kern
Inhoud
AZ-REC-1 Zorg verlenen aan de preoperatieve zorgvrager en assisteren bij
(loco) regionale anesthesie technieken...............................................................2
Toets matrijs: sub onderwerp Anesthesie (3 begrip, 2 toepassen)...................2
Toets matrijs: sub onderwerp preoperatieve screening (POS) (2 begrip, 2
toepassen)..................................................................................................... 44
AZ-REC-3 Zorg verlenen aan een laag complex postoperatief kind (1- 18 jaar)
op de recovery.................................................................................................. 56
Toets matrijs: perioperatieve zorg van een kind 1-18 jaar (7 begrip, 3
toepassen)..................................................................................................... 56
Toets matrijs: kind en anesthesie (3 begrip, 1 toepassen).............................56
Toets matrijs: forensische geneeskunde en begeleiding (3 begrip, 1
toepassen)..................................................................................................... 88
AZ-FO-11 Zorg verlenen aan een volwassen zorgvrager met een (dreigend)
cardiorespiratoir arrest....................................................................................... 104
Toets matrijs: gespecialiseerde reanimatie (4 begrip, 4 toepassen).............104
10 voorbeeld toets vragen................................................................................. 120
,AZ-REC-1 Zorg verlenen aan de preoperatieve
zorgvrager en assisteren bij (loco) regionale anesthesie
technieken
Toets matrijs: sub onderwerp Anesthesie (3 begrip, 2 toepassen)
(Loco)regionale anesthesie/ Algehele anesthesie
(Contra) indicaties
Bewaking/monitoring vitale functies
Farmacodynamiek/kinetiek anesthetica
Complicaties na anesthesie
Leerdoelen
De professional i.o.:
Licht de indicaties en contra indicaties van algehele anesthesie toe;
Indicaties algehele anesthesie
Vrijwel iedere ingreep kan onder algehele anesthesie uitgevoerd worden.
Contra indicaties algehele anesthesie
Geen contra- indicaties. Wel de afweging maken of algehele anesthesie de
voorkeur heeft. Bij sommige ingrepen liever wakkere patiënten;
- Carotis endarterectomie, omdat de neurologische status van de patiënt
gemonitord moet worden (het liefst). Zo kunnen artsen direct ingrijpen bij
tekenen van een herseninfarct of hypoperfusie;
- Wakkere resectie hersentumor;
- Sectio Caesarea à risico op Respiratoire insufficiëntie bij geboorte door
overdracht slaapmiddelen (toegediend aan moeder) via placenta. Dit verhoogt
ademhalingsdepressie bij de pasgeborene. Daarnaast heeft de moeder een
hogere kans op aspiratie.
De comorbiditeit van de patiënt afwegen, veelal cardiopulmonaal.
- Weegt belang van de ingreep op tegen peri- operatief risico?
- Valt de conditie van de patiënt te optimaliseren?
Benoemt de farmacokinetiek en –dynamiek van algehele anesthetica
en spierrelaxantia;
Algehele anesthesie
Algehele anesthesie gaat in 3 fasen en er zijn 3 pijlers bij algehele anesthesie.
Deze zijn hieronder weergegeven in een tabel.
3 fasen 3 pijlers (trias van 4 stadia van anesthesie
anesthesie)
- Inductie - Bewusteloosheid - Desorientatie (begin
- Onderhoud - Pijnstilling van inductie tot
- Uitleiding - Neuromusculaire bewustzijnsverlies
blokkade (evt.) - Excitatie
, - Chirurgisch stadium
- Diepe anesthesie
Bij de patiënt onder anesthesie brengen heeft de patiënt de volgende medicatie
nodig: anestheticum + analgeticum + evt. spierrelaxans (hangt af van de OK). Er
kan ook alleen voor de inleiding even spierrelaxans gebruikt worden om de tube
door de stembanden in te brengen. Niet alle anesthetica kan gebruikt worden bij
inductie. De onderstaande in de tabel kunnen gebruikt worden inductie.
Intraveneus Inhalatie
- Propofol Sevofluraan
- Thiopental Lachgas
- Etomidaat
- Esketamine
- Midazolam
Voor onderhoud worden andere anesthetica gebruikt, dat zijn de onderstaande in
de tabel.
Intraveneus Inhalatie
Propofol Sevofluraan
Isofluraan
Desfluraan
Lachgas
Farmacokinetiek en farmacodynamiek van anesthetica
Anesthetica grijpen aan op neurotransmissie niveau in het centraal zenuwstelsel
via agonisme GABA- receptor. Het gevolg hiervan is bewustzijnsdaling.
De enige anesthetica die niet aangrijpt op de GABA- receptor is esketamine.
Esketamine grijpt aan op de NMDA receptor.
Maligne hyperthermie
- Complicatie van dampvormige anesthetica
- Bij maligne hyperthermie moet je dantroleen toedienen. Heeft geen invloed op
gladde spiercellen of hartspiercellen.
Farmacokinetiek en farmacodynamiek van analgetica
,Er zijn verschillende soorten analgetica die gebruikt kunnen worden.
Kortwerkende opioïden, intraveneuze additiva en eventueel epidurale of
regionale techniek.
Kortwerkende opioïden
- Sufentanil (Duurt het langst voordat het uit het lichaam is)
- Fentanyl
- Alfentanyl
- Remifentanyl (snelst uit het lichaam)
- Morfine, oxycodon, dipidilor (voor post operatief)
Intraveneuze additive
- Esketamine
- Lidocaine
- Clonidine
- Magnesium
Eventueel aangevuld met epidurale of regionale techniek. Opioïden werken op de
opioïd receptoren (de Mu- receptor). Daarnaast werkt het op het brein, het
myelum, perifere sensorische zenuwen en tractus digestivus.
Spierrelaxantia
Er is een verschil tussen depolariserende spierverslappers en niet-
depolariserende spierverslappers.
Depolariserende spierverslapper is (hecht aan receptor en zet ion- kanaal open):
- Suxamethonium
- De nadelen: er kan acuut een hoog kalium ontstaan. Daarnaast treden er kort
maar hevige spiercontracties op in het begin bij gebruik van dit middel.
- De voordelen: het werkt snel uit. De patiënt kan sneller werken aan herstel.
Niet depolariserende spierverslappers zijn (hecht aan receptor en laat ion- kanaal
dicht):
- Rocuronium
- Atracurium
- Cisatracurium
Farmacokinetiek en farmacodynamiek van spierrelaxantia
De neurotransmitter acetylcholine is van belang bij de werking van de spieren.
Acetylcholine speelt een rol in de neuromusculaire overgang en bij de synaps.
- De neuromusculaire overgang is waar een zenuw een signaal door geeft aan
de spier via acetylcholine.
- Synaps is waar de zenuw een signaal geeft aan een andere zenuw.
, Met behulp van stoffen die competitief zijn met acetylcholine voor acetylcholine
receptor van skeletspier. Deze stoffen blokkeren dus de werking van
acetylcholine op de acetylcholinereceptor van skeletspieren.
- Depolariserende spierverslapper; hecht aan receptor en zet ion- kanaal open.
Het lijkt op acetylcholine, dus het bindt aan de receptor op de spiercel.
Hierdoor gaat het ion kanaal open, net als bij echte acetylcholine. De spier
depolariseert (kort actief), maar daarna raakt de spier vermoeid/ verlamd,
want suxamethonium blijft langer hangen dan acetylcholine. Het zorgt voor
een tijdelijke verlamming.
Suxamethonium
- Niet depolariserende spierverslappers: hecht aan receptor en laat ion- kanaal
dicht. Ze blokkeren de acetylcholine receptor zonder het ion kanaal te
openen. Ze concurreren met acetylcholine om die plek op de receptor. Omdat
ze binden zonder iets te doen, komt er geen signaal en geen spiercontractie.
De spier blijft ontspannen.
Rocuronium, atracurium, cisatracurium.
Eigenschap Depolariserend Niet depolariserend
(suxamethonium) (rocuronium etc.)
Bindt aan receptor? Ja Ja
Opent ion kanaal Ja Nee
Veroorzaakt contractie Ja kort, Nee
Eindresultaat Verlamming Verlamming
Farmacokinetiek (beweging van het medicijn in, door en uit het lichaam).
Absorptie, biologische beschikbaarheid, distributie, metabolisme, uitscheiding
Afbraak middelen
- Succinylcholine en mivacurium worden afgebroken door
plasmacholinesterase.
- Rocuronium wordt hepatogeen gemetaboliseerd en vervolgens renaal
uitgescheiden
- Atracurium en sisatracurium vallen uiteen spontaan in het bloedplasma, dit
noem je hofmans degedratie. En gedeeltelijk worden ze door de lever
gemetaboliseerd.