Samenvatting – BLOK B
WGL
Opbouw glazuur/dentine
De opbouw van glazuur:
Tandglazuur = beschermt de onderliggende dentinestructuren tegen mechanische slijtage
en chemische aantasting door zuren
Glazuur is het hardste weefsel in het menselijk lichaam en bestaat voor 85% uit
anorganische hydroxylapatietkristallen, Ca10(PO4)6(OH)2, en voor 15% uit water en
organisch materiaal (eiwitten en lipiden)
Hydroxylapatiet bestaat uit → calciumionen, fosfaationen en hydroxylgroepen
Samenstelling glazuur:
- 85% anorganisch materiaal → hydroxylapatietkristallen
- 12% water
- 3% organisch materiaal (eiwitten en lipiden)
Glazuur is opgebouwd uit glazuurprisma’s → regelmatige, staafvormige structuren met een
diameter van ongeveer 4 μm (micrometer).
- Deze prisma’s lopen van de glazuur-dentinegrens naar het tandoppervlak
- Tussen de glazuurprisma’s bevindt zich de interprismatische substantie, die meer
poreus (kleine gaatjes/openingen) is en een andere kristalordening heeft.
- De poreusheid van de interprismatische ruimte maakt het mogelijk voor zuren en
ionen (calcium- en fosfaationen) om door te dringen, wat glazuur gevoelig maakt
voor cariës → kritische pH glazuur: 5,5, onder deze pH treedt demineralisatie op
(ontstaan van gaatje, zuren lossen op in glazuur) → bij dentine kritieke pH 6,4 (waar
dentine oplost)
- Zowel de prisma’s als de interprismatische ruimtes zijn gevuld met
hydroxylapatietkristallen
Cariësproces:
Door de dichte structuur van de hydroxylapatietkristallen verloopt het cariësproces in
glazuur vaak recht naar beneden (perpendiculair aan het oppervlak)
De vorming van glazuur:
- Glazuur wordt gevormd door ameloblasten, gespecialiseerde cellen die
verantwoordelijk zijn voor de vorming van tandglazuur en afzetting/mineralisatie van
glazuur tijdens de tandontwikkeling
- Ameloblasten: hebben ectodermale oorsprong en sterven af na voltooiing van de
glazuurvorming
- Glazuur kan zich niet herstellen of opnieuw vormen
,Structuur van dentine
Dentine ondersteunt het glazuur en beschermt de tandpulpa. Door de aanwezigheid van
dentinetubuli is het gevoelig voor temperatuur- en drukveranderingen.
De opbouw van dentine:
- Bevat dentinetubuli →
• Kanaaltjes van 1-3 micrometer
• Gevuld met uitlopers van odontoblasten
• Lopen S-vormig van pulpa naar de glazuur-dentinegrens (GDG)
• Diameter neemt toe richting de pulpa
• Kanaaltjes die door het hele dentine lopen en in contact staan met de
• tandpulpa.
Samenstelling dentine:
- 45-50% anorganisch materiaal (hydroxylapatietkristallen)
- 30-33% organisch materiaal (vooral type-I-collageen)
- 20-21% water
Soorten dentine:
- Peritubulair dentine is het meer gemineraliseerde materiaal dat de wanden van de
dentinetubuli bekleedt.
• Ligt direct rondom de tubuli
• Hoog mineraalgehalte
• Kan leiden tot afsluiten van tubuli (veroudering)
- Intertubulair dentine bevindt zich tussen de tubuli en bevat meer collageen, wat
zorgt voor elasticiteit.
• Ligt tussen de tubuli
• Lager mineraalgehalte
De vorming van dentine:
- Dentine wordt gevormd door odontoblasten
- Odontoblasten = cellen die zich langs de tandpulpa bevinden, zijn verantwoordelijk
voor de productie van dentine. Ze spelen ook een rol bij de vorming van tertiair
dentine als reactie op beschadiging.
• Liggen aan de pulpakant
• Blijven levenslang actief
• Kunnen nieuw dentine vormen
Onderscheiden van de soorten dentine:
- Primair dentine: wordt gevormd tijdens de tandontwikkeling.
- Secundair dentine: wordt gevormd na voltooiing van de tandwortel en gedurende je
hele leven. Verkleint geleidelijk de pulpakamer
- Tertiair dentine: wordt gevormd als een afweermechanisme tegen externe prikkels
zoals cariës, warmte of mechanisch trauma. Beschermt de tandpulpa.
,Doorbraakschema
Tijdelijke dentitie:
Blijvende dentitie:
, Cariës etiologie
Het proces van demineralisatie en remineralisatie
Demineralisatie: Dit is het proces waarbij mineralen zoals calcium en fosfaat uit het glazuur
worden opgelost door zuren die geproduceerd worden door bacteriën in de mond. Deze
zuren ontstaan wanneer bacteriën suikers uit de voeding fermenteren.
- Zodra de pH onder de kritische waarde komt (5,5 glazuur, 6,4 dentine) treedt
demineralisatie op.
- Het tandweefsel verliest dan zijn mineralen, hierdoor verzwakking van structuur en
kan een gaatje ontstaan
- Demineralisatie vindt meerdere keren per dag plaats na eet- en drinkmomenten
Remineralisatie: Dit natuurlijke proces herstelt de schade door mineralen zoals calcium en
fosfaat terug te brengen naar het glazuur. Dit kan gebeuren door speeksel en fluoride, die
een beschermende werking hebben.
- Na zuuraanval stijgt pH weer door: bufferende werking speeksel, verdunning en
afvoer zuren
- Calcium en fosfaat kunnen opnieuw neerslaan in het glazuur
- Fluoride versterkt remineralisatie: versnelt mineraalneerslag, maakt het glazuur
minder oplosbaar
Cariës ontstaat wanneer demineralisatie vaker of langer optreedt dan remineralisatie
Het proces van het ontstaan van een laesie (glazuur, dentine en glazuur-dentinegrens)
1. Cariës in het glazuur: Bij een langdurige onbalans tussen demineralisatie en
remineralisatie kan een wittevleklaesie (eerste stadium van cariës) ontstaan op het
glazuur, ontstaat door mineraalverlies.
- De witte kleur ontstaat door veranderde lichtbreking in poreus glazuur
- Kenmerken actieve laesie: dof, ruw vaak bedekt met plaque
- Kenmerken inactieve laesie: glanzend, hard, vaak gereïntegreerd door remineralisatie
2. Cariës in dentine: Als het proces doorgaat, kan de laesie het dentine bereiken.
Dentine is zachter dan glazuur, waardoor de bacteriën sneller verspreiden, breidt zich
vooral in de breedte uit.
- Progressie in dentine verloopt sneller dan in glazuur
3. Cariës in glazuur-dentinegrens: Dit gebied is bijzonder kwetsbaar omdat bacteriën
zich hier gemakkelijk verder kunnen uitbreiden en schade veroorzaken. → Snelle
laterale uitbereiding, onderliggend glazuur verliest steun
De factoren van de cirkels van Keyes
De cirkels van Keyes beschrijven de drie essentiële factoren die bijdragen aan cariës:
1. Tand: Zonder tandoppervlak geen cariës, weerstand van glazuur/dentine speelt een rol
2. Bacteriën: Cariogene bacteriën (mondbacteriën) produceren zuren
3. Voedsel: Vooral suikerrijke voedingsmiddelen vormen een voedingsbron voor cariogene
bacteriën. Vooral fermenteerbare koolhydraten (suikers)
4. Tijd: langdurige blootstelling, freq. Eetmomenten belangrijker dan hoeveelheid suiker
WGL
Opbouw glazuur/dentine
De opbouw van glazuur:
Tandglazuur = beschermt de onderliggende dentinestructuren tegen mechanische slijtage
en chemische aantasting door zuren
Glazuur is het hardste weefsel in het menselijk lichaam en bestaat voor 85% uit
anorganische hydroxylapatietkristallen, Ca10(PO4)6(OH)2, en voor 15% uit water en
organisch materiaal (eiwitten en lipiden)
Hydroxylapatiet bestaat uit → calciumionen, fosfaationen en hydroxylgroepen
Samenstelling glazuur:
- 85% anorganisch materiaal → hydroxylapatietkristallen
- 12% water
- 3% organisch materiaal (eiwitten en lipiden)
Glazuur is opgebouwd uit glazuurprisma’s → regelmatige, staafvormige structuren met een
diameter van ongeveer 4 μm (micrometer).
- Deze prisma’s lopen van de glazuur-dentinegrens naar het tandoppervlak
- Tussen de glazuurprisma’s bevindt zich de interprismatische substantie, die meer
poreus (kleine gaatjes/openingen) is en een andere kristalordening heeft.
- De poreusheid van de interprismatische ruimte maakt het mogelijk voor zuren en
ionen (calcium- en fosfaationen) om door te dringen, wat glazuur gevoelig maakt
voor cariës → kritische pH glazuur: 5,5, onder deze pH treedt demineralisatie op
(ontstaan van gaatje, zuren lossen op in glazuur) → bij dentine kritieke pH 6,4 (waar
dentine oplost)
- Zowel de prisma’s als de interprismatische ruimtes zijn gevuld met
hydroxylapatietkristallen
Cariësproces:
Door de dichte structuur van de hydroxylapatietkristallen verloopt het cariësproces in
glazuur vaak recht naar beneden (perpendiculair aan het oppervlak)
De vorming van glazuur:
- Glazuur wordt gevormd door ameloblasten, gespecialiseerde cellen die
verantwoordelijk zijn voor de vorming van tandglazuur en afzetting/mineralisatie van
glazuur tijdens de tandontwikkeling
- Ameloblasten: hebben ectodermale oorsprong en sterven af na voltooiing van de
glazuurvorming
- Glazuur kan zich niet herstellen of opnieuw vormen
,Structuur van dentine
Dentine ondersteunt het glazuur en beschermt de tandpulpa. Door de aanwezigheid van
dentinetubuli is het gevoelig voor temperatuur- en drukveranderingen.
De opbouw van dentine:
- Bevat dentinetubuli →
• Kanaaltjes van 1-3 micrometer
• Gevuld met uitlopers van odontoblasten
• Lopen S-vormig van pulpa naar de glazuur-dentinegrens (GDG)
• Diameter neemt toe richting de pulpa
• Kanaaltjes die door het hele dentine lopen en in contact staan met de
• tandpulpa.
Samenstelling dentine:
- 45-50% anorganisch materiaal (hydroxylapatietkristallen)
- 30-33% organisch materiaal (vooral type-I-collageen)
- 20-21% water
Soorten dentine:
- Peritubulair dentine is het meer gemineraliseerde materiaal dat de wanden van de
dentinetubuli bekleedt.
• Ligt direct rondom de tubuli
• Hoog mineraalgehalte
• Kan leiden tot afsluiten van tubuli (veroudering)
- Intertubulair dentine bevindt zich tussen de tubuli en bevat meer collageen, wat
zorgt voor elasticiteit.
• Ligt tussen de tubuli
• Lager mineraalgehalte
De vorming van dentine:
- Dentine wordt gevormd door odontoblasten
- Odontoblasten = cellen die zich langs de tandpulpa bevinden, zijn verantwoordelijk
voor de productie van dentine. Ze spelen ook een rol bij de vorming van tertiair
dentine als reactie op beschadiging.
• Liggen aan de pulpakant
• Blijven levenslang actief
• Kunnen nieuw dentine vormen
Onderscheiden van de soorten dentine:
- Primair dentine: wordt gevormd tijdens de tandontwikkeling.
- Secundair dentine: wordt gevormd na voltooiing van de tandwortel en gedurende je
hele leven. Verkleint geleidelijk de pulpakamer
- Tertiair dentine: wordt gevormd als een afweermechanisme tegen externe prikkels
zoals cariës, warmte of mechanisch trauma. Beschermt de tandpulpa.
,Doorbraakschema
Tijdelijke dentitie:
Blijvende dentitie:
, Cariës etiologie
Het proces van demineralisatie en remineralisatie
Demineralisatie: Dit is het proces waarbij mineralen zoals calcium en fosfaat uit het glazuur
worden opgelost door zuren die geproduceerd worden door bacteriën in de mond. Deze
zuren ontstaan wanneer bacteriën suikers uit de voeding fermenteren.
- Zodra de pH onder de kritische waarde komt (5,5 glazuur, 6,4 dentine) treedt
demineralisatie op.
- Het tandweefsel verliest dan zijn mineralen, hierdoor verzwakking van structuur en
kan een gaatje ontstaan
- Demineralisatie vindt meerdere keren per dag plaats na eet- en drinkmomenten
Remineralisatie: Dit natuurlijke proces herstelt de schade door mineralen zoals calcium en
fosfaat terug te brengen naar het glazuur. Dit kan gebeuren door speeksel en fluoride, die
een beschermende werking hebben.
- Na zuuraanval stijgt pH weer door: bufferende werking speeksel, verdunning en
afvoer zuren
- Calcium en fosfaat kunnen opnieuw neerslaan in het glazuur
- Fluoride versterkt remineralisatie: versnelt mineraalneerslag, maakt het glazuur
minder oplosbaar
Cariës ontstaat wanneer demineralisatie vaker of langer optreedt dan remineralisatie
Het proces van het ontstaan van een laesie (glazuur, dentine en glazuur-dentinegrens)
1. Cariës in het glazuur: Bij een langdurige onbalans tussen demineralisatie en
remineralisatie kan een wittevleklaesie (eerste stadium van cariës) ontstaan op het
glazuur, ontstaat door mineraalverlies.
- De witte kleur ontstaat door veranderde lichtbreking in poreus glazuur
- Kenmerken actieve laesie: dof, ruw vaak bedekt met plaque
- Kenmerken inactieve laesie: glanzend, hard, vaak gereïntegreerd door remineralisatie
2. Cariës in dentine: Als het proces doorgaat, kan de laesie het dentine bereiken.
Dentine is zachter dan glazuur, waardoor de bacteriën sneller verspreiden, breidt zich
vooral in de breedte uit.
- Progressie in dentine verloopt sneller dan in glazuur
3. Cariës in glazuur-dentinegrens: Dit gebied is bijzonder kwetsbaar omdat bacteriën
zich hier gemakkelijk verder kunnen uitbreiden en schade veroorzaken. → Snelle
laterale uitbereiding, onderliggend glazuur verliest steun
De factoren van de cirkels van Keyes
De cirkels van Keyes beschrijven de drie essentiële factoren die bijdragen aan cariës:
1. Tand: Zonder tandoppervlak geen cariës, weerstand van glazuur/dentine speelt een rol
2. Bacteriën: Cariogene bacteriën (mondbacteriën) produceren zuren
3. Voedsel: Vooral suikerrijke voedingsmiddelen vormen een voedingsbron voor cariogene
bacteriën. Vooral fermenteerbare koolhydraten (suikers)
4. Tijd: langdurige blootstelling, freq. Eetmomenten belangrijker dan hoeveelheid suiker