Privaatrecht deel 1:
Per 1-1-2024 zijn een groot aantal wetten drastisch gewijzigd of ingetrokken. Daarbij is voor het
publiekrecht de Omgevingswet in werking getreden.
Verschil privaat- en publiekrechtelijk
Dit ligt aan de handeling die wordt verricht ongeacht wie de partijen zijn, kan ik het ook?
• Zo ja? → Privaatrechtelijk (handelingen wat wij met zijn allen ook kunnen).
• Zo niet → Publiekrechtelijk (bijvoorbeeld een vergunning afgeven).
Een rechtsfeit is een gebeurtenis met een rechtsgevolg.
Een rechtshandeling is een bewuste handeling met een rechtsgevolg.
Rechtshandeling: art. 3:33 en verder BW
- Vereisten
- Momentopname
Rechtshandeling
• Eenzijdig: rechtshandeling die door een individuele partij wordt verricht. De wil (wilsverklaring)
van één persoon doet verbintenis ontstaan.
• Meerzijdig: meerdere partijen die bewust handelen en rechten en plichten op zich nemen. De wil
van twee of meer personen doet verbintenis ontstaan.
Een eenzijdige rechtshandeling kan worden onderverdeeld in gericht en ongericht; het verschil zit in
de bestemming van de wilsuiting: een gerichte handeling (bv. opzeggen) moet de geadresseerde
bereiken om werking te hebben, terwijl een ongerichte handeling (bv. testament) tot stand komt
zonder een specifieke ontvanger
• Gericht: bekende wederpartij(en) met verplichtingen. De rechtshandeling is wel tot een bepaald
persoon gericht (voorbeeld ontslag nemen).
• Ongericht: onbekende wederpartij. De rechtshandeling is niet tot een bepaald persoon gericht
(voorbeeld het maken van een testament).
Voorwaardelijk: onzekere toekomstige gebeurtenis.
- Opschortende voorwaarde
- Ontbindende voorwaarde
Voorbeeld: A belooft zijn kleinzoon B een tablet wanneer hij tot zijn 21ste verjaardag niet zal roken.
Opschortend: de rechtshandeling krijgt pas werking op het moment dat de toekomstige gebeurtenis
plaatsvindt.
1
, Ontbindend: de rechtshandeling krijgt onmiddellijk werking, maar deze werking vervalt op het
moment de toekomstige gebeurtenis plaatsvind.
→Rechtshandling onder voorwaarden, de werking van de rechtshandeling is afhankelijk van een
onzekere toekomstige gebeurtenis.
Tijdsbepaling: zekere toekomstige gebeurtenis.
Voorbeeld: A belooft zijn kleinzoon B in augustus een dat hij hem als kerstcadeau een tablet zou
geven.
→Werking van de rechtshandeling is afhankelijk van een zekere toekomstige gebeurtenis waarvan
het moment van intreden in dit geval vaststaat.
Een rechtshandeling is een momentopname, het resultaat van een rechtshandeling is een verbintenis.
Verbintenissenrecht
1) Hoe komt de verbintenis tot stand?
Rechtshandeling is de basis om tot een verbintenis te komen, op grond van de wet. Een rechtshandeling
is, de rechtshandeling staat in boek 3 burgerlijk wetboek.
Rechtshandeling: je wilt heel graag een bepaald gevolg in het leven roepen en je handelt er ook naar.
Je beoogt een bepaald rechtsgevolg en je handelt ernaar.
Vereisten van een rechtshandeling
Een rechtshandeling is een momentopname, het resultaat van een rechtshandeling is een
verbintenis.
De wil is belangrijk, waarom? → Die bepaalt mede de inhoud van de verbintenis.
• Wilsgebreken art. 3:44 BW
• Dwaling art. 6:228 BW
2
,Het verschil tussen boek 3 en boek 6 is belangrijk.
Als er een verbintenis ontstaat, dus de rechtshandeling slaagt → boek 6, als de rechtshandeling niet
deugd blijf je in boek 3.
Wilsgebreken Art. 3:44 BW
‘Een rechtshandeling is vernietigbaar, wanneer zij door bedreiging, bedrog of misbruik van
omstandigheden tot stand is gekomen’.
Dwaling Art. 6:228 BW
‘Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling
van zaken niet zou zijn afgesloten is vernietigbaar’.
Dwaling doet zich voor bij meerzijdige rechtshandelingen, en is hierom niet geregeld in boek 3 maar in
boek 6 overeenkomsten. Een vernietigbare rechtshandeling kan worden vernietigd door een
buitenechtelijke verklaring of rechterlijke uitspraak.
Niet alle rechtshandelingen mogen worden verricht:
Nietigheid
• Strijdigheid
• Vorm
• Inhoud
Vernietigbaarheid
• Onbekwaamheid
• Onbevoegdheid
• Wilsgebreken
• Dwaling
3
, Vernietiging van een rechtshandeling (overeenkomst) heeft terugwerkende kracht.
Ontbinding van een rechtshandeling (overeenkomst) heeft geen terugwerkende kracht.
Verschil nietig en vernietigbaarheid
Nietig: een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zede of de openbare
orde is nietig, art. 3:40 BW.
De rechtshandeling is in strijd met de wet, de openbare orde of goede zeden.
Nietige rechtshandeling→ het beoogde rechtsgevolg treedt niet in omdat de wet dit verbiedt. Een
nietige rechtshandeling wordt geacht nooit te hebben bestaan, nooit plaatsgevonden, bestaat
gewoon niet.
Bij nietig heeft de rechtsovereenkomst nooit bestaan, er valt niks terug te draaien er is geen
terugwerkende kracht.
• Nietige rechtshandeling Art. 3:40 BW
Vernietigbaar: een rechtshandeling is vernietigbaar wanneer zij door bedreiging, bedrog of door
misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen, art. 3:44 BW.
Dwaling: op het moment dat de rechtshandeling tot stand komt, is er niets aan de hand en deugd de
rechtshandeling en de wil was er, maar achteraf gezien komen ze erachter dat er iets niet klopte.
Moment rechtshandeling niets aan de hand met de wil en verklaring, achteraf gezien toch wat mis.
Achteraf gezien nooit te hebben bestaan, vernietigbaarheid resulteert in nietigheid.
Vernietigbaar→ het heeft bestaan, maar die mag je vernietigen. Je mag achteraf doen alsof het nooit
heeft bestaan.
• Vernietigbare rechtshandeling Art. 3:44 BW
4