Samenvatting MZM
Hoofdstuk 1: introductie
Motivatie = willen: gemotiveerde mensen willen verandering – in zichzelf
of de omgeving.
De motivatie wetenschap, voor vragen rondom motivatie:
Objectief, op data-gebaseerd, empirisch bewijs;
Van goed uitgevoerd, peer-reviewed onderzoek
Bevindingen worden gebruikt om theorieën over motivatie/emotie
aan te passen.
Wat veroorzaakt gedrag? -> specifieke vragen:
What starts behavior?
How is behavior sustained over time?
Why is behavior directed toward some ends but away from others?
Why does behavior change its direction?
Why does behavior vary in its intensity?
Why does behavior stop?
Motivatie en emotie zijn wetenschappelijke disciplines om deze vragen te
beantwoorden.
Motivatie betreft de interne processen die gedrag energie, richting en
persistentie geven:
Energie -> gedrag heeft kracht: sterk, intens, veerkrachtig.
Richting -> gedrag heeft doel: gericht op bereiken doel/resultaat.
Persistentie -> gedrag is blijvend: voortdurend en aanhoudend.
3 interne motivationele processen:
1) Behoeften = omstandigheden binnen het individu die essentieel en
noodzakelijk zijn voor behoud van leven, groei en welzijn.
2) Cognities = mentale gebeurtenissen (bijv. overtuigingen,
verwachtingen, zelfbeeld) die denkwijzen vertegenwoordigen.
3) Emoties = complexe, gecoördineerde ‘feeling-arousal-purposive-
expressive’ reacties op levensgebeurtenissen.
, Samenvatting MZM
Motivatie en emotionele toestanden uiten zich op 5 manieren:
1) Gedrag
2) Betrokkenheid
3) Psychofysiologie
4) Hersenactivatie
5) Zelfrapportage
Zelfrapportage is informatief, maar moet worden ondersteund/geverifieerd
door gedrag, betrokkenheid, psychofysiologie, hersenactivatie,
zelfrapportage.
10 thema’s:
1) Motivatie en emotie bevorderen adaptie en effectief functioneren.
2) Motivatie en emotie zijn interveniërende variabelen.
3) Er bestaan verschillende soorten motivatie.
4) Motivatieonderzoek onthult menselijke aard (wat mensen willen).
5) We zijn ons niet altijd bewust van de motiverende basis van ons
gedrag.
6) Motivatie en emotionele toestanden zijn dynamisch en vaak
wederkerig gerelateerd aan de gebeurtenissen en resultaten die ze
veroorzaken.
7) Motivatie heeft ondersteunende omstandigheden nodig om te
floreren.
8) Sommige motiverende strategieën werken beter dan anderen.
9) Behoeften, emoties, cognities en welzijn hangen met elkaar samen.
10) Niets is zo praktisch als een goede theorie.
, Samenvatting MZM
Hoofdstuk 2: motivatie en emotie in historisch perspectief
De hedendaagse studie van motivatie en emotie, hebben een
filosofische oorsprong.
Plato, Aristotle, Freud:
Appetitive aspect – Nutritive – Id
Competitive aspect – Sensitive – Superego
Calculating aspect – Rational – Ego
De Griekse tripartite werd gereduceerd tot dualisme:
1) Het lichaam: irrationeel, impulsief, biologisch
2) De geest (wil): rationeel, intelligent, spiritueel
Decartes voegde passieve en actieve aspecten van motivatie toe aan
het dualisme:
Het lichaam was een mechanisch en motivationeel passief/reactief
middel.
De wil was een immaterieel en motivationeel actief middel.
-> De wil kan het lichaam sturen en verlangens beheersen.
De eerste grote (grand) theorie van motivatie: de wil motiveert al het
gedrag.
Een grote theorie stelt één oorzaak vast die een fenomeen volledig
verklaart.
3 grote theorieën:
1) De wil
2) Het instinct
3) De drive
De wil bleek moeilijk te verklaren; de fysiologie werd belangrijker dan de
filosofie. De wil werd ingeruild voor het instinct.
, Samenvatting MZM
Het instinct was gebaseerd op Darwin’s evolutie theorie:
Instincten komen voort uit genetische aanleg;
De genen geven het organisme energie om te handelen.
William James & McDougall stelde instincttheorieën voor.
-> Instincttheorieën bleken een circulaire verklaring voor motivatie.
Het instinct werd vervolgend ingeruild voor de drive, ontstaan vanuit het
functionalisme:
Het doel van gedrag is om lichamelijke behoeften te voorzien;
En daarmee biologische homeostase te herstellen.
De twee belangrijkste drive-theorieën:
1) Freud:
Gedrag dient lichamelijke behoeften; angst zorgt voor
behoeftebevredigend gedrag.
2) Hull:
Drive is een energiebron die bestaat uit een verzameling van
lichamelijke tekorten.
Motivatie (drive) kon voor het eerst worden voorspeld: drive werd
experimenteel gemanipuleerd tot laag/hoog niveau, op basis van
aantal uren ontbering.
-> Zonder drive (D=0), of gewoonte (H=0), geen gedragsactiviteit (E=0)
Hoofdstuk 1: introductie
Motivatie = willen: gemotiveerde mensen willen verandering – in zichzelf
of de omgeving.
De motivatie wetenschap, voor vragen rondom motivatie:
Objectief, op data-gebaseerd, empirisch bewijs;
Van goed uitgevoerd, peer-reviewed onderzoek
Bevindingen worden gebruikt om theorieën over motivatie/emotie
aan te passen.
Wat veroorzaakt gedrag? -> specifieke vragen:
What starts behavior?
How is behavior sustained over time?
Why is behavior directed toward some ends but away from others?
Why does behavior change its direction?
Why does behavior vary in its intensity?
Why does behavior stop?
Motivatie en emotie zijn wetenschappelijke disciplines om deze vragen te
beantwoorden.
Motivatie betreft de interne processen die gedrag energie, richting en
persistentie geven:
Energie -> gedrag heeft kracht: sterk, intens, veerkrachtig.
Richting -> gedrag heeft doel: gericht op bereiken doel/resultaat.
Persistentie -> gedrag is blijvend: voortdurend en aanhoudend.
3 interne motivationele processen:
1) Behoeften = omstandigheden binnen het individu die essentieel en
noodzakelijk zijn voor behoud van leven, groei en welzijn.
2) Cognities = mentale gebeurtenissen (bijv. overtuigingen,
verwachtingen, zelfbeeld) die denkwijzen vertegenwoordigen.
3) Emoties = complexe, gecoördineerde ‘feeling-arousal-purposive-
expressive’ reacties op levensgebeurtenissen.
, Samenvatting MZM
Motivatie en emotionele toestanden uiten zich op 5 manieren:
1) Gedrag
2) Betrokkenheid
3) Psychofysiologie
4) Hersenactivatie
5) Zelfrapportage
Zelfrapportage is informatief, maar moet worden ondersteund/geverifieerd
door gedrag, betrokkenheid, psychofysiologie, hersenactivatie,
zelfrapportage.
10 thema’s:
1) Motivatie en emotie bevorderen adaptie en effectief functioneren.
2) Motivatie en emotie zijn interveniërende variabelen.
3) Er bestaan verschillende soorten motivatie.
4) Motivatieonderzoek onthult menselijke aard (wat mensen willen).
5) We zijn ons niet altijd bewust van de motiverende basis van ons
gedrag.
6) Motivatie en emotionele toestanden zijn dynamisch en vaak
wederkerig gerelateerd aan de gebeurtenissen en resultaten die ze
veroorzaken.
7) Motivatie heeft ondersteunende omstandigheden nodig om te
floreren.
8) Sommige motiverende strategieën werken beter dan anderen.
9) Behoeften, emoties, cognities en welzijn hangen met elkaar samen.
10) Niets is zo praktisch als een goede theorie.
, Samenvatting MZM
Hoofdstuk 2: motivatie en emotie in historisch perspectief
De hedendaagse studie van motivatie en emotie, hebben een
filosofische oorsprong.
Plato, Aristotle, Freud:
Appetitive aspect – Nutritive – Id
Competitive aspect – Sensitive – Superego
Calculating aspect – Rational – Ego
De Griekse tripartite werd gereduceerd tot dualisme:
1) Het lichaam: irrationeel, impulsief, biologisch
2) De geest (wil): rationeel, intelligent, spiritueel
Decartes voegde passieve en actieve aspecten van motivatie toe aan
het dualisme:
Het lichaam was een mechanisch en motivationeel passief/reactief
middel.
De wil was een immaterieel en motivationeel actief middel.
-> De wil kan het lichaam sturen en verlangens beheersen.
De eerste grote (grand) theorie van motivatie: de wil motiveert al het
gedrag.
Een grote theorie stelt één oorzaak vast die een fenomeen volledig
verklaart.
3 grote theorieën:
1) De wil
2) Het instinct
3) De drive
De wil bleek moeilijk te verklaren; de fysiologie werd belangrijker dan de
filosofie. De wil werd ingeruild voor het instinct.
, Samenvatting MZM
Het instinct was gebaseerd op Darwin’s evolutie theorie:
Instincten komen voort uit genetische aanleg;
De genen geven het organisme energie om te handelen.
William James & McDougall stelde instincttheorieën voor.
-> Instincttheorieën bleken een circulaire verklaring voor motivatie.
Het instinct werd vervolgend ingeruild voor de drive, ontstaan vanuit het
functionalisme:
Het doel van gedrag is om lichamelijke behoeften te voorzien;
En daarmee biologische homeostase te herstellen.
De twee belangrijkste drive-theorieën:
1) Freud:
Gedrag dient lichamelijke behoeften; angst zorgt voor
behoeftebevredigend gedrag.
2) Hull:
Drive is een energiebron die bestaat uit een verzameling van
lichamelijke tekorten.
Motivatie (drive) kon voor het eerst worden voorspeld: drive werd
experimenteel gemanipuleerd tot laag/hoog niveau, op basis van
aantal uren ontbering.
-> Zonder drive (D=0), of gewoonte (H=0), geen gedragsactiviteit (E=0)