Alles behalve parasieten, en een deel van schimmels
Het immuunsysteem
Het immuunsysteem = alle weefsels, cellen en moleculen die het lichaam beschermen tegen infectie en ziekte,
veroorzaakt een immuunrespons (= gecoördineerde reactie van het immuunsysteem op pathogenen en andere
schadelijke stoffen)
Het immuunsysteem/de afweer wordt opgedeeld in 2 groepen:
1. De aangeboren/innate afweer aspecifiek, ter plaatse en snel geactiveerd
2. De aangeleerde/adaptive afweer specifiek, niet ter plaatse en langzaam geactiveerd
- Heeft geheugen herbesmettingsimmuniteit
De aangeboren afweer (HC1, ZS1, HC2, WC1)
De aangeboren afweer
De aangeboren afweer bestaat uit meerdere componenten:
1. De first line of defense mechanische, chemische en microbiologische barrières
2. De second line of defense cellen van de aangeboren afweer
3. De third line of defense cellen van de aangeboren afweer activeren de adaptieve afweer
First line of defense
1. Mechanische barrières
2. Microbiologische barrières
3. Chemische barrières
Mechanische en microbiologische barrières
Op alle plaatsen waar pathogenen het lichaam binnen kunnen dringen zitten aspecifieke mechanische barrières, en
commensale bacteriën die pathogenen verdringen
,Chemische barrières
De chemische barrières bestaan uit:
1. Antimicrobiële peptiden
2. Complementsysteem
Antimicrobiële peptiden
- Kleine amfipatische eiwitten
- Gaan tussen celmembraan van pathogenen zitten, maakt een porie
waardoor de cel gaat lekken celdood
- Bijv. Defensins
- Geproduceerd door neutrofielen, eosinofielen, epitheelcellen,
dendritische cellen en macrofagen
Complementsysteem
- Cascade van allerlei proteolytische complement moleculen die in bloed aanwezig zijn (ene molecuul
knipt andere) orcestreert 3 effecten (1) membrane attack complex, (2) opsonisatie, (3)
chemokines
- Kan op 3 manieren geactiveerd worden:
Classical pathway antilichamen van adaptieve afweer activeren complement
Lectin pathway mannose bindt aan koolhydraten op microben en wordt gekliefd
Alternative pathway complementeiwitten binden op celwand van microben en wordt gekliefd
Er zijn dus 3 effecten van het complementsysteem:
1. Opsonisatie fagocytose van gebonden microob bevorderd
2. Membrane attack complex maakt porien dood agens
3. Productie van chemokines trekt andere immuuncellen aan
,Second line of defense
Cellen betrokken bij de aangeboren afweer:
- Epitheelcellen
- Macrofagen
- Neutrofielen
- NK-cellen
- Mestcellen
- Dendritische cellen
Cellen van de aangeboren afweer
Epitheelcellen
Epitheelcellen zorgen voor een fysieke en chemische barrière met de buitenwereld:
- Vormen een fysieke barrière
- Produceren antibacteriële peptides (defensins)
- Keratine op huid en mucus op slijmvliezen
Neutrofielen
Locatie:
Neutrofielen worden o.i.v. cytokines geproduceerd in het beenmerg, treden uit bij eerste tekenen van infectie, vaak
de eerste cellen die op infectie reageren
Functie:
Fagocyteren pathogenen en maken ze dood in het lysosoom
Hebben receptoren voor producten van het complement en voor antilichamen die aan pathogenen zitten, als deze
geactiveerd worden fagocytose gestimuleerd en worden aangezet tot doden van gefagocyteerde pathogenen
Overleven maar een paar uur in weefsels, dus de eerste linie van verdediging maar niet long-term
Macrofagen
Locatie:
Monocyten circuleren door het bloed, treden uit bij infectie macrofaag
Macrofagen zitten al in de weefsels
Functie:
Fagocyteren pathogenen en maken ze dood in het lysosoom
Ruimen necrose op bij weefselschade
Produceren inflammatoire cytokines
Hebben receptoren voor producten van het complement en voor antilichamen die aan pathogenen zitten, als deze
geactiveerd worden fagocytose gestimuleerd en worden aangezet tot doden van gefagocyteerde pathogenen
Dit kan beide kanten uitgaan:
- Klassieke activatie veel signalen M1 pro-inflammatoir
- Alternatieve activatie weinig signalen M2 pro-healing
Dendritische cellen
Locatie:
, In weefsels en bloed
Functie:
Produceren inflammatoire cytokines
Activeren adaptieve immuunsysteem d.m.v. antigeenpresentatie aan T/B cellen
Mestcellen
Locatie:
Afkomstig uit beenmerg
Aanwezig in weefsels die in contact staan met buitenwereld
Functie:
Hebben veel granules in cytoplasma met histamine en veel antimicrobiële stoffen, scheiden deze uit op herkenning
d.m.v. TLR
Produceren inflammatoire cytokines
Belangrijk tegen helminthen en slangengif
NK-cellen
Locatie:
Worden geproduceerd in beenmerg, gaan daarna naar weefsels
Functie:
NK-cellen herkennen geïnfecteerde cellen of tumorcellen
NK-cellen maken IFN-gamma, perforine en granzyme (zit al in cytoplasmische granules)
- Perforine creëert gaatjes in het celmembraan, en granzyme gaat dan de cel in en laat de cel in apoptose
gaan
- IFN-gamma activeert macrofagen
NK-cellen worden nauw gereguleerd omdat ze zulke effectieve killers zijn, dit gebeurt door inhiberende en
activerende receptoren
- Meer activerende moleculen die typisch door ‘zieke’ cellen worden uitgescheiden wel apoptose
- Meer inhiberende MHC1 (een virus kan de expressie v/ MHC1 blokkeren) geen apoptose
Hoe worden pathogenen herkend?
Aangeboren immuuncellen hebben receptoren die pathogenen en beschadigde cellen kunnen herkennen, dit zijn
pattern recognition receptors, herkennen veel voorkomende onderdelen van pathogenen of beschadigde cellen
DAMP’s (damage) en PAMP’s (pathogen)
De twee belangrijkste subgroepen voor herkenning van pathogenen zijn:
- Toll-like receptors
- Nod-like receptors
Toll-like receptors (TLR)
Er zijn 9 verschillende toll-like receptors, die elk een ander deel van een pathogen kunnen herkennen:
- TLR1 en TLR2 (werken altijd samen) of TLR6 herkennen peptidoglycanen van gram+ bacteriën
- TLR4 herkennen LPS van gram- bacteriën
- TLR5 herkennen flagellen van bacteriën met flagel