Godsdienst samenvatting
H13, §1,2,3,4 en 6
H14
Hoofdstuk 13
§1
Heb of ben je een lichaam? Je hebt bewustzijn van je lichaam, je weet hoeveel ruimte je
inneemt en waar je je voeten moet neerzetten. Als je dat niet hebt lijd je aan BIID, een
lichaamsdeel past dan niet bij jou. Sekse = biologische kenmerken van mannen en vrouwen.
Gender = gedrag en identiteit die we toekennen aan iemand met die biologische kenmerken.
Je identiteit wordt medebepaald door religieuze ideeën.
§2
Opvattingen over mooi en lelijk veranderen niet alleen met de tijd, het ligt er ook aan waar je
bent. Bij reconstructieve chirurgie wordt een patiënt geholpen aan een aangeboren afwijking
of aan de gevolgen van een ongeluk of ziekte. Bij cosmetische chirurgie wordt er vanuit een
esthetisch of functioneel oogpunt iets verander aan je lijf (kan ook medisch noodzakelijk zijn
denk aan borstverkleining).
§3
Kleding is een belangrijke factor voor hoe jij je aan de buitenwereld wilt laten zien, hierbij
kunnen religieuze opvattingen een rol spelen.
Voor veel christenen zijn er geen kledingvoorschriften meer.
Bij het Jodendom zijn er wel nog speciale kledingvoorschriften. Mannen dragen een
keppeltje en vrouwen bedekken vanaf hun huwelijk hun haar met een hoofddoekje of
shaytel (pruik), en op feestdagen dragen veel getrouwde mannen een sjtreimel (hoed van
bont) en tijdens het ochtendgebed dragen veel mannen een talliet (gebedsmantel).
Bij de islam is het voorschrift dat het lichaam grotendeels bedekt moet worden. Mannen
moeten zich altijd, maar zeker als zij naar de moskee gaan, netjes kleden. De imam
(voorganger) moet zich zo kleden dat hij een beetje op Mohammed lijkt (bedekt hoofd, lang
gewaad en lange baard). En vrouwen mogen naakte kleding dragen. Vrouwen dragen vaak
een boerka (sluier die ogen geheel bedekt), niqaab (zwarte doeken die zo gedraagt worden
dat alleen voor de ogen een stukje vrij is) gecombineerd met een chador (lang gewaad dat
het hele lichaam bedekt).
§4
Ascese = onthouding, sobere en strenge leefwijze om spirituele redenen.
Moslims mogen alleen vlees eten dat halal (rein of toegestaan) is, varkensvlees niet en het
moet ritueel geslacht zijn. Ook mogen ze geen alcohol drinken en verdovende middelen
gebruiken.
Joden mogen alleen koosjer (voedsel dat rein is en voldoet aan de spijswetten) eten. Het
systeem waarin is vastgelegd wat joden wel of niet mogen eten = kasjroet. Ook moet het
dier ritueel geslacht worden.
Jom Kippoer = grote verzoendag, belangrijkste heilige dag Jodendom. Er wordt gevast en
geden. Men vraagt aan God om vergeving.
Rosj hasjana = Joodse nieuwjaar, er wordt honderd keer op de sjofar (ramshoorn) geblazen
in de Synagoge.
Tisja be-Av = rouwdag Jodendom, de vernietiging tempel in Jeruzalem herdenken.
Iftar = maaltijd die moslims direct na zonsondergang eten tijdens ramadan.
Suikerfeest = feest aan het einde van de ramadan.
Durga mata = grote hindoe-moedergodin.
Vatra = rituele beoefening zelfdiscipline binnen hindoeïsme.
H13, §1,2,3,4 en 6
H14
Hoofdstuk 13
§1
Heb of ben je een lichaam? Je hebt bewustzijn van je lichaam, je weet hoeveel ruimte je
inneemt en waar je je voeten moet neerzetten. Als je dat niet hebt lijd je aan BIID, een
lichaamsdeel past dan niet bij jou. Sekse = biologische kenmerken van mannen en vrouwen.
Gender = gedrag en identiteit die we toekennen aan iemand met die biologische kenmerken.
Je identiteit wordt medebepaald door religieuze ideeën.
§2
Opvattingen over mooi en lelijk veranderen niet alleen met de tijd, het ligt er ook aan waar je
bent. Bij reconstructieve chirurgie wordt een patiënt geholpen aan een aangeboren afwijking
of aan de gevolgen van een ongeluk of ziekte. Bij cosmetische chirurgie wordt er vanuit een
esthetisch of functioneel oogpunt iets verander aan je lijf (kan ook medisch noodzakelijk zijn
denk aan borstverkleining).
§3
Kleding is een belangrijke factor voor hoe jij je aan de buitenwereld wilt laten zien, hierbij
kunnen religieuze opvattingen een rol spelen.
Voor veel christenen zijn er geen kledingvoorschriften meer.
Bij het Jodendom zijn er wel nog speciale kledingvoorschriften. Mannen dragen een
keppeltje en vrouwen bedekken vanaf hun huwelijk hun haar met een hoofddoekje of
shaytel (pruik), en op feestdagen dragen veel getrouwde mannen een sjtreimel (hoed van
bont) en tijdens het ochtendgebed dragen veel mannen een talliet (gebedsmantel).
Bij de islam is het voorschrift dat het lichaam grotendeels bedekt moet worden. Mannen
moeten zich altijd, maar zeker als zij naar de moskee gaan, netjes kleden. De imam
(voorganger) moet zich zo kleden dat hij een beetje op Mohammed lijkt (bedekt hoofd, lang
gewaad en lange baard). En vrouwen mogen naakte kleding dragen. Vrouwen dragen vaak
een boerka (sluier die ogen geheel bedekt), niqaab (zwarte doeken die zo gedraagt worden
dat alleen voor de ogen een stukje vrij is) gecombineerd met een chador (lang gewaad dat
het hele lichaam bedekt).
§4
Ascese = onthouding, sobere en strenge leefwijze om spirituele redenen.
Moslims mogen alleen vlees eten dat halal (rein of toegestaan) is, varkensvlees niet en het
moet ritueel geslacht zijn. Ook mogen ze geen alcohol drinken en verdovende middelen
gebruiken.
Joden mogen alleen koosjer (voedsel dat rein is en voldoet aan de spijswetten) eten. Het
systeem waarin is vastgelegd wat joden wel of niet mogen eten = kasjroet. Ook moet het
dier ritueel geslacht worden.
Jom Kippoer = grote verzoendag, belangrijkste heilige dag Jodendom. Er wordt gevast en
geden. Men vraagt aan God om vergeving.
Rosj hasjana = Joodse nieuwjaar, er wordt honderd keer op de sjofar (ramshoorn) geblazen
in de Synagoge.
Tisja be-Av = rouwdag Jodendom, de vernietiging tempel in Jeruzalem herdenken.
Iftar = maaltijd die moslims direct na zonsondergang eten tijdens ramadan.
Suikerfeest = feest aan het einde van de ramadan.
Durga mata = grote hindoe-moedergodin.
Vatra = rituele beoefening zelfdiscipline binnen hindoeïsme.