HC 1: Introductie
Begrippenlijst
Opvoeding = gaat over het aanleren of onderwijzen van vaardigheden,
gedrag, normen en waarden en het stimuleren van interesses opdat kinderen
competent kunnen functioneren
binnen de cultuur en maatschappij waarin ze opgroeien
Socialisatie = het proces waardoor individuen de kennis, vaardigheden en
kenmerken
verkrijgen zodat ze effectief kunnen participeren in de samenleving → Ouders
en familie, vrienden, docenten, buurt, overheid, cultuur, werk, sociale media
kunnen socialisatoren zijn voor een individu (en andersom ook)
Cultuur sensitiviteit = het bewustzijn dat de eigen normen, waarden en
behoeften niet voor
iedereen gelden (de ene cultuur is niet per se beter dan de andere cultuur)
Westerse bril
Pedagogen, onderzoekers etc. kijken heel veel naar opvoeding, onderwijs en
socialisatie vanuit een Westerse bril
W(western)E(educated)I(industrialized)R(rich)D(democratic) → dit zijn de
kenmerken van de groep mensen waar het meeste onderzoek naar is gedaan
3 historische stromingen binnen Pedagogische Wetenschappen (GEK)
Geesteswetenschappelijke stroming
Belangrijke figuur: Martinus J. Langeveld (wordt gezien als grondlegger
van de Geesteswetenschappelijke stroming in NL)
PSBK Tentamenstof 1
, Focus: uitgangspunt is het beschrijven en werkelijk begrijpen van de
dagelijkse werkelijkheid van het opvoeden, de opvoedingspraktijk, en door
te dringen in de wereld van het kind en de opvoeder om te komen tot een
dieper inzicht van het opvoedingsproces
Individuele kind-ouder relatie, belevingswereld van kind en
ouder/verzorger enorm belangrijk
Norm/Richtlijn: kind moet kind zijn, opvoeders zijn gidsen en begeleiders
(die helpen het kind om zelfstandig te kunnen functioneren in de
maatschappij)
De stroming zie je terug in onderzoek: kwalitatief onderzoek, bijv. Anti-
pestprojecten; hoe beleeft het kind dit?
De stroming zie je terug in het onderwijs: Vrije scholen, Montessori
onderwijs → bij dit soort onderwijs wordt er gekeken naar hoe een kind
zich wilt ontwikkelen (er wordt dus veel ruimte geboden en opties voor het
kind en die maakt zelf keuzes)
Link met filosofie
Empirisch analytische stroming
Belangrijk figuur: Adriaan D. de Groot (grondlegger Cito-toetsen)
Focus: op gedrag van kinderen en de omgeving
Kijk niet naar een individuele kind, maar naar groepen kinderen → Focus
op objectieve waarnemingen (dan heb je tenminste feiten)
Bewijs en meetbaarheid is belangrijk
Overeenkomsten tussen kinderen → Voorspelbaarheid →
(Opvoed)theorieën → Voorbeeld:
pubers vertonen vaak gelijksoortig gedrag (zoals stemmingswisselingen,
zoeken naar zelfstandigheid). Daardoor wordt hun gedrag voorspelbaar.
Vanuit die voorspelbaarheid ontstaan theorieën over puberteit en
ontwikkeling, zoals het puberbrein en Eriksons identiteitsvorming.
Onderzoek: Empirisch, kwantitatief onderzoek met statistische
onderbouwing en hypotheses
PSBK Tentamenstof 2
, Onderwijs: Cito-toetsen
Link met natuurwetenschappelijk onderzoek
Kritisch emancipatorische stroming
Belangrijk figuur: Micha de Winter
Deze stroming had kritiek op bovenstaande stromingen: Beide
stromingen hebben verdieping nodig → Waar is de maatschappij? Waar
doen we dit voor? Maatschappelijke engagement! (men streefde naar een
sterker spelende rol voor de maatschappij in de pedagogiek) Betere
algemene omstandigheden voor kinderen
Veel activisme binnen deze stroming, zoals streven naar gelijkheid
Onderzoek: Hoe onderwijsachterstanden te verkleinen? Wat kunnen we
leren van de schoolsluiting door Covid-19?
Onderwijs: Inclusief onderwijs, bv. Alle talen welkom in de school,
antiracisme-campagnes
Micha de Winter – Pedagogiek van Hoop
Zijn punt: Je mag het best als je taak zien om kritisch te zijn en je te laten
horen, want in de maatschappij moeten we discussies aanhouden over of de
manier waarop het nu gaat in de maatschappij de juiste manier is
Kritiek op zowel geesteswetenschappelijke als empirisch-analytische
stroming: ‘De academische pedagogiek is zichzelf de laatste twee decennia
steeds meer als een individuele gedragswetenschap gaan profileren, eigenlijk
als een soort opvoedingspsychologie (te veel op individu, weinig op
maatschappij. Daarnaast is het vakgebied ook steeds klinischer geworden. We
zijn ons vooral op individuele problemen en stoornissen gaan richten (focus je
meer op hoop in plaats van de problemen (negatieve)).’ → De kwaliteit van
samenleven is uit de pedagogiek verdwenen
‘Jonge mensen hebben hoop en optimisme nodig. […]Als je kinderen van jongs
af aan weet mee te geven dat ze ertoe toen, dat ze erbij horen, dat de
samenleving ook op hèn zit te wachten, dan wakker je de motivatie aan om
zich te willen inspannen, te werken aan doelen, te willen leren en zich te willen
ontwikkelen.’
PSBK Tentamenstof 3
, Invalshoeken: Deficit Thinking en Medical model
Deficit thinking: de denkwijze van docenten/professionals → sommige
studenten
hebben bepaalde gebreken of tekorten die de achterstanden verklaren en daar
moet aan gewerkt worden
‘Kwetsbare kinderen hebben niet de mogelijkheid om te slagen op school’
Bij deze denkwijze worden de tekortkomingen van het individu benadrukt
en als excuus gebruikt om ongelijkheid in stand te houden; de oorzaak ligt
bij het kind
Medical model (vaak binnen speciaal/passend onderwijs gebruikt): focus
ligt op de
stoornis of handicap, niet op de behoeften van het kind
‘Een kind met een leerstoornis kan het beste in een afgezonderde ruimte
les krijgen’
Behandeling van specifiek de handicap/stoornis, meer niet
Kind wordt gereduceerd tot zijn/haar ‘gebreken’
De omgeving/meerderheid van het kind hoeft niet te veranderen
Momenteel: Positive Youth Development
Positieve blik op ontwikkeling
Focus op diverse behoeften van kinderen, hun mogelijkheden en potenties
Terminologie en interventies blijven nodig om groepen kinderen de juiste hulp
te bieden!
Uitgangspunt: alle kinderen en jongeren zouden optimaal moeten kunnen
participeren in deze samenleving; hoe gaan we dat voor elkaar krijgen?
Scheiding tussen de 3 stromingen minder strikt
Het beste uit iedere stroming nemen we mee:
• Belangen van het individuele kind zijn belangrijk (thema’s als
PSBK Tentamenstof 4