Orgaanstelsels deel 2 – module 3
1A. CSZ
Csz: hersenen-ruggenmerg
Psz: hersenzenuwen-ruggenmergzenuwen-zenuwen van vegatieve zenuwstelsel
Anatomie en fysiologie czs
Meniges (hersenvlies)
- Dura mater (harde vlies/buitenste vlies)
- Arachnoïdea mater (spinnenwebvlies/tussen vlies)
- Pia mater (zacht vlies/binnenste vlies)
Vaten en vliezen bevatten pijnsensoren, hersen zelf geen pijn bij ontstekingen.
Hersenventrikels (binnenkamers)
Liquor cerebrospinalis = hersenvocht (in en om hersenen)
- Wordt geproduceerd in plexus choroidues (ventrikelwand-Pia mater)
I-> functies: aanvoer O2 & voedingsstoffen, afvoer afvalstoffen, constante inwendige druk,
bescherming tegen stoten/schokken.
I-> nodig om hersenen deels van voeding te voorzien.
Doorbloeding hersenen:
->Aanvoer via aa. Corotis interna (inwendige halsslagader) & via aa. Vertebralis
(wervelsslagader). Komen uit in cirkel van Willis (colleterale circulatie)
I-> Nodig om zuurstof/glucose te voorzien aan hersenen.
Cerebrum (grote hersenen):
->Functies: Motoriek, sensoriek, emoties, geheugen, leren, motivatie, herinneringen,
seksueel gedrag.
->Exterieur hersenen (kwabben)
- Frontale kwab (plannen, doelen, inleven, tijd vroeger/nu/toekomst, rem op gedrag)
I-> verbinding met alle hersengebieden + functionele systemen
- Pariëtale kwab (verwerken van binnenkomende info uit lichaam)
- Temporale kwab (komt gehoor binnen)
- Occipitale kwab (komt zien binnen, herkennen)
In hersenen primaire gebieden = daar komt info eerst binnen, vooral waarnemingen. Alle
info wordt hier vastgelegd.
In herenen secundaire gebieden = interpreteren van info, plan bedenken. Dus verwerking
van de info.
In hersenen tertiaire gebieden = samenkomen van alle info, nog complexere dingen.
Motoriek erop aan passen.
Vb: pri = handen bewegen, sec = wat ga je met je vingers doen.
Primaire motorische cortex stuurt cellen naar beneden naar ruggenmerg, zitten cellen geven
door aan spieren.
,Brocacentrum (spraakcentrum):
Zit aan 1 kant, broca = taalproductie
Limbisch systeem (emotionele systeem): gebied emotie & gebied met geheugen
I-> Amygdala (=houdt zich bezig met emotie, motivatie, leren) met heel complex.
I-> Hippocampus = houdt zich bezig met geheugen vorming, opslaan/verwerken/vastleggen.
Bij ziekte van Alzheimer is hippocampus aangedaan.
Cerebellum (kleine hersenen):
->Coördineren motoriek: vloeiende bewegingen, gecoördineerde uitvoering.
Diencephalon (tussen hersenen):
- Thalamus: filter sensorische info, schakelstation hersencerebellum
- Hypothalamus: regelcentrum voor temp, dorst, honger
Truncus cerebri (hersenstam): HEEL BELANGRIJK
->Functies: regels vegetatieve functies, verbinding tussen hersenen en rest van lichaam.
->Bevat 12 hersenzenuwen, 11 komen in hersenstam, 1 (ruikzenuw) meteen in hersenen.
->Bestaan uit 3 delen:
1. Middenhersenen (mesencephalon)
2. Brug (pons)
3. Verlengde merg (medulla oblongata)!!
I-> hartregulatie-/vasomotorisch-/adem-/temp-/braak-/hoestcentrum
Medulla spinalis (ruggenmerg):
- Grijze stof (cellen)
Achterhoorn: komt info binnen, voorhoorn: zit motorische cellen, zorgen voor
uitvoer. = vormt samen een ruggenmergzenuw.
- Witte stof (banen met axonen)
(Dermatomen: huid in vlaktes verdelen, zo weet je waar je zit in ruggenmerg)
,1B. aanvulling czs
Epilepsie:
I-> stoornis in hersenen, ontlading elektriciteit, hersencellen, herhaling van aanvallen
2 soorten
1. Gedeeltelijke epilepsie, partiële aanval (behouden bewustzijn)
2. Volledige epilepsie, gegeneraliseerde aanval (verliezen bewustzijn)
- Epidemiologie
-> normale intelligentie
-> epilepsie komt vaker voor bij mensen met verstandelijke beperking
-> kan op iedere leeftijd voorkomen
- Vaststellen
->observatie met herhalende aanvallen zonder directe oorzaak
-Oorzaken anders bij ouderen/jongeren + uiting is verschillend
-> ouderen: na CVA, bij hersentumor
-> jongeren: problemen tijdens bevalling (O2 te kort/bloeding hersenen), genetische aanleg.
- Onderzoeken uitvragen van epilepsie bij patiënt
-> wat gebeurt er voor de aanval? (aanval zien aankomen?)
->wat gebeurt er tijdens de aanval? (krampen/trekkingen?, hoelang duurt het?)
-> wat gebeurt er na de aanval? (vitale parameters)
- ook EEG maken of CT/MRI (tumor, herseninfarct aantonen)
- Tijdens aanval
-> maak ruimte, voorkom schade
-> in stabiele zijligging leggen, ademweg vrijhouden
-> stesolid/benzodiazepine supp/i.v bij status epilepticus (medicatie)
- Na aanval
-> bij kinderen leefregels, ouderen: beperkt sociaal deelnemen (verkeerdeelname)
-> medicatie: remt ontstaan van actiepotentialen, remt neurale via neurotransmitters
I-> om elektriciteit te verminderen
I-> bijwerkingen: misselijkheid-braken-sufheid-duizelig-depressie-obstipatie-droge mond-
coördinatiestoornissen
-gehandicapten
-> meer bewaking nodig, soms ‘s nachts bewaking, bescherming (helm op bij fietsen)
Gegeneraliseerd epilepsie:
- Begint hoog in hersenstam -> verspreiding over beide hemisferen (hersenhelft)
- Aanvallen zijn plotseling en symmetrisch, voelen mensen niet aankomen
- Stoornis in bewustzijn (absences), verlies bewustzijn
- Bij volwassenen tonisch-clonische insulten (aanvallen): vaak na infarct, tijdens
hersentumor. Soms 1 uur nodig om te herstellen
- Symmetrische myoclonieën: symmetrische spierbewegingen
- Bij kinderen ook tijdelijke absences
I-> oorzaak: vaak aanlegprobleem, hersencellen prikkelen elkaar makkelijk
, Partiele epilepsie:
- Begint focaal in deel van hersenen, gedeeltelijke uitval/klachten
- Begint asymmetrisch (aan 1 kant), voelen mensen vaak aankomen
- Meestal aura, geen bewustzijnsverlies, herstel snel
- ! Gepaard met bewegingsstoornis of gevoelsstoornissen, trekking in mond/hand etc.
- ! Kan overgaan naar gegeneraliseerde aanval
Status epilepticus
I-> iemand die in epilepsieaanval blijft zitten
- Serie aanvallen achterelkaar, zonder herstel bewustzijn
->Gevaar: O2 gebrek in hersenen, na 5 min zorgen maken
Cerebro-Vasculaire Accident – CVA (groot probleem, veel sterfte)
I-> Beroerte
-2 soorten:
1. Bloedig CVA: bloeding, verdrukking hersenweefsel door bloed/stolsel, leidt tot uitval,
niet altijd tot bewustzijnsverlies (20%)
2. Ischemie: onbloedig CVA = vat gaat dicht zitten (80%) dus geen bloeddoorstroming
(je wilt stolsel verwijderen)
Afsluiting cerebrale arterie:
- TIA = tijdelijk (voorbode CVA, zelfde dag naar neuroloog)
- Herseninfarct = blijvend
-> risicofactoren: leeftijd, geslacht, familie, bewegen, eetpatroon, overgewicht, diabetes,
roken, hypertensie
-> na CVA: bloedplaatjes remmers, zodat bloedplaatjes er niet meer op kunnen duiken. Of
fibrinolytica (stolsel oplossen).
->cerebrale uitval:
- Deel afgestorven (blijvend uitgeschakeld)
- Deel tijdelijke uitgeschakeld
- Eerste uren/dgn functieherstel tijdelijk uitgeschakelde deel
- Symptomen:
-> Motorisch: bewegingsuitval, verlamming!
* volledige uitval: hemiparalyse
* onvolledige uitval: hemiparese
-> sensorisch: gevoel verdoofd
-> verwerking, cognitieve functies: warrig spreken en denken
-> bewustzijn (verliezen), emoties
-> bij bloeding: tinteling, hoofdpijn, duizelig, evenwichtsstoornis, bewustzijnsverlies
-CVA herkennen:
-> optijd erg belangrijk: minder schade, hoe eerder een zinvolle behandeling
-> FAST: scheve mond, tong niet recht uitsteken, zin uitspreken moeilijk, lamme armen?
- Aanvullend onderzoek:
-> anamnese, lichamelijk onderzoek (spierkracht, hartonderzoek)
-> neurologische onderzoek (motoriek, reflexen, sensibiliteit, hersenfuncties
-> CT (bloeding direct zichtbaar, herseninfarct pas dag later te zien)
1A. CSZ
Csz: hersenen-ruggenmerg
Psz: hersenzenuwen-ruggenmergzenuwen-zenuwen van vegatieve zenuwstelsel
Anatomie en fysiologie czs
Meniges (hersenvlies)
- Dura mater (harde vlies/buitenste vlies)
- Arachnoïdea mater (spinnenwebvlies/tussen vlies)
- Pia mater (zacht vlies/binnenste vlies)
Vaten en vliezen bevatten pijnsensoren, hersen zelf geen pijn bij ontstekingen.
Hersenventrikels (binnenkamers)
Liquor cerebrospinalis = hersenvocht (in en om hersenen)
- Wordt geproduceerd in plexus choroidues (ventrikelwand-Pia mater)
I-> functies: aanvoer O2 & voedingsstoffen, afvoer afvalstoffen, constante inwendige druk,
bescherming tegen stoten/schokken.
I-> nodig om hersenen deels van voeding te voorzien.
Doorbloeding hersenen:
->Aanvoer via aa. Corotis interna (inwendige halsslagader) & via aa. Vertebralis
(wervelsslagader). Komen uit in cirkel van Willis (colleterale circulatie)
I-> Nodig om zuurstof/glucose te voorzien aan hersenen.
Cerebrum (grote hersenen):
->Functies: Motoriek, sensoriek, emoties, geheugen, leren, motivatie, herinneringen,
seksueel gedrag.
->Exterieur hersenen (kwabben)
- Frontale kwab (plannen, doelen, inleven, tijd vroeger/nu/toekomst, rem op gedrag)
I-> verbinding met alle hersengebieden + functionele systemen
- Pariëtale kwab (verwerken van binnenkomende info uit lichaam)
- Temporale kwab (komt gehoor binnen)
- Occipitale kwab (komt zien binnen, herkennen)
In hersenen primaire gebieden = daar komt info eerst binnen, vooral waarnemingen. Alle
info wordt hier vastgelegd.
In herenen secundaire gebieden = interpreteren van info, plan bedenken. Dus verwerking
van de info.
In hersenen tertiaire gebieden = samenkomen van alle info, nog complexere dingen.
Motoriek erop aan passen.
Vb: pri = handen bewegen, sec = wat ga je met je vingers doen.
Primaire motorische cortex stuurt cellen naar beneden naar ruggenmerg, zitten cellen geven
door aan spieren.
,Brocacentrum (spraakcentrum):
Zit aan 1 kant, broca = taalproductie
Limbisch systeem (emotionele systeem): gebied emotie & gebied met geheugen
I-> Amygdala (=houdt zich bezig met emotie, motivatie, leren) met heel complex.
I-> Hippocampus = houdt zich bezig met geheugen vorming, opslaan/verwerken/vastleggen.
Bij ziekte van Alzheimer is hippocampus aangedaan.
Cerebellum (kleine hersenen):
->Coördineren motoriek: vloeiende bewegingen, gecoördineerde uitvoering.
Diencephalon (tussen hersenen):
- Thalamus: filter sensorische info, schakelstation hersencerebellum
- Hypothalamus: regelcentrum voor temp, dorst, honger
Truncus cerebri (hersenstam): HEEL BELANGRIJK
->Functies: regels vegetatieve functies, verbinding tussen hersenen en rest van lichaam.
->Bevat 12 hersenzenuwen, 11 komen in hersenstam, 1 (ruikzenuw) meteen in hersenen.
->Bestaan uit 3 delen:
1. Middenhersenen (mesencephalon)
2. Brug (pons)
3. Verlengde merg (medulla oblongata)!!
I-> hartregulatie-/vasomotorisch-/adem-/temp-/braak-/hoestcentrum
Medulla spinalis (ruggenmerg):
- Grijze stof (cellen)
Achterhoorn: komt info binnen, voorhoorn: zit motorische cellen, zorgen voor
uitvoer. = vormt samen een ruggenmergzenuw.
- Witte stof (banen met axonen)
(Dermatomen: huid in vlaktes verdelen, zo weet je waar je zit in ruggenmerg)
,1B. aanvulling czs
Epilepsie:
I-> stoornis in hersenen, ontlading elektriciteit, hersencellen, herhaling van aanvallen
2 soorten
1. Gedeeltelijke epilepsie, partiële aanval (behouden bewustzijn)
2. Volledige epilepsie, gegeneraliseerde aanval (verliezen bewustzijn)
- Epidemiologie
-> normale intelligentie
-> epilepsie komt vaker voor bij mensen met verstandelijke beperking
-> kan op iedere leeftijd voorkomen
- Vaststellen
->observatie met herhalende aanvallen zonder directe oorzaak
-Oorzaken anders bij ouderen/jongeren + uiting is verschillend
-> ouderen: na CVA, bij hersentumor
-> jongeren: problemen tijdens bevalling (O2 te kort/bloeding hersenen), genetische aanleg.
- Onderzoeken uitvragen van epilepsie bij patiënt
-> wat gebeurt er voor de aanval? (aanval zien aankomen?)
->wat gebeurt er tijdens de aanval? (krampen/trekkingen?, hoelang duurt het?)
-> wat gebeurt er na de aanval? (vitale parameters)
- ook EEG maken of CT/MRI (tumor, herseninfarct aantonen)
- Tijdens aanval
-> maak ruimte, voorkom schade
-> in stabiele zijligging leggen, ademweg vrijhouden
-> stesolid/benzodiazepine supp/i.v bij status epilepticus (medicatie)
- Na aanval
-> bij kinderen leefregels, ouderen: beperkt sociaal deelnemen (verkeerdeelname)
-> medicatie: remt ontstaan van actiepotentialen, remt neurale via neurotransmitters
I-> om elektriciteit te verminderen
I-> bijwerkingen: misselijkheid-braken-sufheid-duizelig-depressie-obstipatie-droge mond-
coördinatiestoornissen
-gehandicapten
-> meer bewaking nodig, soms ‘s nachts bewaking, bescherming (helm op bij fietsen)
Gegeneraliseerd epilepsie:
- Begint hoog in hersenstam -> verspreiding over beide hemisferen (hersenhelft)
- Aanvallen zijn plotseling en symmetrisch, voelen mensen niet aankomen
- Stoornis in bewustzijn (absences), verlies bewustzijn
- Bij volwassenen tonisch-clonische insulten (aanvallen): vaak na infarct, tijdens
hersentumor. Soms 1 uur nodig om te herstellen
- Symmetrische myoclonieën: symmetrische spierbewegingen
- Bij kinderen ook tijdelijke absences
I-> oorzaak: vaak aanlegprobleem, hersencellen prikkelen elkaar makkelijk
, Partiele epilepsie:
- Begint focaal in deel van hersenen, gedeeltelijke uitval/klachten
- Begint asymmetrisch (aan 1 kant), voelen mensen vaak aankomen
- Meestal aura, geen bewustzijnsverlies, herstel snel
- ! Gepaard met bewegingsstoornis of gevoelsstoornissen, trekking in mond/hand etc.
- ! Kan overgaan naar gegeneraliseerde aanval
Status epilepticus
I-> iemand die in epilepsieaanval blijft zitten
- Serie aanvallen achterelkaar, zonder herstel bewustzijn
->Gevaar: O2 gebrek in hersenen, na 5 min zorgen maken
Cerebro-Vasculaire Accident – CVA (groot probleem, veel sterfte)
I-> Beroerte
-2 soorten:
1. Bloedig CVA: bloeding, verdrukking hersenweefsel door bloed/stolsel, leidt tot uitval,
niet altijd tot bewustzijnsverlies (20%)
2. Ischemie: onbloedig CVA = vat gaat dicht zitten (80%) dus geen bloeddoorstroming
(je wilt stolsel verwijderen)
Afsluiting cerebrale arterie:
- TIA = tijdelijk (voorbode CVA, zelfde dag naar neuroloog)
- Herseninfarct = blijvend
-> risicofactoren: leeftijd, geslacht, familie, bewegen, eetpatroon, overgewicht, diabetes,
roken, hypertensie
-> na CVA: bloedplaatjes remmers, zodat bloedplaatjes er niet meer op kunnen duiken. Of
fibrinolytica (stolsel oplossen).
->cerebrale uitval:
- Deel afgestorven (blijvend uitgeschakeld)
- Deel tijdelijke uitgeschakeld
- Eerste uren/dgn functieherstel tijdelijk uitgeschakelde deel
- Symptomen:
-> Motorisch: bewegingsuitval, verlamming!
* volledige uitval: hemiparalyse
* onvolledige uitval: hemiparese
-> sensorisch: gevoel verdoofd
-> verwerking, cognitieve functies: warrig spreken en denken
-> bewustzijn (verliezen), emoties
-> bij bloeding: tinteling, hoofdpijn, duizelig, evenwichtsstoornis, bewustzijnsverlies
-CVA herkennen:
-> optijd erg belangrijk: minder schade, hoe eerder een zinvolle behandeling
-> FAST: scheve mond, tong niet recht uitsteken, zin uitspreken moeilijk, lamme armen?
- Aanvullend onderzoek:
-> anamnese, lichamelijk onderzoek (spierkracht, hartonderzoek)
-> neurologische onderzoek (motoriek, reflexen, sensibiliteit, hersenfuncties
-> CT (bloeding direct zichtbaar, herseninfarct pas dag later te zien)