crimineel gedrag
(Hoorcolleges & Werkgroepen)
Leerdoelen:
Na afronding van dit vak kunnen jullie:
De theorieën binnen de ontwikkelingscriminologie en levensloopcriminologie toepassen;
Voorspellingen doen op basis van de besproken theorieën en aangeven op welke wijze deze
voorspellingen getoetst kunnen worden
Het belang van longitudinaal onderzoek voor de ontwikkelings-en levensloopcriminologie
aangeven
1
,Week 1: Cognitieve en morele ontwikkeling
Hoorcollege 1 – 3 september 2024:
Dit vak gaat over de rol van de ontwikkeling van een persoon en de invloed hiervan op het ontstaan
van crimineel gedrag.
Centrale vraag: Waarom vertoont de ene persoon crimineel en/of antisociaal gedrag, en de ander niet?
De buurt waarin je woont heeft hier invloed op (achterstandswijk/ een buurt met lage sociaal
economische status/ buurt waar weinig criminaliteit voorkomt)
Opvoeding kan hier invloed op hebben (ouders tolereren bepaald gedrag wel niet, straffen van
bepaald gedrag door ouders)
Impulscontrole (de een kan beter met impulsiviteit omgaan)
Sociale omgeving (vrienden)
Genetica (bepaalde genen)
Sapolski beschrijft in zijn boek dat we het best niet vanuit 1 discipline iets kunnen proberen te
begrijpen, maar dat we een bepaald gedrag – in dit geval criminaliteit – het best kunnen begrijpen door
het vanuit meerdere invalshoeken te bestuderen.
Verklaren van (crimineel) gedrag:
Verschillende disciplines hebben hier een eigen verklaring voor.
Het in overweging nemen van verschillende perspectieven is essentieel om te begrijpen
waarom mensen zich gedragen zoals ze dat
doen.
Bio-Psycho-Sociaal model:
Wetenschappers willen gedrag vanuit meerdere
perspectieven bekijken. Ze proberen verklaringen
voor gedrag ook samen te vatten in theoretische
modellen. Een van de bekendere modellen voor het
voorspellen van gedrag (in ons geval criminaliteit)
is het bio-psycho-sociale model.
Dit model vormt de rode draad door dit vak. Het
model bestaat uit biologische, sociale en
psychologische factoren:
Biologische factoren (onder andere): (week 3-5)
Genetica
o Je word geboren met een bepaalde genetische aanleg welke jou
kwetsbaarder/minder kwetsbaarder kan maken voor het ontwikkelen van crimineel
gedrag.
Prenataal (baarmoeder)
o Bij de prenatale ontwikkelingen kunnen verstoringen plaatsvinden die later
probleemgedrag (waaronder crimineel gedrag) kunnen voorspellen.
Hersenontwikkeling
o Beperkingen/verstoringen in de hersenontwikkeling kunnen later probleemgedrag
(waaronder crimineel gedrag) voorspellen.
Invloed van ervaren stress
o De manier waarop je met het ervaren van stress omgaat is een factor bij het
ontstaan van crimineel gedrag.
2
,Psychologische factoren (onder andere): (week 1)
Cognitieve ontwikkeling
o Het ontwikkelen van het denkvermogen
Emotionele ontwikkeling
Psychische aandoeningen
o ADHD, autisme, antisociale persoonlijkheidsstoornis kunnen gelinkt worden aan
crimineel gedrag.
Identiteit
Persoonlijkheid
Sociale factoren (=interpersonal factors): (week 2)
Effect van waargenomen of daadwerkelijke sociale contacten:
o Hechting
o Vrienden
o Relaties
De context waarin je opgroeit en je ontwikkelt
speelt ook nog een rol in dit model en is ook
belangrijk.
Al deze drie soorten factoren (biologische, Denk aan
Alledetypen
buurt,factoren
de school, de financiën.
beinvloeden ook elkaar.
psychologische en sociale factoren) hebben invloed Als je een psychische stoornis hebt, is het
op crimineel gedrag. Dan totsoms
slot isook
er ook nogom
lasting deom
context waarin
te gaan met andere
mensenmensen,
zich ontwikkelen, zoals de voor
zoals bijvoorbeeld schoolcontext,
kinderen met
Alle drie typen factoren voorspellen crimineel of de buurt
ADHD,waarin je opgroeit,
of autisme. Zo’nofpsychische
bepaalde social-
stoornis
gedrag, maar crimineel gedrag heeft ook impact op economische
heft ook omstandigheden.
invloed op je sociale relaties.
de factoren. Zo kunnen criminele vrienden, crimineel
gedrag stimuleren, maar kan crimineel gedrag in
sommige groepen ook een bepaalde status geven,
Bovendien ontwikkelen alle factoren zich
waardoor je sociale contacten veranderen.
ook over tijd, denk bijvoorbeeld aan rijping
van de hersenen, maar ook dingen die je
leert als je ouder wordt. Als je aan sociale
relaties denkt, zie je dat vriendschappen er in
elke levensfase weer heel anders uitzien, en
dat je ook andere dingen kan zoeken in
vriendschappen. Vriendschappen van jonge
kinderen, draaien vaak nog om instrumentele
zaken (ik wil wel bij die en die spelen, want
die heeft een trampoline), later leren
kinderen zich beter inleven in elkaar en gaan
vriendschappen van samen leuke dingen
doen, naar sociale steun zoeken bij elkaar,
tot het punt dat vrienden belangrijker zijn
dan ouders in het leven van adolescenten.
Enz.
Mensen leren wellicht ook omgaan met hun
psychische stoornis met de tijd enz.
3
, Ontstaan en ontwikkeling van crimineel gedrag:
Levensfases:
We bestuderen het ontstaan en ontwikkeling van crimineel gedrag gedurende de levensloop. In de
ontwikkelingspsychologie hebben we bepaalde levensfases/ontwikkelingsfases.
De cognitieve ontwikkeling gebeurd vooral in de leeftijden van 0-12 jaar.
Wat ontwikkelt een kind tussen 4 en 12 jaar?
In de schoolleeftijd gebeurt er veel in de ontwikkeling van kinderen. De hersenen groeien door en
gaan sneller werken, wat ontwikkeling op andere gebieden mogelijk maakt.
Kinderen leren veel op cognitief gebied in deze periode, ze leren vriendjes maken, en maken sprongen
op motorisch gebied en qua taalontwikkeling.
Ouders zijn in deze periode nog een belangrijke bron van leren, en de school komt daar nu ook bij als
belangrijke omgeving waar kinderen leren van hun juffen en meesters, maar ook van hun
leeftijdgenoten.
Als je kijkt naar de ontwikkeling van crimineel gedrag, kunnen er in deze periode verstoringen in de
ontwikkeling plaatsvinden, die later crimineel gedrag kunnen verklaren.
En dat is voor ons interessant. Dus we gaan vandaag van allerlei invloeden die binnen deze periode
belangrijk zijn bekijken en kijken hoe ze eventueel samen kunnen hangen met crimineel gedrag.
Wat ontwikkelt een kind tussen 4 en 12 jaar?
Lezen, schrijven, de wereld begrijpen
Fietsen, voetballen, ballet, piano
Vrienden en vriendinnen maken
Nadenken over wat ze later willen worden
Meningen eigen voorkeuren
Fantasiespel, tekenen en bouwen, knutselen
Wat is hiervoor nodig?
4