Scheikunde H2 VWO 4
Atoommodellen
Volgens Dalton = een atoom is een massief nolletje. Elke atoomsoort heeft zijn eigen afmetingen.
Atoommodel van Rutherford
Volgens Rutherford = een atoom bestaat uit een positief geladen atoomkern en een negatief geladen
elektronenwolk. De elektronenwolk wordt gevormd door negatief geladen elektronen.
De atoomkern bestaat uit protonen en neutronen.
Protonen = positief geladen deeltjes.
Neutronen = neutraal geladen deeltjes.
Door protonen heeft de atoomkern een positieve lading.
Protonen => p
Elektronen => e-
Neutronen => n
Atoomnummer = het aantal protonen in de kern bepaalt het atoomnummer.
Massagetal = de som van het aantal protonen en neutronen in de atoomkern.
Coulomb = de elektrische lading van een proton en een elektron. Lading proton: +1,6 ∙ 10-19
Elementaire ladingseenheid/elementair ladingskwantum e = 1 e ≡ 1,6 ∙ 10-19 proton: +1e elektron: -1e
Atoommodel van Bohr
Volgens Bohr = de elektronen bevinden zich in elektronenschillen, die een bepaald aantal elektronen
kunnen bevatten. Elektronen die in dezelfde schil zitten hebben een gelijke gemiddelde afstand tot
de kern.
Elektronenconfiguratie = de verdeling van de elektronen over de schillen.
Isotopen
Isotopen = atomen met hetzelfde aantal protonen, maar met een verschillend aantal neutronen.
Mg-24, 2412Mg
Rangschikking van atoomsoorten in een periodiek systeem
Elementen = de stoffen die uit één atoomsoort bestaan.
Periodiek systeem = systeem waarin alle atoomsoorten zijn gerangschikt naar opklimmend
atoomnummer. Het bestaat uit horizontale perioden en verticale groepen.
Het huidige periodieke systeem
Periode = horizontale rij van elementen. Er zijn 7 perioden.
Groep = verticale kolom van elementen. Er zijn 18 groepen.
Alkalimetalen = groep 1. ‘zachte metalen’ ze reageren van boven naar beneden steeds heftiger.
Aardalkalimetalen = groep 2. Harder dan alkalimetalen en reageren minder heftig.
Halogenen = groep 17. In de natuur altijd twee-atomige moleculen. Reageren makkelijk met andere
elementen, vooral metalen.
Edelgassen = groep 18. Zeer geringe reactiviteit.
Atoommodellen
Volgens Dalton = een atoom is een massief nolletje. Elke atoomsoort heeft zijn eigen afmetingen.
Atoommodel van Rutherford
Volgens Rutherford = een atoom bestaat uit een positief geladen atoomkern en een negatief geladen
elektronenwolk. De elektronenwolk wordt gevormd door negatief geladen elektronen.
De atoomkern bestaat uit protonen en neutronen.
Protonen = positief geladen deeltjes.
Neutronen = neutraal geladen deeltjes.
Door protonen heeft de atoomkern een positieve lading.
Protonen => p
Elektronen => e-
Neutronen => n
Atoomnummer = het aantal protonen in de kern bepaalt het atoomnummer.
Massagetal = de som van het aantal protonen en neutronen in de atoomkern.
Coulomb = de elektrische lading van een proton en een elektron. Lading proton: +1,6 ∙ 10-19
Elementaire ladingseenheid/elementair ladingskwantum e = 1 e ≡ 1,6 ∙ 10-19 proton: +1e elektron: -1e
Atoommodel van Bohr
Volgens Bohr = de elektronen bevinden zich in elektronenschillen, die een bepaald aantal elektronen
kunnen bevatten. Elektronen die in dezelfde schil zitten hebben een gelijke gemiddelde afstand tot
de kern.
Elektronenconfiguratie = de verdeling van de elektronen over de schillen.
Isotopen
Isotopen = atomen met hetzelfde aantal protonen, maar met een verschillend aantal neutronen.
Mg-24, 2412Mg
Rangschikking van atoomsoorten in een periodiek systeem
Elementen = de stoffen die uit één atoomsoort bestaan.
Periodiek systeem = systeem waarin alle atoomsoorten zijn gerangschikt naar opklimmend
atoomnummer. Het bestaat uit horizontale perioden en verticale groepen.
Het huidige periodieke systeem
Periode = horizontale rij van elementen. Er zijn 7 perioden.
Groep = verticale kolom van elementen. Er zijn 18 groepen.
Alkalimetalen = groep 1. ‘zachte metalen’ ze reageren van boven naar beneden steeds heftiger.
Aardalkalimetalen = groep 2. Harder dan alkalimetalen en reageren minder heftig.
Halogenen = groep 17. In de natuur altijd twee-atomige moleculen. Reageren makkelijk met andere
elementen, vooral metalen.
Edelgassen = groep 18. Zeer geringe reactiviteit.