4: Herhaling wereld
4.1: Patronen; welvaart en welzijn
Om de mate van ontwikkeling van een land te bepalen, worden internationaal een drietal
indicatoren gehanteerd:
1.
- Het bruto binnenlands product per hoofd (bbp)
- Het bruto nationaal product per hoofd (bnp)
> Deze methode heeft wel nadelen en houd geen rekening met deze dingen:
de koopkracht, zwart werken en regionale/sociale ongelijkheid. Als je al iets
beter wil gaan kijken, kun je het bruto regionaal product per hoofd (brp)
gebruiken.
2.
- Je kunt de welvaart van een land ook meten door te kijken naar de samenstelling van
de beroepsbevolking
3.
- Je meet het welzijn (de levensomstandigheden) van mensen met behulp van de
VN-ontwikkelingsindex of Human Development Index (HDI)
> Deze index is samengesteld op basis van analfabetisme en de
levensverwachting in een land.
Het centrum-periferiemodel
Wereldsysteem:
Centrum: de rijkste gebieden
Semiperiferie: gebieden die in de laatste et jaar een flinke groei hebben gemaakt
Periferie: de armste gebieden
, Exploitatiekoloniën:
- Gebieden die worden gebruikt voor levering van grondstoffen en agrarische
producten en als afzetmarkt voor eindproducten.
Vestigingskoloniën:
- Gebieden die in bezit werden genomen en opnieuw werden ingericht, hier vestigde
kolonisten zich blijvend.
4.2: Patronen; bevolkingsgroei en -spreiding
Bevolkingsspreiding komt door een mix van natuurlijke en sociaal-economische factoren:
- Natuurlijke mogelijkheden, een hoge bevolkingsdichtheid valt vaak samen meet
een geschikte omgeving.
- De ligging, een gunstige ligging ten opzichte van andere economische gebieden.
- Het koloniale verleden, in veel van dit soort landen concentreert de bevolking zich in
de kustzone.
Als het verschil tussen het geboorte- en sterftecijfer positief is, is er sprake van een
natuurlijke bevolkingsgroei. In rijke landen heb je vaak een lagere en in arme landen vaak
een hogere bevolkingsgroei, daar zijn verschillende redenen voor:
- Demografisch: Arme landen hebben een veel jongere leeftijdsopbouw.
- Sociaal: Veel vrouwen in arme landen krijgen geen scholing en de regel is hoe hoger
de scholing, hoe lager de vruchtbaarheid.
- Gezondheidssituatie: Een hoger aantal kindersterfte stimuleert een hoger
geboortecijfer, want het gezin wil wel kinderen overhouden.
- Overtuiging en cultuur: In ‘traditionele’ gezinnen (die vaak voorkomen in arme
landen) is het normaal om veel kinderen te krijgen.
- Economisch: Als de welvaart toeneemt, daalt het geboortecijfer.
Demografisch transitiemodel:
4.1: Patronen; welvaart en welzijn
Om de mate van ontwikkeling van een land te bepalen, worden internationaal een drietal
indicatoren gehanteerd:
1.
- Het bruto binnenlands product per hoofd (bbp)
- Het bruto nationaal product per hoofd (bnp)
> Deze methode heeft wel nadelen en houd geen rekening met deze dingen:
de koopkracht, zwart werken en regionale/sociale ongelijkheid. Als je al iets
beter wil gaan kijken, kun je het bruto regionaal product per hoofd (brp)
gebruiken.
2.
- Je kunt de welvaart van een land ook meten door te kijken naar de samenstelling van
de beroepsbevolking
3.
- Je meet het welzijn (de levensomstandigheden) van mensen met behulp van de
VN-ontwikkelingsindex of Human Development Index (HDI)
> Deze index is samengesteld op basis van analfabetisme en de
levensverwachting in een land.
Het centrum-periferiemodel
Wereldsysteem:
Centrum: de rijkste gebieden
Semiperiferie: gebieden die in de laatste et jaar een flinke groei hebben gemaakt
Periferie: de armste gebieden
, Exploitatiekoloniën:
- Gebieden die worden gebruikt voor levering van grondstoffen en agrarische
producten en als afzetmarkt voor eindproducten.
Vestigingskoloniën:
- Gebieden die in bezit werden genomen en opnieuw werden ingericht, hier vestigde
kolonisten zich blijvend.
4.2: Patronen; bevolkingsgroei en -spreiding
Bevolkingsspreiding komt door een mix van natuurlijke en sociaal-economische factoren:
- Natuurlijke mogelijkheden, een hoge bevolkingsdichtheid valt vaak samen meet
een geschikte omgeving.
- De ligging, een gunstige ligging ten opzichte van andere economische gebieden.
- Het koloniale verleden, in veel van dit soort landen concentreert de bevolking zich in
de kustzone.
Als het verschil tussen het geboorte- en sterftecijfer positief is, is er sprake van een
natuurlijke bevolkingsgroei. In rijke landen heb je vaak een lagere en in arme landen vaak
een hogere bevolkingsgroei, daar zijn verschillende redenen voor:
- Demografisch: Arme landen hebben een veel jongere leeftijdsopbouw.
- Sociaal: Veel vrouwen in arme landen krijgen geen scholing en de regel is hoe hoger
de scholing, hoe lager de vruchtbaarheid.
- Gezondheidssituatie: Een hoger aantal kindersterfte stimuleert een hoger
geboortecijfer, want het gezin wil wel kinderen overhouden.
- Overtuiging en cultuur: In ‘traditionele’ gezinnen (die vaak voorkomen in arme
landen) is het normaal om veel kinderen te krijgen.
- Economisch: Als de welvaart toeneemt, daalt het geboortecijfer.
Demografisch transitiemodel: