijd zo
ontwikkeld dat het dit wel werd.
ffl
, Niet iedereen gebruikt het internet. + er zitten ook verschillen in de manier van hoe je het
internet gebruikt. Verschillend internetgebruik kan ook verschillende grati caties opleveren.
Hoofdstuk 2: Making new media make sense
—> Dit hoofdstuk gaat om hoe mensen betekenis geven aan nieuwe
communicatietechnologieën. Het benadrukt ook dat nieuwe media nooit neutraal binnen zullen
komen. Ze zorgen altijd voor verwachtingen en wekken sterke meningen op.
Er zijn vier belangrijke perspectieven op hoe technologie en de maatschappij elkaar
beïnvloeden.
1. Technologisch determinisme = machines/ de technologie verandert ons. Het wordt gezien
als een externe kracht die de samenleving binnendringt en veranderd. De mens zou hier zo wat
geen invloed op hebben.
—> eigenschappen van technologie worden overgedragen op de gebruikers.
Zelfs in de oudheid waarschuwde Socrates al dat nieuwe uitvindingen zouden leiden tot
vergetelheid en het mensen de grip op de realiteit en wijsheid zou laten verliezen. Nu herhaalt
zich dit door de theorieën over dat het internet ons dom maakt.
Het technologisch determinisme wordt gezien als een ontkrachtend perspectief dat mensen als
machteloos positioneert tegenover verandering.
—> authenticiteit op het internet is moeilijk te herkennen, de kwaliteit van interactie kan op het
internet als oppervlakkig worden ervaren, op het internet kan sprake zijn van anonimiteit en
bedrog & de vrees dat nieuwe media mensen sociaal isoleren en bestaande relaties
verslechteren.
2. Sociale constructie van technologie (SCOT) = mensen hebben de macht. Technologieën
komen voort uit sociale processen die geleid worden door mensen.
Gebruikersperspectief: gebruikers passen nieuwe technologieën aan voor hun eigen
doeleinden, vaak met onverwachte resultaten.
Moral panic: mensen worden overdreven bang voor iets dat ze zien als een gevaar voor de
samenleving (normen, waarden of veiligheid).
—> in de media/ nieuwe technologie: mensen horen over één geval van online pesten en
denken gelijk dat iedereen in gevaar is.
—> Door de grootte van de angst worden soms zelfs nieuwe regels gemaakt, strengere controle
ingesteld en paniekreacties opgewekt.
3. Social shaping of technology = een middenweg tussen de twee eerdere perspectieven. Er is
sprake van een mix van technologische mogelijkheden en onverwachte manieren waarop
mensen die benutten.
—> technologie en de samenleving beïnvloeden elkaar.
Dus: technologie heeft bepaalde eigenschappen die bepalen wat je ermee kunt doen. Deze
eigenschappen sturen ons gedrag een beetje. Maar: mensen zijn creatief en passen de
technologie toe op manieren die ontwerpers niet hadden voorzien. Daardoor verandert de
technologie ook weer door de mens. —> voortdurende wisselwerking.
4. Domesticatie van technologie = het proces waarin nieuwe technologie zich langzaam
integreert in de samenleving en uiteindelijk vanzelfsprekend wordt in het dagelijks leven.
—> eerdere onderzoeken laten zien dat normalisering van nieuwe media technologieën veel
voorkomend is.
fi