Psychologie als wetenschap – hoorcollege 1
Psycholoog = houdt zich bezig met het mensen gedrag (denken, doen,
voelen) op verschillende niveaus, van verschillende mensen, in
verschillende contexten.
Diens kennis en perspectief zijn gebaseerd op psychologische
wetenschap;
Die wetenschappelijke regels kent;
Die bedreven wordt in een wetenschapssysteem.
De psychologische wetenschap staat in de maatschappij:
-> De maatschappij heeft een beeld en verwachtingen van de psychologie
en de (psychologische) wetenschap.
Psychologie – maatschappij – wetenschap
Infodemic = (foutieve) informatie wordt met hoge snelheid
verspreid.
Sociale media
Wonderlijke theorieën/therapieën:
o HumanDesign, een handleiding voor je dagelijkse leven.
Gebaseerd op geboortedatum, - tijd, -plaats
o Regenesis-healing via ‘kwantum-energie’
Het is lastig te onderscheiden wat wetenschappelijk onderbouwd is en wat
niet.
Replicatiecrisis
Polarisatie = helemaal wel mee eens / helemaal niet mee eens
-> dalende vaccinatiegraad, mensen hebben minder vertrouwen in
de wetenschap.
Principes kritisch denken:
Kritisch denken: fairness, clarity, accuracy, precision, relevance, depth,
breadth, logic
,Bias:
Hoe staat dit ons in de weg bij het objectief kijken, meten, weten en
handelen binnen de psychologie als wetenschap.
Wetenschap betreft waarheidsvinding en vraagt om objectiviteit.
-> Objectiviteit is belangrijk, maar het fenomeen bias staat ons in de weg.
Betekenis bias:
1) Systematische vertekening die een objectieve interpretatie van de
realiteit in de weg staat.
2) Vooroordeel of vooringenomenheid die de perceptie kleurt.
Bias op drie gebieden in de psychologie (als wetenschap):
1) Persoonlijke biases:
Die ons als mens, psycholoog en onderzoeker in de weg staan om
objectief waar te nemen.
2) Bias in de onderzoeksmethode:
Die invloed hebben op de methode en middelen waarmee we iets
objectief onderzoeken.
3) Systemische biases:
Die de objectiviteit van het wetenschapssysteem beïnvloeden.
Mensen zijn subjectief -> er zit subjectiviteit in onze individuele
waarneming van de wereld:
We bevinden ons in andere omgevingen
We hebben een andere emotionele staat
Andere ervaringen maken dat we op andere zaken letten in situaties
We hebben soms een ander begrip van hetgeen we waarnemen
20 cognitieve biases:
Anchoring bias, availability heuristic, bandwagon effect, blind-spot bias,
choice-supportive bias, clustering illusion, confirmation bias, conservatism
bias, information bias, ostrich effect, outcome bias, overconfidence,
placebo effect, pro-innovation bias, selective perception, stereotyping,
recency, salience, survivorship bias, zero-risk bias.
Persoonlijke biases:
, Representativiteitsbias = oordelen op basis van overeenkomst
met een bepaald prototype of stereotype.
Halo/horn effect:
o ve eerste indruk -> gunstiger behandelen
o Hoorn-effect = negatieve eerste indruk -> minder gunstig
behandelen
Actor-observer bias = eigen gedrag beoordelen door acties toe te
schrijven aan de specifieke situatie. Gedrag van andere beoordelen
door acties toe te schrijven aan persoonlijkheid (fundamental
attribution error)
Availability bias = de menselijke neiging om te vertrouwen op
informatie die
gemakkelijk in je opkomt bij het evalueren van situaties of het
nemen van
beslissingen.
Biases in wetenschap:
Confirmation bias = de neiging om aandacht en waarde te
hechten aan informatie die de eigen ideeën, overtuigingen of
hypotheses bevestigt.
Hindsight bias = de neiging om te geloven dat eigen
voorspellingen preciezer zijn dan ze in werkelijkheid zijn.
Overconfidence bias = cognitieve denkfout waarbij mensen hun
eigen
vaardigheden, kennis en prestaties systematisch overschatten.
Bias blind spot = je denkt zelf geen bias te hebben, of je ziet het
sneller bij anderen dan bij jezelf.
Bertrand Russel:
“If a men is offered a fact which goes against his instincts, he will
scrutinize it closely, and unless the evidence is overwhelming, he will
refuse to believe it. If, on the other hand, he is offered something which
affords a reason for acting in accordance to his instincts, he will accept it
even on the slenderest evidence…”
Nut van biases:
Mentale ‘shortcuts’ bij problemen oplossen
Een coherente werkelijkheid is cognitief minder belastend
, Sneller beslissysteem als gevaar dreigt “better safe than sorry”
(snelheid belangrijker dan perfectie), maar ongevoelig voor kansen
-> Veel discussie over adaptiviteit en verklaringen.
Hoe beïnvloeden zulke biases ons werk als wetenschapper in onze poging
antwoorden te vinden op psychologische (onderzoeks)vragen?
Een onderzoeker heeft vaak (onbewust) persoonlijk belang bij:
Het vinden van duidelijke en spannende onderzoeksresultaten;
Ondersteuning vinden voor een eigen theorie waar hij/zij erg op
gesteld is;
Een rivaliserende theorie ontkrachten met onderzoeksresultaten.
Als onderzoekers proberen we zo systematisch mogelijk te werk gaan:
Empirische cyclus
Heersende onderzoeksparadigma’s
Mertoniaanse normen
Verschillende stappen in een proces:
1) Lezen van de literatuur
2) Een studie opzetten
3) Data verzamelen
4) Analyseren van resultaten
5) Interpreteren bevindingen
6) Keuze voor publicatie
Op verschillende plaatsen kan een vertekening zich voordoen:
Van onderzoeksvraag naar data:
Hoe veelbelovend schrijf je de onderzoeks(aanvraag) op?
Zet je je onderzoeksvraag en hypothesen al vast of laat je het open?
Beslis je al vooraf om descriptief (beschrijvend), exploratief
(verkennend), of confirmatief (bevestigend en hypothesetoetsend)
onderzoek te gaan verrichten?
Van resultaten tot publicatie:
Effecten worden sneller gepubliceerd dan 0-results (of geen
resultaten);
Psycholoog = houdt zich bezig met het mensen gedrag (denken, doen,
voelen) op verschillende niveaus, van verschillende mensen, in
verschillende contexten.
Diens kennis en perspectief zijn gebaseerd op psychologische
wetenschap;
Die wetenschappelijke regels kent;
Die bedreven wordt in een wetenschapssysteem.
De psychologische wetenschap staat in de maatschappij:
-> De maatschappij heeft een beeld en verwachtingen van de psychologie
en de (psychologische) wetenschap.
Psychologie – maatschappij – wetenschap
Infodemic = (foutieve) informatie wordt met hoge snelheid
verspreid.
Sociale media
Wonderlijke theorieën/therapieën:
o HumanDesign, een handleiding voor je dagelijkse leven.
Gebaseerd op geboortedatum, - tijd, -plaats
o Regenesis-healing via ‘kwantum-energie’
Het is lastig te onderscheiden wat wetenschappelijk onderbouwd is en wat
niet.
Replicatiecrisis
Polarisatie = helemaal wel mee eens / helemaal niet mee eens
-> dalende vaccinatiegraad, mensen hebben minder vertrouwen in
de wetenschap.
Principes kritisch denken:
Kritisch denken: fairness, clarity, accuracy, precision, relevance, depth,
breadth, logic
,Bias:
Hoe staat dit ons in de weg bij het objectief kijken, meten, weten en
handelen binnen de psychologie als wetenschap.
Wetenschap betreft waarheidsvinding en vraagt om objectiviteit.
-> Objectiviteit is belangrijk, maar het fenomeen bias staat ons in de weg.
Betekenis bias:
1) Systematische vertekening die een objectieve interpretatie van de
realiteit in de weg staat.
2) Vooroordeel of vooringenomenheid die de perceptie kleurt.
Bias op drie gebieden in de psychologie (als wetenschap):
1) Persoonlijke biases:
Die ons als mens, psycholoog en onderzoeker in de weg staan om
objectief waar te nemen.
2) Bias in de onderzoeksmethode:
Die invloed hebben op de methode en middelen waarmee we iets
objectief onderzoeken.
3) Systemische biases:
Die de objectiviteit van het wetenschapssysteem beïnvloeden.
Mensen zijn subjectief -> er zit subjectiviteit in onze individuele
waarneming van de wereld:
We bevinden ons in andere omgevingen
We hebben een andere emotionele staat
Andere ervaringen maken dat we op andere zaken letten in situaties
We hebben soms een ander begrip van hetgeen we waarnemen
20 cognitieve biases:
Anchoring bias, availability heuristic, bandwagon effect, blind-spot bias,
choice-supportive bias, clustering illusion, confirmation bias, conservatism
bias, information bias, ostrich effect, outcome bias, overconfidence,
placebo effect, pro-innovation bias, selective perception, stereotyping,
recency, salience, survivorship bias, zero-risk bias.
Persoonlijke biases:
, Representativiteitsbias = oordelen op basis van overeenkomst
met een bepaald prototype of stereotype.
Halo/horn effect:
o ve eerste indruk -> gunstiger behandelen
o Hoorn-effect = negatieve eerste indruk -> minder gunstig
behandelen
Actor-observer bias = eigen gedrag beoordelen door acties toe te
schrijven aan de specifieke situatie. Gedrag van andere beoordelen
door acties toe te schrijven aan persoonlijkheid (fundamental
attribution error)
Availability bias = de menselijke neiging om te vertrouwen op
informatie die
gemakkelijk in je opkomt bij het evalueren van situaties of het
nemen van
beslissingen.
Biases in wetenschap:
Confirmation bias = de neiging om aandacht en waarde te
hechten aan informatie die de eigen ideeën, overtuigingen of
hypotheses bevestigt.
Hindsight bias = de neiging om te geloven dat eigen
voorspellingen preciezer zijn dan ze in werkelijkheid zijn.
Overconfidence bias = cognitieve denkfout waarbij mensen hun
eigen
vaardigheden, kennis en prestaties systematisch overschatten.
Bias blind spot = je denkt zelf geen bias te hebben, of je ziet het
sneller bij anderen dan bij jezelf.
Bertrand Russel:
“If a men is offered a fact which goes against his instincts, he will
scrutinize it closely, and unless the evidence is overwhelming, he will
refuse to believe it. If, on the other hand, he is offered something which
affords a reason for acting in accordance to his instincts, he will accept it
even on the slenderest evidence…”
Nut van biases:
Mentale ‘shortcuts’ bij problemen oplossen
Een coherente werkelijkheid is cognitief minder belastend
, Sneller beslissysteem als gevaar dreigt “better safe than sorry”
(snelheid belangrijker dan perfectie), maar ongevoelig voor kansen
-> Veel discussie over adaptiviteit en verklaringen.
Hoe beïnvloeden zulke biases ons werk als wetenschapper in onze poging
antwoorden te vinden op psychologische (onderzoeks)vragen?
Een onderzoeker heeft vaak (onbewust) persoonlijk belang bij:
Het vinden van duidelijke en spannende onderzoeksresultaten;
Ondersteuning vinden voor een eigen theorie waar hij/zij erg op
gesteld is;
Een rivaliserende theorie ontkrachten met onderzoeksresultaten.
Als onderzoekers proberen we zo systematisch mogelijk te werk gaan:
Empirische cyclus
Heersende onderzoeksparadigma’s
Mertoniaanse normen
Verschillende stappen in een proces:
1) Lezen van de literatuur
2) Een studie opzetten
3) Data verzamelen
4) Analyseren van resultaten
5) Interpreteren bevindingen
6) Keuze voor publicatie
Op verschillende plaatsen kan een vertekening zich voordoen:
Van onderzoeksvraag naar data:
Hoe veelbelovend schrijf je de onderzoeks(aanvraag) op?
Zet je je onderzoeksvraag en hypothesen al vast of laat je het open?
Beslis je al vooraf om descriptief (beschrijvend), exploratief
(verkennend), of confirmatief (bevestigend en hypothesetoetsend)
onderzoek te gaan verrichten?
Van resultaten tot publicatie:
Effecten worden sneller gepubliceerd dan 0-results (of geen
resultaten);