Onderwijssysteem
Hoorcollege 2.1: Planmatig werken via de regulatieve
cyclus (Probleemstelling en Diagnose)
Wat is orthopedagogiek?
Orthopedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding en begeleiding van
kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld door
leerproblemen, gedragsproblemen of ontwikkelingsstoornissen. Het gaat
om het begrijpen van hun ontwikkeling en het zoeken naar manier om hen
zo goed mogelijk te helpen thuis, op school en in de zorg.
Regulatieve cyclus van Van Strien
Een wetenschappelijk grondmodel voor professioneel handelen.
Het model is niet alleen voor de orthopedagoog, maar ook voor anderen.
Rol van de pedagoog
Kijken of er onderzoek nodig is en de ouders doorverwijzen.
Informeren en meedenken:
- Probleemstelling, Diagnose, plan
Ondersteunen/ hulp verlenen:
- Ingreep, evaluatie
Casus Romeo:
, - Romeo (10 jaar)
- Gezin: gescheiden ouders, zusje (8 jaar)
- Problematisch agressief gedrag
- Aanmelding bij orthopedagoog
- Ouders zijn gescheiden, verliep niet fijn qua communicatie
- Ze hebben al dingen geprobeerd maar dat heeft geen effect gehad
- ADHD zit in de familie
De start – Probleemstelling (fase 1)
Doel fase:
- Oriënteren op hulpvraag (wie, wat, waarom)
- Verzamelen informatie
Resultaat: Hulpvraag is aangescherpt
Je stelt vragen op basis van de informatie die je hebt om daarop je
onderzoek te baseren. Er zijn daarin 3 soorten vragen:
- Onderkennend (Is er sprake van…?)
o ‘’Is er sprake van ADHD bij Romeo?
- Verklarend (Hoe komt het dat…? Wat versterkt?)
o ‘’Hoe komt het dat Romeo deze agressie problemen laat zien?’’
‘’Hoe komt het dat de problemen zijn verergerd?’’ ‘’Wat
versterkt het gedrag dat Romeo vertoond?’’
- Indicerend (Wat is er nodig?)
o ‘’Wat is er nodig om de agressieproblemen van Romeo te
verminderen?’’
Casus Romeo:
- Romeo was pittige peuter maar dat bleef hangen in latere leeftijd
- ‘’Zijn vader heeft mij geslagen’’ vergeten te benoemen. ‘’Niet tegen
vader zeggen’’.
- Sinds de scheiding is de agressie toegenomen
- School zag ook concentratieproblemen
Probleemstelling Eerste reflexieve pauze
Opstellen hypotheses:
- Hypothese = bewering over aard/ernst problematiek, beïnvloedende
factoren en gevolgen hiervan.
Letten op dat er geen tunnelvisie ontstaat. Om dit te voorkomen ga je
meerdere hypothese opstellen. Hypothese rondom adhd maar ook
hypothese rondom de vechtscheiding.
,Tunnelvisie = Sterk gefocust op één idee, richting of vermoeden, dat je
andere mogelijkheden niet meer ziet. Je kijkt als het ware door een tunnel
en mist belangrijke informatie buiten dat smalle zicht.
Differentiaal diagnostiek = het beschrijven van verschillende
hypotheses.
Vanuit verschillende invalshoeken:
- Hulpmiddel: Dordt Strategisch model het helpt om een situatie
vanuit meerdere invalshoeken te bekijken. Het dwingt je eigenlijk om
niet alleen het ‘’probleem’’ zelf te kijken, maar ook naar alles
eromheen. Zo voorkom je dat je te snel conclusies trekt. (inhoudelijk,
procesmatig, relationeel, contextueel perspectief??)
??? onderstaande in boek?? (globaal weten)
Door vanuit al deze hoeken te kijken, kun je eerst een realistische
werkhypothese maken: voorlopig, met ruimte voor ‘’waarschijnlijk’’ of
‘’mogelijk’’. Pas wanneer al deze perspectieven voldoende duidelijkheid
geven en elkaar ondersteunen, kun je spreken van een diagnose: dan is
het beeld compleet en vastgesteld.
, Casus Romeo:
Hypotheses:
- De scheiding van ouders is niet soepel verlopen (vechtscheiding) het
gevolg hiervan kan zijn dat het mogelijk voor agressief gedrag bij
Romeo heeft veroorzaakt.
- Er komt ADHD voor in de familie het is mogelijk dat Romeo dit ook
heeft
Je begint met meerdere kleine hypotheses: losse ideeën die elk een deel
van het probleem kunnen verklaren. Daarna kijk je welke logisch bij elkaar
passen en elkaar versterken. Door die verbanden te leggen, vorm je één
samenhangende werkhypothese die het geheel het beste beschrijft.
Resultaat: Werkhypothese (verhalend)
- Inschatting van de aard en ernst van de problemen (van het kind),
mogelijke oorzaken en factoren die de problemen in stand houden.
o Het gaat om een korte, voorlopige beoordeling: wat voor soort
problemen het kind heeft, hoe heftig ze zijn, wat waarschijnlijk
de oorzaken zijn en welke omstandigheden ervoor zorgen dat de
problemen blijven bestaan. Deze inschatting vormt de basis voor
verder onderzoek en ondersteuning.
Casus Romeo:
Werkhypothese:
Het gevolg – Diagnose (fase 2)
- In deze fase kijk je of je werkhypothese echt klopt. Dat doe je door
gericht onderzoek te doen, zoals gesprekken, observaties of testen.
Op basis daarvan bepaal je uiteindelijk de definitieve diagnose.
Resultaat: Integratief diagnostisch beeld (‘’Diagnose’’)
Fase 2 = diagnosticeren (praktijk)