Inhoudsopgave
Werkblad week 1........................................................................................................................................... 2
Werkgroep: De fundamenten van het strafprocesrecht......................................................................................2
Hoorcollege........................................................................................................................................................18
Werkblad week 2......................................................................................................................................... 21
Werkgroep: Controle en opsporing aan de hand van terrorisme......................................................................21
Stap 1. Formuleer de stelling scherp.............................................................................................................30
Stap 2. Veranker de stelling in het juridisch kader........................................................................................30
Stap 3. Analyseer de stelling systematisch....................................................................................................30
Stap 4. Gebruik structuur en signaalwoorden...............................................................................................31
Stap 5. Onderbouw met gezaghebbende bronnen.......................................................................................31
Stap 6. Trek een juridisch gefundeerde conclusie.........................................................................................31
Stap 7. Controleer op vorm, taal en stijl........................................................................................................31
Hoorcollege........................................................................................................................................................31
Werkblad week 3......................................................................................................................................... 35
Werkgroep: Opsporing en het bijzondere strafrecht.........................................................................................35
Hoorcollege........................................................................................................................................................43
Werkblad: week 4........................................................................................................................................ 44
Werkgroep: De opsporing en vervolging van milieucriminaliteit......................................................................44
Werkblad week 5......................................................................................................................................... 51
Werkgroep: Burgeropsporing............................................................................................................................51
Hoorcollege........................................................................................................................................................55
Werkblad week 6......................................................................................................................................... 57
Werkgroep: Actoren in het strafproces onder druk...........................................................................................57
Hoorcollege........................................................................................................................................................61
Werkblad week 7......................................................................................................................................... 64
Werkgroep: Vervolging......................................................................................................................................64
,Werkblad week 1
Werkgroep: De fundamenten van het strafprocesrecht
Mr. M. (Merle) Kooijman MA
Inleiding
Het Wetboek van Strafvordering bevat de zogenoemde sleutel tot verwezenlijking
van het materiële strafrecht. Het strafprocesrecht regelt de verschillende fases
van het strafproces; van het doen van onderzoek tot en met de tenuitvoerlegging
van een eventuele strafoplegging. Ook waarborgt het strafprocesrecht de grond-
en mensenrechten van belangrijke procespartijen, zoals de verdachte, de getuige
en – in toenemende mate – het slachtoffer. Zo bezien is het strafprocesrecht een
medaille met twee kanten: enerzijds kan de overheid optreden ter bescherming
het burgers en anderzijds betekent dergelijk ingrijpend handelen een inperking
op fundamentele rechten. Wat en hoe willen we met het strafproces bereiken?
Een startpunt voor het beantwoorden van deze vraag betreft de wisselwerking
tussen de doelstellingen van het strafproces en de inrichting van datzelfde
proces. Wat is de betekenis van beginselen in deze dynamiek — meer specifiek
met betrekking tot het toezicht op de naleving daarvan — en wat zijn de
strafvorderlijke implicaties van codificatie van dergelijke beginselen?
In deze eerste week staan de contouren van het vak en de fundamenten van het
strafprocesrecht centraal. Hoe richten we het strafproces in en welke ideeën
liggen daaraan ten grondslag, nu en in de toekomst?
Weekleerdoelen
1. De student kan theoretische veronderstellingen over het
(gemoderniseerde) strafprocesrecht aan de hand van dogmatiek en
jurisprudentie bekritiseren. – KSR2/C4
2. De student kan de invloed van Europese wetgeving en jurisprudentie op
het (gemoderniseerde) Nederlandse strafprocesrecht beoordelen. –
KSR3/C5
3. De student kan specifieke strafprocesrechtelijke aspecten bekritiseren in
het licht van wetenschappelijke literatuur, beleidstukken, regelgeving en
jurisprudentie.- KSR1/C5
Voorgeschreven literatuur en/of rechtspraak
H. L. Packer. (1964). Two Models of the Criminal Process, University of
Pennsylvania Law Review, Vol. 13, No. 1, pp. 1-22;
Samadi, M. (2020). Normering en toezicht in de opsporing. Een onderzoek
naar de normering van het strafvorderlijk optreden van
opsporingsambtenaren in het voorbereidend onderzoek en het toezicht op
de naleving van deze normen, pp. 45-78;
A. Das. (2018). De codificatie van rechtsbeginselen in het
gemoderniseerde wetboek van strafvordering’ Platform modernisering
strafvordering.
Pagina 1
,Opsporing en vervolging in Europees perspectief 2025-2026
Voorbereidende opdrachten
Opgave 1: vragen over de literatuur
Packer
1. Packer bespreekt twee modellen om het strafproces te duiden.
Past de hoofddoelstelling van het Nederlandse strafprocesrecht
binnen een model van Packer? Waarom wel/niet?
Twee modellen om het strafproces aan te duiden:
1) Crime control model
a. Prioriteit is om criminaliteit te onderdrukken, orde handhaven, zorgen dat mensen
zich veilig voelen op straat
i. Wordt bereikt door efficiëntie: het systeem moet snel en doeltreffend
verdachten kunnen screenen, schuld vaststellen en zaak afhandelen.
Resultaatgericht
1. Metafoor lopende band, fabriek: zaken moeten soepel doorstromen,
zonder oponthoud of teveel gedoe. Snelheid en finaliteit zijn
belangrijk, en liever informeel dan formeel: een snel verhoor is
efficiënter dan langdurig kruisverhoor in de rechtbank. Gaat om de
doorstormen
ii. Vermoeden van schuld: om lopende band goed te laten werken, moet men
ervan uitgaan dat de mensen ook daadwerkelijk schuldig zijn. Anders wordt
het een soort onrechtsfabriek.
1. Praktische werkhouding: feitelijke voorspelling gebaseerd op de
ervaring van politie en justitie. Model gaat uit van vertrouwen in de
expertise van de professionals in vroege fases. Dus: als politie en OM
na eerste screening denkt dat iemand dader is, wordt de rest van het
proces ingericht om de waarschijnlijke schuld zo efficiënt mogelijk te
bevestigen.
2. Idee: de onschuldige mensen moeten eruit worden gefilterd, en de
rest moet zo vlot mogelijk een veroordeling krijgen (liefst via
bekentenis: scheelt procedure)
2) Due process model
a. Hindernisbaan: elke stap in het proces is bewust ontworpen als een potentieel
obstakel. Doel is het voorkomen van fouten en het beschermen van het individu
tegen machtige staat
b. Systeem vertraagt bewust: dit model gaat uit van de fundamentele mogelijkheid van
dwaling. Mensen maken fouten, getuigen kunnen zich vergissen, politieagenten
kunnen zich bewust of onbewust bevooroordeeld zijn en bekentenissen kunnen
onder druk worden afgelegd. Het risico op fouten is reëel.
c. Kwaliteit boven kwantiteit: De macht van de staat om in te grijpen in iemands leven
is zo enorm groot, dat we de macht aan banden moeten leggen en zorgvuldig
moeten controleren. Betrouwbaarheid en voorkomen van onterechte
veroordelingen gaan boven snelheid
i. Normatieve instructie, opdracht aan de autoriteiten: je moet de verdachte
behandelen alsof die onschuldig is, totdat zijn schuld is bewezen in eerlijk en
openbaar proces met tegenspraak.
, 1. Juridische schuld: iemand kan feitelijk de dader zijn, maar juridisch
gezien toch onschuldig worden bevonden of niet veroordeeld
kunnen worden. Voorbeeld: wanneer het bewijs onrechtmatig is
verkregen (illegale huiszoeking), of procedure is niet goed gevolgd
etc. Juridisch gezien niet tot een schuldverklaring komen: alleen een
onpartijdige rechtbank kan na een formeel proces vaststellen of
iemand juridisch schuldig is. Politie of OM kan dit niet -> zij zijn
partijdig, en missen de focus op procedurele waarborgen
a. In dit model kan de dader dus vrijuit gaan door een
procedurefout. Hoe uitleggen aan het publiek: indien regels
niet consequent worden gehandhaafd, verliezen zij hun
waarden en openen we de deur voor willekeur en
machtsmisbruik.
d. Andere kernwaarden
i. Gelijkheid: iedereen moet gelijke toegang hebben tot een effectieve
verdediging.
1. Recht op een advocaat of scepsis over recht zelf: terughoudend zijn
met inzetten strafrecht? Dit model neigt naar het inperken van de
reikwijdte van het strafrecht zelf.
Due Process Model past binnen het Nederlands strafprocesrechtmodel: wanneer er fouten worden
gemaakt binnen het proces, kan dit leiden tot correctie.
De focus op waarheidsvinding past meer binnen het Crime Control model.
Betreft een compromis, waardoor het geen van beide passend is in de modellen
2. Bedenk een voorbeeld uit de strafrechtelijke praktijk van de
implementatie van het crime control model en van het due
process model van Packer en beschrijf waar dit uit blijkt.
1) Crime control model
Voorbeeld uit de Praktijk: De grootschalige afhandeling van strafzaken door middel van het
aannemen van een plea of guilty (schuldigverklaring)
Dit proces weerspiegelt de centrale waarden van het Crime Control Model, namelijk efficiëntie,
snelheid en finaliteit.
- Efficiëntie en Administratief Proces: Het CCM ziet het strafproces als een lopende band
(assembly line). De schuldigverklaring (guilty plea) is het dominante middel om de schuld
vast te stellen en is het meest succesvolle resultaat wanneer het model op zijn best
functioneert. Door een schuldigverklaring wordt de formele, adjudicatieve (berechtende)
procedure tot een minimum beperkt.
- Vermoeden van Schuld (Presumption of Guilt): Dit model werkt vanuit de aanname dat
de verdachte, als hij eenmaal tot deze fase is doorgedrongen, waarschijnlijk schuldig is
(presumption of guilt). Aangezien de politie en aanklagers al een betrouwbaar
feitenonderzoek hebben uitgevoerd, is formele bewijsvoering in de rechtbank relatief
onbelangrijk. De schuldigverklaring sluit het dossier snel af.
2) Due process model
Voorbeeld uit de Praktijk: De doctrine van de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs
(bijvoorbeeld bewijs verkregen na een illegale arrestatie of een gedwongen bekentenis)
Dit proces weerspiegelt de centrale waarden van het Due Process Model, namelijk de beperking
van officiële macht, de betrouwbaarheid van de feitenbevinding, en de leer van de juridische
schuld
Werkblad week 1........................................................................................................................................... 2
Werkgroep: De fundamenten van het strafprocesrecht......................................................................................2
Hoorcollege........................................................................................................................................................18
Werkblad week 2......................................................................................................................................... 21
Werkgroep: Controle en opsporing aan de hand van terrorisme......................................................................21
Stap 1. Formuleer de stelling scherp.............................................................................................................30
Stap 2. Veranker de stelling in het juridisch kader........................................................................................30
Stap 3. Analyseer de stelling systematisch....................................................................................................30
Stap 4. Gebruik structuur en signaalwoorden...............................................................................................31
Stap 5. Onderbouw met gezaghebbende bronnen.......................................................................................31
Stap 6. Trek een juridisch gefundeerde conclusie.........................................................................................31
Stap 7. Controleer op vorm, taal en stijl........................................................................................................31
Hoorcollege........................................................................................................................................................31
Werkblad week 3......................................................................................................................................... 35
Werkgroep: Opsporing en het bijzondere strafrecht.........................................................................................35
Hoorcollege........................................................................................................................................................43
Werkblad: week 4........................................................................................................................................ 44
Werkgroep: De opsporing en vervolging van milieucriminaliteit......................................................................44
Werkblad week 5......................................................................................................................................... 51
Werkgroep: Burgeropsporing............................................................................................................................51
Hoorcollege........................................................................................................................................................55
Werkblad week 6......................................................................................................................................... 57
Werkgroep: Actoren in het strafproces onder druk...........................................................................................57
Hoorcollege........................................................................................................................................................61
Werkblad week 7......................................................................................................................................... 64
Werkgroep: Vervolging......................................................................................................................................64
,Werkblad week 1
Werkgroep: De fundamenten van het strafprocesrecht
Mr. M. (Merle) Kooijman MA
Inleiding
Het Wetboek van Strafvordering bevat de zogenoemde sleutel tot verwezenlijking
van het materiële strafrecht. Het strafprocesrecht regelt de verschillende fases
van het strafproces; van het doen van onderzoek tot en met de tenuitvoerlegging
van een eventuele strafoplegging. Ook waarborgt het strafprocesrecht de grond-
en mensenrechten van belangrijke procespartijen, zoals de verdachte, de getuige
en – in toenemende mate – het slachtoffer. Zo bezien is het strafprocesrecht een
medaille met twee kanten: enerzijds kan de overheid optreden ter bescherming
het burgers en anderzijds betekent dergelijk ingrijpend handelen een inperking
op fundamentele rechten. Wat en hoe willen we met het strafproces bereiken?
Een startpunt voor het beantwoorden van deze vraag betreft de wisselwerking
tussen de doelstellingen van het strafproces en de inrichting van datzelfde
proces. Wat is de betekenis van beginselen in deze dynamiek — meer specifiek
met betrekking tot het toezicht op de naleving daarvan — en wat zijn de
strafvorderlijke implicaties van codificatie van dergelijke beginselen?
In deze eerste week staan de contouren van het vak en de fundamenten van het
strafprocesrecht centraal. Hoe richten we het strafproces in en welke ideeën
liggen daaraan ten grondslag, nu en in de toekomst?
Weekleerdoelen
1. De student kan theoretische veronderstellingen over het
(gemoderniseerde) strafprocesrecht aan de hand van dogmatiek en
jurisprudentie bekritiseren. – KSR2/C4
2. De student kan de invloed van Europese wetgeving en jurisprudentie op
het (gemoderniseerde) Nederlandse strafprocesrecht beoordelen. –
KSR3/C5
3. De student kan specifieke strafprocesrechtelijke aspecten bekritiseren in
het licht van wetenschappelijke literatuur, beleidstukken, regelgeving en
jurisprudentie.- KSR1/C5
Voorgeschreven literatuur en/of rechtspraak
H. L. Packer. (1964). Two Models of the Criminal Process, University of
Pennsylvania Law Review, Vol. 13, No. 1, pp. 1-22;
Samadi, M. (2020). Normering en toezicht in de opsporing. Een onderzoek
naar de normering van het strafvorderlijk optreden van
opsporingsambtenaren in het voorbereidend onderzoek en het toezicht op
de naleving van deze normen, pp. 45-78;
A. Das. (2018). De codificatie van rechtsbeginselen in het
gemoderniseerde wetboek van strafvordering’ Platform modernisering
strafvordering.
Pagina 1
,Opsporing en vervolging in Europees perspectief 2025-2026
Voorbereidende opdrachten
Opgave 1: vragen over de literatuur
Packer
1. Packer bespreekt twee modellen om het strafproces te duiden.
Past de hoofddoelstelling van het Nederlandse strafprocesrecht
binnen een model van Packer? Waarom wel/niet?
Twee modellen om het strafproces aan te duiden:
1) Crime control model
a. Prioriteit is om criminaliteit te onderdrukken, orde handhaven, zorgen dat mensen
zich veilig voelen op straat
i. Wordt bereikt door efficiëntie: het systeem moet snel en doeltreffend
verdachten kunnen screenen, schuld vaststellen en zaak afhandelen.
Resultaatgericht
1. Metafoor lopende band, fabriek: zaken moeten soepel doorstromen,
zonder oponthoud of teveel gedoe. Snelheid en finaliteit zijn
belangrijk, en liever informeel dan formeel: een snel verhoor is
efficiënter dan langdurig kruisverhoor in de rechtbank. Gaat om de
doorstormen
ii. Vermoeden van schuld: om lopende band goed te laten werken, moet men
ervan uitgaan dat de mensen ook daadwerkelijk schuldig zijn. Anders wordt
het een soort onrechtsfabriek.
1. Praktische werkhouding: feitelijke voorspelling gebaseerd op de
ervaring van politie en justitie. Model gaat uit van vertrouwen in de
expertise van de professionals in vroege fases. Dus: als politie en OM
na eerste screening denkt dat iemand dader is, wordt de rest van het
proces ingericht om de waarschijnlijke schuld zo efficiënt mogelijk te
bevestigen.
2. Idee: de onschuldige mensen moeten eruit worden gefilterd, en de
rest moet zo vlot mogelijk een veroordeling krijgen (liefst via
bekentenis: scheelt procedure)
2) Due process model
a. Hindernisbaan: elke stap in het proces is bewust ontworpen als een potentieel
obstakel. Doel is het voorkomen van fouten en het beschermen van het individu
tegen machtige staat
b. Systeem vertraagt bewust: dit model gaat uit van de fundamentele mogelijkheid van
dwaling. Mensen maken fouten, getuigen kunnen zich vergissen, politieagenten
kunnen zich bewust of onbewust bevooroordeeld zijn en bekentenissen kunnen
onder druk worden afgelegd. Het risico op fouten is reëel.
c. Kwaliteit boven kwantiteit: De macht van de staat om in te grijpen in iemands leven
is zo enorm groot, dat we de macht aan banden moeten leggen en zorgvuldig
moeten controleren. Betrouwbaarheid en voorkomen van onterechte
veroordelingen gaan boven snelheid
i. Normatieve instructie, opdracht aan de autoriteiten: je moet de verdachte
behandelen alsof die onschuldig is, totdat zijn schuld is bewezen in eerlijk en
openbaar proces met tegenspraak.
, 1. Juridische schuld: iemand kan feitelijk de dader zijn, maar juridisch
gezien toch onschuldig worden bevonden of niet veroordeeld
kunnen worden. Voorbeeld: wanneer het bewijs onrechtmatig is
verkregen (illegale huiszoeking), of procedure is niet goed gevolgd
etc. Juridisch gezien niet tot een schuldverklaring komen: alleen een
onpartijdige rechtbank kan na een formeel proces vaststellen of
iemand juridisch schuldig is. Politie of OM kan dit niet -> zij zijn
partijdig, en missen de focus op procedurele waarborgen
a. In dit model kan de dader dus vrijuit gaan door een
procedurefout. Hoe uitleggen aan het publiek: indien regels
niet consequent worden gehandhaafd, verliezen zij hun
waarden en openen we de deur voor willekeur en
machtsmisbruik.
d. Andere kernwaarden
i. Gelijkheid: iedereen moet gelijke toegang hebben tot een effectieve
verdediging.
1. Recht op een advocaat of scepsis over recht zelf: terughoudend zijn
met inzetten strafrecht? Dit model neigt naar het inperken van de
reikwijdte van het strafrecht zelf.
Due Process Model past binnen het Nederlands strafprocesrechtmodel: wanneer er fouten worden
gemaakt binnen het proces, kan dit leiden tot correctie.
De focus op waarheidsvinding past meer binnen het Crime Control model.
Betreft een compromis, waardoor het geen van beide passend is in de modellen
2. Bedenk een voorbeeld uit de strafrechtelijke praktijk van de
implementatie van het crime control model en van het due
process model van Packer en beschrijf waar dit uit blijkt.
1) Crime control model
Voorbeeld uit de Praktijk: De grootschalige afhandeling van strafzaken door middel van het
aannemen van een plea of guilty (schuldigverklaring)
Dit proces weerspiegelt de centrale waarden van het Crime Control Model, namelijk efficiëntie,
snelheid en finaliteit.
- Efficiëntie en Administratief Proces: Het CCM ziet het strafproces als een lopende band
(assembly line). De schuldigverklaring (guilty plea) is het dominante middel om de schuld
vast te stellen en is het meest succesvolle resultaat wanneer het model op zijn best
functioneert. Door een schuldigverklaring wordt de formele, adjudicatieve (berechtende)
procedure tot een minimum beperkt.
- Vermoeden van Schuld (Presumption of Guilt): Dit model werkt vanuit de aanname dat
de verdachte, als hij eenmaal tot deze fase is doorgedrongen, waarschijnlijk schuldig is
(presumption of guilt). Aangezien de politie en aanklagers al een betrouwbaar
feitenonderzoek hebben uitgevoerd, is formele bewijsvoering in de rechtbank relatief
onbelangrijk. De schuldigverklaring sluit het dossier snel af.
2) Due process model
Voorbeeld uit de Praktijk: De doctrine van de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs
(bijvoorbeeld bewijs verkregen na een illegale arrestatie of een gedwongen bekentenis)
Dit proces weerspiegelt de centrale waarden van het Due Process Model, namelijk de beperking
van officiële macht, de betrouwbaarheid van de feitenbevinding, en de leer van de juridische
schuld