(Hoorcolleges)
Leerdoelen:
Aan het einde van de cursus kan de student:
De belangrijkste theorieën en modellen voor de verschillende cognitieve processen begrijpen
en beschrijven;
De methoden om gedragsverschijnselen te observeren en te meten begrijpen en beschrijven;
Theoretische inzichten toepassen in praktische situaties.
Het experimenteerpracticum heeft de volgende doelen:
Begrijpen en beschrijven hoe experimenten worden uitgevoerd in cognitief psychologisch
onderzoek;
Begrijpen en beschrijven hoe een experiment een hypothese kan toetsen;
Simpele analyses uitvoeren op verkregen data en deze interpreteren;
Een wetenschappelijk verslag schrijven (volgens APA richtlijnen).
1
,Week 1: Wat is cognitieve psychologie & Cognitieve
neurowetenschappen
Hoorcollege 1 – 09/04/2025:
Introductie:
In dit hoorcollege wordt uitgelegd wat cognitieve psychologie is, wanneer cognitieve psychologie
begonnen is (de tijdlijn), hoe we cognitieve processen meten en welke modellen er gebruikt worden.
Vervolgens komen de onderwerpen neuronen en representaties, sensorisch coderen en als laatste
functionele specialisatie aan bod.
Wat is cognitieve psychologie en waarom is het interessant?:
Wat is cognitie?:
Ulric Neisser was een van de eerste cognitieve psychologen en ook de eerste die een tekstboek (1967)
schreef over cognitieve psychologie. Een ‘vrije’ vertaling van zijn definitie wat cognitieve psychologie
is: “De term cognitie verwijst naar alle processen waarbij sensorische input wordt getransformeerd,
gereduceerd, uitgewerkt, opgeslagen, opgehaald en gebruikt.”
Simpel model van cognitie:
Dit model is een simpel model van cognitie.
Vroeger maakte emotie geen onderdeel uit van dit
model. Er ontbreken nog steeds enkele dingen,
zoals denken, redeneren, bewustzijn en taal.
Emotie werd vroeger altijd als een apart systeem,
los van cognitie, onderzocht. Sinds de laatste
twintig tot dertig jaar onderzoeken we emotie in
interactie met cognitieve processen. Emoties
beïnvloeden cognitieve processen op ieder niveau.
Als je bijvoorbeeld bang bent, zul je je aandacht
op andere dingen richten in de omgeving dan
wanneer je blij bent. Emoties versterken het
opslaan van gebeurtenissen, omdat het consolidatieproces wordt versterkt. Tegenwoordig zien we
emotie en cognitie niet meer als twee losse dingen, maar als dingen die nauw met elkaar interacteren
en elkaar beïnvloeden.
Cognitieve psychologie toegepast:
Bij cognitieve psychologie wordt onderzocht wat de mentale processen zijn die omgaan binnen een
mens.
Sociale psychologie/gedragswetenschappen
Weg ontwerp
Wayfinding
Human factors
Human computer interaction
Behavioural economics
Ontwikkelings psychologie
Klinische psychologie
Een toepassing van cognitieve psychologie is die in de gedragswetenschappen. Bij
gedragswetenschappen proberen we het gedrag van mensen te beïnvloeden op een onbewuste manier,
2
,zodat mensen zich bijvoorbeeld ‘correct’ of ‘gezond’ gedragen. De technieken die hiervoor gebruikt
worden komen deels uit de cognitieve psychologie. Andere toepassingen van cognitieve psychologie
zijn bijvoorbeeld: het ontwerpen van nieuwe autowegen, het begrijpelijk maken van verkeersborden en
het verduidelijken van wegwijzers op het station of vliegveld voor reizigers.
Ook bij de interactie tussen mensen en technologie speelt cognitieve psychologie een rol. Dit worden
human factors genoemd (tegenwoordig gebruiken we de term engineering psychology). Bijvoorbeeld:
waar plaats je de knoppen in een cockpit die nodig zijn in noodsituaties? Hoe zorg je dat een object
automatisch de juiste respons triggert?
In het commerciële veld wordt bij besluitvorming gekeken hoe mensen beïnvloed kunnen worden om
een bepaald product te kopen. Dit wordt gedaan met de zogenoemde A & B testing. Twee mensen
komen bijvoorbeeld op dezelfde website, maar de opmaak van de website is verschillend. Er wordt
dan gekeken of er een verschil is in percentage aankopen tussen website met lay-out A en website met
lay-out B.
Bij klinische psychologie wordt gebruik gemaakt van de cognitieve push & pull taak. Mensen met een
verslaving krijgen plaatjes te zien van bijvoorbeeld gezond en ongezond eten als zij een eetverslaving
hebben. Zij moeten dan gezond voedsel met een joystick naar zich toetrekken en plaatjes met
ongezond voedsel van zich af duwen. Deze taak kan ook worden gebruikt voor rookverslaafden en
alcoholverslaafden.
Time-line van Cognitieve Psychologie:
Tijdlijn psychologie:
1879 wordt gezien als de start van Psychologie. In 1879 richtte psycholoog Wilhelm Wundt het eerste
experimentele lab op waar proefpersonen kwamen om experimenten te doen. Wundt maakte gebruik
van introspectie: participanten werden gevraagd om hun eigen mentale processen te analyseren en te
beschrijven. Introspectie werd ook gebruikt door William James (1890). Hij was de schrijver van het
boek Principles of Psychology waarin hij allerlei psychologische processen beschreef door de analyse
van zijn eigen mentale processen.
Structuralisme: elementen onderzoeken van een bewuste waarneming.
Introspectie: mensen trainen zodat ze heel goed kunnen analyseren wat er aan de hand is (heel
subjectief).
Functionalisme: kijken naar de functies van gedachten.
Als tegenhanger van het structuralisme kwam 1920 gestalt
movement op gang. Deze stelde dat een bewuste waarneming
3
, helemaal niet bestaat uit het optellen van losse onderdelen (kleur/vorm), maar dat het geheel altijd
anders is dan de optelsom van de losse elementen
Deze manieren van onderzoek doen, worden gezien als subjectief. Als reactie hierop kwam het
behaviorisme. Het idee van deze stroming is dat je alleen maar kunt bestuderen wat je daadwerkelijk
kunt zien, dus de omgeving en extern gedrag (de output van de mens). James Watson (1913) was een
van de oprichters van het behaviorisme. Met zijn Little Albert experiment wilde hij het proces van
klassiek conditioneren aantonen. Hij leerde Albert bang te zijn voor iets waar hij vooraf aan het
experiment nog niet bang voor was. Dit is klassiek conditioneren.
B. F. Skinner (1938) gebruikte de methode van operant conditioneren: hij bekrachtigde bepaalde
gedragingen met een beloning of een straf. Bij het behaviorisme werd alles wat te maken heeft met de
mind niet bestudeerd. De mind werd ook wel de black box
genoemd, omdat niemand wist wat er zich in het hoofd
afspeelde. Het behavioristische model (alleen bestuderen wat
observeerbaar is/extern gedrag) ziet er als volgt uit:
Er waren later psychologen die zeiden dat de mind wel te
bestuderen was. Tolman (1948) deed experimenten met dieren
zoals ratten. Hij liet zien dat ratten die door een doolhof gingen
niet alleen gebruik maakten van stimulus respons, maar ook een
soort mentale map hadden gemaakt van hun omgeving. In 1967
schreef Neisser het eerste cognitieve psychologie boek. De
opkomst van cognitieve psychologie had sterk te maken met de
opkomst van de computer, waaruit bleek dat informatiewerking tijd
kost.
Het cognitieve model (wetenschappelijk kunnen bestuderen van
intern gedrag) ziet er als volgt uit:
In de cognitieve psychologie gaan we ervan uit dat we die
interne processen (de black box) wel kunnen bestuderen/meten.
De output zegt iets over wat er in ons hoofd gebeurd.
Wat meten we en hoe meten we cognitieve processen?:
Black box probleem: hoe weten we wat er in de ‘black
box’ plaatsvindt?
Onze geest (mind) stelt ons in staat om met de
omgeving om te gaan. Daarom moet onze geest de omgeving representeren. Als dit niet het geval zou
zijn, zouden we niets kunnen herkennen, niet kunnen omgaan met bepaalde situaties en ook niet
kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren.
4