HC 1
Meetniveau variabele
Kwalitatieve variabelen (categorische variabelen)
- Nominaal: categorieën
NB: bij 2 categorieën: dichotome variabele (binary variabele)
- Ordinaal: categorieën + ordening van categorieën mogelijk
Kwantitatieve variabelen (continue variabelen)
- Interval: categorieën + ordening + betekenisvolle verschillen
- Ratio: categorieën + ordening + verschillen + absoluut nulpunt (dus verhoudingen
betekenisvol!)
Waarden: Scores die de onderzoekseenheid kan halen op de variabelen.
Ontbrekende waarden
- In SPSS vaak aangeduid met specifieke waarde (bijv. 99 of 999)
- Voor statistische analyse belangrijk onderscheid te maken om te voorkomen dat
deze waarde als geldige waarde wordt meegenomen.
Statistische analyse stappenplan
Relatie tussen variabelen?
- Univariate analyse: beschrijven van één enkele variabele (geen relaties)
- Bivariate analyse: beschrijven samenhang/relatie twee variabelen
- Multivariate analyse: beschrijven samenhang/relatie meer dan twee variabelen
(trivariate analyse: drie variabelen)
Grafisch / numeriek?
Kwalitatieve variabele Kwantitatieve variabele
Grafisch Staafdiagram (bar chart) Histogram
- stacked bar Stamdiagram
Taartdiagram (pie chart) Boxplot
Boxplot (ordinale variabele)
Numeriek Frequentietabel Frequentietabel
Centrum- en spreidingsmaten Centrum- en spreidingsmaten
Meetniveaus
,Grafisch
Taartdiagram Staafdiagram Barchart Sunburst grafiek
Histogram
HC2
Absolute frequentie: f
Relatieve frequentie: p
Verschil ‘Percent’ en ‘Valid
Percent’:
Bij valid is het het percentage,
zonder dat de ‘missing’ variabelen
zijn meegenomen.
‘Cumulative Percent’: Hoeveel
procent scoort die waarde of
minder.
Beschrijving van een verdeling
Centrale tendentie
(Locatie)
Variatie
(Spreiding)
Vorm
Centrummaten
Maat Populatie Steekproef Type data*
, Modus -- -- N/O/I/R
Mediaan -- Mdn O/I/R
Gemiddelde µ ■(¿@ X ) I/R
* N = nominaal / O = ordinaal / I = interval / R = ratio
Modus: Welke waarde heeft de hoogste frequentie?
Mediaan: Middelste score: het punt waarop de helft van de waarnemingen is bereikt
- n oneven: middelste score
- n even: gemiddelde van de twee middelste score
Gemiddelde: evenwichtspunt van de verdeling
- Uitrekenen:
(alle scores optellen en dan delen door aantal waarnemingen)
- Kan een niet-bestaande waarde zijn
- Waarde hoeft niet daadwerkelijk in de verdeling aanwezig te zijn
- Is gevoelig voor uitschieters (=extreme scores)
Spreidingsmaten
Maat Populatie Steekproef Type data*
Bereik -- Range O/I/R
Interkwartielafstand -- IQR O/I/R
Standaarddeviatie σ SD of s I/R
2 2
Variantie σ s I/R
* N = nominaal / O = ordinaal / I = interval / R = ratio
Bereik: verschil tussen minimale en maximale score
- Gevoelig voor extreme scores
Interkwartielafstand (IQR)
Standaarddeviatie en variatie
Meetniveau variabele
Kwalitatieve variabelen (categorische variabelen)
- Nominaal: categorieën
NB: bij 2 categorieën: dichotome variabele (binary variabele)
- Ordinaal: categorieën + ordening van categorieën mogelijk
Kwantitatieve variabelen (continue variabelen)
- Interval: categorieën + ordening + betekenisvolle verschillen
- Ratio: categorieën + ordening + verschillen + absoluut nulpunt (dus verhoudingen
betekenisvol!)
Waarden: Scores die de onderzoekseenheid kan halen op de variabelen.
Ontbrekende waarden
- In SPSS vaak aangeduid met specifieke waarde (bijv. 99 of 999)
- Voor statistische analyse belangrijk onderscheid te maken om te voorkomen dat
deze waarde als geldige waarde wordt meegenomen.
Statistische analyse stappenplan
Relatie tussen variabelen?
- Univariate analyse: beschrijven van één enkele variabele (geen relaties)
- Bivariate analyse: beschrijven samenhang/relatie twee variabelen
- Multivariate analyse: beschrijven samenhang/relatie meer dan twee variabelen
(trivariate analyse: drie variabelen)
Grafisch / numeriek?
Kwalitatieve variabele Kwantitatieve variabele
Grafisch Staafdiagram (bar chart) Histogram
- stacked bar Stamdiagram
Taartdiagram (pie chart) Boxplot
Boxplot (ordinale variabele)
Numeriek Frequentietabel Frequentietabel
Centrum- en spreidingsmaten Centrum- en spreidingsmaten
Meetniveaus
,Grafisch
Taartdiagram Staafdiagram Barchart Sunburst grafiek
Histogram
HC2
Absolute frequentie: f
Relatieve frequentie: p
Verschil ‘Percent’ en ‘Valid
Percent’:
Bij valid is het het percentage,
zonder dat de ‘missing’ variabelen
zijn meegenomen.
‘Cumulative Percent’: Hoeveel
procent scoort die waarde of
minder.
Beschrijving van een verdeling
Centrale tendentie
(Locatie)
Variatie
(Spreiding)
Vorm
Centrummaten
Maat Populatie Steekproef Type data*
, Modus -- -- N/O/I/R
Mediaan -- Mdn O/I/R
Gemiddelde µ ■(¿@ X ) I/R
* N = nominaal / O = ordinaal / I = interval / R = ratio
Modus: Welke waarde heeft de hoogste frequentie?
Mediaan: Middelste score: het punt waarop de helft van de waarnemingen is bereikt
- n oneven: middelste score
- n even: gemiddelde van de twee middelste score
Gemiddelde: evenwichtspunt van de verdeling
- Uitrekenen:
(alle scores optellen en dan delen door aantal waarnemingen)
- Kan een niet-bestaande waarde zijn
- Waarde hoeft niet daadwerkelijk in de verdeling aanwezig te zijn
- Is gevoelig voor uitschieters (=extreme scores)
Spreidingsmaten
Maat Populatie Steekproef Type data*
Bereik -- Range O/I/R
Interkwartielafstand -- IQR O/I/R
Standaarddeviatie σ SD of s I/R
2 2
Variantie σ s I/R
* N = nominaal / O = ordinaal / I = interval / R = ratio
Bereik: verschil tussen minimale en maximale score
- Gevoelig voor extreme scores
Interkwartielafstand (IQR)
Standaarddeviatie en variatie