‘Chronisch inflammatoire
aandoeningen’
N.B. de antwoorden op de vragen zijn op de laatste pagina’s te vinden
,Vraag 1 (5 pt)
In de onderstaande afbeelding zijn de verschillende pathways te zien van het
complementsysteem. In de afbeelding zijn de effectorfuncties weggelaten.
Figuur 1: de verschillende pathways van het complementsysteem. Afkomstig uit Abbas AK, Lichtman AH, Pillai S. Cellular and
molecular immunology. 2022. (figuur 4.12)
a) Welke effectorfuncties horen bij de nummers 1 t/m 4 in de figuur? (2 pt)
b) Leg in detail uit wat er gebeurt bij effectorfuncties 2 en 4. (3 pt)
Vraag 2 (5 pt)
Een studente van BA-303 is verbaasd dat één gen voor een immunoglobuline zoveel
verschillende antilichamen kan opleveren. Haar docent legt uit dat dit komt door het
proces van V(D)J-recombinatie, dat plaatsvindt tijdens de ontwikkeling van naïeve B-
cellen.
Leg uit hoe V(D)J-recombinatie leidt tot de enorme diversiteit aan antilichamen.
In je antwoord moet je ten minste vermelden (5 pt):
- Welke gensegmenten betrokken zijn bij de zware en lichte ketens.
- Welke enzymen het proces aansturen.
- Waarom dit proces essentieel is voor de adaptieve immuniteit, maar ook
risico’s met zich meebrengt.
, Vraag 3 HPV-vaccins (13 pt)
De 17-jarige Sara Willems bezoekt het consultatiebureau voor haar derde dosis van
het HPV-vaccin. Ze heeft de eerste twee doses zonder problemen gekregen.
Sara vraagt zich af hoe het vaccin precies werkt en waarom ze drie prikken nodig
heeft. Bij de tweede vaccinatie kreeg ze lichte roodheid en pijn op de prikplaats,
maar verder geen klachten. Haar vriendin Lisa heeft een auto-immuunziekte
(systemische lupus erythematodes) en gebruikt prednison; zij twijfelt of ze het
vaccin mag nemen.
Het HPV-vaccin bevat virus-like particles (VLP’s) die opgebouwd zijn uit het L1-eiwit
van het virus, maar geen viraal DNA.
a) Leg uit hoe deze VLP’s worden herkend en gepresenteerd door
antigeenpresenterende cellen, en via welk MHC-systeem dit gebeurt. (3 pt)
Op internet vindt Sara dat ze antistoffen tegen het L1-eiwit vormt na vaccinatie.
b) Leg uit hoe B-cellen dit eiwit herkennen, hoe ze geactiveerd worden door T-
helpercellen, en hoe dit leidt tot class switching in het kiemcentrum van een
lymfeklier. (3 pt)
Toch snapt Sara nog niet helemaal waarom ze dan niet gewoon maar één prik nodig
heeft. Ze heeft gehoord dat de tweede en de derde prik ook wel ‘boostervaccinaties’
genoemd worden.
c) Leg uit waarom Sara drie maal het HPV-vaccin ingespoten krijgt in plaats van
het toegediend krijgen van één enkele dosis. Geef aan wat dit voor
immunologische voordelen oplevert. (3 pt)
Haar vriendin Lisa heeft de auto-immuunziekte SLE (systemische lupus
erythematodes) en gebruikt daarvoor prednison.
d) Leg immunologisch uit waarom de vaccinrespons bij haar verminderd kan zijn,
en welke immuuncellen of processen hierdoor worden onderdrukt. (4 pt)
Vraag 4 (3 pt)
Antilichamen zijn van groot belang voor het opruimen van bacteriën. Hoe kunnen
antilichamen helpen om ervoor te zorgen dat bacteriën kunnen worden opgeruimd?
Noem drie verschillende mechanismen.