Volledige samenvatting colleges + boek
Week 1 - College 1
Sociologie is de wetenschap die menselijk gedrag verklaart vanuit de inbedding in de
samenleving & de kenmerken van de menselijke samenleving vanuit het gedrag van individuen.
—> Aspecten van inbedding in de samenleving:
1) (sociale) instituties
• Informele instituties: normen, gewoontes, tradities
• Formele instituties: wetten, regels, procedures
2) sociale structuur
• Inkomensverdeling, verdeling van markt en invloed, structuur van een sociaal netwerk;
sociaal economische status (SES)
3) sociale normen
• Gedeelde verwachtingen over wat je in een bepaalde context hoort te doen en te laten
• Komen vaak samen met sancties (sociale controle)
• Soort informele institutie
4) statusstructuren
• Gedeelde verwachtingen over wie ‘hoger’ en wie ‘lager’ is in een bepaalde context
• Verschil in invloed, prestige, respect
• Soort sociale norm
5) sociale netwerken
• Sociale netwerken zijn de relatiepatronen tussen mensen, organisaties, landen, etc
6) fysieke, economische en technische hulpbronnen
• Beschikbaarheid van voedsel, veiligheid, huisvesting, materiële welvaart, werkgelegenheid,
stand van technische ontwikkeling (bijv. online daten)
—> sociale instituties, normen, statusstructuren kun je zien als de cultuur van een samenleving
Week 2 - College 2
De drie hoofdvragen van de sociologie:
1) Cohesievraagstuk
Cohesie = sociale samenhang / sociale integratie
• “Waarom en onder welke condities is er sociale samenhang (of gebrek aan)?”
—> bijv. sociale bindingen (Granovetter), normnaleving (Durkheim), solidariteit (Hechter)
2) Ongelijkheidsvraagstuk
Ongelijkheid in materiële welvaart, inkomen, levenskansen, geluk, gezondheid
• “Waarom en onder welke condities is er ongelijkheid binnen en tussen de samenleving?”
—> bijv. welke eigenschappen van de samenleving dragen hier aan bij, gevolgen hiervan voor
criminaliteit, cohesie, economische groei, ongelijkheid tussen landen
3) Rationaliseringsvraagstuk
• “Waarom en onder welke condities zijn samenlevingen e ciënt en modern?”
• Verdeling van macht, belangen van iedereen dienen
—> bijv. Bureaucratisering, verschuiven van geloof in mythes naar wetenschappelijke feiten,
ontkerkelijking, kapitalistische economie
Interdependentie: invloeden van individuen op elkaar (positief & negatief). Vormt in zijn geheel de
samenleving. Gevolgen zijn vaak onbedoeld.
Individuele doelen die mensen nastreven:
• Fysiek (bijv. eten)
• Materieel (bijv. geld)
• Sociaal (bijv. a ectie, waardering, status)
Sociale welvaart: mate van doelbereiking ‘gemiddeld’ over alle individuen.
ff ffi
, Social capital: a productive asset for a group, from which each individual member of the group
may bene t —> public good
—> Rawls: kwaliteit samenleving vergeleken hoe de slechtst gestelde mensen in de samenleving
het hebben & hoe dit verschil gerechtvaardigd kan worden.
• Principle of equal liberty: every citizen should be guaranteed a set of basic liberties.
• Di erence principle: inequalities among citizens should be permitted so long as everyone
faces equal opportunities to access di erent positions.
• Maximin principle: maximizing outcome for those at the bottom of the distribution.
Liberals: individuals rights & freedoms - greatest goods & as little as possible intervention by the
state.
Socialists: state as a facilitator for human advancement.
Conservatives: emphasis the wisdom and experience embodied in long-standing social
institutions as laws and informal norms.
Rationalism: the presumption that humans can reason their way to the most just social
institutions.
Universalism: the presumption that it is possible to design a blueprint for society ungrounded in
concrete particulars.
Sociale ordes: instituties in de samenleving die zorgen voor coördinatie en samenwerking tussen
individuele handelingen op verschillende niveaus.
—> als een sociale orde goed functioneert, wordt in het betre ende deel van de samenleving
sociale welvaart goed gerealiseerd.
—> OMOP model: elke orde lost andere problemen op:
Relaties Spontaan Georganiseerd
Persoonlijk Primaire orde Organisaties
Anoniem Markt Overheid
• Overheid: zorgen voor gezamenlijke belang waar geen van de andere ordes dat kan doen.
• Markt: economische welvaart; wat heeft de een voor de ander te bieden en wat levert de
meeste winst op (vraag & aanbod).
• Organisatie: samenwerking in een complex productie proces goed laten verlopen.
• Primaire orde: tussenmenselijke relaties en de normen die daar binnen gelden (reciprociteit).
• Normen die algemeen gelden zonder dat er formele instituties voor nodig zijn.
—> volgt elkaar logisch op; markt vergt meer e ciëntie dan primaire orde kan bieden, organisatie
biedt meer sturing en coördinatie, overheid treedt dan op wanneer het de rest niet lukt.
—> sociale ordes kunnen falen of suboptimal functioneren in het coördineren en laten
samenwerken van individuen (waardoor maatschappelijke problemen ontstaan met negatieve
gevolgen voor de sociale welvaart).
ff
fi ff ffi ff