21ste eeuw en de Moderne Mens
Introductiecollege
Gebeurtenissen van de 21ste eeuw die invloed hebben op de mens zijn o.a.
social media, corona, migratie, natuurrampen, globalisering.
Er zijn een hoop ontwikkelingen en uitvindingen die een grote rol spelen in
het dagelijks leven.
We gaan de gevolgen van deze ontwikkelen bekijken op drie thema’s:
1. Prikkels;
2. Social media;
3. Autonomie.
We gaan vanuit de psychologische functieleer (PF), de sociale
gezondheids- en organisatiepsychologie (SHOP), de
ontwikkelingspsychologie (OWP) en de klinische psychologie (KP) de
onderwerpen te benaderen. Er is een interdisciplinaire aanpak van deze
disciplines nodig.
Aanname sociale psychologie 20ste eeuw: er is een onbewuste
beloningsverwerking die zorgt voor meer motivatie.
1968: pupilverwijding ontstaat door mentale effort. Dit heeft te maken met
de activering van het sympathische zenuwstelsel. Het lichaam bereid zich
voort op fight-or-flight. Ditzelfde principe vind je ook bij moeilijke mentale
processen.
Ze gingen onderzoeken of pupilverwijding ook ontstaat in reactie op
onbewuste beloningsverwerking. Ze vonden dat er een groot verschil was
in pupil dilation tussen onthouden van 3 cijfers en 5 cijfers. Als het
moeilijker wordt, neemt de effort dus ook toe. Bovendien vonden ze dat
als de onbewuste beloning groter is, de effort ook toenam. Dit
ondersteunde de aanname van de sociale psychologie.
Disciplines
Sociale/gezondheid/organisatie psychologie: begrijpen hoe
gedrag wordt beïnvloed door de omgeving – andere mensen.
Psychologische functieleer: beschrijven hoe mentale processen
werken.
Ontwikkelingspsychologie: het begrijpen van psychologische
ontwikkeling van kinderen, adolescenten en volwassenen.
Klinische psychologie: zicht krijgen op onderliggende
psychologische processen van psychische stoornissen.
,Hoorcollege 1: Ontwikkelingspsychologie
Misvattingen over evolutiepsychologie:
Evolved: betekent niet per se ‘aanwezig bij geboorte’,
‘onveranderlijk tijdens de ontwikkeling’, ‘universeel in soorten’, ‘niet
aangeleerd’.
Evolutie kan niet de normale ontwikkeling kan verklaren, want dat
kan het wel.
Evolutie kan niet individuele en culturele verschillen kan verklaren.
Nested processes: je moet ontwikkeling en evolutie als geneste
processen zien die niet losstaan maar op elkaar inwerken.
Evolutie: selecteert op bepaalde eigenschappen over generaties
heen.
Ontwikkeling: gebaseerd op stimuli, een adaptieve fit tussen
organisme en omgeving binnen een individu.
Ontwikkelingsplasticiteit: het vermogen van het individu om op basis
van de prikkels die het waarneemt, het ontwikkelingstraject aan te passen.
Denk aan hoe snel de pubertijd begint, maar ook verandering in perceptie
en cognitie.
Dit biedt een verklaring voor individuele verschillen en culturele
variatie.
Het is een product van evolutie.
Leidt tot hidden talents en contextually appropiate respones (zie
later).
Stimuli worden meegenomen om langdurige ontwikkelingsprocessen vorm
te geven.
Als er een onmiddellijke dreiging is, is het heel adaptief als er een
stressreactie wordt getoond (fight-or-flight). Maar wat is het gevolg van
opgroeien in een omgeving waarbij je chronisch wordt blootgesteld aan
continue dreiging?
→ Deficit perspectief: focust vooral op de negatieve uitkomsten.
De kern is dat het meemaken van die adverse omstandigheden leidt
tot chronische stress.
→ Hidden talents (recenter perspectief): mensen zijn in grote mate
in staat om zich aan te passen aan de omgeving. Vanuit dit
perspectief zijn er wel negatieve gevolgen, maar ontstaan er ook
versterkte vaardigheden.
o Contextually appropriatie responses: gedragingen die als
negatief kunnen worden gezien, maar in de context is het heel
logisch dat het gedrag wordt getoond.
Betekenis van adaptief
Evolutionair model: adaptieve kenmerken vergroten de overleving
en reproductiviteit.
Ontwikkelings- psychopathologisch model: adaptieve kenmerken
vergroten het welzijn en andere positieve uitkomsten.
,De betekenis van adaptief is dus niet altijd gelijk! Het kan zijn dat iets
evolutionair adaptief is, maar het welzijn hier niet op vooruitgaat.
Studie danger perception: herkennen van boze of blije gezichten
Kinderen die mishandeling mee hadden gemaakt waren sneller in staat om
boze gezichten te herkennen t.o.v. blij gezicht. Bij kinderen die geen
mishandeling hadden meegemaakt, was er geen verschil in het detecteren
van een blij of boos gezicht.
Hostile attribution bias: neiging om ambigue gedrag van andere als
negatief te interpreteren. Hier is echter geen sprake van, want ze
interpreteren de blije gezichten niet per se als boos.
Studie executive functioning: onvoorspelbaarheid bij de opvoeding zorgt
voor een vermindering in aandachtscontrole en inhibitie, maar een
vergroting van de cognitieve flexibiliteit.
Delay of gratification: het kunnen weerstaan van verleidingen in het
hier en nu, ten bate van een grotere beloning in de toekomst. Mensen die
uit meer stressvolle omstandigheden komen, laten een grotere voorkeur
zien voor de onmiddellijke beloning t.o.v. een latere beloning.
Dit is belangrijk omdat deze test voorspellend is voor belangrijke
uitkomsten in het latere leven (schoolprestaties, delinquent gedrag,
gezondheid). Dit blijft bestaan als je controleert voor intelligentie en SES.
- Vanuit het adaptieve perspectief: het is misschien niet in elke context
handig om een beloning links te laten liggen en te ‘bewaren’ voor
later. De context is dus heel belangrijk om te interpreteren over
waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen.
Studie van betrouwbaarheid onderzoeker oprecht de belofte nakomen: als
de onderzoeker niet betrouwbaar is wachten kinderen gemiddeld veel
minder lang dan in de conditie waar de onderzoeker wel betrouwbaar was.
Mogelijke verklaringen voor longitudinale invloeden
1. Individuen zijn met name gevoelig voor dingen die ze vroeg in hun
leven meemaken.
2. Individuen reageren met name op hun huidige context (als kind en
volwassen) en omgevingen zijn gecorreleerd met elkaar. De kans dat
de omgeving gelijkwaardig is in de jeugd en later is groot.
3. Impulsief gedrag/keuzes vroeg in het leven kunnen een causaal
effect hebben op latere uitkomsten.
Prikkels en betekenis (SHOP)
Prikkels refereren vaak aan iets wat wij al weten en prikkels zijn dus
betekenisvol.
Als ratten een bepaalde verwachting hebben, wordt er al voorrang
gegeven aan prikkels, voordat ze überhaupt in de hersenen aankomen. De
verwachting die we hebben (betekenis van prikkels) beïnvloedt dus al wat
wij waarnemen.
Prikkels leiden af, maar waarom?
De betekenis van een prikkel is hierbij belangrijk (geluid van telefoon
leidt af omdat het doet denken aan sociale interactie, en bestelbusje leidt
af omdat je denkt aan dat je een pakketje hebt besteld).
, Kurt Lewin: gedrag is een functie van de persoon en de omgeving.
De invloed van de omgeving op een persoon, is dus niet altijd
hetzelfde in elke persoon.
Hoe hebben de prikkels betekenis gekregen?
In het begin hebben prikkels nog geen betekenis, maar door
leerprocessen (pavloviaans conditioneren) kunnen prikkels een betekenis
krijgen.
Blocking: er is geen conditionering als er al een
verwachting/voorspeller is. Dus leren is niet simpelweg een
associatie. Leren gaat dus meer om voorspellingen doen over de
omgeving.
Propositioneel: leren ook vaak door instructies of regels
(proposities).
Wat doen prikkels met ons? Waarom leiden ze af?
Effecten van prikkels zijn vaak subtiel: priming. Prikkels hebben effect op:
Perceptie/categorisatie – construal/semantical priming.
o Higgins liet in onderzoek zien dat mensen die geprimed waren
met een woord, dit vervolgens invloed had op hoe ze een
plaatje interpreteerde. In heel veel sociale situaties hebben
we vrij weinig informatie, maar we vullen dit in met wat we
weten. Vervolgens worden er heel veel aannames en
interpretaties gemaakt. Dit proces wordt met name beïnvloed
door prikkels.
Doen – behavioral priming.
o Bargh liet in een onderzoek zien dat mensen die geprimed
waren met een woord (beleefd vs onbeleefd), dit invloed had
op hun gedrag later (manier van onderbreken van de
proefleider).
Motivatie – goal priming.
o Bargh liet in een onderzoek zien dat mensen die geprimed
werden met de woorden competitie vs samenwerking, dit
invloed had op of welke vorm gemotiveerd gedrag ze lieten
zien
Gedachten
Hoe werkt dit?
Prikkels maken mentale representaties toegankelijk.
→ Toegankelijkheid (accessibility) verhoogt de kans dat geassocieerde
mentale representaties gebruikt worden in de informatieverwerking. De
informatie van prikkels wordt dus gebruikt om beslissingen te nemen in
ambigue situaties.
Introductiecollege
Gebeurtenissen van de 21ste eeuw die invloed hebben op de mens zijn o.a.
social media, corona, migratie, natuurrampen, globalisering.
Er zijn een hoop ontwikkelingen en uitvindingen die een grote rol spelen in
het dagelijks leven.
We gaan de gevolgen van deze ontwikkelen bekijken op drie thema’s:
1. Prikkels;
2. Social media;
3. Autonomie.
We gaan vanuit de psychologische functieleer (PF), de sociale
gezondheids- en organisatiepsychologie (SHOP), de
ontwikkelingspsychologie (OWP) en de klinische psychologie (KP) de
onderwerpen te benaderen. Er is een interdisciplinaire aanpak van deze
disciplines nodig.
Aanname sociale psychologie 20ste eeuw: er is een onbewuste
beloningsverwerking die zorgt voor meer motivatie.
1968: pupilverwijding ontstaat door mentale effort. Dit heeft te maken met
de activering van het sympathische zenuwstelsel. Het lichaam bereid zich
voort op fight-or-flight. Ditzelfde principe vind je ook bij moeilijke mentale
processen.
Ze gingen onderzoeken of pupilverwijding ook ontstaat in reactie op
onbewuste beloningsverwerking. Ze vonden dat er een groot verschil was
in pupil dilation tussen onthouden van 3 cijfers en 5 cijfers. Als het
moeilijker wordt, neemt de effort dus ook toe. Bovendien vonden ze dat
als de onbewuste beloning groter is, de effort ook toenam. Dit
ondersteunde de aanname van de sociale psychologie.
Disciplines
Sociale/gezondheid/organisatie psychologie: begrijpen hoe
gedrag wordt beïnvloed door de omgeving – andere mensen.
Psychologische functieleer: beschrijven hoe mentale processen
werken.
Ontwikkelingspsychologie: het begrijpen van psychologische
ontwikkeling van kinderen, adolescenten en volwassenen.
Klinische psychologie: zicht krijgen op onderliggende
psychologische processen van psychische stoornissen.
,Hoorcollege 1: Ontwikkelingspsychologie
Misvattingen over evolutiepsychologie:
Evolved: betekent niet per se ‘aanwezig bij geboorte’,
‘onveranderlijk tijdens de ontwikkeling’, ‘universeel in soorten’, ‘niet
aangeleerd’.
Evolutie kan niet de normale ontwikkeling kan verklaren, want dat
kan het wel.
Evolutie kan niet individuele en culturele verschillen kan verklaren.
Nested processes: je moet ontwikkeling en evolutie als geneste
processen zien die niet losstaan maar op elkaar inwerken.
Evolutie: selecteert op bepaalde eigenschappen over generaties
heen.
Ontwikkeling: gebaseerd op stimuli, een adaptieve fit tussen
organisme en omgeving binnen een individu.
Ontwikkelingsplasticiteit: het vermogen van het individu om op basis
van de prikkels die het waarneemt, het ontwikkelingstraject aan te passen.
Denk aan hoe snel de pubertijd begint, maar ook verandering in perceptie
en cognitie.
Dit biedt een verklaring voor individuele verschillen en culturele
variatie.
Het is een product van evolutie.
Leidt tot hidden talents en contextually appropiate respones (zie
later).
Stimuli worden meegenomen om langdurige ontwikkelingsprocessen vorm
te geven.
Als er een onmiddellijke dreiging is, is het heel adaptief als er een
stressreactie wordt getoond (fight-or-flight). Maar wat is het gevolg van
opgroeien in een omgeving waarbij je chronisch wordt blootgesteld aan
continue dreiging?
→ Deficit perspectief: focust vooral op de negatieve uitkomsten.
De kern is dat het meemaken van die adverse omstandigheden leidt
tot chronische stress.
→ Hidden talents (recenter perspectief): mensen zijn in grote mate
in staat om zich aan te passen aan de omgeving. Vanuit dit
perspectief zijn er wel negatieve gevolgen, maar ontstaan er ook
versterkte vaardigheden.
o Contextually appropriatie responses: gedragingen die als
negatief kunnen worden gezien, maar in de context is het heel
logisch dat het gedrag wordt getoond.
Betekenis van adaptief
Evolutionair model: adaptieve kenmerken vergroten de overleving
en reproductiviteit.
Ontwikkelings- psychopathologisch model: adaptieve kenmerken
vergroten het welzijn en andere positieve uitkomsten.
,De betekenis van adaptief is dus niet altijd gelijk! Het kan zijn dat iets
evolutionair adaptief is, maar het welzijn hier niet op vooruitgaat.
Studie danger perception: herkennen van boze of blije gezichten
Kinderen die mishandeling mee hadden gemaakt waren sneller in staat om
boze gezichten te herkennen t.o.v. blij gezicht. Bij kinderen die geen
mishandeling hadden meegemaakt, was er geen verschil in het detecteren
van een blij of boos gezicht.
Hostile attribution bias: neiging om ambigue gedrag van andere als
negatief te interpreteren. Hier is echter geen sprake van, want ze
interpreteren de blije gezichten niet per se als boos.
Studie executive functioning: onvoorspelbaarheid bij de opvoeding zorgt
voor een vermindering in aandachtscontrole en inhibitie, maar een
vergroting van de cognitieve flexibiliteit.
Delay of gratification: het kunnen weerstaan van verleidingen in het
hier en nu, ten bate van een grotere beloning in de toekomst. Mensen die
uit meer stressvolle omstandigheden komen, laten een grotere voorkeur
zien voor de onmiddellijke beloning t.o.v. een latere beloning.
Dit is belangrijk omdat deze test voorspellend is voor belangrijke
uitkomsten in het latere leven (schoolprestaties, delinquent gedrag,
gezondheid). Dit blijft bestaan als je controleert voor intelligentie en SES.
- Vanuit het adaptieve perspectief: het is misschien niet in elke context
handig om een beloning links te laten liggen en te ‘bewaren’ voor
later. De context is dus heel belangrijk om te interpreteren over
waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen.
Studie van betrouwbaarheid onderzoeker oprecht de belofte nakomen: als
de onderzoeker niet betrouwbaar is wachten kinderen gemiddeld veel
minder lang dan in de conditie waar de onderzoeker wel betrouwbaar was.
Mogelijke verklaringen voor longitudinale invloeden
1. Individuen zijn met name gevoelig voor dingen die ze vroeg in hun
leven meemaken.
2. Individuen reageren met name op hun huidige context (als kind en
volwassen) en omgevingen zijn gecorreleerd met elkaar. De kans dat
de omgeving gelijkwaardig is in de jeugd en later is groot.
3. Impulsief gedrag/keuzes vroeg in het leven kunnen een causaal
effect hebben op latere uitkomsten.
Prikkels en betekenis (SHOP)
Prikkels refereren vaak aan iets wat wij al weten en prikkels zijn dus
betekenisvol.
Als ratten een bepaalde verwachting hebben, wordt er al voorrang
gegeven aan prikkels, voordat ze überhaupt in de hersenen aankomen. De
verwachting die we hebben (betekenis van prikkels) beïnvloedt dus al wat
wij waarnemen.
Prikkels leiden af, maar waarom?
De betekenis van een prikkel is hierbij belangrijk (geluid van telefoon
leidt af omdat het doet denken aan sociale interactie, en bestelbusje leidt
af omdat je denkt aan dat je een pakketje hebt besteld).
, Kurt Lewin: gedrag is een functie van de persoon en de omgeving.
De invloed van de omgeving op een persoon, is dus niet altijd
hetzelfde in elke persoon.
Hoe hebben de prikkels betekenis gekregen?
In het begin hebben prikkels nog geen betekenis, maar door
leerprocessen (pavloviaans conditioneren) kunnen prikkels een betekenis
krijgen.
Blocking: er is geen conditionering als er al een
verwachting/voorspeller is. Dus leren is niet simpelweg een
associatie. Leren gaat dus meer om voorspellingen doen over de
omgeving.
Propositioneel: leren ook vaak door instructies of regels
(proposities).
Wat doen prikkels met ons? Waarom leiden ze af?
Effecten van prikkels zijn vaak subtiel: priming. Prikkels hebben effect op:
Perceptie/categorisatie – construal/semantical priming.
o Higgins liet in onderzoek zien dat mensen die geprimed waren
met een woord, dit vervolgens invloed had op hoe ze een
plaatje interpreteerde. In heel veel sociale situaties hebben
we vrij weinig informatie, maar we vullen dit in met wat we
weten. Vervolgens worden er heel veel aannames en
interpretaties gemaakt. Dit proces wordt met name beïnvloed
door prikkels.
Doen – behavioral priming.
o Bargh liet in een onderzoek zien dat mensen die geprimed
waren met een woord (beleefd vs onbeleefd), dit invloed had
op hun gedrag later (manier van onderbreken van de
proefleider).
Motivatie – goal priming.
o Bargh liet in een onderzoek zien dat mensen die geprimed
werden met de woorden competitie vs samenwerking, dit
invloed had op of welke vorm gemotiveerd gedrag ze lieten
zien
Gedachten
Hoe werkt dit?
Prikkels maken mentale representaties toegankelijk.
→ Toegankelijkheid (accessibility) verhoogt de kans dat geassocieerde
mentale representaties gebruikt worden in de informatieverwerking. De
informatie van prikkels wordt dus gebruikt om beslissingen te nemen in
ambigue situaties.