Samenvatting – Verkort
Thema 1 – Theorieën van agressie
Biologische benaderingen:
Ethologie.
Sociobiologie.
Gedragsgenetica.
Hormonale verklaringen.
Ethologie: agressie zien als interne energie.
- Hydraulisch model / steam-boiler-model: agressieve energie wordt constant
opgebouwd en vrijgelaten bij een externe cue.
o Agressieve reactie hangt af van energieniveau en sterkte van stimuli.
o Bij overstroming van energie komt spontane agressie.
o Agressief gedrag gezien als onvermijdelijk.
o Lorenz zag bv. sporten als acceptabele manier van uiten van de energie.
- Mensen hebben geen inhibitie voor moord op eigen soort, dus agressie is
oncontroleerbaar.
- Kritiek: agressie kan vlak na elkaar (zonder energie-opbouw).
Sociobiologie: agressie als product van natuurlijke selectie.
- Agressie zou adaptief zijn.
o Soms niet bij mannen bv. correlatie tussen lengte en fysieke agressie
(vanwege risico).
Zou ook kunnen komen door eerdere reinforcement.
- Agressie zou aangeboren zijn (voor als man geen consensuele partner kan vinden).
o Bewijs verkrachting vooral bij jonge, vruchtbare vrouwen, door mannen
met lage SES (maar veel kritiek hierop).
Gedragsgenetica: is agressie erfelijk?
- Adoptie- en tweeling studies genetica bleek 50% van agressief gedrag te bepalen.
o Bepalender dan omgeving bij volwassenen (maar juist minder bij
adolescenten en kinderen).
- Wellicht additief effect van genetica en omgeving eerder crimineel als biologische
én adoptieve ouders crimineel zijn.
o Los van elkaar hadden criminele biologische ouders meer invloed (maar geen
onderscheid tussen wel of niet gewelddadige misdaad).
- Aanleg kan dus kwetsbaarheid veroorzaken, maar omgeving speelt cruciale rol.
,Hormonenale verklaringen (hormonen niet bepalend):
- Testosteron eerder fight-reactie, dus eerder agressief.
o Omgaan met pistool zorgt voor meer testosteron dan speelgoed.
- Lage cortisol fearless, risico’s nemen, ongevoelig voor straf.
o Voorspelt agressief gedrag.
o Vooral hoge testosteron en lage cortisol (want cortisol inhibeert testosteron
normaal)!
Psychologische verklaringen:
Freudiaanse psychoanalyse.
Frustratie-agressie hypothese.
Cognitief neo-associatief model.
Excitatie transfer theorie.
Sociaal cognitieve benadering.
Learning theorie.
Social interactionist model.
General Aggression Model (GAM).
Freudiaanse psychoanalyse: agressie als destructief instinct.
- Dual instinct theorie (Freud): gedrag gedreven door 2 basiskrachten; Eros
(levensinstinct; plezier) en Thanatos (doodinstinct; zelfdestructie).
o Agressief gedrag wordt gezien als oplossing voor conflict tussen Eros en
Thanatos.
Volgens Freud kan dit tijdelijk ook zonder agressie (bv. grapjes).
- Agressief gedrag wordt gezien als onvermijdelijk.
- Dit model heeft weinig bewijs.
Frustratie-agressie hypothese:
- Agressie wordt getriggerd door frustratie (verstoring van doelgericht gedrag). Er
wordt dan een drive geactiveerd voor agressief gedrag (om pad tot doel te
herstellen).
o Later bleek dat niet elke frustratie leidt tot agressief gedrag en niet elk
agressief gedrag voorafgaat aan frustratie.
Wraak willen nemen bij frustratie/uitlokking, maar dit niet kan uiten, kan een kleine
volgende uitlokking leiden tot misplaatste agressie.
- Negatieve arousal is dan nog aanwezig door piekeren.
Door agressieve cues (bv. aanwezigheid van wapen) zijn mensen eerder agressief.
- Ze vergroten toegang tot agressieve cognities, waardoor agressief gedrag
gefaciliteerd wordt (vooral bij boosheid).
, Cognitief neo-associationief model: de rol van boosheid.
- [Onprettige gebeurtenis (bv. frustratie)] [negatief affect] [primitieve
associatie-reactie] [fight] of [flight].
o Bij fight: [agressie-gerelateerde gedachtes, herinneringen, etc.]
[rudimentaire boosheid] interpretatie (attributie, sociale regels, etc.)
[irritatie of boosheid].
- Boosheid en appraisal zijn dus mediators tussen (bv.) frustratie en agressie.
o Dit legt uit waarom frustratie soms wel leidt tot agressie en soms niet.
- Agressie wordt gezien als niet onvermijdelijk.
Excitatie transfer theorie: boosheid en attributie van arousal.
- Intensiteit van boosheid is een functie van 2 factoren: fysiologische arousal &
label/verklaring voor die arousal.
o Als neutrale arousal (bv. van traplopen) nog aanwezig is bij een uitlokkende
situatie, wordt dit omgezet naar boosheid-gerelateerde arousal en verkeerd
geattribueerd als boosheid.
Die misattributie gebeurt alleen als de bron van neutrale arousal niet
meer in bewustzijn is (boosheid versterkt agressieve reactie ook).
- Agressie wordt gezien als niet onvermijdelijk.
Sociaal cognitieve benadering: agressieve scripts en sociale informatieverwerking.
- Script model: individuele verschillen in agressie vanwege verschillen in scripts en
sociale informatieverwerking.
o Of een agressief script leidt tot agressief gedrag hangt af van cognitieve
verwerking (bv. hostile attribution bias).
- Sociale informatie processing model (SIP): 5 cognitieve stappen:
o Cues coderen cues interpreteren doelen verduidelijken mogelijke
reacties genereren reactieselectie.
o Antisociale jongeren hebben een nadeel bij elke stap (bv. eerder schadelijke
doelen of eerder agressieve reacties selecteren).
Learning theorie: reinforcement en immitatie.
- Agressief gedrag leren komt door:
o Instrumenteel leren (beloning; directe reinforcement).
o Modeling (imitatie; indirecte reinforcement).
- Bobo pop paradigma (Bandura): kinderen die volwassenen agressief naar de
opblaasbare clown zagen doen, deden daarna zelf ook vaker agressief naar Bobo.
o Observatie leidt tot acquisitie van gedrag, uitvoering ligt aan gevolgen voor
model.