Hoofdstuk 1 introductie
1.1 Omzet
Financieel beleid is het maken van plannen en het nemen van beslissingen over geld om
gestelde bedrijfsdoelen te halen.
Onderwerpen die horen bij voldoende omzet halen:
Waarde toevoegen
Je voegt waarde toe aan een product om ervoor te zorgen dat een consument er meer voor
wil betalen dan de inkoopprijs. Voorbeelden:
- Selecteren of bekendmaken van een artikel bij de doelgroep via website of winkel.
- In grote aantallen inkopen en kleine aantallen verkopen aan consument.
- Goed aankoopadvies geven en service bieden.
Kostprijs en verkoopprijs
Kostprijs > kosten die je maakt per verkocht product. Laat zien of je bij een bepaalde
verkoopprijs genoeg winst maakt. Handig om te weten welke artikelen grote en kleine
bijdrage leveren
Kostprijs is te verdelen in twee verschillende kosten
- Constante kosten, veranderen niet als de omvang van de verkopen verandert.
- Variabele kosten, veranderen wel als de omvang van de verkopen verandert.
- Directe kosten, direct gekoppeld aan product.
- Indirecte kosten, niet direct gekoppeld aan product.
Benchmarking: vergelijken van de prestatie van jouw bedrijf met die van bedrijven uit
dezelfde bedrijfstak.
Kengetallen: zijn de uitkomsten van standaardberekeningen waarmee je prestaties kunt
vergelijken.
Fast moving consumer goods: producten met een hoge omzetsnelheid en liggen niet lang op
voorraad.
1.2 Kosten
Exploitatiekosten: ook wel bedrijfskosten. Alle kosten die voortkomen uit de
bedrijfsvoering. Voorbeelden:
- De huur van een winkelpand.
- De autokosten.
- De kosten voor personeel.
- De kosten voor het houden van voorraad.
- De overige kosten: de kosten die niet onder een van de andere kostenposten vallen.
Bonnen bewaren en ordenen > zo weten waar alles aan uitgegeven wordt en er voldoende
winst wordt gemaakt. Is ook wettelijk verplicht.
,Samenvatting Financieel 1, hele boek
Afschrijvingskosten: kosten die horen bij duurzame productiemiddelen en bedrijfsmiddelen.
Dit zijn productiemiddelen die je niet gaat verkopen, maar voor langere tijd in het bedrijf wilt
gebruiken.
- Een winkelinventaris
- Computersysteem
- Een bestelauto
- Een winkelpand
1.3 Winst of verlies: het exploitatieoverzicht geeft inzicht.
Exploitatieoverzicht: geeft een overzicht van alle opbrengsten en alle kosten die een
onderneming in een bepaalde periode heeft gemaakt.
Exploitatieoverzicht
Omzet €
Inkoopwaarde van de omzet €
Min elkaar -
Brutowinst €
Min elkaar -
Exploitatiekosten:
Personeelskosten €
Huisvestingskosten €
Verkoop- en marketingkosten €
Afschrijvingskosten €
Rentekosten €
Overige kosten €
Bedrijfsresultaat €
Economisch resultaat: Belangrijk voor een ondernemer. Je ziet de inzet van de ondernemer
(zijn gewerkte uren) in cijfers.
Break-evenpunt: het punt waar je geen winst en geen verlies maakt. Verkoop je minder
producten dan het break-evenpunt dan maak je verlies. Verkoop je meer dan dat punt dan
maak je winst.
Verticale as > kosten en opbrengst
Horizontale as > de afzet, aantal stuks dat je verkoopt.
Een lijn met de totale kosten en een lijn de opbrengsten.
, Samenvatting Financieel 1, hele boek
1.4 balans lezen
Balans: overzicht van bezittingen en schulden van de onderneming op een bepaald moment.
Twee zijdes:
Debetzijde: staan de bezittingen of activa.
Creditzijde: staan de schulden of passiva.
Beide kanten moeten gelijk zijn. Links staat namelijk wat je bezittingen zijn en rechts hoe je
die gefinancierd hebt.
Wat op het exploitatieoverzicht gebeurt, zie je terug op de balans. Een balans is een moment
opname. De exploitatieoverzicht gaat over een bepaalde periode. De balans is een
doorlopend overzicht van wat er gebeurt op langer termijn.