Week 1; inleiding tot het systeem van rechtsbescherming
Kennisclips
Kennisclip 1.1
Bestuursrechtelijke leerlijn
→ Nu bestuursprocesrecht
-rechtsbescherming TEGEN overheidsoptreden
Visie op vak:
-je kent grondig de belangrijkste regels van het bestuursprocesrecht
-je maakt geen beroepsfouten
-je begrijpt het systeem en de achtergrond van de regels
Opzet vak:
-kennisclips voor technische uitleg (hoorcollege eigenlijk)
-actualiteitencolleges (3 keer)
-werkgroepen, voor de vaardigheden
Kennisclip 1.2
Historische ontwikkeling
Te begrijpen waarom de bestuursrechter eerst heel terughoudend was.
Bestuursrechtspraak begint vaak niet bij de bestuursrechter.
→Overheid in de allereerste verschijningsvormen, was de heerser vrij absoluut en autoritair.
Gene die de macht heeft, liet dat niet zo snel controleren. Dus geen systeem van
rechtsbescherming tegen de vorst toen. Dus die bestuursrechtspraak lang niet ontwikkeld
eigenlijk.
Eerste conflicten dan? Waarbij mensen macht van de vorst niet accepteren: vaak andere
mensen met macht. Adel: Moeten wel belasting betalen enzo maar accepteren dan niet
onverkort het gezag van die ene vorst. Hier komt conflict dus. Vooral dus groot
grondbezitters die in beginsel opkomen tegen maatregelen bv van belasting.
Zij gingen naar een civiele rechter om te zeggen: inbreuk op eigendomsrecht, dit mag vorst
niet doen. → Civiele rechter is de allereerste die iets van bestuursrechtelijke
rechtsbescherming geeft.
Dus bestuursrechtelijke rechtsbescherming begint bij de gewone rechter.
Eerste jaren na de Grondwet van 1815:
• De burgerlijke rechter acht zichzelf dus als snel bevoegd! Willem I vaardigt het
Conflictenbesluit uit. → Bepaalde dat de absolute macht bij hem lag en de
rechtspraak kan overrulen. (Heeft niet lang standgehouden dit, ook niet vaak
, toegepast, maar hier startte eigenlijk het bestuursrecht, was dus erg lastig toen)
• Grote weerstand tegen de civiele procedure in het parlement: te ingewikkeld,
kostbaar en te tijdrovend om voor bestuurlijke geschillen in aanmerking te komen
(maar waar moet het dan worden ondergebracht werd de vraag?)
• De wetgever stelt steeds vaker administratief beroep open (GS, Kroon)
→men heeft steeds meer voorkeur voor controle door bestuur. Dus liever bestuur
zelf die controle dan rechtspraak. Dus rechtsbescherming primair bij bestuur.
• Legitimiteit wordt ontleend aan het gezag van het college, niet aan de procedure.
→ze wilde geen ingewikkelde procedure. Procesrecht was klein.
Niet alleen discussie tussen parlement en koning maar ook wetenschappelijke discussie.
2 mannen → minister loef en professor struiken.
Loef = jurist, minister justitie. Rond 1900 ziet hij dat rechtsbescherming tegen
gezag/overheid te weinig ontwikkeld was. Hij maakte een vooruitstrevend wetsvoorstel
toen. Veel dingen die nu ook nog steeds zo zijn.
Struiken → is dit wat we willen? Moeten we rechtsbescherming bij bestuur zelf of bij rechter
onderbrengen. Die zei dat dat van loef een lege huls was.
Toen vorst absolute vorst was→ dan een controlerende macht!
Maar nu parlementaire democratie. Wil volk vertegenwoordigt.
Rechterlijke macht was toen in die tijd een adellijke positie. We wilden niet dat die
adellijke mensen de wil van het volk kon tegenhouden.
Dus macht bij vertegenwoordigde volk, die kamer moet dus controleren ook!
Heel veel bestuurlijke geschillen zijn niet strikt juridisch: veel besluiten hebben een inherent
politiek element.
→Bestuursorganen hebben dus veel ruimte gekregen met discretie. Goed
belangenafweging. Niet juridisch strikt. Rechter gaat over het juridische (zodat hij zich niet
met het politieke mengt) en buigt zich daarover, maar veel discretie bij bestuursorgaan. Dus
er zijn weinig juridische normen! (Dit was ook voor de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur)
Struiken kwam hieruit als winnaar. Wetsvoorstel van loef kwam er niet doorheen. Lege huls:
rode loper naar het huis met het idee er is veel rechtsbescherming. Maar de bestuursrechter
kan zich alleen buigen over het juridische, lege huls dus. (Dit was ook voor de beginselen van
behoorlijk bestuur)
Weer werd voor bestuur gekozen.
Maar zo kan het niet blijven. Wel de blauwprint van rechtsbescherming maar is bestuur wel
echt geschikt? Niet een onafhankelijk orgaan nodig wat bestuur kan controleren?
,Die stap: durfde nl niet te zetten, pas jaren 70. Maar discussie speelt dus als lang. Maar die
stap kwam er wel!
de ongevallenwet was de eerste wet waarin werd gezegd: we hebben toch iets van
onafhankelijke rechtsbescherming nodig, bij een gespecialiseerde rechter. Raad van beroep
werd toen n.a.v. dit opgezet. DE onafhankelijke rechter om de ongevallenwet te controleren.
Dus enumeratie!
Van enumeratie naar algemene rechtsbescherming
• De raden van beroep (eerste aanleg) en de Centrale Raad van Beroep (in beroep)
worden de eerste onafhankelijke bestuursrechters van Nederland. Is enumeratie.
Specifiek orgaan voor 1 taak opgericht en later aanvullen (sommen op,
ennuemreren) met meer bevoegdheden. Dus toevoegen van bevoegdheden later,
sommen op dus wat de bevoegdheid is, steeds meer, van die entiteit.
• In de jaren 70 ontstaat (voor het eerst) een algemene aanvullende rechtsgang bij
een onafhankelijke rechter (wet Arbob, afdeling rechtspraak RvS) dus voor het eerst
een wet die een algemene voorziening geeft (en er dus niet specifiek orgaan voor
nodig is) → dus algemene rechtsbescherming komt hier voor het EERST.
• In 1985 veroordeelt het EHRM het Kroonberoep (afdeling geschillen RvS) in strijd met
art. 6 EVRM (Benthem-arrest) → fair trial, zorgvuldige procedures voldeed nl niet.
Want we hadden heel veel rechtsbescherming ondergebracht bij het bestuur. Soms
maken we dan een rechter bevoegd maar sommige geschillen blijf je administratief
beroep aanwijzen als DE rechtsgang als je niet eens bent met besluiten.
Dus in dit arrest werd hard gezegd: nl heeft geen onafhankelijke rechter.
Dat beroep is neergelegd bij de kroon, de regering. Administratief beroep leg je dan
neer bij de afdeling geschillen van de raad van staten. Die gaf dan een advies of je
beroep wel of niet gegrond moest worden verklaard, maar bevoegdheid van
beslissing bleef nog wel bij de kroon, vandaar naam kroonberoep. Dus semi juridisch
orgaan bij raad van state en die geeft advies. Kroon nam dat dan altijd over maar
MAG WEL ALTIJD uiteindelijk bepalen wat het wordt. Hiervan zegt EHRM → niet fair
trial. Niet voldaan aan art. 6 EVRM. (dit werd dus in dit arrest gezegd)
• In 1994 treedt de Awb in werking.
• Discussie over organisatie blijft.
Drie hoogste bestuursrechters;
→Oudste: centrale raad van beroep.
→College van beroep van bedrijfsleven
Deze twee zijn de gespecialiseerde bestuursrechters.
Raad van state = de derde, en de algemene bestuursrechter!!
Dus als er iets bijzonders geregeld is → dan naar een van die twee speciale. Zo niet naar raad
van state.
, Levert dit dan een uniform bestuursrecht op? Niet altijd. Wel worden veel wetsartikelen
uniform uitgelegd maar wat speciaal is bepaald ook een beetje hoe ze het procesrecht
uitleggen.
Rvs→ gaat vooral van origine over omgevingsrecht. Machtige partijen eigenlijk:
grondbezitters en de overheid. Grondbezitters zijn vaak geen zwakke partijen.
Centrale raad van beroep: Ongelijkheidscompensatie etc speelt grote rol→ dan heb je een
het veel over een hele kleine partij, dus zwakke partij tegenover machtige overheid. Dus hier
vaak redelijk groot verschil in machtspositie.
Cbb → bedrijven. Professionele partijen. Markt, zekerheid die nodig is bij hoe wetgeving
uitgelegd wordt.
Ze wilden toen weer dingen bij elkaar onderbrengen. Maar dit is snel ingetrokken door alle
kritiek. Dus dit is hoe het nu is.
Kennisclip 1.3
Aard bestuursprocesrecht
Kenmerken bestuursprocesrecht
We zagen dus dat we voorheen het bij de burgerlijke rechter beetje deden. We deden heel
moeilijk over bestuursrechtspraak.
→Altijd heel precies geweest over de competentie van de bestuursrechter. Je kan niet
zomaar naar de bestuursrechter.
• Besluit als voorwerp van geschil
Dus alleen besluiten kan je over procederen.
• ‘Aanvullende voorziening’: besluitvorming en bezwaar zouden geschillen moeten
wegnemen.
Heel lang hebben we alles in bestuur geïnvesteerd en vinden dat bestuur ook meest
geschikt is om geschillen tussen burger en overheid te regelen. Niet vanuit idee van
onpartijdigheid, maar vanuit idee zij gaan over de politiek beleidsmatige invulling, zij
hebben ook de expertise. Procesrecht willen we ook zo inrichten: liefst dat
besluitvorming en bezwaarfase zo goed is, dat je daar je geschil oplost en rechtspraak
bijna niet nodig is. Dus: aanvullende voorziening is het die rechtspraak.
• Rechtmatigheidstoetsing ex tunc
dit kan de rechter doen, niet de politieke beleidsmatige kwesties betrekken. Kan
alleen dus een rechtmatigheidstoets doen.
En dus ex tunc→ hij controleert. Naar toen. Terugkijken naar moment: was het TOEN
rechtmatig. Beperkt wel mate waarin je een probleem wat je bij de bestuursrechter
kan leggen.