Tandontwikkeling
1. kroondentine is
a. harder dan kroon dentine
b. harder dan glazuur
2. een odontoblast produceert:
a. dentine fosfoproteinen (DPP)
b. amelogenines
3. tijdens de tandvorming zijn achtereenvolgens de volgende:
a. knopstadium-klokstadium-kapstadium
b. knopstadium-kapsadium-klokstadium
4. wat is de functie van het stratum stellare (stervormige netwerk)
a. bescherming van de tandkiem
b. productie van eiwitten voor ameloblasten
5. tertiair dentine ontstaat
a. in het derde levensjaar
b. als reactie op trauma
6. ameloblasten ontstaan uit:
a. mesenchymcellen
b. epitheelcellen
7. tijdens de rijping (maturatie) van glazuur:
a. wordt water aan de matrix onttrokken
b. worden calcium- en fosfaatzouten aan de matrix onttrokken
8. een Tomes processus treffen we aan in:
a. ameloblasten
b. odontoblasten
9. het allereerste gevormde laagje dentine heet:
a. primaire dentine
b. manteldentine
10. het zakje (tandfollikel) groeit later uit tot:
a. pulpa
b. wortelvlies
11. odontoblasten ontstaan uit:
a. epitheelcellen
b. mesenchymcellen
1. kroondentine is
a. harder dan kroon dentine
b. harder dan glazuur
2. een odontoblast produceert:
a. dentine fosfoproteinen (DPP)
b. amelogenines
3. tijdens de tandvorming zijn achtereenvolgens de volgende:
a. knopstadium-klokstadium-kapstadium
b. knopstadium-kapsadium-klokstadium
4. wat is de functie van het stratum stellare (stervormige netwerk)
a. bescherming van de tandkiem
b. productie van eiwitten voor ameloblasten
5. tertiair dentine ontstaat
a. in het derde levensjaar
b. als reactie op trauma
6. ameloblasten ontstaan uit:
a. mesenchymcellen
b. epitheelcellen
7. tijdens de rijping (maturatie) van glazuur:
a. wordt water aan de matrix onttrokken
b. worden calcium- en fosfaatzouten aan de matrix onttrokken
8. een Tomes processus treffen we aan in:
a. ameloblasten
b. odontoblasten
9. het allereerste gevormde laagje dentine heet:
a. primaire dentine
b. manteldentine
10. het zakje (tandfollikel) groeit later uit tot:
a. pulpa
b. wortelvlies
11. odontoblasten ontstaan uit:
a. epitheelcellen
b. mesenchymcellen