Hoofdstuk 8 Verteringsstelsel
Ons lichaam gebruikt een groot deel van zijn voedsel als brandstof. Uit de
brandstoffen halen wij energie. De eenheid om energie aan te geven in voedsel is
Joule. 1 kilo Joule staat gelijk aan 1000 Joule. Een andere eenheid is calorie. 1
kilocalorie staat dus voor duizend calorieën.
Het verteringsstelsel, bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel werken samen om
voedingsmiddelen te verteren en om te zetten in energie.
Bij ademhalen komt zuurstof je lijf binnen
via longen, gaat dan naar het bloed. Hart
pompt zuurstofrijk bloed via bloedvaten
naar rest van je lichaam. Cellen gebruiken
de zuurstof, mbv zuurstof verbrand je
glucose (uit de voedingsstoffen), daarbij
ontstaat energie en koolstofdioxide.
Energie wordt door cellen gebruikt en
koolstofdioxide gaat terug naar bloed.
Bloed stroomt verder en bij longen gaat
koolstofdioxide uit je bloed en adem je
het uit. Bloed vervoert ook
voedingsstoffen uit verteringsstelsel. Deze gaan via bloed naar alle delen van je
lichaam. Daar nemen de cellen de voedingsstoffen op, o.a. glucose voor
verbranding.
Afvalstoffen worden door bloed weer meegenomen. Die afvalstoffen plassen we
via de urine weer uit.
Gezond eten volgens de schijf van vijf.
ADH = aanbevolen dagelijkse hoeveelheid
Overvoeding = meer calorieën binnenkrijgen dan lichaam
verbrandt
Ondervoeding = lichaam heeft tekort aan energie en/of
voedingsstoffen
Het verteringsstelsel is het reeks organen die
samenwerken om eten te verteren zodat voedingsstoffen
beschikbaar worden voor je lijf. De functie van het
verteringsstelsel is het opnemen van voedingsstoffen in
het bloed. Voedingsstoffen zijn de bruikbare bestanddelen in
voedingsmiddelen (alles wat je eet of drinkt). Er zijn
voedingsstoffen die direct kunnen worden opgenomen,
zoals glucose, water, mineralen en vitaminen. Anderen,
zoals koolhydraten, eiwitten en vetten, moeten eerst worden
,verteerd. Voedingsvezels zijn te vinden in plantaardige producten. Ze zijn
onverteerbaar, worden niet opgenomen in het lichaam en worden uiteindelijk
uitgescheiden. De functie van voedingsvezels is het opnemen van
voedingsstoffen mogelijk maken.
Voedingsstoffen hebben vier functies:
Bouwstoffen: nodig voor de vorm van cellen en nieuwe weefsels.
Brandstoffen: leveren energie voor beweging en het op peil houden van de
lichaamstemperatuur.
Reservestoffen: worden opgeslagen in bepaalde delen van ons lichaam als
reserve.
Beschermende stoffen: zorgen ervoor dat we gezond blijven en kunnen
functioneren.
Zes groepen voedingsstoffen
Koolhydraten: aanwezig in brood, zetmeel en suikers (zoals glucose). Functies:
bouwstof, brandstof en reservestof.
Vetten: te vinden in boter, olie en pindakaas. Functies: bouwstof, brandstof en
reservestof.
Mineralen: aanwezig in groenten. Voorbeelden zijn ijzer en kalkzouten. Functies:
bouwstof en beschermende stof.
Vitaminen: voorbeelden zijn vitamine A, B, C, K enz. Functies: bouwstof en
beschermende stof.
Eiwitten: te vinden in vlees en vis. Functies: bouwstof en brandstof.
Water: ongeveer 70% van ons lichaam bestaat uit water. Functie: bouwstof en
vervoert stoffen door het lichaam.
Twee manieren van verteren:
- mechanische; kracht uitoefenen op
voedingsmiddel zodat het kapot gaat. Vb
is kauwen, vermengen met speeksel en
beweging van de maag
- chemische; enzymen helpen om
voedingsmiddelen af te breken. Begint
zodra je hap hebt genomen.
Mechanische vertering begint met je gebit: snijtanden
(afbijten), hoektanden (afbijten) en kiezen (kauwen).
In verzwakt glazuur kunnen gaatjes
ontstaan. Zo kunnen mond bacteriën bij
tandbeen komen.
, Chemische vertering begint zodra je hapt neemt, speekselklieren geven dan
speeksel (= verteringssap) af. Via je mond neem je geen
voedingsstoffen op.
Volgorde verteringsstelsel:
Mond: afbijten, kauwen en speeksel toevoegen
Slokdarm: De slokdarm verplaatst via samentrekken van de
wandspieren (peristaltiek)
het voedsel van je
keelholte naar je maag.
Maag: De maag slaat
voedsel aantal uur op. De maag heeft maagsapklieren
die maagsap produceren wat helpt bij chemische
vertering. Maagsap is zuur en helpt schadelijke stoffen en
bacteriën onschadelijk te maken. Eiwitten vervormen door
zuur en eiwit peptase knipt eiwitten in kleinere stukjes.
Spieren in maagwand zorgen voor mechanische vertering. Door
aanspannen en ontspannen kneden en mixen ze de voedselbrij met maagsap.
Aan het uiteinde van je maag zit een kringspier (maagportier) die laat voedsel in
kleine stukjes door naar twaalfvingerige darm.
Pas na de maag neem je voedingsstoffen op in het bloed.
Twaalfvingerige darm: functie is mengen van voedselbrij met
verteringssappen uit alvleesklier en lever. Alvleesklier
produceert alvleessap; maakt voedselbrij minder zuur en
voegt enzymen toe die zorgen dat alle verteerbare stoffen
worden afgebroken. Lever maakt gal, dat wordt tijdelijk
opgeslagen in de galblaas. Gal zorgt voor vertering van
vetten, laat vetten in kleine druppels uiteenvallen (emulgeren).
Ons lichaam gebruikt een groot deel van zijn voedsel als brandstof. Uit de
brandstoffen halen wij energie. De eenheid om energie aan te geven in voedsel is
Joule. 1 kilo Joule staat gelijk aan 1000 Joule. Een andere eenheid is calorie. 1
kilocalorie staat dus voor duizend calorieën.
Het verteringsstelsel, bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel werken samen om
voedingsmiddelen te verteren en om te zetten in energie.
Bij ademhalen komt zuurstof je lijf binnen
via longen, gaat dan naar het bloed. Hart
pompt zuurstofrijk bloed via bloedvaten
naar rest van je lichaam. Cellen gebruiken
de zuurstof, mbv zuurstof verbrand je
glucose (uit de voedingsstoffen), daarbij
ontstaat energie en koolstofdioxide.
Energie wordt door cellen gebruikt en
koolstofdioxide gaat terug naar bloed.
Bloed stroomt verder en bij longen gaat
koolstofdioxide uit je bloed en adem je
het uit. Bloed vervoert ook
voedingsstoffen uit verteringsstelsel. Deze gaan via bloed naar alle delen van je
lichaam. Daar nemen de cellen de voedingsstoffen op, o.a. glucose voor
verbranding.
Afvalstoffen worden door bloed weer meegenomen. Die afvalstoffen plassen we
via de urine weer uit.
Gezond eten volgens de schijf van vijf.
ADH = aanbevolen dagelijkse hoeveelheid
Overvoeding = meer calorieën binnenkrijgen dan lichaam
verbrandt
Ondervoeding = lichaam heeft tekort aan energie en/of
voedingsstoffen
Het verteringsstelsel is het reeks organen die
samenwerken om eten te verteren zodat voedingsstoffen
beschikbaar worden voor je lijf. De functie van het
verteringsstelsel is het opnemen van voedingsstoffen in
het bloed. Voedingsstoffen zijn de bruikbare bestanddelen in
voedingsmiddelen (alles wat je eet of drinkt). Er zijn
voedingsstoffen die direct kunnen worden opgenomen,
zoals glucose, water, mineralen en vitaminen. Anderen,
zoals koolhydraten, eiwitten en vetten, moeten eerst worden
,verteerd. Voedingsvezels zijn te vinden in plantaardige producten. Ze zijn
onverteerbaar, worden niet opgenomen in het lichaam en worden uiteindelijk
uitgescheiden. De functie van voedingsvezels is het opnemen van
voedingsstoffen mogelijk maken.
Voedingsstoffen hebben vier functies:
Bouwstoffen: nodig voor de vorm van cellen en nieuwe weefsels.
Brandstoffen: leveren energie voor beweging en het op peil houden van de
lichaamstemperatuur.
Reservestoffen: worden opgeslagen in bepaalde delen van ons lichaam als
reserve.
Beschermende stoffen: zorgen ervoor dat we gezond blijven en kunnen
functioneren.
Zes groepen voedingsstoffen
Koolhydraten: aanwezig in brood, zetmeel en suikers (zoals glucose). Functies:
bouwstof, brandstof en reservestof.
Vetten: te vinden in boter, olie en pindakaas. Functies: bouwstof, brandstof en
reservestof.
Mineralen: aanwezig in groenten. Voorbeelden zijn ijzer en kalkzouten. Functies:
bouwstof en beschermende stof.
Vitaminen: voorbeelden zijn vitamine A, B, C, K enz. Functies: bouwstof en
beschermende stof.
Eiwitten: te vinden in vlees en vis. Functies: bouwstof en brandstof.
Water: ongeveer 70% van ons lichaam bestaat uit water. Functie: bouwstof en
vervoert stoffen door het lichaam.
Twee manieren van verteren:
- mechanische; kracht uitoefenen op
voedingsmiddel zodat het kapot gaat. Vb
is kauwen, vermengen met speeksel en
beweging van de maag
- chemische; enzymen helpen om
voedingsmiddelen af te breken. Begint
zodra je hap hebt genomen.
Mechanische vertering begint met je gebit: snijtanden
(afbijten), hoektanden (afbijten) en kiezen (kauwen).
In verzwakt glazuur kunnen gaatjes
ontstaan. Zo kunnen mond bacteriën bij
tandbeen komen.
, Chemische vertering begint zodra je hapt neemt, speekselklieren geven dan
speeksel (= verteringssap) af. Via je mond neem je geen
voedingsstoffen op.
Volgorde verteringsstelsel:
Mond: afbijten, kauwen en speeksel toevoegen
Slokdarm: De slokdarm verplaatst via samentrekken van de
wandspieren (peristaltiek)
het voedsel van je
keelholte naar je maag.
Maag: De maag slaat
voedsel aantal uur op. De maag heeft maagsapklieren
die maagsap produceren wat helpt bij chemische
vertering. Maagsap is zuur en helpt schadelijke stoffen en
bacteriën onschadelijk te maken. Eiwitten vervormen door
zuur en eiwit peptase knipt eiwitten in kleinere stukjes.
Spieren in maagwand zorgen voor mechanische vertering. Door
aanspannen en ontspannen kneden en mixen ze de voedselbrij met maagsap.
Aan het uiteinde van je maag zit een kringspier (maagportier) die laat voedsel in
kleine stukjes door naar twaalfvingerige darm.
Pas na de maag neem je voedingsstoffen op in het bloed.
Twaalfvingerige darm: functie is mengen van voedselbrij met
verteringssappen uit alvleesklier en lever. Alvleesklier
produceert alvleessap; maakt voedselbrij minder zuur en
voegt enzymen toe die zorgen dat alle verteerbare stoffen
worden afgebroken. Lever maakt gal, dat wordt tijdelijk
opgeslagen in de galblaas. Gal zorgt voor vertering van
vetten, laat vetten in kleine druppels uiteenvallen (emulgeren).