Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

College aantekeningen week 6 volledig van Recht van de Europese Unie (RGBEE10010)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
16
Geüpload op
09-01-2026
Geschreven in
2025/2026

College aantekeningen van week 6, volledig, van het vak Recht van de Europese Unie (RGBEE10010). Hc 11: Bevoegdheden en bevoegdheidsuitoefening. Hc 12: Rechtsbescherming tegen handelingen van EU-instellingen. Ik heb het woord voor woord meegetypt, er staan kopjes tussen, en extra uitleg over de lastigere onderwerpen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

1


Recht van de EU final week 6

Hc 11: Bevoegdheden en bevoegdheidsuitoefening

Inleiding
Vandaag is het een na laatste hoorcollege. We beginnen bij het begin. Deze week hebben we het over de
bevoegdheidsuitoefening, morgen hebben we het over rechtsbescherming tegen handelingen van de Unie. Dit gaat
over de situatie dat de EU of een instelling van de EU iets doet en iets wil maken, bijvoorbeeld een vo of richtlijn wil
aannemen, en vandaag gaan we het erover hebben, over hoe dit gaat, en aan welke regels de betrokken partijen
gebonden zijn. Morgen gaan we het hebben over: stel je bent het niet mee eens, met een handeling van de EU wat
kan je er dan aan doen?

Verdere inleiding
Vandaag zijn er veel verschillende onderwerpen. Straks beginnen we met de herhaling van het attributiebeginsel. Dit
is een herhaling van HC 1. Hoe werkt dit zich uit in bepaalde rechtsgrondslagen en hoe wordt hier gebruik van
gemaakt? Dan eindigen we met de tabaksreclamerichtlijn, als een voorbeeld hiervan. Vandaag gaan we hier nader
naar kijken. In de 2e helft gaan we het hebben over de meer inhoudelijke materieelrechtelijke grenzen die het verdrag
stelt aan het uitoefenen van bevoegdheden. Dus: aan welke regels moeten zij zich houden wanneer ze een besluit
nemen. Vandaag en morgen gaat min of meer, net zoals week 5, over harmonisatie en andere actieve optredens van
instellingen van de EU. Want met name bij de interne markt, gaat het vaak over het verdrag. Dit zijn bestaande
bepalingen van het verdrag, en die kunnen rechtstreeks toegepast worden binnen de nationale rechtsorde en
rechters. Maar ook ter aanvulling van die verdragsbepalingen dat de wetgever op EU niveau ook wetgeving kan
aannemen, vorige week hebben we het erover gehad, over hoe dit doorwerkt, namelijk in week 6: over hoe wordt dit
dan gemaakt op EU niveau. Dit was het eindpunt en deze week gaan we het hebben over het beginpunt.

Het attributiebeginsel staat in art 5 veu lid 1 en 2. De EU beschikt alleen over bevoegdheden die aan haar door de
lidstaten zijn toegekend. Die bevoegdheidstoekenning brengt mee dat de EU en het EU recht onder andere bestaat
uit rechtstreeks werkende verdragsbepalingen zoals in het vrije verkeer van goederen, als het gaat om positieve
integratie dan is er altijd een rechtsgrondslag nodig in het verdrag om gebruik te maken van die bevoegdheid. In het
verdrag staan dus allemaal rechtsgrondslagen. Die hebben altijd betrekking op 1 van de 3 soorten bevoegdheden die
er zijn. De eerste categorie is de bevoegdheden die exclusief zijn voor EU. Dus lidstaten hebben dan geen
bevoegdheid om op te treden op dit gebied, bijvoorbeeld als het gaat om gemeenschappelijk handelsbeleid, onder
andere met de handel met de VS, als het gaat over tarieven bepalen daar naartoe, en over andere aspecten, dit
wordt altijd door de EU gevoerd. Dit is een van de exclusieve bevoegdheden van art. 3. In art. 6 vweu staan de
ondersteunende bevoegdheden. De bevoegdheid ligt in deze categorie grotendeels bij de lidstaten, maar de EU kan
lidstaten hierin ondersteunen, hier gaat het om onderwijs, toerisme, etc. En de grootste berg is de laatste, voor ons
meest relevante categorie namelijk: de gedeelde bevoegdheden art. 4 vweu = het gaat hier om beleidsterreinen
waarbij lidstaten zelf bevoegd zijn, maar lidstaten kunnen over deze gebieden ook wetgeving aannemen, bijvoorbeeld
als het gaat om de interne markt. Dan is er ook nog een vierde categorie eigenlijk, namelijk het gemeenschappelijk
buitenlands en veiligheidsbeleid, dat is een aparte soort bevoegdheid. Dit is te vinden in het veu ipv in het vweu. Dit
heeft ermee te maken dat dit een atypische soort bevoegdheid is. Vandaag de dag gebeurt er veel om geopolitieke
redenen, en is er dus meer coördinatie op dit gebied gekomen. Voor dit vak is deze categorie niet van belang. Dit is
namelijk een heel ander terrein van het Europees recht. De artikelen 3, 4 en 6 vweu zijn nog geen
rechtsgrondslagen, maar lijstjes van bevoegdheden die de EU heeft. Rechtsgrondslagen zijn elders te vinden, en
hebben betrekking op specifieke beleidsterreinen. Dit heeft u eerder gezien, een buitengewoon belangrijk artikel
hierin is art. 114 vweu = hierin staat dat de EU en de Raad de gewone wetgevingsprocedure volgen … zie de slide.
Dit betekent dat het EU parlement en de Raad verordeningen kunnen aannemen en richtlijnen die gaan over het
harmoniseren van de interne markt, bijvoorbeeld in HC 1 hadden we het over de samenstelling van jamproducten,
hier is lang over onderhandeld, en uiteindelijk is er een richtlijn over gekomen. Die richtlijn stelt vast wat de definitie
van jam is. Waarom heeft dit nu te maken met de interne markt = omdat je dan als bedrijf niet meer te maken hebt
met de individuele wetgeving van een lidstaat, maar met de uniforme wetgeving van de richtlijn. Elke rechtsgrondslag
heeft 3 vereisten = er moet iets instaan over welke instellingen iets kunnen doen, welke procedure ze moeten volgen,
en welke doelen er kunnen en bereikt mogen worden. Dit is niet te vinden in de artikelen 3 4 6 vweu, maar wel in
artikel 114.

, 2



Art. 114 en rechtsgrondslagen voor harmonisatie binnen de interne markt
114 is een voorbeeld van een rechtsgrondslag, en dan een goed voorbeeld met betrekking tot de interne markt. Dit is
niet het enige voorbeeld. Zie ook lid 2 want 114 mag je niet gebruiken om te harmoniseren op het gebied van
belastingen / vrij verkeer personen / werknemers. Dus daaruit blijkt dat de lidstaten een grens wilden geven aan art.
114. Fiscaal recht is een typisch stukje nationaal recht en dit willen de lidstaten dus zelf regelen. Dus mogelijke
harmonisatie hiervan is uitgesloten ex art. 114. Maar fiscalisten weten dat er veel harmonisatie is. Bijvoorbeeld in de
BTW. Er zijn ook andere rechtsgrondslagen die betrekking hebben op de interne markt, bijvoorbeeld art. 113 = dat de
Raad zonder directe betrokkenheid, en de Raad alleen, ook harmonisatie mag vaststellen op grond van indirecte
belastingen. Bijvoorbeeld dus die BTW. Veel richtlijnen zijn hierover vastgesteld. Hoe zit dit dan met directe
belastingen? De ib en vpb bijvoorbeeld. Het is technisch gezien wel mogelijk maar het is nooit gebeurd, en
waarschijnlijk zal het ook nooit gebeuren maar weet dat er een mogelijkheid voor is in art. 115 vweu. Die stelt dat er
ook harmonisatie plaats kan vinden van nationale wetgeving. Het is dus niet uitgesloten dat het fiscaal van aard kan
zijn, artikel 115 lijkt veel op 114. Onder andere de raad beslist met unanimiteit. Dus lidstaten moeten dus elk unaniem
instellen met een maatregel en niet uitgesloten is de harmonisatie van fiscale maatregelen. Art. 115 zou je dus
kunnen gebruiken om harmonisatie wetgeving vast te stellen voor directe belastingen. Mits je het er dus als lidstaat
mee eens bent. Dus er zijn 3 rechtsgrondslagen op de interne markt, 2 waarvan die betrekking kunnen hebben op de
harmonisatie van de belastingen.

Rechtsgrondslagen voor vrijheden: diensten en vestiging
Je kan ook kijken naar het vrij verkeer van diensten en vestiging. We hebben onder andere gezien dat er in 53 vweu
een afzonderlijke rechtsgrondslag is daarvoor, waarvan de raad en het parlement regels kunnen vaststellen. Voor de
vrijheden is er nu op de slide een overzichtje gegeven van relevante bepalingen. Voor elke vrijheid zijn er aparte
bepalingen. 114 geldt met name voor goederen, maar niet uitsluitend.

Overige rechtsgrondslagen en procedurele gevoeligheid
Wij gaan grotendeels het hebben over de interne markt, maar andere rechtsgebieden, waar de EU ook buitengewone
bevoegdheden heeft, zoals discriminatie niet alleen op grond van nationaliteit zijn ook belangrijk. De overige
rechtsgrondslagen hoef je niet uit je kop te kennen maar je moet eens de moeite nemen om dit te bekijken, om te
zien hoe die instellingen werken en hoe die procedures dan van elkaar verschillen. Dus hoe politiek gevoeliger een
onderwerp ligt, hoe strenger het ligt, ook qua procedure. Vaak vereist er dan unanimiteit i.p.v. de meerderheid bij
besluiten.

Instellingen en hun rol in de harmonisatie
In de rechtsgrondslag vindt u welke instellingen, wat kunnen doen, en voor dit vak gaan we het niet uitgebreid
hebben over de instellingen zelf en hoe ze zijn samengesteld, maar het is wel belangrijk dit even te herhalen, wat
bepaalde instellingen zijn en wat de rol is met name over de harmonisatie van het nationale recht. Ik noemde al een
paar keer het EU parlement en de Raad. Volgens de normale wetgevingsprocedure zijn dit de 2 instanties die primair
betrokken zijn. Het EU parlement vertegenwoordigt burgers van de EU, en de Raad vertegenwoordigt de lidstaten
art. 14 veu. Het EU parlement heeft een zogenoemd degressief evenredige vertegenwoordiging, in principe is er
sprake van een evenredige vertegenwoordiging, maar als je dit letterlijk zou toepassen, dan zou bijvoorbeeld een
burger in Malta, of Luxemburg, die zou dan niets te zeggen hebben omdat er daar zoveel minder inwoners zijn dan in
bijvoorbeeld Duitsland. Dus men heeft dit opgelost door min of meer gewicht / stem aan een burger van een kleine
lidstaat toe te kennen, dan aan een persoon uit een grotere lidstaat. De stem uit Malta telt bijvoorbeeld relatief meer
dan een stem uit Duitsland. Dit is gedaan voor een min of meer redelijke vertegenwoordiging.

De Raad, de Europese Raad en de Commissie
Het EU parlement moet de begroting vaststellen maar is dagelijks ook bezig met het aannemen van richtlijnen en
verordeningen. Dit doet die samen met de Raad. De Raad in art 16 veu bestaat uit vertegenwoordigers van lidstaten
op ministerieel niveau, dus er is continu een andere samenstelling, dus als er vergaderd wordt over besluiten over
bijvoorbeeld het gebied van landbouwbeleid = dan zitten die ministers in de Raad. Etc. Die ministers die in de Raad
zijn op het moment dat er sprake is van het aannemen van wetgeving, zijn op dat moment gevolmachtigd de lidstaat
te binden door middel van een stem, om zo dus de lidstaat te binden, en zo komt er uiteindelijk een verordening of
richtlijn uit. Vooral in de media worden deze twee door elkaar gehaald = de EU Raad en de Raad. De raad is het

, 3


belangrijkste voor ons vak, want die houdt zich bezig met wetgeving. De EU Raad is een verzameling van
staatshoofden met een voorzitter. Die EU Raad houdt zich bezig met algemene politieke beleidslijnen en heeft
andere prioriteiten, maar dus niet de wetgeving. Bijvoorbeeld in een crisis, dan moet er een grote beslissing genomen
worden = de EU Raad beslist dit dan, en de Raad houdt zich dan bezig met de wetgeving. Dan tot slot de EU
commissie= deze is vaak voorbij gekomen: dit is een atypische instelling, en is niet vergelijkbaar met iets op
nationaal niveau. Het EU parlement is een soortgelijk iets als het nationaal parlement. De Raad is te vergelijken met
de bondsraad in Duitsland. De EU commissie is een apart iets en kan je niet met iets uit het nationale recht
vergelijken: ze bestaat uit 27 leden, elke lidstaat draagt iemand voor = op het moment dat de commissie wordt
samengesteld, zijn die leden niet langer vertegenwoordigers van de eigen lidstaat, je mag dus niet het belang van je
eigen lidstaat vertegenwoordigen, en als onderdeel van de commissie moet je de EU voorop stellen, via een
ingewikkelde procedure draagt elke lidstaat iemand voor, de commissie komt dan uiteindelijk bij elkaar en dan keurt
het EU parlement die goed, dit is het dagelijkse bestuur van de EU. In dit opzicht kan je het vergelijken met de
regering op nationaal niveau, het EU parlement kan de commissie wegsturen, een soort van motie van wantrouwen
zoals we die hier kennen, die het EU parlement kan instellen tegen de commissie als geheel. De Commissie lijkt op
de regering van een lidstaat… maar ze heeft een reeds van verschillende bevoegdheden, die in een lidstaat niet bij 1
zelfde partij zouden zijn neergelegd. Van belang is dat de commissie een exclusief recht heeft om wetgeving voor te
stellen. Dus als we het hebben over richtlijnen of verordeningen dan is dit altijd op voorstel van commissie. Naast het
exclusieve recht heeft de commissie het exclusieve recht om vertegenwoordiging met derde landen te regelen, dan
vertegenwoordigt de commissie het EU belang. En het gekke = naast dat het ook wetgeving mag aannemen mag het
dit ook toepassen = en uitvoeren dus (het unierecht). Ook op grond van het mededingingsrecht, en andere vormen.
Dit was het over de Commissie.

De gewone wetgevingsprocedure en stemverhoudingen
De instellingen: de raad, het EU parlement en de commissie, dit zijn 3 die centraal staan in het proces van aannemen
van wetgeving. Bijvoorbeeld om de interne markt te verbeteren, vandaag gebeurt dit in de meeste gevallen door de
gewone wetgevingsprocedure = art. 294 vweu = dit is een lang verhaal, niet zo interessant, en alle details hoef je niet
te weten. Wat je wel moet weten = hoe de procedure gaat = er is een voorstel door de commissie voor bijvoorbeeld
een richtlijn en dan wordt dit door de Raad en het Parlement aangenomen, beide moeten instemmen, en dit gebeurt
op afwijkende wijze: het EU parlement stemt met de meerderheid: 50%+1. Dus bijvoorbeeld bij meer dan 325
stemmen van de 750 in totaal is het noodzakelijk om de richtlijn aan te nemen, bij de Raad is dit anders zie art. 16 lid
3 veu = hier is sprake van een gekwalificeerde meerderheid = iets meer dan de helft dus ⅔ van de leden van de
Raad moeten instemmen, dus 55% van de 27 leden, maar ten minste 15 leden en lidstaten, en die moeten ook nog
tenminste 65% van de totale bevolking van de EU uitmaken, dit is gedaan voor de goede belangen tussen grote en
kleine lidstaten. Nog steeds is het zo dat als Frankrijk en Duitsland het ergens niet mee eens zijn, dan komt het
voorstel er amper doorheen omdat de kans dan klein is dat dit aan deze gekwalificeerde meerderheid zak voldoen.
Dit is eigenlijk pas zo sinds 1986, want hiervoor was er amper iets dat werd geregeld met een gekwalificeerde
meerderheid, toen deden ze meer met unanimiteit. Toen kwamen er uiteindelijk steeds meer beleidsterreinen,
waarvoor lidstaten weggestemd kunnen worden, en zo is dit een beetje ontstaan.

Art. 113 vweu: harmonisatie van indirecte belastingen
Eerder hebben we het al over art. 113 gehad, de harmonisatie van indirecte belastingen. In art. 113 staat dat het EU
parlement geen medewetgever is = dit zijn slechts de raad en de lidstaten. En deze beslist met unanimiteit, in
tegenstelling tot art. 114 vweu. Belastingen liggen namelijk gevoelig. We willen echt niet dat er iets wordt gedaan als
niet iedereen het er mee eens is.

Bijzondere wetgevingsprocedure
Bijzondere wetgevingsprocedure = meerdere verschillende procedures die afwijken van de gewone. In veel gevallen
komt het erop neer dat de Raad met eenparigheid beslist. Soms heeft het parlement nog een andere rol, dit hangt af
van de rechtsgrondslag. In de rechtsgrondslag ziet u altijd staan dat het wordt geregeld door een bijzondere
rechtsgrondslag… ook staat er of het parlement apart beslist en of met unanimiteit.In de gewone grondslag staat
altijd de gewone en dan met een verwijzing naar 294.

Gedelegeerde handelingen (art. 290 vweu)

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 januari 2026
Aantal pagina's
16
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Justin lindeboom
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$9.56
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
melanievr

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
melanievr Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
6 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
5 maanden geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen