Week 1: inleiding verbintenissenrecht (systematiek, achtergrond en toepassing BW)
Verbintenis ziet op de rechtsverhouding tussen twee personen op grond waarvan de één een subjectief
recht heeft tegenover de ander en die ander een verplichting heeft tegenover de eerste
è Het is een recht van de één op een prestatie van de ander
Bijvoorbeeld: reparateur P spreekt met Q af diens defecte computer te herstellen. Q heeft het recht op
reparatie en vervolgens afgifte van zijn computer door P. P heeft de verplichting de computer te
repareren en deze vervolgens weer aan Q beschikbaar te stellen
Q is in dit geval de schuldeiser (crediteur), terwijl P de schuldenaar (debiteur) is
Bij een koopovereenkomst zijn er de volgende verbintenissen:
- Betalen (plicht om te betalen & recht op betaling)
- Het leveren van een goed (plicht om te leveren & recht op levering)
De perfecte uitleg van een verbintenis:
“Een vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen krachtens welke de één
(schuldeiser/crediteur) is gerechtigd tot een gedraging (‘prestatie’) die de ander (schuldenaar/debiteur)
verplicht is ten opzichte van hem te verrichten”
Overeenkomst = een meerzijdige rechtshandeling (art. 6:213) waaruit onder andere verbintenissen
kunnen ontstaan (er is hier sprake van wanneer voor de totstandkoming van de rechtshandeling ten
minste twee personen moeten samenwerken)
LET OP! Rechtsgevolgen van overeenkomsten zijn niet beperkt tot verbintenissen, maar kunnen ook
bijvoorbeeld een familierechtelijke overeenkomst tot gevolg hebben
Een overeenkomst is dus niet hetzelfde als een verbintenis, aangezien een verbintenis ontstaat uit een
overeenkomst. De overeenkomst is als het ware de afspraak en de verplichting die daaruit ontstaat is
de verbintenis
Twee bronnen waaruit verbintenissen kunnen ontstaan:
• Uit overeenkomsten
• Uit de wet:
- (6:162,Onrechtmatige daad titel 3)
- Rechtmatige daad (titel 4, boek 6)
Rechtsfeit = een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg (juridische gevolgen) koppelt. Het
zijn gebeurtenissen/handelingen die automatisch juridische gevolgen hebben zonder dat die bewust
beoogd worden
è Bijvoorbeeld: 18 jaar worden of een auto-ongeval
Rechtshandeling (art. 3:33 BW) = een (menselijke) handeling die is gericht op het tot stand brengen
van een (juridisch) rechtsgevolg (dat het objectieve recht toestaat). Een handeling die wordt gesteld
met als doel wel rechtsgevolgen te creëren
è Bijvoorbeeld: opzeggen van je huur, geld schenken of een boek kopen
Rechtsgevolg = een gevolg dat door het recht aan bepaalde feiten of handelingen wordt verbonden
è Bijvoorbeeld: door het ontstaan van een verbintenis ontstaat een subjectief recht als het
vorderingsrecht. Dit is dan het rechtsgevolg
Bijvoorbeeld:
- Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding daarvan (art. 6:217 BW) =
rechtsregel
- Annelies aanvaard het aanbod van Achmed = rechtsfeit
- Er is tussen Annelies en Achmed een overeenkomst tot stand gekomen = rechtsgevolg
,Een rechtshandeling (art. 3:33 BW) heeft twee vereisten:
• Wil gericht op een beoogd rechtsgevolg
• Verklaring (openbaren = uiten)
Blote feiten = feiten waar het recht niks mee doet
è Bijvoorbeeld: met je werkgroep genoot afspreken om koffie te drinken
Rechtsfeit = feit waar het objectieve recht een gevolg aan verbindt (rechtsgevolgen)
è Bijvoorbeeld: achttien jaar worden of overlijden
Gedraging van een persoon = feiten die bestaan uit een gedraging van één of meer personen
Blote rechtsfeiten = feiten die niet bestaan uit een gedraging van één of meer personen
è Bijvoorbeeld: achttienjaar oud worden of overlijden
Rechtshandeling = gevolg is beoogd, je hebt als doel een rechtsgevolg te creëren
è Bijvoorbeeld: een boek kopen, een huis kopen
Feitelijke handeling/andere gedraging van een persoon = je moet wel iets doen, maar dit wil je
helemaal niet. Het zijn handelingen met een rechtsgevolg zonder dat er een wil was voor dit
rechtsgevolg
è Bijvoorbeeld: je maakt een rekening van €85 per ongeluk twee keer over of een auto-ongeluk
Onrechtmatige daad = een misdrijf waarbij iemand handelt of iets nalaat, waardoor een ander
schade wordt toegebracht. Er ontstaat een rechtsgevolg zonder wil
è Bijvoorbeeld: met een bal iemand zijn ruit intrappen
Rechtmatige daad = een handeling die niet in strijd is met het recht, maar waardoor wel
aansprakelijkheid en schadevergoedingsplicht ontstaat
è Bijvoorbeeld: als het huis van de buurman op instorten staat en je neemt maatregelen om dit
te voorkomen, dan moet de buurman de kosten aan je vergoeden (op grond van
zaakwaarneming, art. 6:198)
Drie soorten rechtmatige daden:
1. Zaakwaarneming (6:198 t/m 6:202): je doet iets voor iemand anders zijn belang (zonder dat
diegene er iets van weet)
2. Onverschuldigde betaling (6:203 t/m 6:211)
3. Ongerechtvaardigde verrijking (6:212): een voordeel dat door toeval, vergissing of ongeluk
van een ander is verkregen, waarvoor hij/zij niet heeft betaald/gewerkt
, Eenzijdige rechtshandeling = rechtshandeling die alleen verricht kan worden
è Bijvoorbeeld: opzeggen/aangaan van huurovereenkomst of het opmaken van een testament
Meerzijdige rechtshandeling = rechtshandeling waar je twee of meer personen voor nodig hebt (je
hebt ook iemand nodig die accepteert)
è Bijvoorbeeld: een overeenkomst
Vraag jezelf bij een eenzijdige/meerzijdige rechtshandeling af of je het alleen samen kan verrichten,
of dat je dit ook alleen kan doen
Wederkerige overeenkomst = er bestaan over en weer verbintenissen, beide partijen gaan over en
weer verbintenissen aan
è Bijvoorbeeld: ik moet de computer leveren, jij moet de computer betalen
(koopovereenkomst)
Niet-wederkerige (eenzijdige) overeenkomst = je doet het met meerdere personen (bijvoorbeeld
omdat één persoon toestemming moet geven, maar één persoon heeft een verbintenis, er is maar één
verbintenis
è Bijvoorbeeld: schenking. Het is meerzijdig, omdat de schenking wel aanvaard moet worden;
het is niet altijd positief, maar er is maar één persoon die uiteindelijk een verplichting heeft;
de schenker
Gerichte eenzijdige rechtshandeling = is gericht tot een bepaald persoon en moet om werking te
hebben deze persoon hebben bereikt
è Bijvoorbeeld: aanbod, aanvaarding, herroeping, ontslag nemen
Ongerichte eenzijdige rechtshandeling = heeft geen duidelijke geadresseerde en hoeft niemand te
hebben bereikt om werking te hebben
è Bijvoorbeeld: testament, erkennen van een kind
Natuurlijke verbintenis = een rechtens niet afdwingbare verbintenis.
è Wanneer een natuurlijke verbintenis bestaat is terug te vinden in art. 6:3 lid 2
Zie HR Goudse Bouwmeester, dit gaat over de dringende morele verplichting bij een natuurlijke
verbintenis; art. 6:3 lid 2 sub b BW
Arresten week 1:
• HR Quint/te Poel: gaat over ongerechtvaardigde verrijking (stond niet in oud BW)
• HR Goudse bouwmeester